Ontwerpbesluiten inzake Programma Stroomlijn, deelgebied 1 en 2 (uiterwaarden langs Boven-Rijn, Waal, Pannerdensch Kanaal, Boven-Merwede en de benedenloop van de Maas), cluster 7: Stiftsche Waarden, Rijkswaterstaat

Van vrijdag 5 mei 2017 tot en met donderdag 15 juni 2017 liggen voor het Programma Stroomlijn, deelgebied 1 en 2 (uiterwaarden langs Boven-Rijn, Waal, Pannerdensch Kanaal, Boven-Merwede en de benedenloop van de Maas), cluster 7 de volgende ontwerpbesluiten ter inzage:

  • ontwerp-projectplan op grond van de Waterwet

  • ontwerp-vergunning op grond van de Wet natuurbescherming

  • ontwerp-omgevingsvergunning activiteit ‘Werk of werkzaamheden uitvoeren’ op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Gedurende deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend.

Op de voorbereiding en bekendmaking van besluiten ten behoeve van het Programma Stroomlijn is de Rijkscoördinatieregeling van toepassing (op grond van artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening). Dit betekent onder andere dat een ieder gedurende een periode van zes weken zienswijzen naar voren kan brengen over de ontwerpbesluiten.

Algemeen

Rijkswaterstaat werkt – vanuit het Programma Stroomlijn – aan het onderhoud van de begroeiing in de uiterwaarden. Het regent vaker en harder. Daardoor krijgen de Nederlandse rivieren en uiterwaarden vaker te maken met hoog water. Bij hoogwater, als het water ook door de uiterwaarden stroomt, kunnen begroeiing en ophopend vuil daarin de doorstroming van het water belemmeren. Dit veroorzaakt een nog hoger waterpeil en vergroot het risico op overstromingen. Goed beheer en onderhoud van de begroeiing in de uiterwaarden is daarom erg belangrijk voor de hoogwaterveiligheid.

Rijkswaterstaat heeft de afgelopen jaren onderzocht op welke plekken het water bij hoogwater het hardst door de uiterwaarden stroomt (de zogenoemde ‘stroombaan’) en vastgesteld welke begroeiing de doorstroming het meest belemmert. Het voornemen van Rijkswaterstaat is om – na een zorgvuldige afweging van belangen – zoveel mogelijk bomen en struiken uit de stroombaan van de rivier te verwijderen. Zo kan het vele rivierwater ook via de uiterwaarden ongehinderd naar zee stromen.

Er vinden geen grootschalig grondverzet en bodemroeringen plaats. Bij het rooien van de houtopstanden worden de stobben gefreesd tot een maximale diepte van 30 centimeter. Voor verduurzaming van het beheer vindt kleinschalig grondverzet plaats zoals het steiler maken van bestaande taluds en het ophogen, verlagen en egaliseren van de bodem.

Meer informatie over het Programma Stroomlijn vindt u op: www.rws.nl/stroomlijn.

Toelichting ontwerpbesluiten

De ontwerpbesluiten, voor deelgebied 1 en 2 cluster 7, betreffen werkzaamheden in 1 uiterwaard, in 1 gemeente. Voor de exacte locaties van de werkzaamheden wordt verwezen naar het bij de ontwerpbesluiten ter inzage liggende kaartmateriaal.

Ontwerp-projectplan Waterwet

Het Programma Stroomlijn omvat het verwijderen van begroeiing in de stroombaan van de rivier. Om dit te kunnen doen, moet op grond van de Waterwet een projectplan worden opgesteld. In het projectplan wordt de complete ingreep voor deelgebied 1 en 2, cluster 7 beoordeeld. Het betreffende projectplan vormt daarmee het overkoepelend juridisch kader voor de werkzaamheden.

Ontwerp-vergunning op grond van de Wet natuurbescherming

Om de werkzaamheden in het kader van het Programma Stroomlijn te kunnen uitvoeren, is voor 1 uiterwaard een vergunning vereist op grond van de Wet natuurbescherming.

Ontwerp-omgevingsvergunning activiteit ‘Werk of werkzaamheden uitvoeren’

Als een bestemmingsplan voor een uiterwaard een verbod bevat voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, dan is een omgevingsvergunning nodig om hier werkzaamheden te kunnen uitvoeren (artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo). Om die reden is een omgevingsvergunning vereist.

Welke ontwerpbesluiten liggen nu ter inzage?

  • 1. Ontwerp-projectplan op grond van de Waterwet van de Minister van Infrastructuur en Milieu met bijbehorende stukken, waaronder het m.e.r.-beoordelingsbesluit t.b.v. de uiterwaard Stiftsche Waarden (gemeente Neerijnen).

  • 2. Ontwerp-vergunning op grond van de Wet natuurbescherming van de Staatssecretaris van Economische Zaken met bijbehorende stukken t.b.v. de uiterwaard Stiftsche Waarden (gemeente Neerijnen).

  • 3. Ontwerp-omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de activiteiten ‘Werk of werkzaamheden uitvoeren’ t.b.v. de uiterwaard Stiftsche Waarden van het college van B&W van de gemeente Neerijnen met bijbehorende stukken.

Waar en wanneer kunt u de ontwerpbesluiten inzien?

Van vrijdag 5 mei 2017 tot en met donderdag 15 juni 2017 liggen de ontwerpbesluiten ter inzage samen met de daarop betrekking hebbende stukken, inclusief de aanvraag. U kunt de betreffende documenten tijdens de gebruikelijke openingsuren en/of op afspraak inzien op de volgende locatie:

  • Gemeentehuis Neerijnen, Van Pallandtweg 11, 4182 CA Neerijnen

Digitale inzage

De ontwerpbesluiten met bijbehorende stukken, inclusief de aanvraag, kunt u ook inzien via www.coordinatiestroomlijn.nl, onder Deelgebied 1 en 2, cluster 7, Ontwerpbesluiten.

Hoe kunt u zienswijzen indienen?

Van vrijdag 5 mei 2017 tot en met donderdag 15 juni 2017 kan een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen naar voren brengen over de ontwerpbesluiten.

Schriftelijk:

Stuur uw schriftelijke zienswijze onder vermelding van de naam van het ontwerpbesluit naar:

De Minister van Infrastructuur en Milieu

Grote Projecten en Onderhoud | Ruimte voor de Rivier

T.a.v. dhr. J. Ponsioen

Postbus 24103

3502 MC Utrecht

Mondeling:

Indien u mondeling een zienswijze naar voren wilt brengen over het ontwerpbesluit dient u daarvoor een afspraak te maken met dhr. J. Ponsioen via telefoonnummer 06-53810184. Van een mondeling naar voren gebrachte zienswijze wordt verslag opgemaakt.

Wat gebeurt er met uw zienswijzen?

De bevoegd gezagsinstantie betrekt de ingediende zienswijzen bij het nemen van het definitieve besluit. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend wordt geïnformeerd over wat daarmee is gedaan.

Tegen het uiteindelijke besluit kan beroep worden ingediend als men belanghebbende is en als men een zienswijze naar voren heeft gebracht over het betreffende ontwerpbesluit, tenzij redelijkerwijs niet kan worden verweten dat geen zienswijze naar voren is gebracht.

Naar boven