Aanwijzing drie oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden) ten behoeve van de Missie Kwalificatie Training Land Advanced, tevens vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte

21 maart 2017

Nr. MLA/038/2017

De Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelezen het verzoek van de commandant van het Defensie Helikopter Commando van 28 februari 2017;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. In het kader van de Missie Kwalificatie Training Land Advanced van het Defensie Helikopter Commando worden als oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden) aangewezen de gebieden 1, 2 en 3, begrensd door de volgende coördinaten:

    Oefengebied 1:

    van 52°12’58.77”N 005°34’02.67”E naar 52°07’56.63”N 005°40’02.59”E, naar 52°07’23.26”N 005°43’48.02”E, langs de grens van de CTR Deelen tegen de wijzers van de klok naar 52°02’26.34”N 005°41’56.79”E, naar 52°02’45.83”N 005°37’14.99”E en terug naar 52°12’58.77”N 005°34’02.67”E (zie figuur 1);

    Oefengebied 2:

    van 51°24’59.26”N 005°22’02.35”E naar 51°28’40.11”N 005°24’33.64”E, naar 51°35’50.89”N 004°57’16.23”E, naar 51°32’10.80”N 004°54’45.94”E en terug naar 51°24’59.26”N 005°22’02.35”E (zie figuur 2);

    Oefengebied 3:

    van 51°24’54.00”N 004°19’48.00”E naar 51°21’48.91”N 004°20’48.58”E, naar 51°21’54.00”N 004°25’48.00”E, naar 51°25’30.00”N 004°23’00.00”E en terug naar 51°24’54.00”N 004°19’48.00”E (zie figuur 3).

    Figuur 1: Oefengebied 1

    Figuur 1: Oefengebied 1

    Figuur 2: Oefengebied 2

    Figuur 2: Oefengebied 2

    Figuur 3: Oefengebied 3

    Figuur 3: Oefengebied 3

  • 2. De oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden), bedoeld in het eerste lid, zijn van kracht op de volgende dagen en tijdstippen:

    Oefengebied 1:

    maandag 27 maart 2017 van 09:00 tot 14:30 uur lokale tijd;

    maandag 3 april 2017 van 12:30 tot 15:30 uur lokale tijd;

    donderdag 6 april 2017 van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 14 april 2017 van 10:00 tot 17:00 uur lokale tijd;

    Oefengebied 2:

    dinsdag 28 maart 2017 van 09:30 tot 14:30 uur en van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    woensdag 29 maart 2017 van 09:30 tot 14:30 uur en van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    donderdag 30 maart 2017 van 09:30 tot 14:30 uur en van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    maandag 3 april 2017 van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    dinsdag 4 april 2017 van 10:00 tot 13:30 uur en van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    woensdag 5 april 2017 van 21:00 tot 23:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 14 april 2017 van 10:00 tot 17:00 uur lokale tijd;

    Oefengebied 3:

    donderdag 13 april 2017 van 11:00 tot 14:30 uur lokale tijd.

Artikel 2

  • 1. Binnen de oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden) bedraagt de toegestane minimum VFR-vlieghoogte binnen de daglichtperiode 100 voet AGL of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is.

  • 2. Binnen de oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden) bedraagt de toegestane minimum VFR-vlieghoogte buiten de daglichtperiode 300 voet AGL of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is.

  • 3. Binnen de oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden) gelden voorts de volgende regels:

    • a. laagvliegen is alleen toegestaan voor de luchtvaartuigen die deelnemen aan de oefening;

    • b. met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis gelden de eisen voor VFR-vluchten;

    • c. aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke worden vermeden;

    • d. de vrijstelling van de minimum VFR-vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 27 maart 2017 en vervalt met ingang van 15 april 2017.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans, Kolonel-vlieger

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de weken 13, 14 en 15 van 2017 vindt bij het 300 Squadron dat met Cougars vliegt, de Missie Kwalificatie Training Land Advanced (MKTLA) plaats. Dit is het laatste deel van de opleiding voor vliegers en loadmasters. Na het met goed gevolg hebben voltooid van deze MKTLA zijn de vliegers en loadmaster uitzendgereed. Tijdens de MKTLA worden verschillende missies gevlogen in combinatie met grondtroepen, vijand en gesimuleerde Surface-to-Air Missile-systemen. De missies zullen zowel bij daglicht als buiten de daglichtperiode worden uitgevoerd.

Het zwaartepunt van de missies ligt binnen de militaire laagvlieggebieden (GLV’s) op de Veluwe (GLV’s IV en VII) en in Noord-Brabant (GLV V) en binnen de control zones (CTR’s) van de vliegbases Woensdrecht, Gilze-Rijen en Eindhoven.

Om ook laag te kunnen vliegen tussen de GLV’s IV en VII en tussen de GLV V en de CTR’s van Eindhoven en Gilze-Rijen is met deze beschikking vrijstelling verleend van de minimum vlieghoogte.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 50 meter (150 voet) boven grond of water.

In het kader van deze oefening mag in de aangewezen oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden) overeenkomstig de met de onderhavige beschikking verleende vrijstelling zo laag worden gevlogen als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. Er mag niet continu laag worden gevlogen.

Tot slot zij opgemerkt dat voor zover van toepassing binnen de oefengebieden (tijdelijke laagvlieggebieden), genoemd in artikel 1, overeenkomstig de artikelen 10a, eerste lid, aanhef en onder b, juncto 15aa, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen voor op afstand bestuurde luchtvaartuigen geldt dat de vlucht wordt uitgevoerd tot een hoogte van maximaal 40 meter (131 voet) boven de grond of het water. Voor vluchten met modelvliegtuigen binnen het voornoemde gebied geldt overeenkomstig artikel 2, aanhef en onder h, onder 2, van de Regeling modelvliegen dat vluchten zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water in luchtruim met klasse G, mits iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen.

Naar boven