Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 11 mei 2017, nr. IENM/BSK-2017/117058 tot wijziging van de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK en de Regeling voertuigen ter implementatie van richtlijn 2014/45/EU

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG (PbEU 2014, L 127) en de artikelen 83, vierde lid, 84, eerste lid, en 85a, vierde en vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8, eerste lid, wordt ‘verwarming’ vervangen door: een vlakke vloer en verwarming.

B

Artikel 12, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:

1. Er worden twee subonderdelen toegevoegd, luidende:

  • 3°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden;

  • 4°. Een apparaat om LPG-, CNG- of LNG-lekkages op te sporen;.

2. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 5°. Een inrichting om de wielophanging te controleren zonder de as op te tillen (spelingsdetector);.

C

Aan artikel 13 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 9. Een spelingsdetector is uitgerust met twee elektrisch bediende platen, die in tegenovergestelde richting kunnen bewegen, zowel in de lengte- als in de dwarsrichting, waarvan:

    • 1°. de beweging door de bediener vanuit de controlepositie kan worden beheerst,

    • 2°. de bewegingsruimte in de lengte- en in de dwarsrichting ten minste 95 mm is,

    • 3°. bewegingssnelheid in de lengte- en in de dwarsrichting 5 tot 15 cm/s bedraagt.

D

In het opschrift van hoofdstuk 7, paragraaf 1, wordt ‘algemeen’ vervangen door: Algemeen.

E

Bijlage 1 komt te luiden:

BIJLAGE 1

Reparatieadviespunten

 

Adviespunt

Wijze van keuren

1.

De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem, gordelspansysteem of gordelkrachtbegrenzing-systeem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het airbagsysteem, gordelspansysteem of gordelkrachtbegrenzingsysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

2.

De waarschuwingsinrichting van het stabilisatiecontrolesysteem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het stabilisatiecontrolesysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

3.

De waarschuwingsinrichting van het controlesysteem voor de bandenspanning van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het controlesysteem voor de bandenspanning niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

4.

De waarschuwingsinrichting van de elektronische stuurbekrachtiging van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat de elektronische stuurbekrachtiging niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

5.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het antiblokkeersysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

6.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van motorvoertuigen, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het elektronisch remsysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. Indien het een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

7.

De waarschuwingsinrichting van het eCall-boordsysteem van, personen- en bedrijfsauto’s met een maximummassa van niet meer dan 3.500 kg in gebruik genomen voor 1 januari 2018, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het eCall-boordsysteem niet goed functioneert, wordt dit vermeld op het keuringsrapport. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

8.

Onderdelen van motorvoertuigen en aanhangwagens, in gebruik genomen voor 1 januari 2018, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behalve water geen overmatige vloeistoflekkage vertonen.

Visuele controle, terwijl het voertuig, met uitzondering van een landbouw- of bosbouwtrekker, zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. In geval van overmatige vloeistoflekkage behalve water, wordt dit vermeld op het keuringsrapport.

ARTIKEL II

De Regeling voertuigen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, tweede lid, worden in de alfabetische opsomming ingevoegd:

LNG-installatie:

installatie, bestaande uit een geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Liquefied Natural Gas (LNG);

waterstofinstallatie:

installatie, bestaande uit een geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van waterstof;

B

Artikel 5.2.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, aanhef, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘LPG tank’ vervangen door: LPG-tank.

2. In het derde lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Visuele controle.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4.

De LPG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

Leden 4 en 5: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

4. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, vervalt: De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5. In het zevende lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

C

Artikel 5.2.10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-installatie’ vervangen door: CNG- of LNG-installatie.

2. In het tweede en derde lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

3. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

4.

De CNG- of LNG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2002, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

4. In het vijfde lid (nieuw), in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank,’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

5. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

6.

Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte.

Leden 6 tot en met 10: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

6. Het zesde lid (oud) vervalt.

7. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

8. Het tiende lid komt te luiden:

10.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

D

Na artikel 5.2.10a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.2.10b

 

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien de personenauto is voorzien van een waterstofinstallatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.2.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De waterstoftank mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De waterstoftank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De waterstoftank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2014, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5.

De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een waterstoftank mag niet verstreken zijn.

Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

6.

De onderdelen van de waterstofinstallatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 6 tot en met 9: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

7.

De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.

 

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

 

9.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

10.

Personenauto’s voorzien van een waterstofinstallatie moeten zowel in de motorruimte als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

Visuele controle.

E

Artikel 5.2.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het achtste lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Leden 8, 9 en 10: visuele controle.

2. Onder vernummering van het negende tot elfde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

9.

Indien bij personenauto’s met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking de deeltjesmassa is gemeten in g/km en de hiervoor in het kentekenregister vermelde waarde is kleiner dan of gelijk aan 0,005 g/km, moet het roetfilter aanwezig en niet duidelijk defect zijn.

 

10.

Indien bij personenauto’s met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking de deeltjesmassa is gemeten in g/kWh en de in het kentekenregister vermelde milieuclassificatie is gelijk aan of groter dan Euro 6 of Euro VI, moet het roetfilter aanwezig en niet duidelijk defect zijn.

 

F

Na artikel 5.2.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.2.11a

Eisen

Wijze van keuren

Onderdelen van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behoudens van water geen overmatige lekkage van vloeistof vertonen.

Visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

G

Artikel 5.2.26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De waarschuwingsinrichting van het stabiliteitscontrolesysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

H

Artikel 5.2.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

10.

De waarschuwingsinrichting van het controlesysteem voor de bandenspanning van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

I

Artikel 5.2.29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

12.

De waarschuwingsinrichting van de elektronische stuurbekrachtiging van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

J

Artikel 5.2.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het elfde lid komt te luiden:

11.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 11 en 12: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

12.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

K

Artikel 5.2.32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De vulopening van de reservoirs, bedoeld in het eerste lid, moet zijn afgesloten met een passende dop.

Visuele controle.

L

Artikel 5.2.39 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

2.

De remvertraging van de parkeerrem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, ten minste 1,6 m/s2 bedragen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing. De parkeerrem moet ook in achterwaartse richting functioneren.

Leden 2 en 3: in geval van een elektrisch bediende parkeerrem, waarbij de remvertraging niet bepaald kan worden op een remtestinrichting, wordt hieraan geacht te zijn voldaan, indien de parkeerrem wordt bediend en de wielen blokkeren terwijl deze zich vrij van de grond of van de hefinrichting bevinden.

2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

3.

De remvertraging van de parkeerrem van personenauto’s in gebruik genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 2018, moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, ten minste 1,2 m/s2 bedragen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing. De parkeerrem moet ook in achterwaartse richting functioneren.

 

3. In het vierde lid (nieuw), eerste volzin, in de kolom ‘Eisen’, vervalt de komma na ‘personenauto’s’ en wordt na ‘weg’ ingevoegd: , uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h,.

M

Aan artikel 5.2.47 worden twee leden toegevoegd, luidende:

7.

De waarschuwingsinrichting van het gordelspansysteem en gordelkrachtbegrenzingssysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 7 en 8: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

8.

De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

N

Artikel 5.2.56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid komt de kolom ‘Eisen’ te luiden:

De dimlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 113 en 114, van toepassing is.

2. In het tweede lid, in de kolom ‘Eisen’, vervalt: onder bijzonderheden.

O

Na artikel 5.2.59a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.2.59b

Eisen

Wijze van keuren

De mistvoorlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 114a en 114b, van toepassing is.

P

Artikel 5.3.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, aanhef, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘LPG tank’ vervangen door: LPG-tank.

2. In het derde lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Visuele controle.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4.

De LPG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

Leden 4 en 5: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

4. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, vervalt: De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5. In het zevende lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

Q

Artikel 5.3.10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-installatie’ vervangen door: CNG- of LNG-installatie.

2. In het tweede en derde lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

3. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

4.

De CNG- of LNG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2002, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

4. In het vijfde lid (nieuw), in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank,’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

5. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

6.

Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte.

Leden 6 tot en met 10: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

6. Het zesde lid (oud) vervalt.

7. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

8. Het tiende lid komt te luiden:

10.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

R

Na artikel 5.3.10a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.3.10b

 

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien de bedrijfsauto is voorzien van een waterstofinstallatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.3.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De waterstoftank mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De waterstoftank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De waterstoftank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2014, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5.

De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een waterstoftank mag niet verstreken zijn.

Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

6.

De onderdelen van de waterstofinstallatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 6 tot en met 9: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

7.

De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.

 

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

 

9.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

10.

Bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg voorzien van een waterstofinstallatie, moeten zowel in de motorruimte als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

Leden 10 en 11: visuele controle.

11.

Bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg voorzien van een waterstofinstallatie, moeten zowel aan de voor- en achterzijde als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

 

S

Artikel 5.3.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het achtste lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Leden 8, 9 en 10: visuele controle.

2. Onder vernummering van het negende tot elfde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

9.

Indien bij bedrijfsauto’s met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking de deeltjesmassa is gemeten in g/km en de hiervoor in het kentekenregister vermelde waarde is kleiner dan of gelijk aan 0,005 g/km, moet het roetfilter aanwezig en niet duidelijk defect zijn.

 

10.

Indien bij bedrijfsauto’s met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking de deeltjesmassa is gemeten in g/kWh en de in het kentekenregister vermelde milieuclassificatie is gelijk aan of groter dan Euro 6 of Euro VI, moet het roetfilter aanwezig en niet duidelijk defect zijn.

 

T

Na artikel 5.3.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.3.11a

Eisen

Wijze van keuren

Onderdelen van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behoudens van water geen overmatige lekkage van vloeistof vertonen.

Visuele controle, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

U

Artikel 5.3.26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De waarschuwingsinrichting van het stabiliteitscontrolesysteem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

V

Artikel 5.3.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede en zesde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

11.

De waarschuwingsinrichting van het controlesysteem voor de bandenspanning van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

W

Artikel 5.3.29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

12.

De waarschuwingsinrichting van de elektronische stuurbekrachtiging van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

X

Artikel 5.3.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het veertiende lid komt te luiden:

14.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 14 en 15: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

15.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

Y

Artikel 5.3.32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De vulopening van de reservoirs, bedoeld in het eerste lid, moet zijn afgesloten met een passende dop.

Visuele controle.

Z

Artikel 5.3.39 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

2.

De remvertraging van de parkeerrem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, ten minste 1,6 m/s2 bedragen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing. De parkeerrem moet ook in achterwaartse richting functioneren.

Leden 2 en 3: in geval van een elektrisch bediende parkeerrem, waarbij de remvertraging niet bepaald kan worden op een remtestinrichting, wordt hieraan geacht te zijn voldaan, indien de parkeerrem wordt bediend en de wielen blokkeren terwijl deze zich vrij van de grond of van de hefinrichting bevinden.

2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

3.

De remvertraging van de parkeerrem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 2018, moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, ten minste 1,2 m/s2 bedragen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing. De parkeerrem moet ook in achterwaartse richting functioneren.

 

3. In het vierde lid (nieuw), eerste volzin, in de kolom ‘Eisen’, vervalt de komma na ‘bedrijfsauto’s’ en wordt na ‘weg’ ingevoegd: , uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h,.

AA

Aan artikel 5.3.47 worden twee leden toegevoegd, luidende:

5.

De waarschuwingsinrichting van het gordelspansysteem en gordelkrachtbegrenzingssysteem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 5 en 6: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

6.

De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem van bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

BB

Artikel 5.3.56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid komt de kolom ‘Eisen’ te luiden:

De dimlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 113 en 114, van toepassing is.

2. In het tweede lid, in de kolom ‘Eisen’, vervalt: onder bijzonderheden.

CC

Na artikel 5.3.59a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.3.59b

Eisen

Wijze van keuren

De mistvoorlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 114a en 114b, van toepassing is.

DD

Artikel 5.3a.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, aanhef, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘LPG tank’ vervangen door: LPG-tank.

2. In het derde lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Visuele controle.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4.

De LPG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

Leden 4 en 5: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

4. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, vervalt: De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5. In het zevende lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

6. Het negende lid komt te luiden:

9.

De voorzijde, de achterzijde en minimaal één deur aan de rechterzijde van de bus die is voorzien van een LPG-installatie, zijn voorzien van een weerbestendige sticker met het volgende herkenningsteken:

Visuele controle.

EE

Artikel 5.3a.10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-installatie’ vervangen door: CNG- of LNG-installatie.

2. In het tweede en derde lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

3. In het derde lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Visuele controle.

4. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

4.

De CNG- of LNG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2002, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5. Het vijfde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

a. In de kolom ‘Eisen’ wordt ‘CNG-tank,’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

b. De kolom ‘Wijze van keuren’ komt te luiden:

Visuele controle.

6. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

6.

Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte.

Leden 6 tot en met 10: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

7. Het zesde lid (oud) vervalt.

8. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

9. Het tiende lid komt te luiden:

10.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

10. Het elfde lid wordt vervangen door twee leden, luidende:

11.

De voorzijde, de achterzijde en minimaal één deur aan de rechterzijde van de bus die is voorzien van een CNG-installatie, zijn voorzien van een weerbestendige sticker met het volgende herkenningsteken:

Leden 11 en 12: visuele controle.

12.

De voorzijde, de achterzijde en minimaal één deur aan de rechterzijde van de bus die is voorzien van een LNG-installatie, zijn voorzien van een weerbestendige sticker met het volgende herkenningsteken:

 

FF

Na artikel 5.3a.10a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.3a.10b

 

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien de bus is voorzien van een waterstofinstallatie, moet deze, onverminderd artikel 5.3a.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De waterstoftank mag geen deuken vertonen.

Visuele controle, zo nodig terwijl de bus zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

3.

De waterstoftank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

Visuele controle.

4.

De waterstoftank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2014, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

De wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

5.

De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een waterstoftank mag niet verstreken zijn.

Visuele controle.

6.

De onderdelen van de waterstofinstallatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 6 tot en met 9: de wijze van keuren bij het tweede lid is van toepassing.

7.

De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.

 

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

 

9.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

10.

De voorzijde, de achterzijde en minimaal één deur aan de rechterzijde van de bus die is voorzien van een waterstofinstallatie, zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

Visuele controle.

11.

Zolang de tankverbinding of het aansluitpunt verbonden is met het tankstation, moet het onmogelijk zijn het aandrijfsysteem te bedienen of de bus voort te bewegen.

Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

GG

Artikel 5.3a.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het achtste lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Leden 8 en 9: visuele controle.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

9.

Indien bij bussen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking de deeltjesmassa is gemeten in g/kWh en de in het kentekenregister vermelde milieuclassificatie is gelijk aan of groter dan Euro 6 of Euro VI, moet het roetfilter aanwezig en niet duidelijk defect zijn.

 

HH

Na artikel 5.3a.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.3a.11a

Eisen

Wijze van keuren

Onderdelen van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behoudens van water geen overmatige lekkage van vloeistof vertonen.

Visuele controle, terwijl de bus zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.

II

Artikel 5.3a.26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De waarschuwingsinrichting van het stabiliteitscontrolesysteem van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

JJ

Artikel 5.3a.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede en zesde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

11.

De waarschuwingsinrichting van het controlesysteem voor de bandenspanning van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

KK

Artikel 5.3a.29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

12.

De waarschuwingsinrichting van de elektronische stuurbekrachtiging van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

LL

Artikel 5.3a.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijftiende lid komt te luiden:

15.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 15 en 16: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

16.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

MM

Artikel 5.3a.32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De vulopening van de reservoirs, bedoeld in het eerste lid, moet zijn afgesloten met een passende dop.

Visuele controle.

NN

Artikel 5.3a.39 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

2.

De remvertraging van de parkeerrem van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, ten minste 1,6 m/s2 bedragen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing. De parkeerrem moet ook in achterwaartse richting functioneren.

Leden 2 en 3: in geval van een elektrisch bediende parkeerrem, waarbij de remvertraging niet bepaald kan worden op een remtestinrichting, wordt hieraan geacht te zijn voldaan, indien de parkeerrem wordt bediend en de wielen blokkeren terwijl deze zich vrij van de grond of van de hefinrichting bevinden.

2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

3.

De remvertraging van de parkeerrem van bussen in gebruik genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 2018, moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, ten minste 1,2 m/s2 bedragen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing. De parkeerrem moet ook in achterwaartse richting functioneren.

 

3. In het vierde lid (nieuw), eerste volzin, in de kolom ‘Eisen’, vervalt de komma na ‘bussen’ en wordt na ‘weg’ ingevoegd: , uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h,.

OO

Artikel 5.3a.41 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het zesde tot en met dertiende lid tot zevende tot en met veertiende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

6.

Trappen en treden moeten in zodanige staat verkeren dat deze een vrije in- en uitstap waarborgen.

Visuele controle.

2. In het tiende lid (nieuw), in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Leden 9 tot en met 11’ vervangen door: Leden 10 tot en met 12.

3. In het veertiende lid (nieuw), in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘twaalfde lid’ vervangen door: dertiende lid.

PP

Aan artikel 5.3a.47 wordt een drietal leden toegevoegd, luidende:

6.

De vloer, handvatten en handrails van bussen die beschikken over staanplaatsen, moeten deugdelijk zijn uitgevoerd.

Visuele controle.

7.

De waarschuwingsinrichting van het gordelspansysteem en gordelkrachtbegrenzingssysteem van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 7 en 8: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. Indien het een bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg betreft, wordt in geval van twijfel een rijproef uitgevoerd.

8.

De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem van bussen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

QQ

Artikel 5.3a.48 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde en zesde lid komt de kolom ‘Wijze van keuren’ te luiden:

Visuele controle.

2. Het vijfde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de kolom ‘Eisen’ wordt ‘mensen’ vervangen door: personen.

b. De kolom ‘Wijze van keuren’ komt te luiden:

Visuele controle, waarbij de intrekbare trede wordt uitgeschoven.

RR

Artikel 5.3a.56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid komt de kolom ‘Eisen’ te luiden:

De dimlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 113 en 114, van toepassing is.

2. In het tweede lid, in de kolom ‘Eisen’, vervalt: onder bijzonderheden.

SS

Na artikel 5.3a.59a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.3a.59b

Eisen

Wijze van keuren

De mistvoorlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 114a en 114b, van toepassing is.

TT

Artikel 5.5.10, vierde lid, komt te luiden:

4.

De LPG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 maart 1979, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

 

UU

Artikel 5.5.10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-installatie’ vervangen door: CNG- of LNG-installatie.

2. In het tweede lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Leden 2 en 3’ vervangen door: Leden 2 tot en met 4.

3. In het tweede en derde lid, in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

4. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

4.

De CNG- of LNG-tank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2002, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

 

5. In het vijfde lid (nieuw), in de kolom ‘Eisen’, wordt ‘CNG-tank,’ vervangen door: CNG- of LNG-tank.

6. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

6.

Op de CNG- of LNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de passagiers- of bagageruimte.

Leden 6 tot en met 10: visuele controle.

7. Het zesde lid (oud) vervalt.

8. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. De onderdelen van de CNG- of LNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

9. Het tiende lid komt te luiden:

10.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaast aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

VV

Na artikel 5.5.10a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.5.10b

 

Eisen

Wijze van keuren

1.

Indien het driewielige motorrijtuig is voorzien van een waterstofinstallatie, moet deze, onverminderd artikel 5.5.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.

2.

De waterstoftank mag geen deuken vertonen.

Leden 2 tot en met 4: visuele controle.

3.

De waterstoftank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.

 

4.

De waterstoftank moet, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2014, zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte behuizing die in de buitenlucht moet uitmonden, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.

 

5.

De vervaldatum van de goedkeuring, en indien van toepassing van de herkwalificatie, van een waterstoftank mag niet verstreken zijn.

Visuele controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

6.

De onderdelen van de waterstofinstallatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.

Leden 6 tot en met 10: visuele controle.

7.

De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.

 

8.

De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

 

9.

De vulaansluiting moet:

a. zijn geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig;

b. zijn voorzien van een stofkap, tenzij de vulaansluiting is beschermd tegen vuil en water.

 

10.

Driewielige motorrijtuigen voorzien van een waterstofinstallatie moeten zowel in de motorruimte als in de nabijheid van de tankverbinding of het aansluitpunt zijn voorzien van een weerbestendige sticker met één van de volgende herkenningstekens:

 

WW

Na artikel 5.5.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.5.11a

Eisen

Wijze van keuren

Onderdelen van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behoudens van water geen overmatige lekkage van vloeistof vertonen.

Visuele controle.

XX

Artikel 5.5.26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De waarschuwingsinrichting van het stabiliteitscontrolesysteem van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

YY

Artikel 5.5.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

10.

De waarschuwingsinrichting van het controlesysteem voor de bandenspanning van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

ZZ

Artikel 5.5.29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, in de kolom ‘Wijze van keuren’, wordt ‘Lid’ vervangen door: Leden.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

12.

De waarschuwingsinrichting van de elektronische stuurbekrachtiging van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

AAA

Artikel 5.5.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het twaalfde lid komt te luiden:

12.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 12 en 13: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

13.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

BBB

Artikel 5.5.32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2.

De vulopening van de reservoirs, bedoeld in het eerste lid, moet zijn afgesloten met een passende dop.

Visuele controle.

CCC

Aan artikel 5.5.47 worden twee leden toegevoegd, luidende:

6.

De waarschuwingsinrichting van het gordelspansysteem en gordelkrachtbegrenzingssysteem van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

Leden 6 en 7: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.

7.

De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem van driewielige motorrijtuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven.

 

DDD

Artikel 5.5.56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid komt de kolom ‘Eisen’ te luiden:

Het dimlicht of de dimlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 113 en 114, van toepassing is.

2. In het tweede lid, in de kolom ‘Eisen’, vervalt: onder bijzonderheden.

EEE

Na artikel 5.5.59a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.5.59b

Eisen

Wijze van keuren

Het mistvoorlicht of de mistvoorlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 114a en 114b, van toepassing is.

FFF

Na artikel 5.12.9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.12.11a

Eisen

Wijze van keuren

Onderdelen van aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 2017, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, mogen behoudens van water geen overmatige lekkage van vloeistof vertonen.

Visuele controle.

GGG

Artikel 5.12.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het negende lid komt te luiden:

9.

De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 2000, mag geen defect aangeven.

Leden 9 en 10: visuele en auditieve controle. Wanneer een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven door een controlemiddel aangesloten op de stekker van het systeem, dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel worden de wielen, bijvoorbeeld met een wielspinner, op snelheid gebracht.

2. Onder vernummering van het tiende en elfde lid tot elfde en twaalfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

10.

De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 2000, mag geen defect aangeven.

 

3. In het elfde lid (nieuw), in de kolom ‘Eisen’, vervalt de komma na ‘Aanhangwagens’.

HHH

In artikel 8.1.4, onderdeel c, wordt ‘eventueel het identificatienummer als bedoeld’ vervangen door: het identificatienummer, bedoeld.

III

Artikel 8.1.9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste tot en met vierde lid komen te luiden:

  • 1. De geldigheidsduur van een keuringscertificaat bedraagt:

    • a. 12 maanden voor de meetmiddelen, genoemd in artikel 8.1.3, eerste lid, onder a, b, c, f, h, i, j, en k;

    • b. 24 maanden voor de meetmiddelen, genoemd in artikel 8.1.3, eerste lid, onder d, e en g.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, kan bij de typegoedkeuring een kortere geldigheidsduur worden bepaald.

  • 3. De geldigheidsduur, bedoeld in het eerste lid, vangt aan met ingang van de datum van afgifte van het keuringscertificaat en eindigt op de vervaldatum, vermeld in het Register Meetmiddelen.

  • 4. Indien een keuringscertificaat wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, verstrijkt, vangt in afwijking van het derde lid de geldigheidsduur van het keuringscertificaat aan met ingang van dat tijdstip.

2. In het vijfde lid, aanhef, wordt na ‘geldigheid’ een komma ingevoegd.

JJJ

Artikel 8.4.110, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. de verstelbaarheid van het apparaat in verticale richting moet zodanig zijn dat de koplampen en mistlichten van het te controleren voertuig met het apparaat kunnen worden gecontroleerd;

KKK

Bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 44, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Van personenauto’s, bedrijfsauto’s en bussen voorzien van een verbrandingsmotor met compressieontsteking, mag de hoeveelheid roet, uitgedrukt in de absorptiecoëfficiënt (k-waarde) van de uitlaatgassen, de volgende waarden niet overschrijden:

    • a. 3,0 m-1 voor een motor met drukvulling, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1979 doch vóór 1 juli 2008;

    • b. 2,5 m-1 voor een motor met natuurlijke aanzuiging, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1979 doch vóór 1 juli 2008;

    • c. 1,5 m-1 voor een motor met drukvulling of natuurlijke aanzuiging, indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 juni 2008 doch vóór 1 januari 2018;

    • d. 0,7 m-1 voor een motor met drukvulling of natuurlijke aanzuiging, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2017.

    Wanneer in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt staat vermeld dan die bedoeld in de aanhef en onderdelen a tot en met d, mag deze hogere waarde worden aangehouden.

2. In titel 9 wordt na afdeling 1 een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 1A. MISTVOORLICHT

Artikel 114a

Het mistvoorlicht moet zodanig zijn afgesteld dat bij controle met een koplamptestapparaat dan wel een lichtscherm ten aanzien van het geprojecteerde beeld, na fixatie van dat apparaat of scherm, het geprojecteerde lichtste vlak voor zowel een beladen als onbeladen voertuig zich globaal niet bevindt boven de horizontale lijn die overeenkomt met het midden van het mistvoorlicht.

Artikel 114b

De stand van de lichtbundel van het mistvoorlicht wordt gecontroleerd met behulp van een koplamptestapparaat dat juist voor het voertuig moet zijn opgesteld en waarbij:

  • a. de voorwielen van het voertuig in de stand van rechtuitrijden staan;

  • b. de handrem van het voertuig los staat; en

  • c. het voertuig en het koplamptestapparaat op een vlakke en horizontale ondergrond zijn geplaatst.

ARTIKEL III

De Regeling gelijkwaardige keuringen wordt ingetrokken.

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 20 mei 2018, met uitzondering van:

  • a. artikel I, onderdelen B, onder 2, en C, dat in werking treedt met ingang van 20 mei 2023;

  • b. artikel III dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling strekt tot implementatie van richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG (PbEU 2014, L 127) (hierna: richtlijn 2014/45/EU).

Richtlijn 2014/45/EU noodzaakt tot wijziging van de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK en de Regeling voertuigen. Die wijzigingen zijn opgenomen in deze regeling.

Deze regeling leidt tot een beperkte stijging van de administratieve lasten. Dit is het gevolg van de nieuwe keuringseis ten aanzien van de afstelling van de mistvoorlichten bij voertuigen die zijn voorzien van werkende mistvoorlichten.

