Regeling van de Ministers van Infrastructuur en Milieu, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 juni 2017, nr. IENM/BSK-2016/229044, tot wijziging van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen, de Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen, de Regeling detectie radioactief besmet schroot, de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid, de Regeling nucleaire drukapparatuur, de Regeling stralingsbescherming werknemers 2014, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ in verband met de Wet tot wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (Stb. 2016, 180)

De Ministers van Infrastructuur en Milieu, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 18a, derde lid en 76, vierde lid, van de Kernenergiewet, artikel 2, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, de artikelen 4, tweede lid, en 5, tweede lid, van het Besluit detectie radioactief besmet schroot, de artikelen 21, tweede en vierde lid, 22, 26, derde lid, en 30b van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, de artikelen 3, tweede lid, 7, tweede en vierde lid, 7b, tweede lid, 7e, derde lid, 7f, tweede lid, onderdelen a, b en c, 8, tweede lid, 25, vijfde en zesde lid, 28, onderdeel d, 29, derde lid, 101, 110, eerste en tweede lid, 120, derde lid, en 120a, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming en artikel 1d van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen;

BESLUITEN:

ARTIKEL I

De Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervallen de begrippen ‘Minister’ en ‘referentiedreiging’.

B

Artikel 2 vervalt.

C

In de artikelen 5, eerste, derde, vierde en zesde lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, eerste lid, onderdeel d, 12, 14, tweede en derde lid, 18, eerste lid, 19, eerste, tweede en derde lid, 19a, eerste en tweede lid, en bijlage I, voetnoot 3, wordt ‘de Minister’ telkens vervangen door: de Autoriteit.

D

In de artikelen 15, derde lid, 18, tweede en derde lid, en bijlage III, punt 4, wordt ‘De Minister’ vervangen door: De Autoriteit.

E

In artikel 12, tweede lid, wordt ‘artikel 58, eerste lid, van de wet’ vervangen door: artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de wet.

ARTIKEL II

De Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie’ vervangen door: Minister van Infrastructuur en Milieu.

B

In de artikelen 3, tweede lid, en 8, aanhef, wordt ‘de Minister’ vervangen door: de Autoriteit.

ARTIKEL III

De Regeling detectie radioactief besmet schroot wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt het begrip ‘Minister’.

B

In artikel 5, eerste en derde lid, wordt ‘De Minister’ vervangen door: De Autoriteit.

C

In artikel 6, eerste lid, wordt ‘de Minister’ vervangen door: de Autoriteit.

ARTIKEL IV

De Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt het begrip ‘Minister’.

B

In de artikelen 2, vierde en vijfde lid, en 3, tweede lid, wordt ‘de Minister’ vervangen door: de Autoriteit.

C

In artikel 7, tweede lid, wordt ‘De Minister’ vervangen door: De Autoriteit.

ARTIKEL V

De Regeling nucleaire drukapparatuur wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 komt het begrip ‘Minister’ te luiden:

Minister:

Minister van Infrastructuur en Milieu.

B

In artikel 2, eerste lid, vervalt ‘, na overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,’.

C

In de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, en 6 wordt ‘de Minister’ vervangen door: de Autoriteit.

D

In artikel 8 wordt ‘de Kernfysische Dienst van het Inspectoraat-Generaal VROM’ vervangen door: de Autoriteit.

ARTIKEL VI

De Regeling stralingsbescherming werknemers 2014 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 2, eerste en vijfde lid, 3, eerste lid, en 4, derde lid, wordt ‘De Minister van Economische Zaken’ vervangen door: De Autoriteit.

B

In de artikelen 2, vierde lid, en 4, tweede lid, wordt ‘de Minister van Economische Zaken’ vervangen door: de Autoriteit.

C

In de artikelen 3, eerste lid, en 4, derde lid, wordt ‘Hij’ vervangen door: Zij.

ARTIKEL VII

Bijlage 4 bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In tabel 1 in artikel 1 worden in de rijen in de volgorde van de oplopende randnummers en bijbehorende instanties drie rijen ingevoegd, luidende:

Randnummer

Instanties

1.7.4

Autoriteit

5.1.5

Autoriteit

6.4

Autoriteit

B

In artikel 2, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde van de begrippen een begrip ingevoegd, luidende:

Autoriteit:

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet;.

