Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EemnesStaatscourant 2017, 40714Instelling gemeenschappelijke regelingen



Gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie 2017

Logo Eemnes

G ewijzigd e regeling

( 2 e wijziging)

INHOUD

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 2. BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

HOOFDSTUK 3. HET ALGEMEEN BESTUUR

HOOFDSTUK 4. HET DAGELIJKS BESTUUR

HOOFDSTUK 5. DE VOORZITTER EN DE SECRETARIS

HOOFDSTUK 6. DE ORGANISATIE, DIRECTIE EN PERSONEEL

HOOFDSTUK 7. FINANCIËLE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 8. ARCHIEF

HOOFDSTUK 9. GESCHILLEN

HOOFDSTUK 10. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING

HOOFDSTUK 11. SLOTBEPALINGEN

Gemeenschappelijke Regeling Blaricum Eemnes Laren

 

De colleges van burgemeester en wethouders

 

Gelezen het voorstel d.d. 2 februari 2017 van het Dagelijks Bestuur van de Werkorganisatie BEL-Gemeenten;

 

Gelet op:

de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden van respectievelijk Blaricum, Eemnes en Laren;

de toepasselijke bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet 1995;

 

B e s l u i t e n:

I. Tot wijziging ( tweede wijziging) van de door hen op 6 februari 2007 aangegane “G emeenschappelijke regeling Blaricum Eemnes Laren , zodat deze in zijn geheel komt te luiden als volgt:

Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) de regeling : deze gemeenschappelijke regeling.

b) het openbaar lichaam : het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar

lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

c) deelnemer : de aan deze regeling deelnemende gemeenten.

d) directieraad : de uit drie leden bestaande raad van directeuren welke personen zowel afzonderlijk als gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse aansturing van de BEL Combinatie, tenzij anders bepaald in deze regeling.

e) de voorzitter van de directieraad : het lid van de directieraad dat door hetAlgemeen Bestuur voor een termijn van 2 jaren wordt aangewezen als voorzitter van de directieraad.

f) directeur : elk van de leden van de directieraad, tevens ieder gemeentesecretaris van één van de BEL gemeenten.

g) Gedeputeerde Staten : de colleges van Gedeputeerde Staten van Noord

Holland en Utrecht

h) de wet : de Wet gemeenschappelijke regelingen.

i) opdrachtgever : een deelnemende gemeente, vertegenwoordigd

door het college.

j) opdrachtnemer : het openbaar lichaam

k) dienstverleningsovereenkomst : : de opdrachtovereenkomsten die opdrachtgevers en opdrachtnemer jaarlijks sluiten over de door opdrachtnemer voor een opdrachtgever uit te voeren taken en de voorwaarden waaronder dat zal gebeuren.

l) taakvelden : het geheel van samenhangende producten en diensten (productcategorieën) op een beleidsterrein als benoemd in de programmabegroting van de deelnemende gemeenten.

m) programmabegroting : de begroting zoals de gemeenten die opstellen op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de artikel 212 Gemeentewet-verordeningen van die gemeenten.

n) productcategorie : geheel van samenhangende producten en diensten op een bepaald taakveld.

o) PIOFAH : Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Administratie en Huisvesting

Artikel 2: Openbaar lichaam en bestuurssamenstelling

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, genaamd BEL Combinatie.

  • 2.

    Het openbaar lichaam is gevestigd te Eemnes.

  • 3.

    Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.

Hoo f dstuk 2 : BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 3: Belang

Doel van de regeling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en een doelmatige uitvoering door de Werkorganisatie BEL-Gemeenten van de door de deelnemende gemeenten opgedragen taken zoals vermeld in artikel 4 en nader opgenomen in de door de deelnemers met de BEL Combinatie gesloten dienstverleningsovereenkomsten

Artikel 4: Taken BEL Combinatie

  • 1.

    De deelnemers laten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van deze regeling door de BEL Combinatie alle gemeentelijke taken uitvoeren, voor zover deze niet –al dan niet met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen- aan anderen zijn opgedragen en als zodanig zijn beschreven in de door deelnemers met BEL Combinatie gesloten dienstverleningsovereenkomsten zoals bedoeld in het derde lid.

  • 2.

    De uitvoering als bedoeld in lid 1 heeft in ieder geval betrekking op de volgende aspecten van de aldaar bedoelde taken:

    • beleidsontwikkeling en -voorbereiding.

    • uitvoering van het door de daartoe bevoegde gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid.

    • toezicht op aan derden uitbesteed werk

    • handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.

    • de met deze taken samenhangende PIOFAH gevolgen.

  • 3.

