Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 6 maart 2017, nr. WJZ/17029089, tot beëindiging van de mogelijkheid van het aanvragen van subsidie op grond van de Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij in de eerste openstellingsperiode

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 7 van de Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij;

Besluit:

Artikel 1

De mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij is met ingang van 21 februari 2017 00.00 uur beëindigd.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 21 februari 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 6 maart 2017

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

TOELICHTING

Op grond van de Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij kunnen melkveehouders subsidie aanvragen wanneer zij stoppen met het houden van melkvee. Aan deze subsidieregeling is voor de eerste openstellingsperiode een subsidieplafond verbonden van € 12.000.000. Dit plafond is op de eerste dag van de openstellingsperiode reeds bereikt. De Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij biedt de minister de mogelijkheid om de mogelijkheid tot het doen van subsidieaanvragen te beëindigen.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)heeft op 21 februari om 00.00 uur de mogelijkheid tot het indienen van een subsidieaanvraag gesloten. Met onderhavig besluit wordt de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag in de eerste openstellingsperiode formeel beëindigd. Dit besluit werkt terug tot 21 februari 2017 00.00 uur, het moment waarop de openstelling volgens de communicatie van RVO gesloten is. Dit om te voorkomen dat ondernemers voor niets een aanvraag indienen en dat RVO deze aanvragen nog moet behandelen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Naar boven