ARTIKEL VIII

Bijlage 3 bij de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In tabel 1 in artikel 1 worden in de rijen in de volgorde van de oplopende randnummers en bijbehorende instanties drie rijen ingevoegd, luidende:

Randnummer

Instanties

1.7.4

Autoriteit

5.1.5

Autoriteit

6.4

Autoriteit

B

In artikel 2, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde van de begrippen een begrip ingevoegd, luidende:

Autoriteit:

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet;.

ARTIKEL IX

Bijlage 3 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In tabel 1 in artikel 1 worden in de rijen in de volgorde van de oplopende randnummers en bijbehorende instanties drie rijen ingevoegd, luidende:

Randnummer

Instanties

1.7.4

Autoriteit

5.1.5

Autoriteit

6.4

Autoriteit

B

In artikel 2, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde van de begrippen een begrip ingevoegd, luidende:

Autoriteit:

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet;.

ARTIKEL X

De Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 vervalt het begrip ‘minister’.

B

In de artikelen 1.5, 2.4, onderdelen d en f, 2.7, eerste, tweede, derde en zesde lid, 3.2, 5.4, derde lid, 7.1, onderdeel c, 7.7, eerste lid, en bijlage 1.5, paragraaf 1.1, wordt ‘de minister’ vervangen door: de Autoriteit.

C

De artikelen 1.7 en 2.2 vervallen.

D

In artikel 1.8 wordt ‘De artikelen 2.2’ vervangen door: De artikelen 2.3.

E

In artikel 2.1 wordt ‘artikel 12 van het besluit’ vervangen door: artikel 12, eerste, tweede of derde lid, van het besluit.

F

In de artikelen 3.12, eerste en derde lid, en 5.4, derde lid, wordt ‘De minister’ vervangen door: De Autoriteit.

G

In artikel 3.21, onder a, onder 2°, wordt ‘het Ministerie van Economische Zaken’ vervangen door: de directie Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

H

In artikel 9.4 wordt ‘Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ’ vervangen door: Uitvoeringsregeling stralingsbescherming.

I

In de bijlagen 7.5, onderdeel F, 7.6, onderdeel F, en 7.7, punt 5.2, wordt ‘de Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid’ vervangen door: de Autoriteit.

J

In bijlage 7.7, punt 2.3, wordt ‘Onze Ministers’ vervangen door: de Autoriteit.

ARTIKEL XI

  • 1. Besluiten genomen vòòr het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling waarvoor op grond van deze regeling de bevoegdheid aan de Autoriteit is toegekend, worden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aangemerkt als besluiten van de Autoriteit.

  • 2. De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aanhangige aanvragen om beschikkingen waarvan de bevoegdheid met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling aan de Autoriteit is toegekend, worden vanaf dat tijdstip aanhangig bij de Autoriteit.

  • 3. Bezwaren tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanhangig bij de Autoriteit.

  • 4. In bestuursrechtelijke rechtsgedingen inzake besluiten als bedoeld in het eerste lid treedt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling de Autoriteit in de plaats van de Minister van Infrastructuur en Milieu.

  • 5. Voor zover aan een beschikking genomen op grond van bevoegdheden die na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aan de Autoriteit zijn toegekend, voorschriften zijn verbonden en in deze voorschriften het bevoegd gezag wordt vermeld, wordt de Autoriteit met ingang van dat tijdstip aangemerkt als het bevoegd gezag.

  • 6. Verplichtingen jegens de Minister van Infrastructuur en Milieu die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling volledig zijn vervuld en die met ingang van dat tijdstip jegens de Autoriteit moeten worden vervuld, worden met ingang van dat tijdstip aangemerkt als verplichtingen, vervuld jegens de Autoriteit.

ARTIKEL XII

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 26 april 2016 tot wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (Stb. 2016, 180) in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

TOELICHTING

Algemeen deel

1. Inleiding

Aanleiding voor deze regeling is de Wet van 26 april 2016 tot wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (Stb. 2016, 180) (hierna: ANVS-Instellingswet). Met deze wet wordt de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (hierna: Autoriteit) ingesteld als zelfstandig bestuursorgaan (verder: zbo). De Autoriteit krijgt taken en bevoegdheden op het gebied van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming, de daarmee samenhangende crisisvoorbereiding, alsmede beveiliging en waarborgen. Hierdoor wordt beter aangesloten bij de intentie van de internationale verdragen en bij regelgeving van het Euratom en het Internationale Atoomenergieagentschap. Deze verdragen en regelgeving vereisen dat het regulerende lichaam voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming voldoende onafhankelijk moet zijn en dat zijn taken wettelijk zijn geregeld. Verder worden de taken en bevoegdheden, middelen, kennis en bekwaamheden op de genoemde terreinen binnen de rijksoverheid zoveel mogelijk in de Autoriteit gebundeld. Voor verdere informatie over de redenen voor de instelling van de Autoriteit als zbo wordt verwezen naar de tweede en derde paragraaf van het algemene deel van de memorie van toelichting bij de Instellingswet (Kamerstukken II 2014/15, 34 219, nr. 3, blz. 2–6).

Voor de instelling van de Autoriteit als zbo zijn ook wijzigingen van op de Kernenergiewet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen nodig. Tevens zijn er enkele wijzigingen van op de Wet vervoer gevaarlijke stoffen gebaseerde ministeriële regelingen nodig. De onderhavige regeling wijzigt hiertoe de volgende ministeriële regelingen:

  • de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen,

  • de Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen,

  • de Regeling detectie radioactief besmet schroot,

  • de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid,

  • de Regeling nucleaire drukapparatuur,

  • de Regeling stralingsbescherming werknemers 2014,

  • de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen,

  • de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen,

  • de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en

  • de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ.

De aanpassingen van de algemene maatregelen van bestuur hebben plaatsgevonden via het Wijzigingsbesluit instelling Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (verder: ANVS-wijzigingsbesluit).

Allereerst worden met deze regelingen taken en bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Milieu op de gebieden nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en beveiliging, overgedragen aan de Autoriteit. Veel van deze taken en bevoegdheden zijn namelijk niet in de Kernenergiewet, maar in de daarop gebaseerde regelgeving geregeld. Het gaat daarbij met name om bevoegdheden tot het nemen van beschikkingen, zoals de het erkennen van instellingen met opleidingen voor stralingsbescherming, de goedkeuring van beveiligingspakketten van nucleaire inrichtingen of bevoegdheden om bepaalde informatie te ontvangen, zoals het ontvangen van het tienjaarlijkse verslag over de nucleaire veiligheid van de vergunninghouders van nucleaire inrichtingen. Zie hiervoor verder paragraaf 2.

Voorts wordt een aantal ministeriële regelingen aangepast aan het koninklijk besluit van 10 april 2015, nr. 2015000645, houdende departementale herindeling met betrekking tot Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming (Stcrt. 2015, 11080) (verder: Overdrachtsbesluit). Met dat besluit is de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken voor het beleid en de wet- en regelgeving op het terrein van de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming met ingang van 1 mei 2015 overgedragen aan de Minister van Infrastructuur en Milieu. De aanpassingen betreffen begripsomschrijvingen van ‘de Minister’ waarbij de Minister van Economische Zaken is vervangen door de Minister van Infrastructuur en Milieu.

Het ANVS-wijzigingsbesluit heeft om technische redenen enkele onderwerpen van ministeriële regelingen naar algemene maatregelen van bestuur verplaatst. Het betreft de volgende onderwerpen:

  • de bevoegdheid van de Minster van Infrastructuur en Milieu om referentiedreigingen vast te stellen staat niet langer in artikel 2 van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen, maar in artikel 22, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (zie artikel III, onderdeel E, van het ANVS-Wijzigingsbesluit),

  • het Meldpunt stralingsincidenten wordt niet langer in artikel 1.7 van de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ aangewezen, maar in artikel 12a, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming (zie artikel VI, onderdeel K, van het ANVS-Wijzigingsbesluit) en

  • de verplichting over een stralingsbeschermingseenheid te beschikken staat niet langer in artikel 2.2 van de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ, maar in artikel 12, eerste tot en met derde lid, van het Besluit stralingsbescherming ertsen (zie artikel VI, onderdeel J, van het ANVS-Wijzigingsbesluit).

Artikel 2 van de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen en de artikelen 1.7 en 2.2 van de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ zijn om deze reden komen te vervallen.

Ten slotte wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de Regeling nucleaire drukapparatuur een aantal bepalingen die zien op het beleidsterrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te actualiseren. Zie artikel V.

2. Overdracht bevoegdheden

Met de onderhavige regeling worden verschillende bevoegdheden en taken van de Minister van Infrastructuur en Milieu aan de Autoriteit overgedragen. Dit is reeds aangekondigd in de memorie van toelichting bij de ANVS-Instellingswet (Kamerstukken II 2014/15, 34 219, nr. 3, blz. 15–16). Hieronder worden per regeling deze bevoegdheden op hoofdlijnen toegelicht. Uitgangspunt is geweest dat alle uitvoeringsbevoegdheden, zoals het verlenen van een vergunning, toestemming of erkenning, aan de Autoriteit worden overgedragen. Dit vloeit ook voort uit de internationaalrechtelijke vereiste onafhankelijkheid van het zogeheten ‘regulerende lichaam’, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van Richtlijn 2014/87/Euratom van de Raad van 8 juli 2014 houdende wijziging van Richtlijn 2009/71/Euratom tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PbEU 2014, L 219).

Het gaat om de volgende bevoegdheden:

Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen
  • het goedkeuren, of intrekken van de goedkeuring, van (wijzigingen van) beveiligingspakketten van de vergunninghouder van een nucleaire inrichting (artikelen 5, eerste, derde en vierde lid, en 14, derde lid),

  • de bevoegdheid om te bepalen of een volledige herziening van een beveiligingspakket voor goedkeuring moet worden ingediend (artikel 5, zesde lid),

  • het aangeven, indien de Autoriteit dat nodig acht, aan de vergunninghouder van een nucleaire inrichting dat hij zijn beveiligingspakket moet aanpassen en daarbij eventueel de wettelijke termijn verkorten waarbinnen de wijziging ter goedkeuring moet worden voorgelegd (artikel 6),

  • het ontvangen van meldingen van gebeurtenissen die een aan onverkorte toepassing van het beveiligingspakket in de weg staan (artikel 12),

  • het ontvangen van de resultaten van de jaarlijkse beoordeling van de doeltreffendheid van beveiligingspakketten (artikel 14, tweede lid),

  • het opdragen van het doen van extra beoordelingen of een beveiligingspakket nog voldoet aan de stand van de techniek (artikel 15, derde lid),

  • het goedkeuren of intrekken van de goedkeuring van beveiligingsplannen en wijzigingen daarvan voor het vervoer van bepaalde splijtstoffen (artikelen 18 en 19, tweede lid),

  • het aangeven, indien de Autoriteit dat nodig acht, aan de vervoerder dat hij zijn beveiligingsplan moet aanpassen (artikel 19, eerste en tweede lid),

  • de bevoegdheid de termijn, waarbinnen de vervoerder een gewijzigd beveiligingsplan moet indienen, te wijzigen (artikel 19, derde lid),

  • het ontvangen van de meldingen van vervoerders van de resultaten van de jaarlijkse beoordeling van het beveiligingsplan op doeltreffendheid (artikel 19a, eerste lid),

  • het erkennen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s voor beveiligingsdeskundigen (bijlage III).

Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen
  • het beoordelen of de mate van detaillering van een ontmantelingsplan voldoende toeneemt naarmate de leeftijd van de nucleaire inrichting toeneemt (artikel 3, tweede lid),

  • het ontvangen van de rapportages van de houder van een ontmantelingsvergunning van een nucleaire inrichting over de voortgang van de ontmanteling van een nucleaire inrichting (artikel 8).

Regeling detectie radioactief besmet schroot
  • het verlenen van of het intrekken van de ontheffing van de voorschriften voor detectieapparatuur of voor de registratie van meetgegevens (artikel 5, eerste en derde lid, en 6, eerste lid).

Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid
  • het ontvangen van het tienjaarlijkse verslag over de nucleaire veiligheid van de vergunninghouders van nucleaire inrichtingen (artikel 2, vierde lid),

  • de vergunninghouder van een nucleaire inrichting tussentijds opdragen verslag te doen over de nucleaire veiligheid (artikel 2, vijfde lid),

  • het ontvangen van een aanvraag tot wijziging van de vergunningsvoorschriften, indien maatregelen ter verbetering van de nucleaire veiligheid aanpassing van vergunningvoorschriften vergen (artikel 3, tweede lid),

  • de vergunninghouder van een nucleaire inrichting een aanwijzing geven over een aanpassing in de omvang of de beschikbaarheid van bepaalde financiële of personele middelen (artikel 7, tweede lid).

Regeling nucleaire drukapparatuur
  • het geven van instemming voor het afwijken van de ontwerp- of inspectiecode bij nucleaire drukapparatuur (artikel 3, tweede lid),

  • het aanwijzen van onderdelen van de ontwerp- of inspectiecode voor bepaalde nucleaire drukapparatuur op grond waarvan de beoordelingen en keuringen worden verricht (artikel 6),

  • het ontvangen van rapporten van keuringsinstellingen over beoordelingen en keuringen van nucleaire drukapparatuur (artikel 8).

Regeling stralingsbescherming werknemers 2014
  • het beheren van het register van stralingsartsen (artikel 2, eerste, vierde en vijfde lid),

  • het erkennen van of intrekken van de erkenning van dosimetrische diensten (artikelen 3, eerste lid, en 4, derde lid),

  • het ontvangen van de jaarlijkse rapportage van dosimetrische diensten (artikel 4, tweede lid).

Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen
  • het verlenen van goedkeuringen voor zendingen op grond van een speciale regeling (bijlage 1, randnummer 1.7.4 van het ‘Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de Navigation Intérieures (ADN)’ (verder: ADN)),

  • het ontvangen van kennisgevingen van zendingen waarbij Nederland het eerste land is waar de zending binnenkomt, het verlenen van multilaterale goedkeuringen voor verzending van bepaalde radioactieve stoffen en verzending onder bepaalde omstandigheden (bijlage 1, randnummer 5.1.5, ADN),

  • het verlenen van certificaten van goedkeuring of erkenningen van het model van de te vervoeren colli (bijlage 1, randnummer 6.4, ADN).

Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen
  • het verlenen van goedkeuringen voor zendingen op grond van een speciale regeling (bijlage 1, randnummer 1.7.4 van het ‘Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses’ (verder: RID)),

  • het ontvangen van kennisgevingen van zendingen waarbij Nederland het eerste land is waar de zending binnenkomt, het verlenen van multilaterale goedkeuringen voor verzending van bepaalde radioactieve stoffen en verzending onder bepaalde omstandigheden (bijlage 1, randnummer 5.1.5, RID),

  • het verlenen van certificaten van goedkeuring of erkenningen van het model van de te vervoeren colli (bijlage 1, randnummer 6.4, RID).

Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
  • het verlenen van goedkeuringen voor zendingen op grond van een speciale regeling (bijlage 1, randnummer 1.7.4 van het ‘Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route’ (verder: ADR)),

  • het ontvangen van kennisgevingen van zendingen waarbij Nederland het eerste land is waar de zending binnenkomt, het verlenen van multilaterale goedkeuringen voor verzending van bepaalde radioactieve stoffen en verzending onder bepaalde omstandigheden (bijlage 1, randnummer 5.1.5, ADR),

  • het verlenen van certificaten van goedkeuring of erkenningen van het model van de te vervoeren colli (bijlage 1, randnummer 6.4, ADR).

Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ
  • het verlenen van instemming met het gebruik van andere dan de voorgeschreven methoden voor de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten, de equivalente en de effectieve doses (artikel 1.5),

  • het ontvangen van meldingen van nieuwe toepassingen en van rapportages over de stralingshygiëne van algemeen coördinerend deskundigen (artikel 2.4, onder d en f),

  • het ontvangen van meldingen en gegevens over hoogactieve bronnen (artikel 2.7, eerste, tweede, derde en zesde lid),

  • het erkennen of intrekken van de erkenning van instellingen met een opleiding op het gebied van stralingsbescherming (artikel 3.12, eerste en derde lid),

  • het verlenen van ontheffing van verplichtingen voor aanwijsinstrumenten met verlichtingsdoeleinden (artikel 5.4, derde lid),

  • het bepalen van een eindbestemming van een natuurlijke bron (artikel 7.1, onder c).

3. Uitvoering en handhaving

De onderhavige regeling wijzigt geen normen voor het bedrijfsleven of burger. Er verandert daardoor niets aan de uitvoerbaarheid of handhaafbaarheid.

4. Regeldruk

De onderhavige regeling heeft geen effecten op de regeldruk voor bedrijven en burgers. Er worden met deze regeling geen nieuwe of andere verplichtingen voor bedrijven of burgers in het leven geroepen.

5. Financiële gevolgen rijksoverheid

Deze wijzigingen in deze regeling zijn vooral van technische aard en hebben geen gevolgen voor de rijksbegroting.

6. Consultatie

Greenpeace, LAKA, de Nederlandse Vereniging voor Stralingshygiëne en de Vereniging Nucleair Nederland zijn als stakeholders over de ontwerpregeling geconsulteerd. Zij hebben geen aanleiding gezien voor het maken van opmerkingen over de ontwerpregeling.

Deze regeling heeft geen noemenswaardige gevolgen voor burgers, bedrijven en instellingen. Om deze reden is afgezien van het houden van een internetconsultatie.

7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking tegelijk met de ANVS-Instellingswet en met het de ANVS-wijzigingsbesluit. De Autoriteit is vanaf dat moment daadwerkelijk een zbo.

Artikelsgewijs

Artikel I

Artikel I wijzigt de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen.

Onderdelen A en B

Als gevolg van de overdracht van bevoegdheden aan de Autoriteit is het begrip ‘Minister’ komen te vervallen in de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen. De begripsomschrijving van ‘minister’ is daarom geschrapt.

De bevoegdheid van de Minister van Infrastructuur en Milieu om referentiedreigingen vast te stellen is verplaatst naar artikel 22, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen. Daarmee samenhangend is de begripsomschrijving van ‘referentiedreiging’ verplaatst naar artikel 1 van dat besluit. De begripsomschrijving van ‘referentiedreiging’ is op grond van artikel 1 van dat besluit ook van toepassing op de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen. Daardoor zijn de begripsomschrijving van ‘referentiedreiging’ in de artikelen 1 en 2 vervallen.

Onderdeel D

De verwijzing in artikel 12, tweede lid, is aangepast aan het gewijzigde artikel 58, eerste lid, van de Kernenergiewet (artikel I, onderdeel W, onder a, ANVS-Instellingswet).

Artikel II

Artikel II wijzigt de Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen.

Onderdeel A

De begripsomschrijving van ‘Minister’ is aangepast aan het Overdrachtsbesluit.

Artikel III

Artikel III wijzigt de Regeling detectie radioactief besmet schroot.

Onderdeel A

Als gevolg van de overdracht van bevoegdheden aan de Autoriteit is het begrip ‘Minister’ vervallen in de Regeling detectie radioactief besmet schroot. De begripsomschrijving van ‘Minister’ is daarom geschrapt.

Artikel IV

Artikel IV wijzigt de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid.

Onderdeel A

Als gevolg van de overdracht van bevoegdheden aan de Autoriteit is het begrip ‘Minister’ vervallen in de Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid. De begripsomschrijving van ‘Minister’ is daarom geschrapt.

Artikel V

Artikel V wijzigt de Regeling nucleaire drukapparatuur.

Onderdeel A

De begripsomschrijving van ‘Minister’ is aangepast aan het Overdrachtsbesluit.

Onderdeel B

Voor de in artikel 2, eerste lid, bedoelde drukapparatuur (niet specifiek voor nucleair gebruik ontworpen) geldt dat deze behalve aan de keuringseisen van de stralingsbeschermings-regelgeving ook moet voldoen aan de keuringseisen van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 en de daarbij behorende regeling. De Minister van SZW is verantwoordelijk voor het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016. Als de desbetreffende drukapparatuur aan de eisen van de Warenwet voldoet, is er geen reden dat de Minister van SZW ook (nogmaals) bij individuele aanwijzingen wordt betrokken op grond van art. 2, eerste lid.

De in het verleden in de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, en 6 aan de Minister van SZW toebedeelde bevoegdheden zijn overgedragen aan de Autoriteit.

Onderdeel D

In artikel 8 wordt ‘Kernfysische Dienst van het Inspectoraat-Generaal VROM’, één van de ambtelijke voorlopers van de Autoriteit, vervangen door ‘Autoriteit’.

Artikelen VI tot en met IX

De artikelen VI tot en met IX wijzigen de Regeling stralingsbescherming werknemers 2014, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen, respectievelijk de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.

Artikel X

Artikel X wijzigt de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ.

Onderdeel A

Als gevolg van de overdracht van bevoegdheden aan de Autoriteit is het begrip ‘minister’ vervallen in de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming EZ. De begripsomschrijving van ‘minister’ is daarom geschrapt.

Onderdeel C

De aanwijzing van het Meldpunt stralingsincidenten is door het ANVS-wijzigingsbesluit verplaatst naar artikel 12a, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming. De verplichting voor bepaalde ondernemingen een stralingsbeschermingseenheid te hebben, is door het ANVS-wijzigingsbesluit verplaatst naar artikel 12, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit stralingsbescherming. De artikelen 1.7 en 2.2 zijn daarom geschrapt.

Onderdeel D

De verwijzing in artikel 1.8 is aangepast aan het schrappen van artikel 2.2.

Onderdeel H

Artikel 9.4 schrapt de aanduiding ‘EZ’ uit de citeertitel van de regeling. Na de overdracht door het Overdrachtsbesluit van de verantwoordelijkheid voor het beleid en de wet- en regelgeving voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van de Minister van Economische Zaken aan de Minister van Infrastructuur en Milieu is de Minister Economische Zaken niet langer voor deze regeling medeverantwoordelijk. Aangezien ook de Ministers van Sociale Zaken Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport medeondertekenaars van deze regeling zijn, is er voor gekozen ‘EZ’ niet door ‘IenM’ te vervangen. De regeling heeft daardoor voortaan als citeertitel: Uitvoeringsregeling stralingsbescherming.

Artikel XI

Artikel XI bevat overgangsrecht voor onder meer besluiten, aanvragen en bezwaren die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn genomen, ingediend of gemaakt.

Bij de inwerkingtreding van deze regeling gaan er bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Milieu over op de Autoriteit. Een door de Minister van Infrastructuur en Milieu genomen besluit voor de inwerkingtreding van deze regeling tot bijvoorbeeld de goedkeuring van een beveiligingspakket of -plan of de erkenning van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aangemerkt als besluit van de Autoriteit. Hiermee regelt het eerste lid dat ook ná inwerkingtreding van deze regeling besluiten die bevoegd zijn genomen vóór inwerkingtreding van deze regeling hun rechtskracht behouden.

Onder ‘besluiten’ zijn in het eerste lid onder andere te begrijpen: erkenningen, goedkeuringen, ontheffingen, instemmingen en aanwijzingen.

Het tweede lid regelt dat aanhangige aanvragen tot het nemen van besluiten op grond van bevoegdheden die door deze regeling aan de Autoriteit zijn overgedragen, door de Autoriteit worden afgehandeld.

Het derde lid regelt dat aanhangige bezwaren tegen besluiten op grond van bevoegdheden die door deze regeling aan de Autoriteit zijn overgedragen, door de Autoriteit worden afgehandeld.

Het vierde lid regelt dat de Autoriteit in de plaats treedt van de Minister van Infrastructuur en Milieu in bestuursrechtelijke rechtsgedingen over besluiten die zijn genomen op grond van bevoegdheden die door deze regeling aan de Autoriteit zijn overgedragen.

Het vijfde lid regelt dat, voor zover in voorschriften van een beschikking staat dat de houder van de beschikking een melding moet doen of informatie moet aanleveren aan het bevoegd gezag zoals bijvoorbeeld de Kernfysische dienst of de Minister van Infrastructuur en Milieu, dit voorschrift na inwerkingtreding van deze regeling wordt aangemerkt als een verplichting tot het doen van een melding of het aanleveren van informatie bij de Autoriteit.

Het zesde lid regelt dat aan verplichtingen, zoals een meldingsplicht, waaraan vòòr de inwerkingtreding van deze regeling reeds volledig is voldaan, na de inwerkingtreding van deze regeling niet opnieuw hoeft te worden voldaan. Dit is van belang bij verplichtingen die eerst jegens de Minister van Infrastructuur en Milieu moesten worden voldaan, maar na de inwerkingtreding van deze regeling jegens de Autoriteit moeten worden verricht.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven