Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2017, 21824Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 11 april 2017, nr. IENM/BSK-2017/81638, tot wijziging van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen en enkele andere wijzigingen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op richtlijn nr. 2016/2309 van de Europese Commissie van 16 december 2016 tot vierde aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU 2016, L 345), artikel 10a van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De bijlage bij de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen wordt vervangen door bijlage I bij deze regeling.

ARTIKEL II

De Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage I wordt vervangen door bijlage II bij deze regeling.

B

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 4, komt te luiden:

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.2.1 Monstername

ILT

1.2.1 Opleiding

CBR

1.2.1 Erkende veilige elektrische inrichting

ILT

1.2.1 Onderzoeksinstantie

ILT

1.2.1 Openingsdruk

ILT

1.3.3 Documentatie

ILT

1.5.3.1; 1.5.3.2; 1.6.7.2.2

ILT

1.8.1.1; 1.8.1.2

ILT

1.8.1.3

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

1.8.1.4.3; 1.8.3.3; 1.8.3.5

ILT

1.8.3.7; 1.8.3.8; 1.8.3.10; 1.8.3.12; 1.8.3.14; 1.8.3.16

CBR

1.8.5.1; 1.8.5.3; 1.8.5.4

ILT

1.10.1.6

CBR

1.10.2.4, eerste volzin

ILT

1.10.3.2.2, Opmerking

politie

1.15.2.1; 1.15.4.3

ILT

1.16.1.3

ILT

1.16.1.4.3

ILT

1.16.2

ILT

1.16.3

ILT

1.16.5

ILT

1.16.6

ILT

1.16.10

ILT

1.16.11

ILT

1.16.13

ILT

1.16.14

ILT

1.16.15

ILT

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.1.1.3

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

TNO

2.2.1.1.8.1; 2.2.1.1.8.2; 2.2.1.1.9.1

TNO

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.2.1.5

ILT

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit genoemd in het Handboek beproevingen en criteria,

2.2.41.13

TNO

2.2.51.1 en 2.2.52.1, beide voor zover het betreft de autoriteit genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.52.1.8

TNO

2.2.62.1.9, Opmerking; 2.2.62.1.12

EZ of VWS

2.2.9.1.7

ILT

3.1.2.6

ILT

3.2.3.1, kolom 20, Extra eisen of Aantekeningen 12 o) en 12 p)

ILT

3.2.3.1, kolom 20, Extra eisen of Aantekeningen 28 b)

In havens: havenmeester

Buiten havens: HID-RWS

3.3.1, bijzondere bepaling 16 en 178

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepaling 181 en 237

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 239

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 266, 271, 272 en 278

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 283

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 288, 309 en 311

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 356 en 376

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 364

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 636, Opmerking

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 645

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 662 en 666

ILT

5.2.2.1.9; 5.4.1.2.1

TNO

5.4.1.1.1 h)

ILT

7.1.4.7

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.1.4.77

ILT

7.1.4.8

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.1.4.9

ILT

7.1.4.16

ILT

7.1.5.1

ILT

7.1.5.4.2

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.1.5.4.3; 7.1.5.4.4; 7.1.5.5; 7.1.6.14 voor HA03

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.2.2.6

ILT

7.2.3.7.1, laatste zin; 7.2.3.7.2; 7.2.3.7.3

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.2.4.2.4

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.2.4.7.1

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

7.2.4.77

ILT

7.2.4.9; 7.2.4.10.1

ILT

7.2.4.24; 7.2.5.4.2; 7.2.5.4.3; 7.2.5.4.4; 7.2.5.1

In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS

8.1.2.6; 8.1.2.7; 8.1.6.1; 8.1.6.2; 8.1.6.3; 8.1.7

ILT

8.2.1.2; 8.2.1.3; 8.2.1.4; 8.2.1.5; 8.2.1.6; 8.2.1.7; 8.2.1.8

CBR

8.2.1.9; 8.2.1.10

ILT

8.2.2.6.1; 8.2.2.6.4; 8.2.2.6.5; 8.2.2.6.7; 8.2.2.7; 8.2.2.8

CBR

8.3.5

ILT

8.6.3

ILT

9.1.0.1; 9.1.0.40.2.7; 9.2.0.94.4

ILT

9.3.1.1; 9.3.1.23.1; 9.3.1.40.2.7; 9.3.1.50.2

ILT

9.3.2.1; 9.3.2.12.7; 9.3.2.23.5; 9.3.2.40.2.7; 9.3.2.50.2

ILT

9.3.3.1; 9.3.3.12.7; 9.3.3.23.5; 9.3.3.40.2.7; 9.3.3.50.2

ILT

9.3.4.1.4; 9.3.4.1.5

ILT

ARTIKEL III

De Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage I wordt vervangen door bijlage III bij deze regeling.

