Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 17 februari 2016, nr. IENM/BSK-2016/12808 tot wijziging van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai en de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder b, 4, tweede lid, artikel 5, onderdelen a, c, e en f van de Kaderwet subsidies I en M, de artikelen 126a en 129 van de Wet geluidhinder en de artikelen 3.9 en 4.22 van het Besluit geluidhinder;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling sanering verkeerslawaai wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt ‘binnen 6 weken’ vervangen door: binnen 3 maanden.

2. In het derde lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • h. zijn voorzien van maatregelen, die ten laste van het Rijk zijn getroffen of omdat de toestemming, bedoeld in artikel 114a van de wet, ontbreekt.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt.

2. De aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervalt.

C

Na artikel 19 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3.3 subsidieplafond

Artikel 19a
  • 1. Het tijdvak voor de subsidieverstrekking ter zake van de kosten van projecten die zijn gericht op de beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen en spoorwegen die wordt ondervonden door woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen of zijn gericht op de beperking van het geluidsniveau binnen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen beslaat de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.

  • 2. Het subsidieplafond voor het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op € 18.010.000,00.

D

Artikel 24a vervalt.

E

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van artikel 25, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Na ontvangst van een volledig ingevuld formulier UK/S ten behoeve van maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, stelt de Minister de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op:

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid stelt de Minister de in dat lid bedoelde subsidie vast, uiterlijk vier weken na ontvangst van een volledig ingevuld formulier MA-F, indien de subsidieontvanger, met toepassing van artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.

F

Na artikel 35b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 35c

  • 1. Indien de aanvraag geluidwerende maatregelen betreft en de subsidieontvanger heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure, wordt de hoogte van het totale voorschot bepaald met behulp van bijlage A, onderdeel 7.

  • 2. In afwijking van artikel 32 wordt het totale voorschot, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na verlening van de subsidie in één keer verstrekt.

G

Na artikel 43 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 43a

Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2017, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op voor die datum reeds verleende subsidies.

H

In Bijlage A, onderdeel 7, wordt in de aanhef ‘artikel 17a’ gewijzigd in: artikel 35c.

I

Bijlage B wordt als volgt gewijzigd:

1. In de toelichting op het formulier GBa vervalt de zin ‘Een en ander wordt met voorbeelden beschreven op de pagina’s 37 tot en met 41 van de VROM-publikatie ‘Herziening Rekenmethode Geluidwering Gevels, Actualisering hoofdstukken 4+5 van de brochure ′Verkeerslawaai en Woningen′.’.

2. In de toelichting op het formulier GBb vervalt de zin ‘Een en ander wordt met voorbeelden beschreven op de pagina’s 37 tot en met 41 van de VROM- publikatie ‘Herziening Rekenmethode Geluidwering Gevels, Actualisering hoofdstukken 4+5 van de brochure “Verkeerslawaai en Woningen”.’.

J

Bijlage F vervalt.

ARTIKEL II

De Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder wordt als volgt gewijzigd:

In Bijlage 1, tabel 1, wordt na ‘

Dicht Asfalt Beton (DAB)

– enkel bij sanering

5 per 10 m2 t.o.v. elementverharding

‘ ingevoegd:

Steenmastiekasfalt (SMA)

– enkel bij sanering

5 per 10 m2 t.o.v. DAB

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag nadat deze in de Staatscourant wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

ALGEMEEN

1. Inleiding

Met de Regeling vernieuwen procedures sanering verkeerslawaai is de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai (hierna: de Subsidieregeling) grondig gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen waren gelegen in de procedurele en financiële opzet van de verlening van subsidies voor de voorbereiding, begeleiding en het toezicht (verder: voorbereidingssubsidies) en het inrichten van een facultatieve procedure voor gevelisolatieprojecten, die gemeenten gedurende de uitvoering meer vrijheid geeft en de doorlooptijd van projecten moet verkorten. De onderhavige wijzigingsregeling ziet er op de nieuwe procedures te stroomlijnen en enkele kleine onvolkomenheden te verbeteren.

Daarnaast wordt de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder gewijzigd.

2. Wijziging van de Subsidieregeling

2.1 Vaststelling voorbereidingssubsidie

De voorbereidingssubsidie wordt door de aanvragers gebruikt om een saneringsprogramma op te stellen en de kosten van de begeleiding van en het toezicht op de realisatie van het saneringsprogramma te dekken. De hoogte van de voorbereidingssubsidie is afhankelijk van maatregelen die in het saneringsprogramma worden opgenomen. Voor bron- en overdrachtsmaatregelen is het bedrag gekoppeld aan de subsidie die wordt verleend voor de uitvoering van deze maatregelen. Bij maatregelen aan de gevel is de hoogte van de subsidie afhankelijk van de uitkomsten van het akoestisch en bouwtechnisch onderzoek.

In de per 1 januari 2015 vernieuwde Subsidieregeling is bepaald dat de voorbereidingssubsidie wordt vastgesteld nadat de aanvrager het project gereed heeft gemeld met het formulier MA of MA-F. Deze formulieren worden gebruikt om een project in zijn geheel gereed te melden. De reden dat voor dat moment is gekozen voor de vaststelling van de voorbereidingssubsidie, is dat bij het opstellen van de vernieuwde Subsidieregeling werd aangenomen dat op dat moment pas het definitieve bedrag van de voorbereidingssubsidie ten behoeve van de gevelmaatregelen bekend zou zijn. Gedurende de uitvoering van de gevelmaatregelen kan namelijk nog sprake zijn van woningeigenaren die afzien van deelname aan het project, wat invloed kan hebben op het subsidiebedrag.

Nadere beschouwing van dit proces heeft opgeleverd dat dit een onjuiste aanname is. Op het moment dat een potentieel rechthebbende afziet van deelname aan het gevelisolatieproject, terwijl het benodigde maatregelpakket wel onderzocht is, volgt uit de tabel in bijlage A, onderdeel 6, dat dit geen invloed heeft op het subsidiebedrag (€ 900,–). Op het moment dat de aanvraag voor de subsidie voor de uitvoering van de gevelmaatregelen wordt ingediend, hebben de eventuele schouwing, woningopname en toetsingsberekeningen reeds plaatsgevonden. Daarmee is in feite alle informatie voorhanden om de voorbereidingssubsidie ten behoeve van de gevelmaatregelen, en daarmee eventueel ook de totale voorbereidingssubsidie, indien ook bron- en overgangsmaatregelen worden getroffen, vast te stellen.

De nieuwe werkwijze (zie artikel I, onderdeel F) waarbij op het moment van de aanvraag ook de voorbereidingssubsidie kan worden vastgesteld, pakt ook gunstiger uit voor de aanvragers. Deze hebben eerder duidelijkheid omtrent de definitieve hoogte van de voorbereidingssubsidie en omdat bij de vaststelling van de voorbereidingssubsidie de laatste 5% van het subsidiebedrag wordt uitgekeerd kunnen aanvragers ook sneller over het gehele subsidiebedrag beschikken.

Bij de facultatieve procedure voor gevelisolatie blijft het moment van vaststellen van de voorbereidingssubsidie ongewijzigd. Indien een aanvrager kiest voor deze procedure is bij het verlenen van de uitvoeringssubsidie meestal alleen bekend wat de geluidsbelasting op de woningen is. Een eventuele schouwing, woningopname en toetsingsberekeningen hebben dan nog niet plaatsgevonden, waardoor het definitieve bedrag van de voorbereidingssubsidie niet bepaald kan worden.

2.2 Uitbreiding melding inzicht saneringsvoorraad

In de Regeling vernieuwen procedures sanering verkeerslawaai is de mogelijkheid opgenomen dat de Minister aan gemeenten verzoekt om aan te geven welke saneringsobjecten niet meer in aanmerking kunnen komen voor een subsidie voor maatregelen. Het gaat hier bijvoorbeeld over woningen die zijn gesloopt of zijn gelegen in een 30 km/u-zone. Met de onderhavige regeling (zie artikel I, onderdeel A) kan dit verzoek worden uitgebreid met woningen ten aanzien waarvan rechthebbenden hebben afgezien van deelname aan het gevelmaatregelenonderzoek, of met woningen waaraan reeds eerder van Rijkswege maatregelen zijn getroffen.

De uitbreiding van het verzoek met woningen ten aanzien waarvan rechthebbenden hebben afgezien van deelname aan het gevelmaatregelenonderzoek betreft de gevallen waarin de potentieel rechthebbende ten aanzien van een saneringsobject niet heeft toegestemd mee te werken aan maatregelen. In die gevallen heeft het bevoegd gezag de procedure die beschreven is in Hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder gevolgd en kan de woning formeel als gesaneerd beschouwd worden. Onder de categorie woningen waaraan reeds eerder van Rijkswege maatregelen zijn getroffen vallen bijvoorbeeld woningen op de A-lijst die met middelen uit het Investeringsbudget Stedelijke vernieuwing (ISV) van gevelmaatregelen zijn voorzien, maar waarvan het bevoegd gezag de Minister nog niet op de hoogte heeft gebracht.

De termijn om te reageren op het verzoek wordt met de onderhavige regeling tevens verruimd van zes weken naar drie maanden. Hiermee wordt gefaciliteerd dat gemeenten voldoende tijd hebben om de terugmelding zo volledig mogelijk te krijgen.

2.3 Herstel onvolkomenheden in de regeling

Met de onderhavige regeling worden enkele onvolkomenheden in de Subsidieregeling hersteld. Met het voorschot dat genoemd wordt in artikel 24a van de Subsidieregeling wordt een voorschot van de uitvoeringssubsidie bij de facultatieve procedure bedoeld. Dit blijkt ook uit de tekst van het artikel, gelezen in samenhang met Bijlage A, onderdeel 7. Paragraaf 4.1 gaat echter over de procedure betreffende de voorbereidingssubsidie, niet over de uitvoeringssubsidie waarvoor de facultatieve procedure wordt gebruikt. Daarom wordt de bepaling van artikel 35 c ingevoegd. Tevens wordt in Bijlage A, onderdeel 7, de verwijzing naar artikel 17a, die onjuist is, gewijzigd in een verwijzing naar het juiste nieuwe artikel 35 c.

