Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RijswijkStaatscourant 2016, 70867Instelling gemeenschappelijke regelingen



GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING INDUSTRIESCHAP "DE PLASPOELPOLDER"

Logo Rijswijk

 

De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten

  • -

    Den Haag

  • -

    Rijswijk

elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft, overwegende dat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan de colleges van burgemeester en wethouders toestemming hebben verleend tot het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Industrieschap De Plaspoelpolder

en gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

B E S L U I T E N

De gemeenschappelijke regeling Industrieschap De Plaspoelpolder te wijzigen, zodat deze komt te luiden als volgt:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
  • 1.

    Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:

    • a.

      “wet” : de Wet gemeenschappelijke regelingen;

    • b.

      "regeling" : deze gemeenschappelijke regeling;

    • c.

      "deelnemende gemeente" : een aan deze regeling deelnemende gemeente;

    • d.

      "Industrieschap" : het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, bedoeld in artikel 2 van de regeling;

    • e.

      "bedrijventerreinen" : de door de gezamenlijke colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten aangewezen bedrijventerreinen;

    • f.

      “Gedeputeerde Staten" : Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland.

  • 2.

    Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, indien in die artikelen wordt gesproken van gemeente, raad, burgemeester en wethouders of burgemeester, daarvoor gelezen het Industrieschap, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter.

Hoofdstuk II. Het Rechtspersoonlijkheid Bezittend Lichaam

Artikel 2
  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd: Het Industrieschap "De Plaspoelpolder". Het openbaar lichaam is gevestigd te Rijswijk.

  • 2.

    Het rechtsgebied van het Industrieschap omvat het grondgebied van de door de beide colleges aangewezen bedrijventerreinen, zoals aangegeven op de als bijlage 1 bij deze regeling aangehechte kaart.

Artikel 3

Het bestuur van het Industrieschap bestaat uit:

  • a.

    het Algemeen Bestuur;

  • b.

    het Dagelijks Bestuur;

  • c.

    de voorzitter

Hoofdstuk III. Doelstelling, Taken en Bevoegdheden van het Industrieschap

Artikel 4

Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op taken en bevoegdheden die aan colleges zijn toebedeeld.

Paragraaf 1. Samenstelling

Artikel 6
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur bestaat uit drie of vier leden per deelnemende gemeente die door het betreffende college uit zijn midden worden aangewezen.

  • 2.

    De leden van het Algemeen Bestuur worden aangewezen voor de zittingsperiode van het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid ophoudt wethouder te zijn.

  • 4.

    De leden van het Algemeen Bestuur treden tegelijk af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het Algemeen Bestuur in functie treden.

  • 5.

    De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter op de hoogte. Leden van het Algemeen Bestuur die ontslag hebben genomen behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.

Artikel 7

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege het bestuur van een van de deelnemende gemeenten aangesteld of daaraan ondergeschikt, met uitzondering van onderwijzend personeel, ambtenaren van de burgerlijke stand of hen, die als vrijwilliger niet bij wijze van beroep hulpdiensten verrichten. Met ambtenaar worden gelijkgesteld zij, die in dienst van een van de deelnemende gemeenten op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

 

Artikel 5
  • 1.

    Het Industrieschap heeft tot doel - door middel van het aanleggen, herstructureren en exploiteren van bedrijventerreinen, waaronder het verrichten van alle taken die met deze doelstelling samenhangen, daaronder begrepen het verwerven van gronden ten behoeve van bedrijventerreinen, desnoods door middel van onteigening, het uitgeven (in erfpacht) van deze gronden en voorts het stichten, verwerven, herontwikkelen, vervreemden en exploiteren van bedrijfsgebouwen, alles in de ruimste zin van het woord - bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en het bevorderen van de werkgelegenheid.

  • 2.

    Onder de taak van het Industrieschap is niet begrepen de bij de deelnemende gemeenten berustende openbare taken, waaronder de reiniging en het onderhoud van openbare wegen, het afvoeren van water en vuilnis, de openbare verlichting, de Brandweer en het bouwtoezicht.

  • 3.

    Het Industrieschap zal bij de uitvoering van zijn taken zoveel mogelijk gebruik maken van diensten van de deelnemende gemeenten, die door de deelnemende gemeenten tegen kostendekkend tarief worden aangeboden. Deze afgenomen diensten komen voor rekening van het Industrieschap.

  • 4.

    Ten behoeve van de in het eerste lid vermelde taken kan het Industrieschap onder meer besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het Industrieschap te brengen.

  • 5.

    Het Industrieschap is bevoegd tot het verrichten van diensten, voor zover deze vallen binnen het kader van de in artikel 5 genoemde taken, voor andere dan de deelnemende gemeenten en/of derden, met een publiekrechtelijke taak en/of bevoegdheid.

Hoofdstuk IV. Algemeen Bestuur

 

 

Paragraaf 2. Bevoegdheden en taken

Artikel 8
  • 1.

    De bevoegdheden die aan het bestuur van het Industrieschap worden overgedragen, berusten bij het Algemeen Bestuur, tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt de algemene financiële en beleidsmatige kaders vast voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden. Daartoe stelt het Algemeen Bestuur jaarlijks een programmabegroting en (meerjarige) bouwgrondexploitatieberekeningen en vastgoedexploitaiteberekeningen vast, waartoe het Dagelijks Bestuur voorstellen doet. De exploitatieberekeningen worden bijgesteld en geactualiseerd zodra zulks nodig en mogelijk is.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening, het jaarverslag en een halfjaarrapportage vast.

Paragraaf 3. Werkwijze en vergaderingen

Artikel 9
  • 1.

    De in artikel 22 van de wet opgenomen bepalingen uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 19 van de Gemeentewet bedoelde openbare kennisgeving op verzoek van de voorzitter tevens geschiedt door de burgemeester van de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig oordelen, dan wel ten minste een vijfde van de leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.

  • 3.

    De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar.

  • 4.

    De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 5.

    Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

Artikel 10

Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 11
  • 1.

    Besluiten worden in unanimiteit genomen.

  • 2.

    De vergadering van het Algemeen Bestuur wordt niet geopend voordat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Besluiten kunnen alleen worden genomen in een vergadering waarin elk van de deelnemende gemeente wordt vertegenwoordigd.

  • 3.

    Indien een deelnemende gemeente in een vergadering niet is vertegenwoordigd, roept de voorzitter een nieuwe vergadering bijeen waarin beide deelnemende gemeenten vertegenwoordigd zijn en onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In die vergadering kunnen met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, eerste lid besluiten worden genomen, ongeacht of aan het bepaalde in artikel 11, tweede lid is voldaan.

  • 4.

    In afwijking van het voorgaande kan besluitvorming door het Algemeen Bestuur buiten vergadering plaatsvinden, mits op basis van een voorstel van de voorzitter en mits alle leden van het Algemeen Bestuur zonder voorbehoud met het voorstel hebben ingestemd. Van die instemming moet blijken uit een schriftelijk stuk waarin het voorstel is opgenomen en waarop elk lid van het Algemeen Bestuur schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven. Onder schriftelijk wordt tevens verstaan elk via gangbare communicatiekanalen overgebracht en op schrift reproduceerbaar bericht, waaronder begrepen berichten per fax en per e-mail.

  • 5.

    Het besluit bedoeld in het vierde lid wordt geacht tot stand te zijn gekomen op het tijdstip waarop alle leden van het Algemeen Bestuur met het voorstel hebben ingestemd blijkens de schriftelijk betuigde instemming. Dit tijdstip wordt door of in opdracht van de voorzitter op het door alle leden geaccordeerde, in het vorige lid bedoelde, stuk vermeld.

  • 6.

    Van een besluit dat op de in de leden 4 en 5 beschreven wijze tot stand gekomen is, wordt op de eerstvolgende vergadering mededeling gedaan.

  • 7.

    Een besluit komt niet buiten vergadering tot stand als een lid van het Algemeen Bestuur te kennen heeft gegeven niet met het voorstel in te stemmen of te wensen dat het desbetreffende voorstel in een vergadering wordt behandeld.

Hoofdstuk V. Dagelijks Bestuur

Paragraaf 1. Samenstelling

Artikel 12
  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie of vier leden door en uit het Algemeen Bestuur aan te wijzen, met dien verstande dat elke deelnemende gemeente in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd is en met inachtneming van het bepaalde in artikel 14, lid 3, van de wet inhoudende dat het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid mag uitmaken van het Algemeen Bestuur.

  • 2.

    De leden en de plaatsvervangende leden van het Dagelijks Bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 3.

    De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur.

  • 4.

    Indien een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt door ontslag, overlijden of anderszins, wordt de vacature waargenomen door de voor dit lid in het Algemeen Bestuur aangewezen plaatsvervanger. De deelnemende gemeente die het betreffende lid in het Algemeen Bestuur heeft aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in de vacature.

  • 5.

    Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, vindt het aanwijzen van leden van het Dagelijks Bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, plaats uiterlijk een maand nadat die plaats is opengevallen.

  • 6.

    De leden van het Dagelijks Bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het Algemeen Bestuur.

  • 7.

    Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. Van overeenkomstige toepassing zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet, inhoudende dat als de opzegging van het vertrouwen er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt de raad kan besluiten tot ontslag.

  • 8.

    Degene, die ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt daarmee tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.

Artikel 13
  • 1.

    De leden van het Dagelijks Bestuur kunnen te allen tijde als zodanig ontslag nemen.

  • 2.

    Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter.

  • 3.

    Artikel 12, vierde lid is in dit geval van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. Bevoegdheden

Artikel 14
  • 1.

    Aan het Dagelijks Bestuur zijn in ieder geval de bevoegdheden in artikel 33b van de wet opgedragen:

    • a.

      het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het Algemeen Bestuur hiermee is belast;

    • b.

      beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

    • c.

      regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

    • d.

      ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;

    • e.

      tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet;

    • f.

      te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur is daarnaast bevoegd tot het nemen van besluiten ter uitvoering van rechtshandelingen met betrekking tot grondaankoop en -verkoop, het sluiten van verkoop- en verhuurovereenkomsten, het uitgeven van gronden in erfpacht, en herstructurering van bedrijventerreinen en bedrijfsgebouwen, dit alles binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders.

  • 3.

    Onverminderd het tweede lid, is het Algemeen Bestuur bevoegd, met inachtneming van artikel 33a van de wet, ook andere bevoegdheden over te dragen aan het Dagelijks Bestuur.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur kan mandaat en machtiging verlenen ter zake van de aan hem toekomende bevoegdheden.

Paragraaf 3. Werkwijze en besluitvorming

Artikel 15
  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 2.

    De Voorzitter stelt, met inachtneming van hetgeen het Dagelijks Bestuur heeft bepaald, dag en plaats van de vergadering van het Dagelijks Bestuur en het tijdstip van de opening vast.

  • 3.

    De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Dagelijks Bestuur niet anders heeft bepaald.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur kan beraadslagen wanneer de meerderheid van zijn leden of, voor zover van toepassing, hun plaatsvervangers tegenwoordig is, met dien verstande dat leden van de beide deelnemende gemeenten vertegenwoordigd zijn.

  • 5.

    Besluiten worden in unanimiteit genomen.

  • 6.

    Indien de meerderheid van het aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering. De oproep tot deze vergadering vermeldt de te behandelen zaken. In deze vergadering wordt een besluit genomen door de dan tegenwoordige leden. In deze vergadering kan het Dagelijks Bestuur echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien tenminste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

  • 7.

    In afwijking van het voorgaande kan besluitvorming door het Dagelijks Bestuur buiten vergadering plaatsvinden, mits op basis van een voorstel van de voorzitter. Het in artikel 11, leden 4 tot en met 7, bepaalde is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI. Informatie en verantwoording

Artikel 16
  • 1.

    Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.

  • 2.

    Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang, als bedoeld in artikel 169, lid 3 van de Gemeentewet. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt.

  • 3.

    Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen.

  • 4.

    Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid .

Artikel 17

Het Algemeen Bestuur brengt aan de raden van de deelnemende gemeenten, onverminderd het hiervoor in artikel 16 bepaalde, in ieder geval ter kennis de besluiten betreffende de begroting en de rekening met de daarbij behorende stukken.

Artikel 18
  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.

  • 2.

    Een lid van het Dagelijks Bestuur verstrekt aan de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 4.

    Het Algemeen Bestuur regelt van welke besluiten van het Dagelijks Bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het Algemeen Bestuur. Daarbij kan het Algemeen Bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het Dagelijks Bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.

  • 5.

    Het Algemeen Bestuur kan een lid van het Dagelijks Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen.

Hoofdstuk VII. Voorzitter en Secretaris

Artikel 19
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur wijst als voorzitter, respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, een lid uit zijn midden aan. De voorzitter is niet afkomstig uit dezelfde gemeente als de plaatsvervangend voorzitter.

  • 2.

    Het voorzitterschap wordt gedurende een periode van één jaar bij toerbeurt vervuld door een van de in het eerste lid bedoelde leden.

  • 3.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.

  • 4.

    De voorzitter vertegenwoordigt het Industrieschap in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde schriftelijk opdragen.

  • 5.

    Met inachtneming van het hiervoor in dit artikel bepaalde kan een plaatsvervangend voorzitter worden aangewezen.

Artikel 20
  • 1.

    De secretaris van het Algemeen en Dagelijks Bestuur, die geen lid van het Algemeen Bestuur kan zijn, wordt door het Algemeen Bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. Voor de benoeming van de secretaris dient het Dagelijks Bestuur een aanbeveling in bij het Algemeen Bestuur.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kan een plaatsvervangend secretaris benoemen. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21

De voorzitter en de secretaris ondertekenen de besluiten die door het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur worden genomen.

Hoofdstuk VIII. Directie en overig personeel

Artikel 22
  • 1.

    Op voordracht van beide colleges benoemt het Dagelijks Bestuur twee directeuren, gehoord het Algemeen Bestuur.

  • 2.

    Op voordracht van de beide directeuren benoemt het Dagelijks Bestuur een administrateur, gehoord het Algemeen Bestuur.

  • 3.

    Indien het Dagelijks Bestuur een voorgedragen kandidaat niet benoemt of later ontslaat, draagt de betrokken gemeente een andere kandidaat voor.

  • 4.

    De directeur en de administrateur kunnen niet zijn lid van het Algemeen Bestuur noch secretaris of plaatsvervangend secretaris van het Algemeen Bestuur.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur kan in een instructie nadere regels vaststellen over de taken en bevoegdheden van de directie en de administrateur.

  • 6.

    Het Dagelijks Bestuur kan naar behoeven binnen het daartoe vastgestelde budget ondersteunend personeel aanstellen.

  • 7.

    In de regel worden in de functies van secretaris, directeur, administrateur en ondersteunend personeel ambtenaren van de deelnemende gemeenten benoemd op basis van detachering. Met de betrokken gemeente wordt een regeling getroffen omtrent de vergoeding voor en de beëindiging van de detachering.

Artikel 23
  • 1.

    De directeuren verrichten de werkzaamheden, waartoe het Dagelijks Bestuur of de voorzitter, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, opdracht en daarmee verband houdende volmacht, machtiging, respectievelijk mandaat geeft.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur stelt in het daarop betrekking hebbende mandaat, volmacht en machtigingsbesluit zo nodig een taakverdeling vast tussen de leden van de directie.

  • 3.

    De directeuren verschaffen alle inlichtingen die binnen het kader van het Industrieschap nodig worden geacht, aan het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk IX. Financiële bepalingen

Paragraaf 1. Administratie

Artikel 24
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van het Industrieschap.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze regels dienen te waarborgen dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur wijst een accountant aan als bedoeld in artikel 393 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van de bevindingen.

  • 4.

    Op de accountantsverklaring en het verslag van de bevindingen is artikel 213, lid 3 t/m 5, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. Begroting

Artikel 25
  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op met de daarbij behorende toelichting.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt acht weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, maar uiterlijk 14 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen, toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting hun zienswijze bij het Dagelijks Bestuur naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.

  • 4.

    Nadat de begroting is vastgesteld door het Algemeen Bestuur, zendt het Dagelijks Bestuur, zo nodig, de begroting, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

  • 6.

    Besluiten tot het wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. Het bepaalde in lid 2 tot en met lid 4, is daarbij van overeenkomstige toepassing. Van het bepaalde in de tweede zin van lid 2 kan worden afgeweken voor de ramingen van baten en/of lasten bij begrotingswijzigingen binnen het programma die de gemeentelijke bijdrage niet beïnvloeden.

  • 7.

    Van het bepaalde in het zesde lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die:

    • a.

      het totaalbedrag van de begroting niet aantasten;

    • b.

      geen afwijking inhouden van het te voeren algemeen en financieel beleid.

Paragraaf 3. Jaarrekening

Artikel 26
  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening, inclusief accountantsrapport, aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

  • 5.

    De vaststelling van de jaarrekening strekt het Dagelijks Bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Artikel 27
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur beslist of een batig slot van de rekening van lasten en baten geheel of gedeeltelijk:

    • a.

      zal worden toegevoegd aan de reserve, dan wel

    • b.

      zal worden toegevoegd aan het vermogen van de in artikel 5, vierde lid bedoelde rechtsperso(o)n(en), dan wel

    • c.

      aan de deelnemende gemeenten zal worden uitgekeerd.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig slot van rekening van lasten en baten geheel of gedeeltelijk:

    • a.

      ten laste van het volgende dienstjaar zal worden gebracht, dan wel

    • b.

      ten laste van de bestaande reserve zal worden afgeschreven, dan wel

    • c.

      ten laste van het vermogen van de in artikel 5, vierde lid bedoelde rechtsperso(o)n(en) zal worden gebracht, dan wel

    • d.

      ten laste van de deelnemende gemeenten zal worden gebracht.

  • 3.

    Bij de toepassing van dit artikel worden de navolgende regels in acht genomen.

  • 4.

    Een batig saldo wordt verdeeld over de deelnemende gemeenten, elk voor een gelijk deel.

  • 5.

    Een nadelig saldo wordt ten laste gebracht van de deelnemende gemeenten, elk voor een gelijk deel.

Hoofdstuk X. Inbreng en bouwrijp maken van gronden

Artikel 28
  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt vast, of en wanneer het nodig is, dat het Industrieschap percelen van het gebied, bedoeld in artikel 2, in eigendom verkrijgt.

  • 2.

    Indien een deelnemende gemeente de eigendom van de desbetreffende percelen op het tijdstip, als bedoeld in het eerste lid, heeft, draagt zij die aan het Industrieschap over, tegen een nader overeen te komen vergoeding.

Artikel 29
  • 1.

    Indien een deelnemende gemeente geen eigenaar van de desbetreffende percelen is, verricht het dagelijks bestuur van het Industrieschap hetgeen ter verkrijging van de eigendom nodig is.

  • 2.

    Blijkt in een geval als bedoeld in het eerste lid, dat de eigendom slechts door middel van onteigening kan worden verkregen, dan neemt de deelnemende gemeente waarbinnen de percelen zijn gelegen, na een daartoe strekkend verzoek van het bestuur van het Industrieschap, de maatregelen, die nodig zijn om de eigendom van die percelen te verwerven. Vervolgens is artikel 28, tweede lid, van toepassing.

Artikel 30

Nadat de plannen voor de werkzaamheden, die nodig zijn om door het Industrieschap in eigendom verkregen percelen bouwrijp te maken, vanwege de directie besteksklaar zijn uitgewerkt, beslist het Dagelijks Bestuur over de wijze van aanbesteding, mocht dit voor de uitvoering noodzakelijk worden geacht. Aanbesteding geschiedt met inachtneming van het daarop van toepassing zijnde wettelijke kader.

Hoofdstuk XI. Het archief

Artikel 31
  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het Industrieschap overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet vast te stellen regeling.

  • 2.

    De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur vast te stellen regeling. Gedurende de looptijd van de regeling, wordt het archief bewaard door de gemeente Rijswijk.

  • 3.

    Als de regeling wordt ontbonden, wordt bij de voorbereiding daarvan het archief gesplitst, waarbij het algemene archief door de gemeente Rijswijk bewaard blijft en de archiefbescheiden die betrekking hebben op afzonderlijke projecten zullen worden overgebracht naar de archiefbewaarplaatsen die door de respectievelijke deelnemende grondgebiedgemeenten worden aangehouden.

Hoofdstuk XII. Geschillen

Artikel 32
  • 1.

    Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan een commissie van goede diensten.

  • 2.

    De commissie bestaat uit drie personen, waarvan er één wordt aangewezen door het Algemeen Bestuur, één door de betrokken gemeente en de derde door die beiden tezamen.

  • 3.

    De commissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.

  • 4.

    De commissie brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

Hoofdstuk XIII. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33

Alle verordeningen en besluiten van de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling Het Industrieschap "De Plaspoelpolder" aangegaan bij besluiten van de raden op 1 juni 1953 door de gemeenten Den Haag en Rijswijk en zoals nadien gewijzigd, blijven van kracht en worden geacht te zijn verordeningen en besluiten van deze regeling.

Artikel 34
  • 1.

    De regeling wordt aangegaan voor de periode tot en met 31 december 2022. Verlenging vindt vervolgens plaats per periode van 4 jaar, tenzij een van de deelnemende gemeenten tenminste een jaar voor het einde van lopende periode schriftelijk, gemotiveerd aan de secretaris van het Industrieschap te kennen geeft verlenging niet wenselijk te achten.

  • 2.

    Indien verlenging niet plaatsvindt, besluit het Algemeen Bestuur tot ontbinding en vereffening. Het Algemeen Bestuur stelt alsdan een liquidatieplan vast, dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van de opheffing van de regeling op de wijze en volgens de regelen als in de wet voorzien. De organen van de regeling blijven in functie totdat de liquidatie is beëindigd. Het liquidatieplan behoeft de instemming van de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 35
  • 1.

    De regeling kan worden gewijzigd op voorstel van het Algemeen Bestuur bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten. De colleges gaan gelet op artikel 1, tweede en derde lid van de wet niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De wijziging treedt in werking op de in het wijzigingsbesluit aangegeven dag. De wijziging treedt niet in werking voordat zij is bekend gemaakt op de in artikel 26, derde lid van de wet bedoelde wijze.

Artikel 36
  • 1.

    Burgemeester en wethouders van Rijswijk dragen zorg voor de toezending van de regeling aan Gedeputeerde Staten, alsmede voor zover nodig, van de besluiten tot wijziging of ontbinding van de regeling.

  • 2.

    Het college van de gemeente Rijswijk draagt zorg voor bekendmaking van de regeling en de wijzigingen daarvan op de in artikel 26, tweede lid van de wet bedoelde wijze.

Artikel 37
  • 1.

    Deze regeling, zijnde een wijziging van de gemeenschappelijke regeling Het Industrieschap "De Plaspoelpolder", kan worden aangehaald als: Regeling Het Industrieschap "De Plaspoelpolder".

  • 2.

    De gewijzigde regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag op 20 december 2016 en door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk op 1 november 2016.

De secretaris, De voorzitter,