De Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de Minister van Veiligheid
en Justitie;
Gelet op artikel 3.22, tweede lid van de Telecommunicatiewet;
Besluit:
ARTIKEL I
De Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie wordt als volgt
gewijzigd:
In artikel 8 wordt ‘de in artikel 141, aanhef, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering
bedoelde opsporingsambtenaren’ vervangen door: de in artikel 141, aanhef, onderdelen
b en d, bedoelde opsporingsambtenaren.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.
’s-Gravenhage, 13 juni 2017
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp
TOELICHTING
I. Algemeen
1. Inleiding
In artikel 3.22 van de Telecommunicatiewet (hierna: Tw) is een regeling opgenomen
voor het afwijkend gebruik van de frequentieruimte. Het betreft hier gebruik dat afwijkt
van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Tw is bepaald. De juridische basis
voor het afwijkend gebruik van frequentieruime door Politie en Justitie is geregeld
in de Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte Justitie.
Bij afwijkend gebruik van de frequentieruimte moet in dit kader gedacht worden aan
het met behulp van daartoe geschikte radiozendapparatuur (‘actieve scanapparatuur’
of ‘IMSI-catchers’) aftasten van een bepaalde frequentieband teneinde informatie te
vergaren met betrekking tot een bepaald nummer of bepaalde nummers in een bepaald
gebied (‘scannen’). Voorts moet worden gedacht aan het met gebruik van daartoe geschikte
radiozendapparatuur bewust storen of onmogelijk maken van het gebruik van een bepaald
nummer of alle nummers over een bepaalde frequentieband in een bepaald gebied (‘jammen’).
2. Aanleiding voor de wijziging van de vrijstellingsregeling
Door middel van een wijziging van het Besluit bijzondere vergaring nummergegevens
telecommunicatie, wordt voorzien in een juridische basis voor het zelfstandig inzetten
door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: de FIOD) van de hierboven,
onder 1, omschreven apparatuur voor opsporingsdoeleinden. Met zelfstandige inzet wordt
bedoeld het met eigen mensen en materieel verrichten van de hierboven, onder 1, omschreven
activiteiten, nadat de officier van justitie een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
De onderhavige wijziging van de Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte
Justitie sluit hierbij aan en breidt daartoe de kring van de tot de bediening van
deze apparatuur bevoegde personen uit, met bijzondere opsporingsambtenaren als bedoeld
in artikel 141, aanhef, onderdeel d, van het Wetboek van Strafvordering, waartoe de
opsporingsambtenaren van de FIOD behoren. Hierbij geldt onverkort de eis dat slechts
opsporingsambtenaren, die in het bezit zijn van een door de Minister van Veiligheid
en Justitie aangewezen verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende opsporingsambtenaar
voldoende kennis heeft van de juridische, technische en operationele aspecten van
het gebruik van de apparatuur, worden aangewezen voor het gebruik van actieve scanapparatuur.
3. Regeldruk
De onderhavige regeling heeft geen gevolgen voor de regeldruk voor bedrijven en burgers.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp