Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2017, 34423Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 juni 2017, nr. 2017-0000097201, tot vaststelling van de regeling minimumloon en minimumvakantiebijslag en wijziging van enkele ministeriële regelingen (Regeling minimumloon en minimumvakantiebijslag)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 2, 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies, 8, zesde lid, van de Werkloosheidswet, 44, achtste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 58, zevende lid van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 7, eerste lid, en 12, vierde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

Besluit:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

wet:

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel 2

Indien de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet niet is vastgesteld in een aantal uren per week, wordt voor de vaststelling van de in dat lid bedoelde maximale arbeidsduur per week uitgegaan van de volgende herleidingregels:

  • a. indien de normale arbeidsduur is bepaald in een aantal uren per kalenderjaar, wordt een kalenderjaar bepaald op 52 weken;

  • b. indien de normale arbeidsduur is bepaald in een aantal uren per maand, wordt een maand bepaald op 4 1/3 weken.

Artikel 3

De Regeling cofinanciering sectorplannen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, laatste gedachtestreepje, wordt ‘artikel 2 van het Besluit minimumjeugdloonregeling’ vervangen door: de artikelen 2 of 3 van het Besluit minimumjeugdloon.

B

In artikel 4.3, vierde lid, wordt na ‘geldende wettelijk minimumloon’ ingevoegd: op grond van artikel 3 van het Besluit minimumjeugdloon.

Artikel 4

In artikel 4, vierde lid, van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen wordt ‘23 jaar’ vervangen door: 22 jaar.

Artikel 5

In artikel 1 van de Regeling vrijwilligerswerk in de WW wordt ‘23 jaar’ vervangen door: 22 jaar.

Artikel 6

  • 1. De artikelen 3, 4 en 5 van deze regeling treden in werking met ingang van 1 juli 2017.

  • 2. De artikelen 1, 2 en 7 van deze regeling treden in werking met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 12 juni 2017

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

TOELICHTING

In deze regeling worden verschillende regelingen aangepast aan de Wet van 25 januari 2017, houdende wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen (Stb. 2017, 24). Op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) worden herleidingsregels gegeven om te bepalen of de grens van de normale arbeidsduur van 40 uur per week niet wordt overschreden. Tevens worden verschillende regelingen aangepast aan de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassen minimumloon en aan de verhoging van de minimumjeugdlonen.

Het UWV heeft een uitvoeringstoets uitgebracht op deze regeling en de regeling uitvoerbaar geacht. De Inspectie SZW heeft de regeling als handhaafbaar beoordeeld.

Artikel 2

In artikel 12, derde lid, van de WML is bepaald dat onder de normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen. Daarbij is ook bepaald dat hierbij een arbeidsduur van ten hoogste 40 uren per week in aanmerking wordt genomen.

In artikel 12, vierde lid, van de WML is bepaald dat bij ministeriële regeling herleidingsregels worden gegeven ten aanzien van een andere tijdsduur voor de normale arbeidsduur dan de maximale arbeidsduur van 40 uren per week.

Bij artikel 2 van deze regeling is hier uitvoering aan gegeven. Bij de vaststelling van de normale arbeidsduur kan het voorkomen dat bijvoorbeeld in een cao de arbeidsduur niet in uren per week is bepaald maar in uren per maand of per jaar. Bij dit artikel zijn herleidingsregels gegeven om deze afwijkende omvang van de arbeidsduur te herleiden naar uren per week om te kunnen bepalen of de gestelde grens van 40 uren per week wordt overschreden. Bij onderdeel b is aangesloten bij de herleidingsregel van een maandloon naar een weekloon in het kader van de herziening van het minimumloon, bedoeld in artikel 14, tiende lid, van de WML.

Artikel 3

In de Regeling cofinanciering sectorplannen wordt een aparte regeling gegeven voor de cofinanciering van BBL-trajecten. Hierdoor dient ook een uitdrukkelijke verwijzing te worden opgenomen naar de aparte BBL-staffel in het Besluit minimumjeugdloon.

Artikelen 4 en 5

In de artikelen 4 en 5 zijn wijzigingen aangebracht in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volledige minimumloon van 23 jaar naar 22 jaar en de verhoging van het minimumjeugdloon voor de leeftijden 18 tot en met 21. Dit betreft wijzigingen in de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen en de Regeling vrijwilligerswerk in de WW. In de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen en de Regeling vrijwilligerswerk in de WW worden de verwijzingen naar de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassen minimumloon aangepast. Er wordt slechts verwezen naar het minimumjeugdloon waarop een jeugdige werknemer recht heeft op grond van artikel 8, derde lid, van de WML en niet naar de minimumjeugdloonstaffel waarop een bbl-werknemer recht heeft op grond van artikel 8, vierde lid, van de WML. Hierdoor wordt slechts naar de leeftijd gekeken van de persoon die recht heeft op een verhoging en of de arbeidsongeschiktheidsuitkering en het door die persoon per dag genoten bedrag aan inkomen minder bedraagt dan het rechtens geldende loon. Dit wordt aangevuld tot maximaal 120% van het minimumloon dat geldt op grond van artikel 8, derde lid, WML voor de jeugdige werknemer.

Artikel 6

De artikelen 3, 4 en 5 treden in werking op het moment dat de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassen minimumloon in de wet verlaagd wordt, te weten 1 juli 2017. De artikelen 1, 2 en 7 treden in werking op het moment dat het gewijzigde artikel 12 van de WML in werking treedt, te weten 1 januari 2018.

Artikel 7

In dit artikel wordt de citeertitel van de regeling vastgesteld.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher