Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 14 december 2016, nummer 2021135 tijdelijke aanwijzing van bevoegde gerechten als bedoeld in artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie voor zaken van het Landelijk Parket en Functioneel Parket (Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP)

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie;

Gehoord de Raad voor de rechtspraak;

Gehoord het College van procureurs-generaal;

Besluit:

Artikel 1

Voor de behandeling van zaken van het Landelijk Parket, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het Functioneel Parket, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, die door het openbaar ministerie aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam, worden aangewezen als andere rechtbanken als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie: de rechtbanken Amsterdam, Oost-Brabant en Overijssel.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 december 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

TOELICHTING

Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO). Op grond van die bepaling kan de Minister van Veiligheid en Justitie tijdelijk een andere rechtbank aanwijzen waarnaar zaken worden verwezen die behoren tot een in de aanwijzing te bepalen categorie ter behandeling en beslissing. De rechtbank Rotterdam is niet verplicht deze zaken te verwijzen, maar is daartoe bevoegd wegens capaciteitsgebrek.

Met deze regeling wordt vastgesteld dat de rechtbank Rotterdam zaken van het Landelijk Parket, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het Functioneel Parket, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, die door het openbaar ministerie aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam, kan verwijzen naar de rechtbanken Amsterdam, Oost-Brabant en Overijssel. Deze regeling wordt ingevoerd op verzoek van de Raad voor de rechtspraak vanwege het tekort aan rechters die werkzaam zijn bij de rechtbank Rotterdam en beschikken over specialistische kennis op het gebied van strafzaken afkomstig van het LP en FP. Deze regeling kent ingevolge art. 46a, tweede lid, RO een maximale geldigheidsduur van drie jaar, met de mogelijkheid van eenmalige verlenging met een jaar.

’s-Gravenhage, 14 december 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Naar boven