Aankondiging als bedoeld in artikel 9, eerste lid Wet opruiming van schepen en wrakken
BES
De waarnemend Hoofdingenieur-Directeur Rijkswaterstaat Zee en Delta, handelend namens
de Minister van Infrastructuur en Milieu als beheerder van de territoriale zee rond
Sint Eustatius, deelt het volgende mede.
Op donderdag 11 augustus 2016 is vrachtschip ‘MV Sirena’ (IMO 9491824) gestrand in
het noordelijk reservaat van het Sint Eustatius National Marine Park, in de territoriale
zee van Sint Eustatius. ‘MV Sirena’ wordt aangemerkt als wrak als bedoeld in artikel
1, sub f Wet opruiming van schepen en wrakken BES. Gezien de ligging van de gestrande
‘MV Sirena’ levert het wrak gevaar op voor de scheepvaart, de natuur en het mariene
milieu ter plaatse en is opruiming van de ‘MV Sirena’ noodzakelijk.
Gelet op artikel 7, aanhef en onder b van de Wet opruiming van schepen en wrakken
BES is in Bericht aan Zeevarenden (BaZ) 343-346 van 15 september 2016 op zeekaart
2716.G de locatie van MV Sirena aangeduid. De locatie is
17-31,55 N 062-59,95 W. Omdat in het gebied dat is begrensd door de volgende coördinaten
drijvende wrakstukken kunnen worden aangetroffen, wordt scheepvaart verzocht voorzichtig
te navigeren:
17-31,55 N 062-59,95 W
17-32,00 N 063-00,00 W
17-32,00 N 063-01,96 W
17-30,00 N 063-01,96 W
17-30,00 N 063-00,02 W
Met ingang van 13 maart 2017 zal tot opruiming van het wrak van ‘MV Sirena’ alsmede
restanten van de daarvan afkomstige lading en andere voorwerpen worden overgegaan.
Alle kosten die in dit kader sinds 11 augustus 2016 zijn gemaakt en nog worden gemaakt
komen voor rekening van de eigenaar. De eigenaar van ‘MV Sirena’ is Société de Manutention
et des Matériaux Industriels, Lotissement Petit Acajou, rue de la Documentation, 97139
Les Abymes, Guadeloupe. Kapitein is de heer B. Ion.
Gelet op artikel 10 van de Wet opruiming van schepen en wrakken BES is het verboden
zonder mijn daartoe strekkende vergunning zaken van het wrak te verwijderen.
Gelet op artikel 11 van de Wet opruiming van schepen en wrakken BES is het verboden
zonder mijn daartoe strekkende vergunning op het wrak te verblijven of aan boord te
gaan.
Bezwaar/voorlopige voorziening
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan door belanghebbenden tegen dit besluit
binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift
worden ingediend. Uw bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur
en Milieu, p/a de Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat Zee en Delta, afdeling
Werkenpakket, t.a.v. mw. mr. J.C.M. Bol, Postbus 556, 3000 AN Rotterdam. Het bezwaarschrift
dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten een vermelding van de naam en
het adres van de indiener, de dagtekening van het bezwaar, een vermelding van het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit,
alsmede een opgave van de redenen waarom u zich met het besluit niet kunt verenigen.
Tevens kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan
de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied
waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient
te zijn ondertekend en ten minste te bevatten een vermelding van de naam en het adres
van de indiener, de dagtekening, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit
heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit, alsmede de gronden van het
verzoek (motivering), en zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het
bezwaar is gericht. Van de indiener van een verzoek tot het treffen van een voorlopige
voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven.