Instelling tijdelijke gebieden met beperkingen Stroe en Garderen (Raven)

2 maart 2017

Nr. MLA/029/2017

De Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelezen het verzoek van het Operationeel Ondersteunings Commando Land, Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition Reconnaissance Commando, 107 Aerial Systembatterij van 10 februari 2017;

Gelet op artikel 9 van het Besluit luchtverkeer 2014;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van vluchten met het Raven UA-systeem ter ondersteuning van een oefening van 101 Geniebataljon worden als oefengebieden de volgende tijdelijke gebieden met beperkingen (TGB’s) aangewezen:

    TGB Stroe

    een cirkelvormig gebied met een straal van 0,5 nautische mijlen met als middelpunt coördinaat 52°12'24.59"N 005°43'51.86"E, van grondniveau tot 600 ft AMSL (zie figuur 1);

    TGB Garderen

    een cirkelvormig gebied met een straal van 0,7 nautische mijlen met als middelpunt coördinaat 52°14'35.01"N 005°44'13.70" E, van grondniveau tot 600 ft AMSL (zie figuur 2).

  • 2. De gebieden, genoemd in het eerste lid, worden ingesteld op de hieronder genoemde dagen en tijdstippen:

    Week 10

    donderdag 9 maart 2017 van 15:00 uur tot 21:00 uur lokale tijd;

    vrijdag 10 maart 2017 van 15:00 uur tot 18:00 uur lokale tijd.

    Figuur 1: TGB Stroe

    Figuur 1: TGB Stroe

    Figuur 2: TGB Garderen

    Figuur 2: TGB Garderen

Artikel 2

Voor het gebruik van de oefengebieden (tijdelijke gebieden met beperkingen) gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in de oefengebieden is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van AOCS NM LVL;

  • b. gedurende de uitvoering van de vluchten met het Raven UA-systeem dient te allen tijde contact mogelijk te zijn tussen de uitvoerende eenheid en AOCS NM LVL;

  • c. aanvang en beëindiging van de vluchten met het Raven UA-systeem worden gecoördineerd met AOCS NM LVL;

  • d. gedurende de uitvoering van de vluchten moeten aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke worden vermeden;

  • e. tijdens de uitvoering van de vluchten met het Raven UA-systeem worden de in het “Operations Manual” opgenomen beperkingen in acht genomen.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 9 maart 2017 en vervalt met ingang van 11 maart 2017.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans, Kolonel-vlieger

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Het opereren met onbemande luchtvaartuigen (Unmanned Aircraft Systems, UAS) wordt binnen de defensieorganisatie uitgevoerd door verschillende eenheden. Activiteiten waarbij UAS van het type Raven RQ 11B worden ingezet, zijn gebonden aan stringente regelgeving, verwoord in de Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen.

Een onbemand luchtvaartuig kan conform die regeling worden gebruikt in militaire plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden, restricted areas en tijdelijke gebieden met beperkingen. In deze beschikking zijn op grond van artikel 9 van het Besluit luchtverkeer 2014 als oefengebieden twee tijdelijke gebieden met beperkingen aangewezen.

De maximale vlieghoogte van de Raven RQ 11B in de oefengebieden is 500 voet AMSL (150 meter boven gemiddeld zeeniveau). De TGB’s hebben een hoogte van 600 voet AMSL (180 meter boven gemiddeld zeeniveau), zodat er een veiligheidsbuffer ten opzichte van overig niet-deelnemend verkeer is zeker gesteld. Via een vooraf gepubliceerde NOTAM is het vliegverkeer gewaarschuwd dat het betrokken luchtruim verboden gebied is.

Luchtvaartuigen in gebruik bij de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, en luchtvaartuigen ten behoeve van HEMS- en SAR-vluchten mogen de oefengebieden binnenvliegen na toestemming van AOCS NM LVL.

Naar boven