Zaaknummer: 117631
Op 16 februari 2017 hebben wij een aanvraag ontvangen voor het reserveren van een individuele gehandicaptenparkeerplaats in de nabijheid van de woning gelegen aan de Schuttersbergweg 103 te Arnhem.
De aanvrager is houder van een gehandicaptenparkeerkaart en voor bepaalde verplaatsingen aangewezen op het gebruik van een personenauto. Hij/zij voldoet ook voor het overige aan de beleidsregels die door ons zijn vastgesteld voor het aanleggen van individuele gehandicaptenparkeerplaatsen. Wij zijn van mening dat de aanvrager zeer gebaat is bij een gehandicaptenparkeerplaats in de nabijheid van zijn/haar woonadres, voor de periode dat een gehandicaptenparkeerkaart is toegewezen.
Met het aanwijzen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats (op kenteken) in de nabijheid van de eigen woning willen we de gebruiker daarvan in staat stellen om een actief en mobiel leven te leiden en om aan het algemeen maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Het belang van de gehandicapte om zijn/haar voertuig op de parkeerplaats nabij zijn/haar woning te kunnen parkeren weegt daarom naar onze mening zwaarder dan het belang hierbij van niet-gehandicapte weggebruikers.
Over het reserveren van een gehandicaptenparkeerplaats op de betreffende locatie hebben wij advies ingewonnen bij een verkeersdeskundige bij de gemeente Arnhem. Die heeft egadviseerd dat er geen bezwaar is tegen het plaatsen van de gehandicaptenparkeerplaats.
De in onderstaand verkeersbesluit genoemde verkeersmaatregelen strekken tot de volgende in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (WvW 1994) genoemde belangen:
• het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer,
Wij zijn van mening dat in deze situatie geen van de andere belangen uit artikel 2 van de WvW 1994 in het geding zijn.
Genoemde wegen zijn in beheer bij de gemeente Arnhem.
Er heeft overleg plaatsgevonden met de Korpschef Politie Nederland, Regio Oost Nederland, afdeling DROS over de handhaafbaarheid van de verkeersmaatregelen.
Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om over de aanvraag van de gehandicaptenparkeerplaats een zienswijze kenbaar te maken. Er zijn geen zienswijzen kenbaar gemaakt.
Op grond van het voorgaande komen wij tot het volgende besluit.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ARNHEM;
gelet op:
‐ artikel 18, eerste lid, onderdeel d van de WvW 1994,
‐ het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990),
‐ het bepaalde in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
‐ het bepaalde in artikel 15 van de WvW 1994;
mede gelet op:
‐ het Algemeen mandaat- en volmachtbesluit gemeente Arnhem,
‐ het Ondermandaatbesluit cluster Openbare Ruimte;
b e s l u i t e n:
1. door het plaatsen van een bord overeenkomstig model E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 (gehandicaptenparkeerplaats) een gehandicaptenparkeerplaats aan te wijzen in de nabijheid van het Schuttersbergweg 103 te Arnhem;
2. onder het bord E6 een onderbord te plaatsen met daarop het kenteken van het voertuig van de aanvrager;
Bezwaar
Indien u het niet eens bent met dit besluit, kunt u op grond van artikel 8:1 juncto 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Arnhem, Postbus 9029, 6800 EL Arnhem.
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,
namens het college,
Pieter Altena
Hoofd van de afdeling Vergunning en Handhaving