Daarnaast wordt in de toelichting op het formulier GBa en GBb een verwijzing naar een verouderde VROM-publicatie verwijderd. Deze publicatie is dusdanig oud dat deze digitaal niet meer te raadplegen is. Bovendien verschaft de toelichting zelf voldoende informatie, zodat het niet nodig is de publicatie te raadplegen.

3. Wijziging van artikel 5, tweede lid, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai en van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder

In artikel I, onderdeel B van deze wijzigingsregeling wordt het tweede lid van artikel 5 van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai geschrapt. Hiermee komt de verwijzing naar bijlage F te vervallen. In onderdeel K van deze wijzigingsregeling wordt geregeld dat bijlage F komt te vervallen.

In het tweede lid van artikel 5 wordt nu bepaald dat bij de beoordeling van de doelmatigheid van bronmaatregelen aan een weg in beheer bij een provincie of gemeente de maatregelpunten opgenomen in bijlage F worden toegepast.

Tot op dit moment is het in de praktijk nog steeds onvoldoende helder of de subsidie die men voor een stil wegdek kan krijgen is gebaseerd op het type wegdek dat men aanlegt of op de reductie die men daarmee bereikt. De verwarring wordt gewekt doordat enerzijds een reductie-eis van 2 dB wordt gehanteerd en anderzijds een beperkt lijstje met wegdekvervangingen en bijbehorende vergoedingen in de regeling is opgenomen.

Dit is een gevolg van de wijziging in 2015 waarbij de subsidie afhankelijk is gesteld van de geluidreductie die behaald wordt met het nieuw aan te leggen wegdek, maar nog steeds de maatregelpunten van bijlage F moeten worden gehanteerd.

Daarom wordt met de onderhavige wijziging de vergoeding afhankelijk gemaakt van de geluidsreductie die het stillere wegdek oplevert. Door artikel 5, tweede lid, te schrappen is de enige voorwaarde voor subsidieverlening dat er een reductie van minimaal 2dB wordt bereikt. Hierdoor zijn nu echter niet voor alle mogelijke combinaties wegdek maatregelpunten beschikbaar.

Om aan alle akoestische verbeteringen aan de bron maatregelpunten toe te kennen is het van belang om aan te sluiten bij de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder die een bredere werking heeft. In de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder wordt de toepassing van steen-mastiekasfalt als bronmaatregel toegevoegd waardoor voor iedere wegdekvervanging met een positief akoestisch effect de maatregelpunten beschikbaar zijn. Hiertoe wordt in artikel II bijlage 1, tabel 1, van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder gewijzigd.

4. Gevolgen van de wijziging van de Subsidieregeling en de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

4.1 Financiële gevolgen, administratieve lasten en nalevingskosten voor burgers, bedrijven en andere overheden

De Subsidieregeling wordt vooral gebruikt door gemeenten en door ProRail. De wijziging van de Subsidieregeling heeft geen gevolgen voor de bestuurlijke lasten van gemeenten en evenmin voor de administratieve lasten voor ProRail. De wijziging van de Subsidieregeling heeft naar haar aard ook geen gevolgen voor de administratieve lasten voor burgers en andere bedrijven dan ProRail.

Ook de wijziging van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder heeft geen gevolgen voor de bestuurlijke lasten.

4.2 Financiële gevolgen voor de rijksoverheid

De onderhavige wijziging van de Subsidieregeling en de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder heeft geen financiële gevolgen voor de rijksoverheid. Er wordt jaarlijks een subsidieplafond vastgesteld voor de sanering van verkeerslawaai.

5. Horizonbepaling

De Subsidieregeling is in lijn gebracht met artikel 24a van de Comptabiliteitswet door het opnemen van een horizonbepaling (zie artikel I, onderdeel G).

Op grond van artikel 24a, zevende lid van de Comptabiliteitswet worden subsidieregelingen die eindigen op of na 1 juli 2014 en subsidieregelingen die geen einddatum kenden bij inwerkingtreding van genoemd wetsartikel voorzien van een vervaldatum die niet later ligt dan 1 juli 2017.

6. Inwerkingtreding

Aan deze regeling wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2016. Hiervoor is gekozen om alle aanvragen in het lopende jaar gelijk te behandelen.

De inwerkingtreding van de onderhavige regeling wijkt af van de in het Kabinetsstandpunt inzake vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijn neergelegde uitgangspunten. Het betreft onder meer de wijziging van een subsidieplafond waarvoor afwijking in dat kabinetsstandpunt wegens uitzonderingsgrond 1 (de regelgeving heeft een directe relatie met andere jaarindelingen, zoals het subsidiejaar, en de doelgroepen zijn gebaat bij een spoedige inwerkingtreding) in dit geval is toegestaan.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

Naar boven