De extra tijd die is gemoeid met de beoordeling van de afstelling wordt geschat op 1 minuut. Het aantal voertuigen met werkende mistvoorlichten wordt geschat op 10 procent van het totaal aantal (7.000.000) keuringsplichtige voertuigen.

Dit leidt tot: 1/60 uur * 700.000 * € 40 = € 466.640 (of: 11.666 uur).

Richtlijn 2014/45/EU is geïmplementeerd in de WVW 1994, het Besluit voertuigen, de Regeling voertuigen, de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK en de Regeling modellen keuringsrapport 2016.

In de hieronder opgenomen tabel is voor de bepalingen van richtlijn 2014/45/EU vermeld hoe die in de Nederlandse regelgeving zijn geïmplementeerd.

Artikel richtlijn 2014/45/EU

Nationale bepaling

Toelichting

1

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

2

   

Lid 1

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

Lid 2

Artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, 37, eerste lid, 72, eerste lid, WVW 1994,

artikel 4 BV,

artikel 1, eerste lid, Besluit van 15 december 1994, houdende uitvoering van artikel 4, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 inzake verkeersvoorschriften voor het militaire verkeer in gewone omstandigheden (Stb.1994, 967)

Op grond van de WVW 1994 zijn kentekenplichtige voertuigen APK-plichtig.

Defensievoertuigen, landbouw- en bosbouwtrekkers, voertuigen onder diplomatieke immuniteit, en bijzondere voertuigen die uitsluitend met ontheffing op de weg mogen, zijn niet kentekenplichtig en dus niet APK-plichtig.

Voertuigen van de categorieën L3e, L4e zijn in het Besluit voertuigen uitgezonderd van de APK-plicht. Dat geldt ook voor voertuigen in de categorieën L5e en L7e met een ledige massa van niet meer dan 400 kg.

Lid 3

N.v.t

Optionele bepaling waar geen gebruik van is gemaakt.

3

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

4

   

Lid 1

Artikel 72, eerste lid, WVW 1994 en 16, eerste en tweede lid, BV

 

Lid 2

Artikelen 75 en 78 WVW 1994

 

Lid 3

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

Lid 4

Artikel 72, derde lid, WVW 1994

 

5

   

Lid 1, onderdeel a

Artikelen 8 en 16, tweede lid, BV

 

Lid 1, onderdeel b

Artikelen 5, 6, 7 en 16, eerste lid, BV

 

Lid 1, onderdeel c

Artikelen 5, en 16, eerste lid, BV

 

Lid 2

Artikel 16, eerste lid, BV

Nederland kiest er voor voertuigen in de categorieën L3e, L4e, en de categorieën L5e en L7e met een ledige massa van niet meer dan 400 kg overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van richtlijn 2014/45/EU te blijven uitzonderen van de APK-plicht

Lid 3

Behoeft geen implementatie

Nederland kiest voor het hanteren van de intervallen uit de richtlijn.

Lid 4

   

Eerste streepje

Artikel 105 WVW 1994 en hoofdstuk 7 RV

 

Tweede streepje

Artikel 98 WVW 1994 en artikel 6.1 RV

 

Derde streepje

Optionele bepaling

NL kiest er vanwege de hiermee gemoeide lasten voor burgers en bedrijven voor deze mogelijkheid niet toe te passen.

Vierde streepje

Optionele bepaling

NL kiest er vanwege de hiermee gemoeide lasten voor burgers en bedrijven voor deze mogelijkheid niet toe te passen.

Vijfde streepje

Artikelen 48, zevende lid, en 105 WVW 1994

 

6

   

Lid 1

Artikel 75 WVW 1994 en Hoofdstuk 5 RV

 

Lid 2

Artikel 75 WVW 1994 en Hoofdstuk 5 RV

 

Lid 3

Artikel 75 WVW 1994 en Hoofdstuk 5 RV

 

7

   

Lid 1

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot de lidstaten

 

Lid 2

Beleidsregel RDW

 

Lid 3

Beleidsregel RDW

 

8

   

Lid 1

Artikelen 72, tweede lid, WVW 1994 en artikel 1 Rmkr2017

 

Lid 2

Artikel 29 RekAPK

 

Lid 3

Artikel 4 Rmkr2017

 

Lid 4

Artikel 81, eerste lid, WVW 1994 en artikel 16, eerste lid, BV

 

Lid 5

Artikelen 29 en 30 RekAPK

 

Lid 6

Artikelen 70m en 176, eerste lid, WVW 1994 en artikelen 8, vijfde lid, en 27, vierde lid, RekAPK

 

Lid 7

Artikelen 79 WVW 1994 en 30 RekAPK

 

9

   

Lid 1

Artikel 75 WVW 1994 en hoofdstuk 5 RV

 

Lid 2

Artikel 75 WVW 1994 en hoofdstuk 5 RV

 

Lid 3

Artikel 75 WVW 1994 en hoofdstuk 5 RV

 

10

   

Lid 1

Artikelen 75, eerste lid, WVW 1994 en 29 RekAPK

 

Lid 2

Behoeft geen implementatie

In Nederland zijn niet-kentekenplichtige voertuigen niet APK-plichtig. Deze situatie doet zich dus niet voor.