    De taken en de omvang en wijze van uitvoering en de daaraan verbonden kosten per deelnemer worden in jaarlijkse dienstverleningsovereenkomsten tussen ieder van de deelnemers en de BEL Combinatie vastgelegd, overeenkomstig de uitgangspunten van deze regeling.

  • 4.

    De deelnemende gemeenten zijn gehouden in alle gevallen de diensten en producten (productcategorieën), die behoren bij de overeengekomen taken, af te nemen. Een deelnemer mag bepaalde taken of aspecten daarvan pas zelf uitvoeren dan wel aan een andere uitvoerder uitbesteden na bestuurlijke besluitvorming bij meerderheid van het Algemeen Bestuur en afstemming met de colleges van de andere deelnemers. In dit afstemmingsoverleg zal aangetoond moeten worden waarom de betreffende taken of aspecten daarvan niet of in onvoldoende mate door de BEL uitgevoerd kunnen worden.

  • 5.

    De BEL Combinatie voert uitsluitend taken uit voor de deelnemers. Uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een besluit van het Algemeen Bestuur.

Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling

De daartoe bevoegde bestuursorganen van de deelnemers zullen in afzonderlijke mandaatbesluiten bepalen welke bevoegdheden die samenhangen met de taken zoals vermeld in artikel 4 van de regeling opgedragen dienen te worden aan de overeenkomstige bestuursorganen dan wel aan de directeuren van de BEL Combinatie

Artikel 6: Kwaliteitsborging

  • 1.

    De BEL Combinatie draagt zorg voor een zorgvuldige en hoogwaardige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 4 van deze regeling en zoals overeengekomen in de dienstverleningsovereenkomsten.

  • 2.

    De BEL Combinatie stelt ter borging van de uitvoering zoals bedoeld in het eerste lid een kwaliteitssysteem vast.

  • 3.

    Indien desondanks sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig handelen van de BEL Combinatie ten aanzien van een of meer deelnemende gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, meldt het betreffende college resp. melden de betreffende colleges dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het constateren van de geleden of dreigende schade bij het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade.

Hoofdstuk 3: HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 7: Samenstelling

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur bestaat uit de leden van de colleges van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de colleges van de deelnemers. De leden van het Algemeen Bestuur blijven na het verstrijken van de in de vorige zin genoemde termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip dat de leden van de nieuwe colleges door hun respectieve raden als zodanig zijn benoemd.

  • 3.

    In het geval dat een lid van een college binnen de zittingstermijn als bedoeld in lid 2 aftreedt of wordt ontslagen, vervalt met gelijke ingang daarvan het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur.

Artikel 8: Werkwijze Algemeen Bestuur

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur vergadert zo vaak als het daartoe heeft besloten, maar tenminste tweemaal per jaar en verder als de voorzitter of tenminste vier leden onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoeken.

  • 2.

    Voor de oproeping van de vergaderingen is artikel 19 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. De directeuren wonen de vergaderingen van het Algemeen Bestuur bij, zij hebben daarin een adviserende stem.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

  • 4.

    Voor zover bij of krachtens deze regeling niet anders is bepaald, worden besluiten van het Algemeen Bestuur bij gewone meerderheid genomen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur heeft elk college van de deelnemers één stem.

  • 5.

    In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

    • de kadernota voor de bedrijfsvoering van de BEL Combinatie.

    • de organisatie-inrichting.

    • de begroting dan wel wijzigingen daarvan.

    • de uitgangspunten voor de dienstverleningsovereenkomsten.

    • het vaststellen van de rekening.

    • het wijzigen dan wel opheffen van de regeling.

  • 6.

    Het Algemeen Bestuur neemt in zijn vergaderingen de besluiten met een gewone meerderheid van stemmen met uitzondering van de besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening, zoals bedoeld in de artikelen 24, lid 5 en 25, lid 4 van deze regeling. De laatst genoemde besluiten dienen unaniem genomen te worden.

  • 7.

    De leden van het Algemeen Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.

Artikel 9: Bevoegdheden Algemeen Bestuur

  • 1.

    Aan het Algemeen Bestuur komen alle bevoegdheden toe die in deze regeling niet zijn opgedragen aan het Dagelijks Bestuur dan wel de voorzitter van het Algemeen- en Dagelijks Bestuur

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

  • 3.

    Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden, de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen en de raden van tenminste 2/3 van de deelnemende gemeenten instemmen met het ontwerpbesluit.

Artikel 10: Informatie- en verantwoordingsplicht

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden of colleges schriftelijk gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het algemeen belang.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur geeft aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten per half jaar ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Algemeen Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.

