Omzetbelasting. Verleggingsregeling telecommunicatiediensten

24 mei 2017

nr. BLKB2017/9158

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat een goedkeuring waardoor bij telecommunicatiediensten die in Nederland worden verricht de heffing van omzetbelasting (btw) kan worden verlegd naar bepaalde afnemers.

1. Inleiding

Bij afnemers van telecommunicatiediensten bestaat een toenemende onzekerheid over het geldend kunnen maken van het recht op aftrek van btw. Dit wordt veroorzaakt door de mogelijkheid van btw-carrouselfraude. Mede daarom is er aanleiding goed te keuren dat een verleggingsregeling kan worden toegepast op het verrichten van telecommunicatiediensten die in Nederland plaatsvinden tussen ondernemers die deze diensten verrichten.

2. Heffing van omzetbelasting; verlegging van heffing

Recent is btw-(carrousel)fraude geconstateerd bij telecommunicatiediensten (zie artikel 2a, eerste lid, onderdeel r, van de Wet op de omzetbelasting 1968) waarbij in Nederland een verlies van btw-inkomsten wordt geleden. Het betreft met name telecommunicatiediensten die buiten de EU worden ingekocht en uiteindelijk via diverse ondernemersschakels in Nederland weer worden doorverkocht. Mede vanwege de vluchtige handel, het ontbreken van listingsverplichtingen bij transacties met derdelanden en het ontbreken van fysieke vervoersbewegingen zijn conventionele fraudebestrijdingsmiddelen niet afdoende gebleken. Om die reden is het wenselijk om een verleggingsregeling mogelijk te maken.

Bij (carrousel)fraude kan het recht op aftrek van btw worden geweigerd als aan de hand van objectieve elementen wordt vastgesteld dat een ondernemer wist of had moeten weten dat hij door zijn aankoop deelnam aan een transactie die onderdeel uitmaakt van een keten waarin btw-(carrousel)fraude is geconstateerd (Hof van Justitie EU, 6 juli 2006, zaken ‘Axel Kittel’ [C-439/04, ECLI:EU:C:2006:446] en ‘Recolta Recycling BVBA’ [C-440/04, ECLI:EU:C:2005:74]). Dit leidt tot onzekerheid bij de afnemers van telecommunicatiediensten over het recht op aftrek van de aan hen in rekening gebrachte omzetbelasting, hetgeen het aangaan van reguliere transacties in het hier bedoelde dienstenverkeer ernstig kan belemmeren.

Mede om die onzekerheid bij afnemers weg te nemen en daarmee de handel in telecommunicatiediensten niet te belemmeren, keur ik vooruitlopend op een wijziging van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat de heffing van omzetbelasting plaatsvindt met toepassing van de verleggingsregeling op het in Nederland verrichten van telecommunicatiediensten als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel r, van de Wet op de omzetbelasting 19681 tussen ondernemers die deze diensten verrichten.

Deze regeling houdt in dat de ondernemer die in Nederland telecommunicatiediensten verricht aan een andere ondernemer die deze diensten verricht geen omzetbelasting vermeldt op de factuur die hij uitreikt. De verleggingsregeling ziet alleen op de dienstverrichting tussen ondernemers die (ook) telecommunicatiediensten verrichten, zodat de dienstverrichting naar eindgebruikers buiten de reikwijdte van deze regeling valt. In dit verband worden onder eindverbruikers mede verstaan ondernemers die dergelijke diensten aanschaffen om ze binnen de eigen organisatie te verbruiken. De ondernemer die de dienst verricht kan volstaan met het op de factuur opnemen van de vermelding ‘btw verlegd’. De afnemer van deze diensten zal dan de verschuldigde omzetbelasting in zijn aangifte opnemen als door hem verschuldigde omzetbelasting. Op dezelfde aangifte kan die omzetbelasting met inachtneming van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 eventueel in aftrek worden gebracht.

De verleggingsregeling kan worden toegepast op de eerste factuur of op een daaraan voorafgaande betaling vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit als in onderdeel 3 omschreven. De verleggingsregeling kan ook toepassing vinden bij het verrichten van de hier bedoelde telecommunicatiediensten die hebben plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van dit besluit, maar waarvoor de facturering pas plaatsvindt vanaf het tijdstip van de inwerkingtreding.

3. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Den Haag, 24 mei 2017,

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Dit onderdeel is gebaseerd op artikel 24 van de BTW-richtlijn 2006. In artikel 6bis van de Uitvoeringsverordening 282/2011 worden deze diensten nader verduidelijkt.

Naar boven