Verkeersbesluit plaatsen bebording op afrit 26 (Enschede-West) van de Rijksweg A35 ter hoogte van km 66.6a (HRR) in Enschede

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Oost-Nederland

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Begripsbepaling

In deze beschikking wordt verstaan onder:

“de hoofdingenieur-directeur”, de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Oost-Nederland (adres: Eusebiusbuitensingel 66 ARNHEM, Postbus 25,

6200 MA MAASTRICHT);

“het hoofd van de afdeling vergunningverlening”, het hoofd van de afdeling vergunningverlening van Rijkswaterstaat Oost-Nederland (adres: Eusebiusbuitensingel 66 ARNHEM, Postbus 25, 6200 MA MAASTRICHT);

Juridisch kader

De Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).

Doelstelling WVW 1994

De doelstelling van de WVW 1994 zoals aangegeven in artikel 2 lid 1 en lid 2 is;

primair:

  • -

    het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • -

    het beschermen van weggebruikers en de passagiers;

  • -

    het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • -

    het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

secundair:

- het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade, alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer en;

- het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Vereiste van besluit

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

Op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de WVW 1994 ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen.

Belangenafweging en motivering

Tussen Groenlo en Enschede wordt de nieuwe N18 gerealiseerd, een autoweg met ongelijkvloerse kruisingen en aansluitingen in Groenlo, Eibergen, Neede en Haaksbergen. Doel van deze nieuwe N18 is het verbreden van de verkeersveiligheid en leefbaarheid rondom de kernen van de bestaande N18. De werkzaamheden voor de nieuwe N18 betreffen de aanleg van een nieuwe weg in het vrije veld, inclusief bijbehorende aansluitingen en viaducten.

Ten behoeve van de realisatie van de “nieuwe N18” wordt op de Brouwerslaan een in- en uitrit voor werkverkeer gerealiseerd. Om de veiligheid rondom deze in- en uitrit te borgen wordt op afrit 26 (Enschede-West) van de Rijksweg A35 ter hoogte van km 66.6a (HRR) een snelheidsbeperking geplaatst. Daarvoor is het noodzakelijk om over te gaan tot het plaatsen van bebording (A1, maximumsnelheid).

Overeenkomstig artikel 24, onder a, van het BABW is omtrent het verkeersbesluit overleg gepleegd met de korpschef van de politie-eenheid Oost-Nederland, district Twente. Hij bracht hierover een positief advies uit.

Gevolgde procedure

De bekendmaking van dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant.

BESLUIT

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik, door het plaatsen van bebording (A1, maximumsnelheid) op afrit 26 (Enschede-West) van de Rijksweg A35 ter hoogte van km 66.6a (HRR) in Enschede, de verkeersmaatregelen te nemen.

 

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

namens deze,

hoofd afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat Oost-Nederland,

C. Jol

MEDEDELINGEN

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag, waarop dit besluit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift worden ingediend.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Milieu en worden gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Postbus 25, 6200 MA  Maastricht.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende bevatten:

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    een omschrijving van het besluit, waartegen het bezwaar is gericht en

  • 4.

    de gronden van het bezwaar.

    Indien het bezwaarschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.

     

    Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen.

    Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de Rechtbank binnen het rechtsgebied, waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

    Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • 1.

    de naam en het adres van de verzoeker;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    de gronden van het verzoek (motivering). 

    Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.

     

    Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

     

    Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken Rechtbank wijst de verzoeker na indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Naar boven