Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken tot wijziging van het Instellingsbesluit Commissie Wetenschappelijke Adviescommissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Instellingsbesluit Commissie Wetenschappelijke Adviescommissie Convenant Onbedwelmd Ritueel Slachten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd: Een van de leden wordt op voordracht van de convenantspartijen als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het convenant benoemd.

2. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het voorgedragen lid, bedoeld in het tweede lid, wordt benoemd voor de periode benodigd voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag waarvoor hij is voorgedragen.

B

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘€ 256,24’ vervangen door: € 275,–

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 juli 2017

De Staatssecretaris van Economische Zaken, namens deze M.R.P.M. Camps Secretaris-Generaal van Economische Zaken

TOELICHTING

De huidige Wetenschappelijke Adviescommissie voor onbedwelmd slachten volgen religieuze riten (hierna: WAC) bestaat uit een voorzitter en drie leden. Op grond van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten van 5 juni 2012 (Stcrt. 2012, 13162) kunnen convenantspartijen een deskundige voordragen om plaats te nemen in de wetschappelijke adviescommissie. Of, en zo ja, welke deskundige wordt voorgedragen zal afhankelijk zijn van de geformuleerde onderzoeksvraag. Om te verzekeren dat een voorgedragen deskundige, na instemming van alle convenantspartijen, telkens wel als volwaardig lid is aan te merken van de WAC, wordt aan artikel 3 van het Instellingsbesluit een lid toegevoegd. Als volwaardig lid van de WAC heeft de deskundige niet alleen volwaardig stemrecht binnen de commissie, maar heeft deze bovendien recht op de vergoeding als bepaald in artikel 5, tweede lid, van het Instellingsbesluit.

Daarbij wordt opgemerkt dat het lidmaatschap van de commissie uitsluitend is gedurende de periode die aanvangt op het moment dat de geformuleerde onderzoeksvraag door de WAC is ontvangen en eindigt op het moment dat het advies door de WAC is opgesteld.

Daarnaast is de vergoeding van de leden per vergadering verhoogd naar 275,– per vergadering. Daarbij wordt aangesloten bij het nieuw vastgestelde maximum.

Naar boven