  • 3.

    De colleges van de deelnemende gemeenten zijn gehouden het Algemeen Bestuur in kennis te stellen van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en/of maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taakgebieden en taakaspecten daarbinnen, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van de BEL Combinatie

Hoofdstuk 4: HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 11: Samenstelling

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur benoemt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode uit zijn midden een Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur bestaat uit één lid van het college van elke deelnemer, de voorzitter inbegrepen.

  • 3.

    Voor elk lid van het Dagelijks Bestuur wijst het Algemeen Bestuur uit zijn midden een plaatsvervangend lid uit de afzonderlijke deelnemende gemeenten aan.

  • 4.

    De leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van dat bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen.

  • 5.

    Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen.

  • 6.

    Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.

  • 7.

    Indien tussentijds een vacature ontstaat in het Dagelijks Bestuur, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

  • 8.

    Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, indien dit lid niet langer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur geniet. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 12: Werkwijze Dagelijks Bestuur

1.Voor zover deze regeling niet anders bepaalt kan het Dagelijks Bestuur zijn

werkzaamheden verdelen over de leden. Deze verdeling wordt aan het Algemeen Bestuur mede gedeeld

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig achten. De directeuren wonen de vergaderingen van het Algemeen Bestuur bij, zij hebben daarin een adviserende stem.

  • 3.

    In de vergadering van het Dagelijks Bestuur heeft ieder lid een stem.

  • 4.

    Op de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 59 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur kan voor zijn werkzaamheden een Reglement van orde vaststellen. Dit wordt aan het Algemeen Bestuur ter kennisneming gezonden.

  • 6.

    De leden van het Dagelijks Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.

Artikel 13: Bevoegdheden Dagelijks Bestuur

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot::

    • a.

      Het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd.

    • b.

      Het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur.

    • c.

      De dagelijkse sturing van de BEL Combinatie

    • d.

      Het beheer van de financiën van de BEL Combinatie.

    • e.

      De zorg voor de controle op het financieel beheer en de boekhouding, voor zover dat niet aan anderen toekomt.

    • f.

      Het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet.

    • g.

      Het namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

    • h.

      Het zo nodig nemen, ook alvorens besloten is tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het nemen van maatregelen ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.

    • i.

      Het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam.

    • j.

      Het benoemen, schorsen en ontslaan van medewerkers van de BEL Combinatie dan

      wel het aangaan van arbeidsovereenkomsten

    • k.

      Het houden van toezicht op alles wat de BEL Combinatie aangaat.

  • 2.

    De voorbereiding en uitvoering van de hiervoor onder c tot en met j genoemde bevoegdheden worden door het Dagelijks Bestuur middels een vast te stellen directiestatuut opgedragen aan de directeuren van de BEL Combinatie.

Artikel 14: Informatie en verantwoordingsplicht

  • 1.

    De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.

  • 2.

    De leden van het Dagelijks Bestuur geven, tezamen en afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur door middel van kwartaalrapportages alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid noodzakelijk is.

  • 3.

    De leden van het Dagelijks Bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur, indien dit bestuur dan wel een of meer leden daarvan daarom verzoeken, binnen acht weken alle gevraagde inlichtingen, een en ander voor zover dit niet in strijd is met het algemeen belang.

Hoofdstuk 5. DE VOORZITTER EN DE SECRETARIS

Artikel 15: De Voorzitter

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, waarbij het voorzitterschap en plaatsvervangend voorzitterschap iedere twee jaar wisselt aan de hand van de volgorde Blaricum, Eemnes, Laren.

  • 2.

    De voorzitter is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur.

  • 3.

    De voorzitter vertegenwoordigt de BEL Combinatie in en buiten rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan anderen opdragen.

  • 4.

    De stukken die van het Algemeen en Dagelijks Bestuur uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend

Artikel 16: De secretaris

  • 1.

    De voorzitter van de directieraad is tevens secretaris van het Algemeen en Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    Een ontslag van de voorzitter van de directieraad heeft tot gevolg dat hij dan ook direct is ontslagen als secretaris van het Algemeen- en Dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 6DE ORGANISATIE, DIRECTIE EN PERSONEEL

Artikel 17: Organisatiestructuur

  • 1.

    De directieraad stelt de organisatiestructuur vast. Het besluit dient te worden goedgekeurd door het Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    De directieraad evalueert periodiek de doeltreffendheid en doelmatigheid van de organisatiestructuur en rapporteert daarover aan het Dagelijks Bestuur.

Artikel 18: Directieraad

  • 1.

    De voorbereiding op en uitvoering van besluiten van het Dagelijks bestuur worden door het Dagelijks Bestuur middels een vast te stellen directiestatuut opgedragen aan de directieraad van de BEL Combinatie, , welke raad bestaat uit drie directeuren, allen tevens secretaris van één der BEL gemeenten.

  • 2.

    De dagelijkse leiding van de BEL Combinatie berust bij de leden van de directieraad

  • 3.

    De taken en bevoegdheden van de directieraad worden vastgelegd in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen directiestatuut. Het Dagelijks Bestuur brengt dit directiestatuut ter kennis van het Algemeen Bestuur.

  • 4.

    Het benoemen, schorsen of ontslag van een directeur kan alleen geschieden middels een besluit afkomstig van het college van één van de deelnemers.

  • 5.

    De directieraad verschaft minstens 1 keer per 3 maanden door middel van de kwartaalrapportages zoals bedoeld in artikel 14, lid 2 de informatie aan het Dagelijks Bestuur om het functioneren en de bedrijfsvoering van de BEL Combinatie te kunnen beoordelen.

Artikel 19: Personeel

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur beslist over de benoeming en het ontslag van het personeel van de BEL Combinatie. De voorbereiding en uitvoering hiervan wordt door het Dagelijks Bestuur middels het directiestatuut opgedragen aan de directeuren van de BEL Combinatie.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur regelt de bezoldiging en de overige rechtspositie van het personeel van de BEL Combinatie. Het Dagelijks Bestuur draagt er in dat kader zorg voor, dat als grondslag daarvoor de CAR-UWO gehanteerd wordt.

  • 3.

    Bij de overgang van personeel van deelnemende gemeenten naar de BEL Combinatie zal het Dagelijks Bestuur zorgdragen voor de verdere toepassing en uitvoering van het Sociaal Statuut van die gemeenten.

Hoofdstuk 7. FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 20: Financiële administratie en controle

  • 1.

    Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt in dat kader de vereiste verordeningen vast, waarbij rekening gehouden wordt met de taakstelling en taakgebieden en de wijze van uitvoering daarvan zoals bepaald in de artikelen 4 tot en met 6 van deze regeling.

Artikel 21: Dienstjaar

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 22: P&C Kalender

Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks voor de start van het nieuwe begrotingsjaar met inachtneming van de wettelijke termijnen de P&C kalender voor het komende dienstjaar vast.

Artikel 23: Algemene financiële en beleidsmatige kaders

Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 24: Begroting

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt met inachtneming van artikel 186 Gemeentewet en overeenkomstig de P&C kalander en wettelijke vormvereisten elk jaar een programmabegroting van inkomsten en uitgaven voor het komend dienstjaar op, voorzien van de nodige toelichting en specificaties.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten.

  • 3.

    De ontwerpbegroting worden door de zorg van de deelnemende gemeentebesturen voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzage legging en de verkrijgbaarstelling van de ontwerpbegroting en de meerjarenbegroting wordt openbaar kennis gegeven.

  • 4.

    De raden van de gemeenten kunnen op grond van artikel 35 van de wet binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur hun zienswijze schriftelijk doen blijken. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze ter vaststelling bij het Algemeen bestuur voorligt.

  • 5.

    Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast. De begroting wordt na vaststelling door het Algemeen Bestuur aan de raden toegezonden

  • 6.

    Het Dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

  • 7.

    Op de wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel – met uitzondering van de genoemde data - van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft wijzigingen die leiden tot een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten.

  • 8.

    De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de BEL Combinatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 9.

    Indien aan het Algemeen Bestuur van de BEL Combinatie blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 25: Jaarrekening

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur maakt elk jaar overeenkomstig de P&C kalender de rekening van baten en lasten (inclusief de balans) van het voorgaande jaar op, met inachtneming van artikel 186 Gemeentewet Het Dagelijks Bestuur zendt de rekening met de daarbij behorende bescheiden aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur zendt de rekening ter controle naar de door het Algemeen Bestuur aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur zendt voor 15 april de voorlopige jaarrekening en zodra beschikbaar het verslag van bevindingen van de accountant aan de raden van de deelnemende gemeenten ter kennisneming.

  • 3.

    De colleges en de raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de voorlopige rekening het Dagelijks Bestuur hun zienswijze schriftelijk doen blijken.

  • 4.

    Nadat het controlerapport bedoeld in lid 1 is ontvangen, stelt het Algemeen Bestuur de rekening vast waarna deze door het Dagelijks Bestuur binnen twee weken, maar in ieder geval vóór 15 juli van dat jaar wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 5.

    Het besluit van het Algemeen Bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft het Dagelijks Bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

Hoofdstuk 8:ARCHIEF

Artikel 26: Archiefbeheer

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de BEL Combinatie en zijn bestuursorganen overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 41, lid 2 Archiefwet 1995 vast te stellen regeling.

  • 2.

    De secretaris is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid overeenkomstig de door het Dagelijks Bestuur vast te stellen nadere regels.

  • 3.

    Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats.

Hoofdstuk 9: GESCHILLEN

Artikel 27
  • 1.

    Indien er tussen de BEL Combinatie en een der deelnemende gemeenten een geschil ontstaat over de uitvoering van de taken zoals opgenomen in de artikelen 4 tot en met 6 van deze regeling, treden het Dagelijks Bestuur en het betreffende college terstond in overleg met elkaar teneinde het geschil verder te verkennen en zo mogelijk op te lossen.

  • 2.

    Indien dit overleg niet binnen twee maanden na de begindatum ervan tot een oplossing heeft geleid, zullen betrokken partijen een mediator inschakelen teneinde hun geschil te beslechten.

  • 3.

    Met betrekking tot geschillen tussen de deelnemers onderling, dan wel tussen de deelnemers en de BEL Combinatie omtrent de toepassing -in de ruimste zin- van deze regeling is artikel 28 van de wet van toepassing.

Hoofdstuk 10:Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing

Artikel 28: Toetreding

  • 1.

    Het college van een gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek ter zake aan de overeenkomstige bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en aan het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam.

  • 2.

    Toetreding vindt plaats indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten en het Algemeen Bestuur van de BEL Combinatie en de raden van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen.

  • 3.

    Aan de toetreding kan het Algemeen Bestuur voorwaarden verbinden.

  • 4.

    Het besluit van de deelnemende gemeenten als bedoeld in het 2e lid geeft de datum van toetreding aan.

  • 5.

    Van elk bericht van toetreding van een gemeente wordt kennis gegeven aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 29: Uittreding

  • 1.

    Het college van elke deelnemende gemeente kan, na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De Raden van de overige gemeenten worden over de besluiten geïnformeerd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen zes jaar na het besluit tot deelname aan / toetreding tot deze regeling.

  • 2.

    Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot opzegging is genomen, in.

  • 3.

    Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt als bedoeld in het 1e lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de andere deelnemende gemeenten gevoerd.

  • 4.

    In het voornemen als bedoeld in het 1e en 3e lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden.

  • 5.

    Het besluit als bedoeld in het 1e lid wordt terstond ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur.

  • 6.

    Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding.

  • 7.

    Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de overige deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten.

Artikel 30: Wijziging en opheffing

  • 1.

    De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats indien de colleges van tenminste tweederde van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten.

  • 3.

    Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur het daartoe strekkend voorstel aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten.

  • 4.

    In geval van opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing. Deze opheffings-/liquidatieregeling wordt vastgesteld door de colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, de raden van die gemeenten gehoord.

  • 5.

    De regeling als bedoeld in lid 4 :

  • a.

    voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze gemeenschappelijke regeling.

  • b.

    geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.

  • 6.

    Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 7.

    Zo nodig blijft het Algemeen Bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is.

  • 8.

    Alle rechten en verplichtingen van de regeling die resteren na uitvoering van het liquidatieplan gaan bij vereffening over naar de gemeenten, naar evenredigheid van de grootte van hun bijdrage aan de regeling in het jaar voorafgaande aan de opheffing.

  • 9.

    Van elk besluit tot wijziging dan wel opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten.

Hoofdstuk 11: SLOTBEPALINGEN

Artikel 31: Inwerkingtreding en overige bepalingen

  • 1.

    De regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie’.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van deze regeling op een in de desbetreffende gemeente gebruikelijke wijze.

  • 3.

    Het gemeentebestuur van de gemeente Eemnes is aangewezen als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 van de wet.

  • 4.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het Algemeen Bestuur.

II . De op basis van de Gemeenschappelijke Regeling 2013 vastgestelde gemeentelijk mandaatregelingen en het directiestatuut, blijven onverkort van toepassing.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Blaricum op 14 maart 2017,

de secretaris, de burgemeester,

M.Kilic-Karaaslan MMC J.N. de Zwart-Bloch

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Eemnes op 14 maart 2017,

de secretaris, de burgemeester,

E.Ruizeveld de Winter R. van Benthem RA

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Laren op 14 maart 2017,

de secretaris, de burgemeester,

G.Kolhorn drs. E.J. Roest