Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2017, 45226 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2017, 45226 | Ontheffingen |
27 juni 2017
Nr. MLA/103/2017
De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Gelezen het verzoek van de voorzitter van de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht van 5 juni 2017;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;
Besluiten:
Aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen die worden genoemd in bijlage 1, paragrafen 2, 4, 5 en 7 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht van 19 november 2010, nr. CLSK 2010016469, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Luchtvaartwet voor het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht op dagen en tijden dat de luchtvaartterreinen zijn opengesteld, zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MilAIP) of notice to airmen (NOTAM) en voor het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Gilze-Rijen tevens buiten de openstellingstijden.
1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.
2. De commandant van de betrokken vliegbasis kan aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein.
De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein niet wordt overschreden.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2016. Deze beschikking vervalt met ingang van 1 november 2018 of zoveel eerder als er voor beide militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofddorp, 27 juni 2017
De Minister van Defensie, voor deze: De Plaatsvervangend Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, L.W.T. Hermens, Kolonel
Hoofddorp, 27 juni 2017
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze, De Senior Inspecteur ILT/Luchtvaart, A.E. Schurink-van der Klugt
Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.
In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister”, wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister” de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.
Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT-2 is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.
Aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) wordt als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen, die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de SKHV, ontheffing verleend voor het gebruik van die luchtvaartuigen op de desbetreffende militaire luchtvaartterreinen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt verwezen naar luchtwaardige en niet-luchtwaardige luchtvaartuigen. Hoewel met de niet-luchtwaardige luchtvaartuigen niet wordt gevlogen, wordt wel gebruik gemaakt van de stallingsmogelijkheden op het aangewezen luchtvaartterrein en is in die zin ontheffing nodig van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet. Wat betreft de luchtwaardige luchtvaartuigen is vooraf niet te bepalen om hoeveel vliegtuigbewegingen het gaat. Vandaar dat geen limitering in vliegtuigbewegingen in de ontheffing is opgenomen.
Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling van de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht.
Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 2 juli 2014 (Stb. 2014, 289) verschoven naar 1 november 2016, en nogmaals bij wet van 22 juni 2016 (Stb. 2016, 260) naar 1 november 2018. Zodoende is ervoor gekozen om de ontheffing te laten vervallen met ingang van 1 november 2018 of zoveel eerder als er voor beide militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.
Zodra een luchthavenbesluit voor de genoemde militaire luchthavens (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht door de SKHV gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vrijstelling.
Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. In de Luchtvaartwet is vastgelegd dat de geluidsbelasting door startende en landende vliegtuigen van een luchtvaartterrein wordt berekend. De geluidsbelasting door de grote civiele en militaire luchtvaart wordt berekend op jaarbasis en wordt uitgedrukt in Kosteneenheden. De geluidsbelasting wordt berekend volgens een daartoe vastgesteld berekeningsvoorschrift en met inachtneming van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart (BGGL). Deze systematiek is van toepassing op alle vliegtuigen met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving lichter dan 6.000 kg.
De gegevens omtrent het feitelijke gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat door de vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen van de SKHV, die niet in verhouding staan tot het aantal normale militaire vliegtuigbewegingen, buiten de vastgestelde respectievelijk vastgelegde geluidszones wordt getreden.
Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien het een ontheffing betreft van bestaand gebruik. In de onmiddellijke nabijheid van diverse militaire luchtvaartterreinen zijn zogenaamde Natura 2000-gebieden gelegen. Ten aanzien van het verzoek om voortzetting van het bestaande burgermedegebruik kan worden gesteld dat er geen redenen zijn aan te nemen dat, als gevolg van dit voortgezette gebruik, significante effecten voor die gebieden zullen optreden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-45226.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.