Overwegingen ten aanzien van het besluit
BURGEMEESTERS EN WETHOUDERS VAN HARLINGEN;
gelet op de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer;
daartoe gemachtigd in artikel 18 lid 1 onder d Wegenverkeerswet 1994; krachtens het delegatiebesluit van 17 januari 1996, van de Gemeenteraad aan het college van Burgemeester en Wethouders;
stellen ter plaatse van de Grote Bredeplaats, Kleine Bredeplaats en de Noorderhaven in de gemeente Harlingen maatregelen voor met als doel:
het verzekeren van de veiligheid op de weg;het beschermen van de weggebruikers en passagiers;het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade;het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. Overwegende dat:
1. de Grote Bredeplaats, Kleine Bredeplaats en Noorderhaven wegen zijn als bedoeld in artikel 18 lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994;
2. de Grote Bredeplaats, Kleine Bredeplaats en Noorderhaven onder beheer zijn van de gemeente Harlingen en dat het college van Burgemeester en wethouders derhalve bevoegd is tot het nemen van het verkeersbesluit;
3. de Grote Bredeplaats, Kleine Bredeplaats en Noorderhaven in het wegencategoriseringsplan van de gemeente Harlingen de functie van erftoegangsweg binnen de bebouwde kom vervullen;
4. het laden en lossen in de binnenstad beter gefaciliteerd moet worden;aanvullend daarop het parkeren op deze locaties moet worden tegengegaan;overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer overleg is gepleegd met de politie Noord-Nederland, team Noordwest Friesland, team Wad en Land en de gemeente Harlingen.