B

Tabel 1, behorende bij artikel 1 van bijlage 3, komt te luiden:

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.1.3.1 d)

brandweer of politie

1.3.3, eerste volzin

ILT

1.4.2.2.4

ILT

1.8.1.1, 1.8.1.2, 1.8.1.3, 1.8.1.4

ILT

1.8.2.2, 1.8.2.3

ILT

1.8.3.3, 1.8.3.5

ILT

1.8.3.7, 1.8.3.8, 1.8.3.10, 1.8.3.12, 1.8.3.14, 1.8.3.16

CBR

1.8.5.1, 1.8.5.3, 1.8.5.4

ILT

1.10.2.4, eerste volzin

ILT

1.10.3.2.2, Opmerking

politie

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.1.1.3

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

TNO

2.2.1.1.8.1, 2.2.1.1.8.2, 2.2.1.1.9.1

TNO

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.2.1.5

ILT

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria,

2.2.41.1.13

TNO

2.2.51.1 en 2.2.52.1, beide voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.52.1.8

TNO

2.2.62.1.9, Opmerking, 2.2.62.1.12

EZ of VWS

2.2.9.1.7

ILT

3.1.2.6

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 16 en 178

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepalingen 181, 237, 266, 271, 272 en 278

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 239, 283 en 356

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 288, 309, 311 en 364

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 376 en 636, Opmerking

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 645

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 666

ILT

4.1.1.15

ILT

4.1.3.6.6, 4.1.3.8.1

ILT

4.1.4.1, P099

ILT

4.1.4.1, P101

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P200 (3) d), Opmerking, (9), (10) v, (12)

ILT

4.1.4.1, P405 (2) b)

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P620, P650

EZ of VWS

4.1.4.1, P910

ILT

4.1.4.2, IBC520, IBC02, B16

TNO

4.1.5.15, 4.1.5.18

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.7.2.2

TNO

4.1.8.7

EZ of VWS

4.1.10.4, MP21

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.2.1.13.1, 4.2.1.13.3

TNO

4.2.3.6.4

ILT

4.2.5.2.6, T23, 4.2.5.3, TP9

TNO

4.3.2.1.7, 4.3.2.3.7

ILT

4.3.5, TU39

TNO

5.2.2.1.9

TNO

5.4.1.1.1 h)

ILT

5.4.1.2.1

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

6.1.1.4

ILT

6.1.4.8.8, 6.1.4.13.7

ILT

6.2.1.6.1, eerste zin, 6.2.1.7.2, 6.2.2.5.2.4, 6.2.2.5.2.6, 6.2.2.6.2.3, 6.2.2.6.2.4, 6.2.2.6.3.2, 6.2.2.6.3.3, 6.2.2.6.4.1, 6.2.2.6.4.3, 6.2.2.6.4.5, 6.2.2.6.4.6, 6.2.2.6.4.7, 6.2.5

ILT

6.3.2.2

ILT

6.5.4.1

ILT

6.6.1.2

ILT

6.7.1.3, 6.7.2.19.6, 6.7.3.15.6 b)

ILT

6.8.2.7

ILT

6.8.3.7

ILT

6.8.4, TA2

TNO

6.11.5.3.4, 6.11.5.4.2

ILT

7.3.2.6.2 d)

ILT

7.7

ILT

ARTIKEL IV

De Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 1 wordt vervangen door bijlage IV bij deze regeling.

B

Bijlage 2, hoofdstuk II, artikel 6, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geldt niet voor het vervoer van medische isotopen.

2. Artikel 10, achtste lid, vervalt.

C

Tabel 1 behorende bij artikel 1 van bijlage 3, komt te luiden:

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.1.3.1 d)

brandweer of politie

1.3.3 , eerste volzin

ILT

1.4.2.2.4

ILT

1.6.3.44

RDW

1.8.1.1, 1.8.1.2, 1.8.1.3, 1.8.1.4, 1.8.2.2, 1.8.2.3, 1.8.3.3, 1.8.3.5

ILT

1.8.3.7, 1.8.3.8, 1.8.3.10, 1.8.3.12, 1.8.3.14, 1.8.3.16

CBR

1.8.5.1, 1.8.5.3, 1.8.5.4

ILT

1.10.1.6

CBR

1.10.2.4, eerste volzin

ILT

1.10.3.2.2, Opmerking

Politie

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.1.1.3

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

TNO

2.2.1.1.8.1, 2.2.1.1.8.2, 2.2.1.1.9.1

TNO

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.2.1.5

ILT

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria, 2.2.41.1.13

TNO

2.2.51.1 en 2.2.52.1 beide voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO

2.2.52.1.8

TNO

2.2.62.1.9, Opmerking, 2.2.62.1.12

EZ of VWS

2.2.9.1.7

ILT

3.1.2.6

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 16 en 178

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepalingen 181 en 237

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 239

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 266, 271, 272 en 278

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 283

ILT

3.3.1, bijzondere bepalingen 288, 309 en 311

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 356

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 364

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 376

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 636, Opmerking

ILT

3.3.1, bijzondere bepaling 645

TNO

3.3.1, bijzondere bepaling 666

ILT

4.1.1.15

ILT

4.1.3.6.6, 4.1.3.8.1

ILT

4.1.4.1, P099

ILT

4.1.4.1, P101

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P200 (3) d), Opmerking,(9), (10) v, (12)

ILT

4.1.4.1, P405 (2) b)

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P620, P650

EZ of VWS

4.1.4.1, P910

ILT

4.1.4.2, IBC520, IBC02, B16

TNO

4.1.5.15, 4.1.5.18

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.7.2.2

TNO

4.1.8.7

EZ of VWS

4.1.10.4, MP21

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.2.1.7

RDW

4.2.1.13.1, 4.2.1.13.3

TNO

4.2.3.6.4

ILT

4.2.5.2.6, T23, 4.2.5.3, TP9

TNO

4.2.5.3, TP10

RDW

4.3.2.1.7, 4.3.2.3.7

ILT

4.3.5, TU39, TU41

TNO

5.2.2.1.9

TNO

5.4.1.1.1 h)

ILT

5.4.1.2.1

TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

6.1.1.4

ILT

6.1.4.8.8, 6.1.4.13.7

ILT

6.2.1.6.1, eerste zin, 6.2.1.7.2, 6.2.2.5.2.4, 6.2.2.5.2.6, 6.2.2.6.2.3, 6.2.2.6.2.4, 6.2.2.6.3.2, 6.2.2.6.3.3, 6.2.2.6.4.1, 6.2.2.6.4.3, 6.2.2.6.4.5, 6.2.2.6.4.6, 6.2.2.6.4.7, 6.2.5

ILT

6.3.2.2

ILT

6.5.4.1

ILT

6.6.1.2

ILT

6.7.1.3, 6.7.2.19.6, 6.7.3.15.6 b)

ILT

6.7.3.15.9, 6.7.3.15.10, 6.7.4.2.1, 6.7.4.2.8.1, 6.7.4.2.8.2, 6.7.4.2.14, 6.7.4.3.3.1, 6.7.4.5.10, 6.7.4.6.4, 6.7.4.7.4, 6.7.4.13.1, 6.7.4.14.3, 6.7.4.14.10

RDW

6.7.4.14.6 b)

ILT

6.7.4.14.11

RDW

6.7.5.2.9, 6.7.5.4.1, 6.7.5.4.3, 6.7.5.11.1

RDW

6.7.5.12.3, 6.7.5.12.7

RDW

6.8.2.1.4, 6.8.2.1.16, 6.8.2.1.19, 6.8.2.1.20, 6.8.2.1.23, 6.8.2.2.2, 6.8.2.2.10

RDW

6.8.2.3.1, 6.8.2.3.3, 6.8.2.4.1 voetnoot, 6.8.2.3.4, 6.8.2.4.2 voetnoot, 6.8.2.4.5

RDW

6.8.2.7, 6.8.3.7

ILT

6.8.4, TA2

TNO

6.8.4, TT11

RDW

6.9.1.1

ILT

6.9.2.14.5, 6.9.4.2.4, 6.9.4.4.1

RDW

6.11.4.4

RDW

6.11.5.3.4, 6.11.5.4.2

ILT

6.12.3.1.2, 6.12.3.1.3, 6.12.3.2.2

RDW

7.3.2.6.2 d)

ILT

7.3.3.1, VC3

RDW

7.5.2.2 voetnoot a)

RDW

7.5.11, CV1

Burgemeester

8.1.4.4

V&J

8.2.1.1, 8.2.1.2, 8.2.1.3, 8.2.1.5, 8.2.2.4.2, 8.2.2.6.1, 8.2.2.6.4, 8.2.2.6.5, 8.2.2.6.7, 8.2.2.7.1.3, 8.2.2.7.1.5, 8.2.2.7.1.8, 8.2.2.8.2, 8.2.2.8.4

CBR

8.5 S1 (4)

Burgemeester

9.1.2, 9.1.3

RDW

D

Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 53, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘9.2.2.6’ vervangen door: 9.2.2.2.2.

2. In artikel 53, eerste lid, onderdeel b, wordt ‘9.2.2.6 en 9.2.2.6.1’ vervangen door: 9.2.2.2.2.

3. In artikel 55, tweede lid, onderdeel a, wordt ‘9.2.2.3’ vervangen door: 9.2.2.8.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen II, III en IV die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

BIJLAGE I BEHOREND BIJ ARTIKEL I

Bijlage behorend bij artikel 2, tweede lid, onder a en b, van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen

Tabel 1. Randnummers in het ADN

3.2.3, Toelichting colom 20, Extra eisen of Aantekeningen nr. 33, constructievoorschriften i.2

7.2.3.7.1, 1ste zin, 7.2.3.7.6

9.1.0.40.2.7

9.3.1.23.1, 9.3.1.40.2.7

9.3.2.23.5, 9.3.2.40.2.7

9.3.3.23.5, 9.3.3.40.2.7

Tabel 2. Randnummers in het ADR

1.6.2.12

3.3.1, bijzondere bepaling 371(2)

3.3.1, bijzondere bepaling 652

3.3.1, bijzondere bepaling 662

4.1.2.2.b)

4.1.3.6.2, 4.1.3.6.9

4.1.4.1, P200 (10) k, P200 (10) ac, P200 (13), P201(1)

4.1.4.1, P601 (3) g)

4.1.4.1, P902, P905

4.1.4.2, IBC99

4.1.4.3, LP99 en LP902

4.1.6.14

4.2.1.7, 4.2.1.9.1

4.2.3.7.1, 4.2.5.1.1

4.2.5.3, TP10, TP16, TP24, TP41

4.3.2.1.5, voetnoot

4.3.3.2.5

6.1.3.1 g), 6.1.3.7, 6.1.3.8 i)

6.1.5.1.1, 6.1.5.1.3, 6.1.5.1.5, 6.1.5.1.8, 6.1.5.1.10, 6.1.5.2.5

6.2.1.3.6.5.4, 6.2.1.4.1, 6.2.1.4.2, 6.2.1.5.1 opmerking, 6.2.1.6.1 opmerking 1 en 2, 6.2.2.1.1 opmerking 2

6.2.2.1.2 opmerking 2, 6.2.2.5.2.1, 6.2.2.5.2.2, 6.2.2.5.2.3

6.2.2.5.3.2, 6.2.2.5.3.3, 6.2.2.5.4.2, 6.2.2.5.4.4, 6.2.2.5.4.5

6.2.2.5.4.6, 6.2.2.5.4.9, 6.2.2.6.2.1, 6.2.2.6.2.2

6.2.2.7.8, 6.2.2.9.2 h), 6.2.3.5.1, 6.2.3.6.1, 6.2.3.11.2, 6.2.3.11.4

6.2.5.4.2

6.3.4.2, 6.3.4.3, 6.3.5.1.1, 6.3.5.1.3, 6.3.5.1.5, 6.3.5.1.7, 6.3.5.1.8

6.5.1.1.3

6.5.2.1.1

6.5.4.4.1, 6.5.4.4.4, 6.5.6.1.1, 6.5.6.2.1, 6.5.6.2.3

6.6.5.1.1, 6.6.5.1.3, 6.6.5.1.5, 6.6.5.1.7, 6.6.5.1.8

6.7.2.2.1, 6.7.2.2.10, 6.7.2.2.14, 6.7.2.3.1, 6.7.2.3.3.1

6.7.2.4.3, 6.7.2.6.2, 6.7.2.6.3, 6.7.2.6.4, 6.7.2.7.1, 6.7.2.8.3, 6.7.2.10.1

6.7.2.12.2.4, 6.7.2.18.1, 6.7.2.19.4, 6.7.2.19.5, 6.7.2.19.9, 6.7.2.19.10

6.7.3.2.1, 6.7.3.2.11, 6.7.3.3.3.1, 6.7.3.7.3, 6.7.3.8.1.2, 6.7.3.14.1

6.7.3.15.3, 6.7.3.15.5, 6.7.3.15.9, 6.7.3.15.10

6.7.4.2.1, 6.7.4.2.8.1, 6.7.4.2.8.2, 6.7.4.2.14, 6.7.4.3.3.1

6.7.4.5.10, 6.7.4.6.4, 6.7.4.7.4, 6.7.4.13.1, 6.7.4.14.3

6.7.4.14.10, 6.7.4.14.11

6.7.5.2.9, 6.7.5.4.1, 6.7.5.4.3, 6.7.5.11.1, 6.7.5.12.3, 6.7.5.12.7

6.8.2.1.4, 6.8.2.1.16, 6.8.2.1.19, 6.8.2.1.20, 6.8.2.1.23, 6.8.2.2.2

6.8.2.2.10

6.8.2.3.1, 6.8.2.3.3, 6.8.2.3.4, 6.8.2.4.1 voetnoot, 6.8.2.4.2 voetnoot

6.8.2.4.5 (als erkend deskundige)

6.8.3.2.16, 6.8.3.2.26, 6.8.3.4.4, 6.8.3.4.6, 6.8.3.4.7, 6.8.3.4.13, voetnoot

6.8.3.4.14, 6.8.3.4.18

6.8.4, TT2, 6.8.4, TT7, 6.8.4, TT11, 6.8.5.2.2

6.9.2.1, 6.9.2.5, 6.9.2.13, 6.9.2.14.4, 6.9.2.14.5, 6.9.4.2.4, 6.9.4.4.1

6.9.5.3

6.11.4.4, 6.12.3.1.2, 6.12.3.1.3, 6.12.3.2.2, 6.12.3.2.6, 6.12.5

7.5.2.2a)

Tabel 3. Randnummers in het RID

1.6.2.12

3.3.1, bijzondere bepaling 371(2)

3.3.1, bijzondere bepaling 652

3.3.1, bijzondere bepaling 662

4.1.2.2.b)

4.1.3.6.2, 4.1.3.6.9

4.1.4.1, P200 (10) k, P200 (10) ac, P 200 (13), P201(1)

4.1.4.1, P601 (3) g)

4.1.4.1, P902, 4.1.4.1, P905

4.1.4.2, IBC99, 4.1.4.3, LP99

4.1.4.3, LP902

4.1.6.14

4.2.1.7, 4.2.1.9.1

4.2.3.7.1, 4.2.5.1.1

4.2.5.3, TP10, TP16, TP24, TP41

4.3.2.1.5, voetnoot

4.3.3.2.5

6.1.3.1 g), 6.1.3.7, 6.1.3.8 i)

6.1.5.1.1, 6.1.5.1.3, 6.1.5.1.5, 6.1.5.1.8, 6.1.5.1.10, 6.1.5.2.5

6.2.1.3.6.5.4, 6.2.1.4.1, 6.2.1.4.2, 6.2.1.5.1 opmerking, 6.2.1.6.1 opmerking 1 en 2, 6.2.2.1.1 opmerking 2

6.2.2.1.2 opmerking 2, 6.2.2.5.2.1, 6.2.2.5.2.2, 6.2.2.5.2.3

6.2.2.5.3.2, 6.2.2.5.3.3, 6.2.2.5.4.2, 6.2.2.5.4.4, 6.2.2.5.4.5 6.2.2.5.4.6, 6.2.2.5.4.9, 6.2.2.6.2.1, 6.2.2.6.2.2 6.2.2.7.8, 6.2.2.9.2 h), 6.2.3.5.1, 6.2.3.6.1, 6.2.3.11.2, 6.2.3.11.4, 6.2.5.4.2

