Rijksweg A1; verkeersbesluit

Logo Rijkswaterstaat - Dienst Noord-Holland

 

De Minister van Infrastructuur en Milieu

Overwegingen ten aanzien van het besluit

 

Vereiste van besluit:

Op grond van artikel 15, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens.

Aangezien het hier weggedeelten betreft, die onder beheer zijn van het Rijk, ben ik, op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet, daartoe bevoegd.

Belangenafweging en motivering

De gemeente Laren heeft bij Rijkswaterstaat West Nederland Noord aandacht gevraagd voor het kruispunt, gelegen onderaan de afrit “Witte Bergen” vanwege het aantal onveilige situaties.

Probleemanalyse:

CROW-publicatie 164C “Handboek Wegontwerp” zegt het volgende over onveilige situaties als hierna beschreven. Uitsluitend om redenen van verkeersveiligheid is het over het algemeen beter het fietspad niet in de voorrang op te nemen. Dit geldt met name voor fiets/bromfietspaden met (brom)fietsers in twee richtingen. Fietsers en bromfietsers uit de niet-verwachte richting worden te vaak over het hoofd gezien. Bovendien gaat de aandacht van het verkeer op de zijweg vooral uit naar het kruispunt met de hoofdweg.

Inrichting fietspad in voorrang

Het in de voorrang opnemen van parallelgelegen fietspaden is alleen acceptabel wanneer:

De zijweg een erftoegangsweg is (tenzij zeer hoge intensiteiten) en het fietspad in één richting wordt bereden.

Wanneer parallel lopende fietspaden aan de hoofdrijbaan in de voorrang liggen, worden deze paden door het verhoogde gedeelte van de verkeersdruppel geleid. De afstand tot de hoofdrijbaan bedraagt ca. 5,0 meter.  

I nrichting fietspad uit voorrang

Fietspaden welke niet in de voorrang zitten maar parallel grenzen aan de hoofdrijbaan, worden ter plaatste van het kruispunt uitgebogen en sluiten achter het verhoogde gedeelte van de verkeersdruppel aan op de zijweg.

 

Inrichting afrit rijksweg 1 (A1) “De Witte Bergen”

De  inrichting van de afrit rijksweg 1 (A1) HRR “De Witte Bergen” laat zien dat:

  • 1.

    Er sprake is van twee (te beschouwen als) GOW’s  (gebiedsontsluitingsweg) die elkaar kruisen.

  • 2.

    Het fietspad (brom)fietsverkeer in twee richtingen geleidt.

  • 3.

    Er sprake is van een uitbuiging van > 5,0 meter.

  • 4.

    (Brom)fietsverkeer in de voorrang zit.

 

Conclusie: de inrichting van het kruispunt komt niet overeen met de (verwachte) voorrangsregeling.

 

Bovendien valt op dat:

  • 1.

     Het zicht op het kruisende (brom)fietsverkeer vanaf rechts beperkt is vanwege de aanwezigheid van bosschage.

  • 2.

     De middengeleider enkel aan de kop is verhoogd waarbij het witte verf slecht zichtbaar is.

  • 3.

     De verkeersstromen (snel/snel en snel/langzaam) door het ontbreken van een verhoogd middenstuk aan de achterzijde van de geleider fysiek niet gescheiden zijn.

  • 4.

     Bebording (deels) verouderd is en qua afstanden niet overal conform het onderbord geplaatst is.

 

Verbetermaatregelen t.b.v. de verkeersveiligheid

Vanuit oogpunt van uniformiteit en voorspelbaarheid zijn RWS WNN en de gemeente Laren overgekomen om de volgende maatregelen te treffen:

1. (brom)fietsverkeer conform richtlijn uit de voorrang te halen. Voor de

betreffende situatie betekent dit een nieuwe inrichting van de locatie waarbij

het in ieder geval gaat om (conform CROW publicatie 164C):

a een aanpassing van de bestaande markering en bebording;

b het aanpassen van de middengeleider/vluchtheuvel;

c het aanpassen van de afwatering ter hoogte van middengeleider/vluchtheuvel.

 

Omwille van de uniformiteit wordt niet alleen het voorrangsregime onderaan de afrit van rijksweg 1 (A1) HRR ‘Witte Bergen” gewijzigd, maar ook bij de toerit rijksweg 1 (A1) HRL “Witte Bergen”. In de bijlagen 1 en 2 is een ontwerpschets per kruispunt opgenomen waarin bovenstaande maatregelen zijn verwerkt.

 

De betrokken weggedeelten zijn in beheer bij het Rijk en de Provincie en zijn gelegen in de gemeente Laren

 

BESLUIT

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik om:

 

1.Kruispunt 1: afrit A/toerit B van rijksweg 1 ( A1)  HRR met fietspad Gooiergracht:

 

 

  • 1.

    Het verwijderen van verkeersteken B6 langs de afrit a van de A1 HRR “Witte Bergen” conform tekening BE4999-138-100/2016-002 (2x);

  • 2.

    Het plaatsen van verkeersteken B6 langs het fietspad Gooiergracht t.h.v. het kruisingsvlak conform tekening BE4999-138-100/2016-002;

  • 3.

    Het verwijderen van haaientanden en blokmarkering op de afrit a en de toerit b van de rijksweg 1 (A1) HRR “Witte Bergen” conform tekening BE4999-138-100/2016-002;

  • 4.

    Het aanbrengen van haaientanden op het fietspad Gooiergracht t.h.v. het kruisingsvlak conform tekening BE4999-138-100/2016-002.

 

2.Kruispunt 2: afrit C/toerit D van rijksweg 1 (A1)  HRL met fietspad Gooiergracht:

  • 1.

    Het plaatsen van verkeersteken B6 langs het fietspad Gooiergracht t.h.v. het kruisingsvlak conform tekening BE4999-138-100/2016-001;

  • 2.

    Het verwijderen van haaientanden en blokmarkering op de afrit c en de toerit d van rijksweg 1 (A1) HRL “Witte Bergen” conform tekening BE4999-138-100/2016-001,

  • 3.

    Het aanbrengen van haaientanden op het fietspad Gooiergracht t.h.v. het kruisingsvlak conform tekening BE4999-138-100/2016-001.

 

 

  

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze,

hoofd afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

 

mevrouw M. Nauta

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag, waarop dit besluit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Milieu en worden gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende bevatten:

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    een omschrijving van het besluit, waartegen het bezwaar is gericht; en

  • 4.

    de gronden van het bezwaar (motivering).

 

Voorlopige voorziening

Gelijktijdig met of na indiening van het bezwaarschrift kan, bij een spoedeisend belang, een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

 

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 1.

    de dagtekening;

  • 2.

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht onder vermelding van datum en kenmerk van de beschikking;

  • 3.

    de gronden van het bezwaar (motivering).

 

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een kopie van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.

 

Griffierecht

In verband met het verzoek om voorlo­pige voorzie­ning wordt griffierecht geheven.

 

Naar boven