dat zich aan de d’Almarasweg te Nijmegen op sportpark d’Almarasweg onder meer de tennisbanen van tennisvereniging Rapiditas bevinden;
dat er voor bezoekers van het terrein parkeergelegenheid is op de parkeerplaats aan de d’Almarasweg gelegen tussen de tennisbanen en de voetbalvelden van Kolping/Dynamo Nijmegen;
dat de tennisvereniging ook bezocht wordt door minder valide weggebruikers in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart;
dat voor deze doelgroep op het parkeerterrein geen afzonderlijke parkeervoorziening voorhanden is;
dat het voorkomt dat er daarom verder weg geparkeerd moet worden op relatief grote afstand van het tennisterrein;
dat er door de tennisvereniging is verzocht om op het parkeerterrein een algemene gehandicaptenparkeerplaats aan te wijzen;
dat er, gelet op de normen die daarvoor gelden, op het parkeerterrein aan de d’Almarasweg een dergelijke plek aangewezen kan worden;
dat daarmee wordt bewerkstelligd dat minder valide bezoekers die afhankelijk zijn van gemotoriseerd vervoer om zich te verplaatsen, hun voertuig in de buurt van de tennisbanen en de overige sportvoorzieningen kunnen parkeren;
dat dit er aan bijdraagt dat weggebruikers in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart een actief en mobiel leven kunnen leiden en daardoor aan het algemeen maatschappelijke verkeer kunnen deelnemen;
dat de bovenvermelde maatregelen worden genomen op basis van artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 om de vrijheid van het verkeer zoveel mogelijk te waarborgen, de veiligheid op de weg te verzekeren en om weggebruikers en passagiers te beschermen;
dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
dat terzake overleg met de verkeersadviseur en tevens de gemachtigde van de korpschef van de politie-eenheid Oost-Nederland heeft plaatsgevonden;
dat gelet op het Mandaat-, Volmacht- en Machtigingsbesluit gemeente Nijmegen (nr. 2016/05), waarin voor wat betreft afdeling mobiliteit onder volgnr. 25 voor tijdelijke en definitieve verkeersbesluiten op basis van de Wegenverkeerswet 1994 onder voorwaarden mandaat is verleend aan de Programmamanager Mobiliteit (RO10) en het bureauhoofd Parkeren en Verkeersmanagement (SB60);
gelet op de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;