6.3.4.2, 6.3.4.3, 6.3.5.1.1, 6.3.5.1.3, 6.3.5.1.5, 6.3.5.1.7, 6.3.5.1.8

6.5.1.1.3

6.5.2.1.1

6.5.4.4.1, 6.5.4.4.4, 6.5.6.1.1, 6.5.6.2.1, 6.5.6.2.3

6.6.5.1.1, 6.6.5.1.3, 6.6.5.1.5, 6.6.5.1.7, 6.6.5.1.8

6.7.2.2.1, 6.7.2.2.10, 6.7.2.2.14

6.7.2.3.1, 6.7.2.3.3.1

6.7.2.4.3, 6.7.2.6.2, 6.7.2.6.3, 6.7.2.6.4, 6.7.2.7.1, 6.7.2.8.3, 6.7.2.10.1

6.7.2.12.2.4, 6.7.2.18.1, 6.7.2.19.4, 6.7.2.19.5, 6.7.2.19.9, 6.7.2.19.10

6.7.3.2.1, 6.7.3.2.11, 6.7.3.3.3.1, 6.7.3.7.3, 6.7.3.8.1.2, 6.7.3.14.1

6.7.3.15.3, 6.7.3.15.5, 6.7.3.15.9, 6.7.3.15.10, 6.7.4.2.1

6.7.4.2.8.1, 6.7.4.2.8.2, 6.7.4.2.14, 6.7.4.3.3.1, 6.7.4.5.10, 6.7.4.6.4

6.7.4.7.4, 6.7.4.13.1, 6.7.4.14.3, 6.7.4.14.10, 6.7.4.14.11

6.7.5.2.9, 6.7.5.4.1, 6.7.5.4.3, 6.7.5.11.1

6.7.5.12.3, 6.7.5.12.7

6.8.2.1.2, 6.8.2.1.4, 6.8.2.1.16, 6.8.2.1.19, 6.8.2.1.20, 6.8.2.1.23

6.8.2.1.29

6.8.2.2.2, 6.8.2.2.10

6.8.2.3.1, 6.8.2.3.3, 6.8.2.3.4, 6.8.2.4.1 voetnoot, 6.8.2.4.2, voetnoot

6.8.2.4.5 (als erkend deskundige)

6.8.3.2.16, 6.8.3.2.26, 6.8.3.4.4, 6.8.3.4.6, 6.8.3.4.7, 6.8.3.4.13, voetnoot

6.8.3.4.14, 6.8.3.4.18

6.8.4, TT2, 6.8.4, TT7, 6.8.4, TT11

6.8.5.2.2

6.9.2.1, 6.9.2.5, 6.9.2.13, 6.9.2.14.4, 6.9.2.14.5, 6.9.4.2.4, 6.9.4.4.1

6.9.5.3

6.11.4.4

7.3.3.1, VC3

7.5.2.2 voetnoot a)

BIJLAGE II BEHOREND BIJ ARTIKEL II, ONDERDEEL A

Bijlage 1. als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, onderdeel a, en 3 van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

Deze bijlage behoort bij de Regeling van 11 april 2017, nr. IENM/BSK-2017/81638, tot wijziging van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen en enkele andere wijzigingen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

BIJLAGE III BEHOREND BIJ ARTIKEL III, ONDERDEEL A

Bijlage 1. als bedoeld in de artikelen 2, onderdeel a, en 3 van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

Deze bijlage behoort bij de Regeling van 11 april 2017, nr. IENM/BSK-2017/81638, tot wijziging van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen en enkele andere wijzigingen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

BIJLAGE IV BEHOREND BIJ ARTIKEL IV, ONDERDEEL A

Bijlage 1. als bedoeld in de artikelen 2, onderdeel a, en 3 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen

Deze bijlage behoort bij de Regeling van 11 april 2017, nr. IENM/BSK-2017/81638, tot wijziging van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen en enkele andere wijzigingen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

Hoofdstuk 1. Inleiding

Deze regeling strekt in de eerste plaats tot wijziging van vier ministeriële regelingen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (ADR), over de binnenwateren (ADN) en over de spoorweg (RID). Het gaat om de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG), de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG), de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG) en de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen.

De onderhavige regeling strekt daarnaast tot implementatie van richtlijn nr. 2016/2309 van de Europese Commissie van 16 december 2016 tot vierde aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU 2016, L 345).

Deze regeling strekt ten slotte tot enkele wijzigingen in de VLG, VBG en VSG. Het betreft daarbij in hoofdzaak technische aanpassingen.

Hoofdstuk 2. Hoofdlijnen regeling en verhouding tot bestaande regelgeving

§ 2.1. Algemeen

De wijzigingen van de hiervoor genoemde regelingen houden onder meer verband met de op 12 december 2014 vastgestelde wijzigingen van de mondiale VN-aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee wordt een harmonisatie van voorschriften voor de verschillende transportmodaliteiten bereikt.

Belangrijke wijzigingen die voor de verschillende vervoersmodaliteiten gemeenschappelijk gelden, betreffen:

  • De taken van de veiligheidsadviseur zijn uitgebreid en betreffen ook activiteiten die samenhangen met het vullen en verpakken van gevaarlijke goederen.

  • Schriftelijke examens van veiligheidsadviseurs mogen geheel of gedeeltelijk elektronisch worden afgenomen, op voorwaarde dat er gebruik wordt gemaakt van elektronische gegevensverwerking (EDP, Electronic Data Processing) voor het registreren en beoordelen van de antwoorden.

  • Indien een afzender in het kader van de classificatie van stoffen op basis van beproevingsgegevens heeft vastgesteld dat een in de Lijst met gevaarlijke stoffen (tabel A) met name genoemde stof anders zou moeten worden ingedeeld, dan kan, met toestemming van de bevoegde autoriteit, met een dergelijke afwijkende indeling rekening worden gehouden.

  • De schriftelijke instructies (gevarenkaart) voor vervoer onderweg zijn aangepast. Polymeriserende stoffen zijn toegevoegd aan gevaarsetiket nr. 4.1.

  • Er is een nieuw gevaarsetiket (No. 9A) opgenomen in de voorschriften, die moeten worden gebruikt voor het etiketteren van colli met lithiumcellen of lithiumbatterijen die aan de bijzondere bepaling 188 voldoen.

Gezien de omvang van de wijzigingen van de technische voorschriften zoals opgenomen in de bijlagen II, III en IV bij deze regeling en de beperkte doelgroep van deze voorschriften is er voor gekozen deze niet in de Staatscourant te publiceren. Bekendmaking vindt plaats door terinzagelegging in de bibliotheek van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ook zijn de bijlagen te raadplegen via de internetsite www.rijksoverheid.nl.

§ 2.2. Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

  • Op voorstel van Nederland is vastgelegd dat lekbakken op binnenvaartschepen, geplaatst onder de laadinstallatie (bij het manifold), consequent leeg moeten worden gehouden. Hiermee wordt voorkomen dat als de bemanning op dek aan het werk is, zij worden blootgesteld aan schadelijke dampen uit de lekbakken.

  • De wetgeving met betrekking tot het gelijktijdig vervoer van koelcontainers en het vervoer van gevaarlijke stoffen in containers is verhelderd. Daarbij is ook gekeken naar de minimale afstanden tussen koelcontainers en containers die gevaarlijke stoffen bevatten in het laadruim van een schip. In duidelijke stuwage voorschriften is aangegeven waar in het laadruim van het schip welke type containers geplaatst moeten worden, zodat beide typen containers veilig gelijktijdig vervoerd kunnen worden.

  • Vervoerde gevaarlijke stoffen met explosiegevaar zijn ingedeeld in zogeheten explosiegroepen, afhankelijk van de grootte van het explosiegevaar. Stoffen van explosiegroep II B zijn nader ingedeeld in subexplosiegroepen (bij voorbeeld II B1). De autonome beveiligingssystemen aan boord van een schip (zoals vlamkerende inrichtingen en snelafblaasventielen) moeten overeenkomen met de subexplosiegroep van de vervoerde stof, zodat het explosiegevaar van een stof wordt ingeperkt met de juiste beveiligingssystemen.

§ 2.3. Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

§ 2.4. Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen

  • De vrijstellingen voor het vervoer van voertuigen in relatie tot de uitrusting of de brandstoffen voor de aandrijving van die voertuigen zijn nader gespecificeerd en deze zijn aan een maximum gebonden. De totale hoeveelheid mag per vervoerseenheid niet meer bedragen dan 54.000 Mega Joule energie-equivalent. Deze hoeveelheid komt overeen met 1.500 liter diesel en bijvoorbeeld 2.250 liter LPG.

  • Expliciet is gemaakt dat, uitgezonderd de zogeheten EXII/-III voertuigen, ook de brandstoffen als CNG, LNG of LPG gebruikt mogen worden voor de aandrijving van voertuigen die gevaarlijke stoffen vervoeren. Dit onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de eisen voor de elektrische uitrusting, alsmede de desbetreffende UNECE regelgeving voor de installaties.

  • De categorie voertuigen die gestabiliseerd of in water opgelost waterstofperoxide vervoeren, de zogeheten OX-voertuigen, komen als categorie voertuigen niet meer voor in het ADR. In plaats daarvan moeten de voertuigen voldoen aan de eisen van voertuigen die brandbare vloeistoffen vervoeren, de zogeheten FL-voertuigen.

Hoofdstuk 3. Gevolgen

De wijzigingen in de VBG, de VLG, de VSG en de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen houden verband met de wijzigingen van de internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze wijzigingen vinden tweejaarlijks plaats. In die tweejaarlijkse periode komen de wijzigingen tot stand in internationaal verband en in nauwe samenwerking met de verschillende vervoersbranches. In internationaal verband worden in algemene termen de handhaafbaarheid, veiligheid en haalbaarheid van de verschillende wijzigingen onderzocht en voorgelegd aan de partijen. Deze bevindingen zijn meegenomen in de totstandkoming van de wijzigingen. De branches zijn daarmee op de hoogte van de eventuele gevolgen die de wijzigingen voor de afzonderlijke sectoren met zich meebrengen en hebben daarmee ook ingestemd. Met de wijzigingen wordt voldaan aan de verplichte implementatie die op grond van de afzonderlijke verdragen is voorgeschreven. Naar aanleiding van in de praktijk gesignaleerde problemen door bij het vervoer betrokken partijen, worden met de wijzigingen worden enerzijds versoepelingen aangebracht in de toepassing van de regels. Anderzijds heeft het voor een aantal onderwerpen geleid tot een aanscherping. In algemene zin kan worden opgemerkt dat de wijzigingen geen extra administratieve lasten en nalevingskosten met zich meebrengen zodat de lasten en kosten daarvan niet toenemen of tenminste gelijk zullen blijven.

Hoofdstuk 4. Inwerkingtreding

De onderhavige regeling is niet twee maanden voor de inwerkingtreding gepubliceerd in de Staatscourant. Daarnaast is de regeling niet in werking getreden op een vast verandermoment. Omdat sprake is van implementatie van internationale voorschriften en de doelgroep van de regeling baat heeft bij een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van de regeling, is met gebruikmaking van de uitzonderingsmogelijkheden die Aanwijzing 174, vierde lid, onder a en d, van de Aanwijzingen voor de regelgeving daarvoor biedt, afgeweken van het stelsel van vaste verandermomenten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I (Wijziging Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen)

In de tabellen behorende bij de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen zijn bepaalde randnummers uit het ADR, het ADN en het RID opgenomen ten aanzien waarvan een instantie door de Minister als erkende instantie kan worden aangewezen. De tabellen zijn aangepast aan de tweejaarlijkse revisie van ADR, ADN en RID.

Artikel II (Wijziging VBG)

Onderdeel A

In verband met de internationale wijzigingen is bijlage 1 opnieuw vastgesteld.

Onderdeel B

De wijzigingen in tabel 1 van bijlage 4 houden verband met de wijzigingen in het ADN.

Artikel III (Wijziging VSG)

Onderdeel A

In verband met de internationale wijzigingen is bijlage 1 opnieuw vastgesteld.

Onderdeel B

De wijzigingen in tabel 1 van bijlage 3 houden verband met de wijzigingen in het RID.

Artikel IV (Wijziging VLG)

Onderdeel A

In verband met de internationale wijzigingen is bijlage 1 opnieuw vastgesteld.

Onderdeel B

Onderdeel 1 voorziet in een wijziging van de slecht-weer-regeling in bijlage II ten behoeve van het vervoer van radionucliden voor medische toepassingen. De slecht-weer-regeling voorziet, behoudens ontheffing, in een verbod om bij glad weer met onder andere medische isotopen te rijden. In de praktijk werden er steeds per transport van medische isotopen ontheffing verleend, hetgeen tot aanzienlijke administratieve lasten leidde.

Medische isotopen vervallen in de regel vrij snel en moeten, na productie, snel op de plaats van bestemming geleverd kunnen worden. Het gaat om halfwaardetijden van enkele uren tot enkele dagen. Voor een enkele isotoop geldt een langere halfwaardetijd. De reden om deze medische isotopen ook uit te zonderen van het vervoersverbod bij glad wegdek is dat deze onderdeel uitmaken van een gehele zending radiofarmaceutica en het, om logistieke redenen, niet wenselijk is deze daarvan te scheiden. Voor de overige stoffen geldt dat zelfs een vertraging als gevolg van kortdurende gladheid de effectiviteit beperkt van de betreffende stoffen. Daar komt bij dat de stoffen degelijk verpakt zijn en dat, zelfs in het geval zich een ongeval met het transport voordoet als gevolg van een glad wegdek, het uiterst onwaarschijnlijk is dat dit leidt tot het vrijkomen van de betreffende stoffen. In de afweging van enerzijds een veilig transport en anderzijds de noodzaak van een continue beschikbaarheid van de stoffen voor medische toepassingen weegt het laatste het zwaarst. In de regel worden de stoffen uitsluitend voor medische toepassingen vervoerd onder de UN nummers 2915, 3332 of 2910.

Onderdeel 2 voorziet in het vervallen van het inmiddels uitgewerkte artikel 10, achtste lid, van hoofdstuk II van bijlage 2.

Onderdeel C

De wijzigingen in tabel 1 van bijlage 3 houden verband met de wijzigingen in het ADR.

Onderdeel D

Deze wijzigingen betreffen enkele wetstechnische aanpassingen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma