VERKEERSBESLUIT – voetgangersoversteekplaats, voorrang – krsp. Kethelweg-Burgemeester Heusdenslaan – Vlaardingen

Logo Vlaardingen

1324550

Namens burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

vastgesteld hebbend, dat de bestuurlijke bevoegdheid hiertoe op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 bij hem ligt, omdat dit verkeersbesluit betrekking heeft op een weg of gedeelte daarvan, zoals genoemd in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet, die onder het beheer van noch het Rijk, noch de provincie, noch het waterschap valt en is gelegen in de gemeente Vlaardingen;

gezien het Mandaatbesluit Ambtenaren 2016 en het Ondermandaatbesluit Ambtenaren 2017;

gelezen het advies van de politie d.d. 02-03-2015 die met dit besluit instemt en waarmee tevens is voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

overwegende dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit moet worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

overwegende dat op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit moet worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, alsmede op de bepalingen ter zake van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Aanleiding en bestaande situatie

  • dat de Burg. Heusdenslaan is aangewezen als gebiedsontsluitingsweg waarbij een maximale toegestane snelheid van 50 km per uur geldt;

  • dat de Burg. Heusdenslaan een belangrijke functie heeft voor het doorgaande verkeer;

  • dat de Kethelweg is aangewezen als verblijfsgebied waarbij een maximale snelheid van 30 km per uur geldt;

  • dat er in de directe nabijheid van het kruispunt Kethelweg-Burg. Heusdenslaan sportverenigingen zijn gelegen;

  • dat er aan beide zijden van de Burg. Heusdenslaan vrij liggende (brom)fietspaden aanwezig zijn;

  • dat het (brom)fietspad aan de zuidzijde van de Burg. Heusdenslaan tussen de Kethelweg en de Van Linden van den Heuvellsingel is aangewezen als twee richtingen pad;

  • dat er aan de zuidzijde van de Hargalaan in Schiedam, direct ten oosten van de Kethelweg, onlangs een twee richtingen (brom)fietspad is gerealiseerd;

  • dat het (brom)fietspad aan de noordzijde van de Burg. Heusdenslaan tussen de Kethelweg en de Lepelaarsingel wordt verwijderd;

  • dat er aan de zuidelijke zijde van de Burg. Heusdenslaan en Hargalaan voetpaden zijn gelegen;

  • dat ter hoogte van de aansluiting van de Kethelweg op de Burg. Heusdenslaan veelvuldig de Kethelweg wordt overgestoken.

Verkeerskundige aspecten

Overwegende dat:

  • dat het gewenst is om de (brom)fietsoversteek aan de zuidzijde van de Burg. Heusdenslaan ter hoogte van de Kethelweg te verbreden en voor langzaam verkeer in twee richtingen open te stellen;

  • dat (brom)fietsers ter plaatse van de oversteek over de Kethelweg, nabij de Burg. Heusdenslaan, voorrang hebben op het gemotoriseerde verkeer;

  • dat het (brom)fietspad aan de oostzijde van de Kethelweg, nabij de aansluiting op de Burg. Heusdenslaan, aansluit op het (brom)fietspad gelegen aan de zuidzijde van achtereenvolgens de Burg. Heusdenslaan en de Hargalaan;

  • dat het vanuit verkeersveiligheidsoogpunt gewenst is om op de bovengenoemde locatie de voorrang te regelen zodanig dat het verkeer op het (brom)fietspad ten oosten van de Kethelweg voorrang dient te verlenen;

  • dat een voetgangersoversteekplaats op de Kethelweg tussen de voetpaden aan de zuidelijke zijde van de Burg. Heusdenslaan en de Hargalaan ontbreekt;

  • dat het derhalve gewenst is om een veilige oversteekvoorziening voor voetgangers te realiseren op de Kethelweg door middel van het aanbrengen van een voetgangersoversteekplaats;

  • dat voetgangers ter plaatse van de bovengenoemde voetgangersoversteekplaats in twee fasen de rijbaan van de Kethelweg kunnen oversteken.

Uit het oogpunt van:

  • dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

Is het gewenst om:

de verkeersveiligheid te verhogen, de weggebruikers en passagiers te beschermen en de vrijheid van het verkeer te waarborgen door middel van het nemen van de voorgestelde verkeersmaatregelen.

Belangenafweging

  • bij de afweging van de belangen gaat het om de verkeerskundige aspecten, in dit geval de verkeersveiligheid en het beschermen van de weggebruikers; zoals geformuleerd in artikel 2, eerste lid sub a en b, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • er zijn geen individuele belangen in het geding die de positie van een of meer personen kunnen aantasten;

  • er zijn dan ook geen aanwijzingen dat er sprake is of kan zijn van belangen die strijdig zijn met de gewenste verkeersmaatregelen;

  • daarom kan bij het nemen van het besluit evenmin sprake zijn van onevenredige nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Zorgvuldigheid

  • dat bij de voorbereiding van dit besluit dan ook gehandeld is overeenkomstig de zorgvuldigheid die op grond van artikel 3:1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van besluiten als deze moet worden betracht;

  • dat met de vaststelling van dit besluit dan ook geen sprake is van een besluit met onevenredige nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLUIT

  • 1.

    door het aanbrengen van markering als bedoeld in Hoofdstuk IV, paragraaf 2, onderdeel 9 van de uitvoeringsvoorschriften van het BABW en het plaatsen van borden model L2 van bijlage 1 van het RVV 1990 een voetgangersoversteekplaats aan te brengen op de Kethelweg, direct ten zuiden van de aansluiting op de Burgemeester Heusdenslaan;

  • 2.

    tot het regelen van de voorrang tussen het (brom)fietspad gelegen aan de oostzijde van de Kethelweg nabij de aansluiting met de Burg. Heusdenslaan en het (brom)fietspad gelegen aan de zuidzijde van de Burg. Heusdenslaan door middel van het plaatsen van de verkeersborden B4, B5 en B6 volgens bijlage I van het RVV 1990 en het aanbrengen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 en paragraaf 2, punt 7 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW;

  • 3.

    de verkeersborden te plaatsen en de markering aan te brengen zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening d.d. 18-11-2015;

  • 4.

    te bepalen dat dit verkeersbesluit in werking treedt op de dag van bekendmaking in de Staatscourant.

Vlaardingen,

Namens deze,

N.A. Krijnen

Teammanager Openbare Ruimte

MEDEDELINGEN

Bezwaar- of beroepsclausule

Belanghebbenden kunnen ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht tegen dit besluit binnen zes weken na bekendmaking daarvan, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen, onder vermelding van “bezwaarschrift verkeersbesluit”, Postbus 1002, 3130 EB Vlaardingen.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste bevatten:

a. naam en adres van belanghebbende;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

d. de gronden van het bezwaar;

e. een volmacht, indien het bezwaarschrift niet door de belanghebbende maar door een ander, namens hem, wordt ingediend.

Het maken van bezwaar schorst niet de werking van dit besluit (zie artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht).

De indiener van een bezwaarschrift kan ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, als onverwijlde spoed dat – gelet op de betrokken belangen – vereist, eveneens een voorlopige voorziening (waaronder schorsing) vragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam.

Afschriften

Afschriften van dit verkeersbesluit zijn verzonden aan:

  • 1.

    de politie

 

Naar boven