De gemeente Hilvarenbeek heeft op 28 oktober 2016 de mededeling ontvangen van de heer W. van de Sande, dat hij voornemens is om een MER-beoordelingsplichtige activiteit uit te voeren op de locatie Beerseweg 7te Diessen.
De initiatiefnemer is voornemens middels interne wijzigingen 597 melkkoeien, 281 stuks vrouwelijk jongvee, 2 fokstieren en 2 paarden te huisvesten. Daarnaast worden er parkeerplaatsen en kuilplaten gerealiseerd en wordt in de woning een verkoopruimte gerealiseerd.
De initiatiefnemer is voornemens om binnen de bestaande stallen uit te breiden met het aantal melkkoeien. De intern te wijzigen stal 5 wordt uitgevoerd als ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif (BWL 2010.34.V6).
In de beoogde situatie is sprake van het houden van 510 stuks vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) geldt voor uitbreidingen met meer dan 340 stuks vrouwelijk jongvee een m.e.r.-beoordelingsplicht. In de beoogde situatie wordt ten opzichte van de vergunde situatie niet uitgebreid met jongvee, er vindt een afname plaats van het aantal stuks jongvee. Omdat niet eerder een m.e.r.-beoordeling hiervoor was opgesteld, wordt dit nu alsnog gedaan. Voor de overige activiteiten welke op onderhavige inrichting worden uitgevoerd, is geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht.
De voorgenomen activiteiten vallen onder categorie 14 van bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.), waarbij de drempelwaarde van 200 dierplaatsen voor melkrundvee wordt overschreden. Binnen de inrichting vindt er een uitbreiding plaats met 227 melkkoeien ten opzichte van de vergunde situatie. Er dient daarom een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, die inhoudelijk in moet gaan op de criteria in Bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (‘betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’, 85/337/EG).
Een milieueffectrapportage moet worden opgesteld indien bijzondere omstandigheden (belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu) met betrekking tot deze activiteit daartoe aanleiding geven.
Deze bijzondere omstandigheden zijn, aldus artikel 7.17 lid 3 van de Wet Milieubeheer
- •
de kenmerken van de activiteit (o.a. omvang en cumulatie met andere projecten)
- •
de plaats waar de activiteit wordt verricht (o.a. locatie keuze in relatie met kwetsbaarheid omgeving)
- •
de kenmerken van de gevolgen van de activiteit (o.a. bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).
Na toetsing van de voorgenomen aanvraag (activiteit) aan deze omstandigheden heeft ons college op 16 mei 2017 besloten dat de heer W. van de Sande voor deze activiteit geen MER hoeft op te stellen.
Stukken inzien
Het besluit en bijbehorende stukken liggen vanaf 25 mei 2017 gedurende zes weken ter inzage bij de Centrale Balie van het gemeentehuis te Hilvarenbeek en op de gemeentelijke website www.hilvarenbeek.nl/terinzage.
Bezwaar
Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt deze beoordeling beschouwd als een voorbereidingsbesluit, waartegen geen direct bezwaar of beroep open staat. U kunt uw bezwaren tegen dit beoordelingsbesluit te zijner tijd kenbaar maken in de procedures van de uiteindelijke besluiten, te weten de (eventuele) vergunning(en) ingevolge de Wet milieubeheer c.q. omgevingsvergunning (Wabo).
Hilvarenbeek,
16 mei 2017
Burgemeester en wethouders voornoemd,
R.F.I. Palmen,
burgemeester.
F. Jansen,
secretaris.