’t Lint Sprang-Capelle – geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s - 2017

Logo Waalwijk

HET COLLEGE VAN WAALWIJK,

gelet op artikel 18, lid 1, sub d van de Wegenverkeerswet 1994;

gelet op het Mandaatregister gemeente Waalwijk 2014, behorende bij het Mandaatbesluit gemeente Waalwijk 2011, waarbij het college de bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten heeft gemandateerd aan het hoofd van de afdeling Ontwerp en Beheer Openbare Ruimte & Vastgoed;

gelet op de Wegenverkeerswet, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW), het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de Algemene wet bestuursrecht, het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (1998) en het Mobiliteitsplan Waalwijk (2015);

OVERWEGENDE:

  • -

    dat in de vergadering van 17 december 1998 de gemeenteraad het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoerplan heeft vastgesteld;

  • -

    dat het verbeteren van de verkeersveiligheid en het verzekeren van de bereikbaarheid van bestemmingen enkele van de hoofddoelen van dit plan zijn;

  • -

    dat de gemeenteraad in de vergadering van 18 juni 2015, in afwijking van het eerder

door de raad genomen besluit van 9 december 2010, de verkeersfunctie van de Kerkstraat, tussen Rembrandtlaan en Oudestraat, Torenstraat en Oudestraat, tussen Torenstraat en Kerkstraat heeft gewijzigd in een weg met een snelheid van maximaal 30 km per uur;

-dat het college bij verkeersbesluit van 2 juni 2016 de maximumsnelheid in het

gedeelte van de Oudestraat, tussen Torenstraat en Kerkstraat, de Torenstraat en het gedeelte van de Kerkstraat, tussen Rembrandtlaan en Oudestraat, heeft vastgesteld op 30-km per uur;

-dat op deze wegen en wegvakken snelheidsremmende maatregelen aanwezig zijn in

de vorm van verkeersdrempels en –plateaus, welke al dan niet zijn voorzien van een hoogteverschil;

  • -

    dat de gemeenteraad in de vergadering van 15 oktober 2015 het Mobiliteitsplan

    Waalwijk heeft vastgesteld;

  • -

    dat hierin, ter uitvoering van de hoofdambities, de volgende speerpunten zijn

opgenomen: “De verblijfsgebieden (woongebieden) zijn die gebieden buiten het hoofdwegennet. Het is niet de bedoeling dat autoverkeer naar hoofdwegennet rijdt door verblijfsgebieden. Ongewenst sluipverkeer moet worden voorkomen” en “Het gemotoriseerde verkeer van en naar de bebouwde kommen met een herkomst en/of bestemming buiten de bebouwde kom wordt direct naar (…) autosnelwegen en stroomwegen geleid”;

  • -

    dat onder deze stroomwegen mede worden verstaan: de Bevrijdingsweg, de Tilburgseweg, de Noorder Allee en de Dick Flemmingstraat;

  • -

    dat omwonenden en andere belanghebbenden klagen over het vrachtverkeer dat gebruik maakt van de route door de Kerkstraat, Torenstraat en Oudestraat;

  • -

    dat de Kerkstraat, Torenstraat en de Oudestraat een breedte hebben van 5.00 tot 6.00 meter waardoor alle verkeer gebruik moet maken van dezelfde ruimte;

  • -

    dat deze wegen derhalve niet geschikt zijn voor doorgaand vrachtverkeer;

  • -

    dat hierin kan worden voorzien door de route tussen de Tilburgseweg en de Dick Flemmingstraat, via de Kerkstraat, Oudestraat, Torenstraat en Van der Duinstraat, gesloten te verklaren voor autobussen en vrachtauto’s;

  • -

    dat een autobus in het RVV 1990 wordt gedefinieerd als: "motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen" en dat een vrachtauto daarin wordt gedefinieerd als “motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg”;

  • -

    dat volgens de voorkeurskenmerken van het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoerplan voor binnen de bebouwde kom gelegen erftoegangswegen in een dorp een indicatief maximum geldt van 3.000 motorvoertuigen per etmaal;

  • -

    dat lokaal doorgaand (vracht)verkeer gebruik moet maken van de Bevrijdingsweg, Dick Flemmingstraat, Noorder Allee en Dick Flemmingstraat die daarvoor zijn bestemd en ingericht;

  • -

    dat langs de route tussen de Tilburgseweg en de Dick Flemmingstraat, via de Kerkstraat, Oudestraat, Torenstraat en Van der Duinstraat, bedrijven gevestigd zijn;

  • -

    dat deze bedrijven niet in hun bereikbaarheid mogen worden aangetast;

  • -

    dat hierin kan worden voorzien door aantoonbaar bestemmingsverkeer van de

    geslotenverklaring uit te zonderen

  • -

    dat lijnbussen gebruik maken van de route tussen de Tilburgseweg en de Dick Flemmingstraat, via de Kerkstraat, Oudestraat, Torenstraat en Van der Duinstraat;

  • -

    dat langs de Kerkstraat en de Van der Duinstraat een aantal bushaltes is gelegen;

  • -

    dat de dienstregeling van het openbaar vervoer derhalve niet mag worden aangetast;

  • -

    dat hierin kan worden voorzien door ook lijnbussen van de geslotenverklaring uit te zonderen;

  • -

    dat onder een geslotenverklaring wordt verstaan een verbod de betrokken wegen in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken wegen te gebruiken;

    - dat het bevoegd gezag op grond van art. 87 RVV 1990 met betrekking tot deze geslotenverklaring een ontheffing kan verlenen aan bepaalde weggebruikers;

  • -

    dat onder aantoonbaar bestemmingsverkeer wordt verstaan: bestuurders wier reisdoel

    een of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid

    van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor

    bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen;

  • -

    dat de route via de Bernhardstraat, Raadhuisstraat en Dick Flemmingstraat in beide richtingen beschikbaar blijft voor alle verkeer;

  • -

    dat alle in dit verkeersbesluit genoemde wegen en wegvakken in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente Waalwijk;

  • -

    dat het tot de normale risico’s in het maatschappelijk verkeer behoort dat op grond van

    algemene belangen wijzigingen worden aangebracht in de weg waarlangs bedrijven

en woningen bereikt kunnen worden en dat dit in principe voor rekening van betrokken individuele belanghebbenden moet komen;

  • -

    dat dit slechts anders is indien nadeel ontstaat voor een belanghebbende, dat redelijkerwijs niet in verhouding staat tot hetgeen wordt beoogd met het besluit dat dit nadeel veroorzaakt, waaronder moet worden begrepen het nadeel dat een belanghebbende in onevenredige mate treft in vergelijking tot andere belanghebbenden in soortgelijke posities;

  • -

    dat bij de voorbereiding van dit besluit niet gebleken is dat voor een belanghebbende onevenredig nadeel zal ontstaan door de voorgenomen verkeersmaatregelen;

    dat zodoende geen reden bestaat geheel af te zien van deze maatregelen;

  • -

    dat vooralsnog ook geen reden bestaat op voorhand een nadeelcompensatieregeling vast te doen stellen;

  • -

    dat het belanghebbenden vrij staat, hetzij in het kader van de gelegenheid tot het kenbaar maken van zienswijzen, hetzij bij een separaat verzoek om een schadebesluit, aan te tonen dat zij desondanks onevenredig nadeel zullen leiden dat redelijkerwijs niet voor hun rekening behoort te komen;

  • -

    dat, aan de hand van hetgeen belanghebbenden eventueel bij zienswijze of bij afzonderlijk verzoek zullen aanvoeren, beoordeeld kan worden of reden bestaat voor een vergoeding van schade;

  • -

    dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW, overleg met de chef van het politieteam Waalwijk heeft plaatsgevonden, waarbij deze heeft aangegeven dat de Kerkstraat, Torenstraat en Oudestraat op een sobere wijze zijn ingericht;

  • -

    dat doorgaand vrachtverkeer regelmatig door deze straten rijdt welke daarvoor niet zijn bestemd en ingericht;

  • -

    dat deze situatie niet wenselijk is;

  • -

    dat het instellen van een geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s uitgezonderd aantoonbaar bestemmingsverkeer en lijnbussen nauwelijks controleerbaar is;

  • -

    dat permanente verkeershandhaving van deze geslotenverklaring door de politieregio Midden en West Brabant derhalve niet zal worden uitgevoerd;

  • -

    dat het effect van deze maatregel daardoor niet moet worden overschat omdat dit

staat of valt met de bereidheid van vrachtwagenchauffeurs om deze maatregel te respecteren;

  • -

    dat het college desondanks geen aanleiding ziet om geheel van de verkeersmaatregel af te zien omdat:

  • -

    het negeren van de geslotenverklaring niet tot onoverkomelijke fysieke

    problemen leidt;

  • -

    de gesloten verklaring een positief effect heeft op het aantal doorgaande bussen

    en vrachtauto’s;

  • -

    dat de verkeersveiligheid door deze maatregel positief wordt beïnvloed, omdat er

    minder sprake is van het inhalen van bevoorradende vrachtwagens of van het

    elkaar in de tegenrichting passeren, waardoor fietsers minder kans lopen in

    het gedrang te komen;

  • -

    dat ter hoogte van de geslotenverklaringen verwijzingen worden geplaatst;

  • -

    dat dit verkeersbesluit niet zal worden geëffectueerd voordat de termijn, waarbinnen bij ons college bezwaar kan worden ingediend, is verstreken;

BESLUIT:

overeenkomstig het aan dit besluit gehechte kaartfragment:

  • 1.

    de wegen die zijn gelegen tussen de Tilburgseweg en de Dick Flemmingstraat in Sprang-Capelle, i.c. de Kerkstraat, de Oudestraat, tussen Kerkstraat en Torenstraat, de Torenstraat en de Van der Duinstraat, in beide richtingen gesloten te verklaren voor autobussen en vrachtauto’s door plaatsing van de borden C07b (“gesloten voor autobussen en vrachtauto's”);

  • 2.

    deze borden te plaatsen in de Kerkstraat, ter hoogte van de aansluiting met de Tilburgseweg ; de Van der Duinstraat, ter hoogte van de aansluiting met de Dick Flemmingstraat en de Oudestraat , ter hoogte van de aansluiting met de Burgemeester van Prooijenstraat ;

  • 3.

    aantoonbaar bestemmingsverkeer en lijnbussen van deze geslotenverklaring uit te zonderen door middel van het plaatsen van onderborden met de tekst “uitgezonderd aantoonbaar bestemmingsverkeer en lijnbussen”;

    Bord C07b

Waalwijk, 16 januari 2017.

HET COLLEGE VAN WAALWIJK,

namens deze,

het hoofd van de afdeling Ontwerp en Beheer Openbare Ruimte & Vastgoed,

M.Weterings.

De in dit besluit genoemde borden staan vermeld in bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens.

Bezwaar en voorlopige voorziening

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag van de bekendmaking een bezwaarschrift indienen.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.

Het bezwaar kunt u richten aan het College van Waalwijk en indienen bij de Commissie bezwaarschriften, Postbus 10150, 5140 GB Waalwijk.

Een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Als er sprake is van een spoedeisende zaak, kunt u tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team Bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda. Meer hierover leest u op www.waalwijk.nl/bezwaar.

Naar boven