Aanvraag tot wijziging van een watervergunning ontvangen van Consortium Grensmaas B.V. te Born, Rijkswaterstaat

KENNISGEVING

Waterwet

De minister van Infrastructuur en Milieu maakt, ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht, het volgende bekend.

Op 19 december 2016 is een aanvraag tot wijziging van een watervergunning ontvangen van Consortium Grensmaas B.V. te Born. De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale wijziging van de vigerende vergunning voor het brengen van stoffen in het oppervlaktewater. De beoogde verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning reeds zijn toegestaan. Gelet op artikel 6.26, tweede lid, van de Waterwet is de aanvraag voorbereid met toepassing van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De vigerende watervergunning is gewijzigd bij besluit d.d. 23 februari 2017, met kenmerk RWS-2017/8019.

Termijn van terinzagelegging

De vergunning en de daarbij behorende stukken liggen vanaf 6 maart 2017 tot en met 16 april 2017 ter inzage bij:

  • Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, afdeling Vergunningverlening, Avenue Céramique 125 te Maastricht, tijdens kantooruren, alwaar desgewenst een mondelinge toelichting op de stukken kan worden verkregen.

Voor nadere inlichtingen kan men zich telefonisch wenden tot mevrouw M.C. van den Brink van de afdeling Vergunningverlening: 06 – 53 20 76 86.

Inwerkingtreding besluit, bezwaar en voorlopige voorziening

Belanghebbenden kunnen vanaf 6 maart 2017 tot en met 16 april 2017 een bezwaarschrift indienen bij de minister van Infrastructuur en Milieu, p/a de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, ter attentie van de afdeling Werkenpakket, Postbus 25, 6200 MA Maastricht. Het besluit is in werking getreden op 23 februari 2017. Het bezwaarschrift dient ten minste te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening van het bezwaar;

  • een vermelding van het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen en, zo mogelijk, de datum en het kenmerk van de beschikking, alsmede een opgave van redenen waarom u zich niet met de beschikking kunt verenigen.

Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Indien tegen het besluit bezwaar is gemaakt en als onverwijlde spoed dat vereist, kan de indiener van het bezwaarschrift een verzoek doen tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek moet worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats of vestiging heeft.

Voor nadere inlichtingen kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de afdeling Vergunningverlening van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, telefonisch bereikbaar onder het hierboven vermelde nummer.

De minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze, het hoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, T.L.C. du Chatinier

Naar boven