Bekendmaking Besluit Cargill te Sas van Gent, Rijkswaterstaat

Waterwet

De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt, ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht, het volgende bekend.

Op 16 december 2015 is door Cargill te Sas van Gent een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een tweede decanter op de waterzuivering. Bij besluit van 5 februari 2016, nr. RWSZ2016-00000646/RWS-2016/5670, is aan Cargill te Sas van Gent ingevolge de Waterwet vergunning verleend voor het plaatsen van een tweede decanter op de waterzuivering.

De beoogde verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning reeds zijn toegestaan (artikel 6.26 Waterwet).

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zee en Delta (afdeling Werkenpakket), Postbus 556, 3000 AN Rotterdam. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • 1. de naam en het adres van de indiener;

  • 2. de dagtekening;

  • 3. een vermelding van de datum en het kenmerk van de beschikking waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • 4 een opgave van de redenen waarom men zich met de beschikking niet kan verenigen.

Op verzoek en na instemming is rechtstreeks beroep mogelijk bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft.

De vergunning treedt in werking na bekendmaking. Op grond van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan, indien tegen dit besluit bezwaar wordt ingesteld, gedurende de bezwaartermijn tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te worden ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • 1. de naam en het adres van de indiener;

  • 2. de dagtekening;

  • 3. een vermelding van het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen en de datum en het kenmerk van de beschikking;

  • 4. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Als burger kunt u ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de hiervoor vermelde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de hiervoor vermelde internetsite voor de precieze voorwaarden.

Inlichtingen

Belanghebbenden kunnen zich voor het verkrijgen van nadere inlichtingen tijdens kantooruren wenden tot de heer E. Talens, telefoon 06 – 50 12 71 53.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze, het hoofd van de afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat Zee en Delta, M. Harte

Naar boven