Lid 3

Behoeft geen implementatie

Buitenlandse voertuigen worden niet gecontroleerd op APK.

11

   

Lid 1

Artikelen 11, 12, 13 en 14 RekAPK

 

Lid 2

Artikel 84 WVW 1994 en artikel 14 RekAPK

 

Lid 3

Artikel 84 WVW 1994 en artikelen 13 en 14 RekAPK

 

12

   

Lid 1

Artikel 84, eerste lid, WVW 1994

 

Lid 2

Artikel 84, eerste lid, WVW 1994 en hoofdstukken 3, 4, 6, RekAPK

 

13

   

Lid 1

Artikel 85a, eerste en derde lid, WVW 1994 en artikel 20 RekAPK

 

Lid 2

Artikel 85a, derde lid, WVW 1994 en artikel 21 RekAPK

 

Lid 3

Artikel 20 RekAPK

 

Lid 4

Artikelen 85a, en 87a, tweede lid, WVW 1994

 

Lid 5

Artikelen 29, eerste lid, en 30, zevende lid, RekAPK

 

Lid 6

Artikelen 86, 90, zesde lid, en 91, zesde lid, WVW 1994

 

14

   

Lid 1

Artikel 86, vijfde lid, WVW 1994

 

Lid 2

Hoofdstuk 7 RekAPK

 

Lid 3

Behoeft geen implementatie

Dit is in Nederland al het geval.

Lid 4

Behoeft geen implementatie

Nederland stelt deze eis niet.

15

   

Lid 1

Artikel 2 RtDW

 

Lid 2

Behoeft geen implementatie in wetgeving

 

16

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

17

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

18

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

19

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

20

Behoeft geen implementatie/niet gericht tot lidstaten

 

21

Artikelen 87, tweede, derde en vierde lid, 87a, tweede en derde lid, 176, eerste lid, en 177, eerste lid, WVW 1994

 

22

   

Lid 1

Artikel 84, eerste lid, WVW 1994, hoofdstuk 3 RekAPK en hoofdstuk 8 RV

 

Lid 2

Artikel 84, eerste lid, WVW 1994 en hoofdstuk 7 RekAPK

 

23

Artikel IV van deze regeling

 

WVW 1994 = Wegenverkeerswet 1994

BV = Besluit voertuigen

RV = Regeling voertuigen

RekAPK = Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK

RtDW= Regeling taken Dienst Wegverkeer

Rmkr2017 = Regeling modellen keuringsrapport 2017

Artikelen

Artikel I

onderdeel A

Richtlijn 2014/45/EU verplicht tot het in de keuringsruimte aanwezig hebben van een spelingsdetector. In de REKAPK was die verplichting nog niet opgenomen, de wijziging van artikel 11, onderdeel g, van de REKAPK voorziet hier in.

onderdeel B

Dit betreft een redactionele verbetering.

Artikel II

De wijzigingen van de Regeling voertuigen vloeien alle voort uit richtlijn 2014/45/EU.

Artikel III

Artikel 3 van bijlage 4 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen bepaalt dat voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen jaarlijks door de RDW moeten worden gekeurd. Datzelfde artikel schrijft voor dat de voertuigen blijkens die keuring moeten voldoen aan de Regeling voertuigen.

Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 73, eerste lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 voor wat betreft aan de APK gelijkwaardige keuringen.

De Regeling gelijkwaardige keuringen, die overigens verouderde verwijzingen bevatte, beoogde hetzelfde resultaat te bereiken. Omdat dat resultaat al bereikt is met de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen diende de Regeling gelijkwaardige keuringen geen doel meer en kon die worden ingetrokken.

Artikel IV

Artikel 23, eerste lid, van richtlijn 2014/45/EU bepaalt dat de regelgeving ter implementatie van die richtlijn uiterlijk op 20 mei 2017 gepubliceerd moet zijn en op 20 mei 2018 in werking moet treden. Deze regeling voldoet aan die voorwaarden en om die reden is afgeweken van het stelsel van vaste verandermomenten (uitzondering ‘implementatie van bindende EU-rechtshandelingen’). Aan de invoeringstermijnen is ruimschoots voldaan.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven