Medegebruik militair luchtvaartterrein De Kooy ten behoeve van Aeroclub Maritime

8 december 2016

Nr. MLA/191/2016

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van de secretaris van de Aeroclub Maritime van 20 september 2016, ontvangen op 15 november 2016;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de leden van de Aeroclub Maritime (ACM) die optreden als gezagvoerder van luchtvaartuigen in beheer bij deze vereniging, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy op dagen en tijden dat het luchtvaartterrein is opengesteld, zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands of notices to airmen.

Artikel 2

De ontheffing geldt voor jaarlijks maximaal 5000 vliegtuigbewegingen met burgerluchtvaartuigen, waarbij de vlucht een recreatief karakter heeft.

Artikel 3

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant van het Defensie Helikopter Commando kan aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy.

Artikel 4

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein De Kooy niet wordt overschreden.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2016. Deze beschikking vervalt met ingang van 1 november 2018 of zoveel eerder als er een luchthavenbesluit voor het militaire luchtvaartterrein De Kooy is vastgesteld.

De beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofddorp, 8 december 2016

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, S.H.P.M. Pellemans, Kolonel-vlieger

Hoofddorp, 8 december 2016

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: De Senior Inspecteur ILT/Luchtvaart, A.E. Schurink-van der Klugt

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienst- verlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

De Aeroclub Maritime (ACM) maakt sinds geruime tijd medegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy op basis van een ontheffing op grond van artikel 34 van de Luchtvaartwet. Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling van de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 22 juni 2016 (Stb. 2016, 260) verder verschoven naar 1 november 2018. Deze overgangssituatie is onverkort van toepassing op het militaire luchtvaartterrein De Kooy.

De ontheffing van ACM ter zake het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy van 6 november 2014, nr. MLA/254/2014 (Stcrt. 2014, 32250) is met ingang van 1 november 2016 vervallen. Gelet op de vertraagde besluitvorming ten aanzien van onder meer het militaire luchtvaartterrein De Kooy is met de onderhavige beschikking opnieuw de voornoemde ontheffing verleend onder gelijkblijvende voorwaarden tot 1 november 2018 of zoveel eerder als voor het militaire luchtvaartterrein een luchthavenbesluit is vastgesteld. Aangezien de ACM sinds het vervallen van de eerder verleende ontheffing doorlopend gebruik heeft gemaakt van de faciliteiten van het militaire luchtvaartterrein De Kooy, is met terugwerkende kracht tot en met 1 november 2016 de onderhavige ontheffing verleend. Hiermee wordt alsnog voorzien in een grondslag voor de eveneens vereiste privaatrechtelijke vergunning.

Zodra een luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven De Kooy (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van de militaire luchthaven De Kooy door de ACM gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vergunning.

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister” wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister”, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In 1985 is het SMT vastgesteld. In het SMT is bepaald dat het Maritiem Vliegkamp

De Kooy, tezamen met de andere militaire vliegvelden in Nederland, op de bestaande locaties worden gehandhaafd. Voorts is bondgenootschappelijk medegebruik mogelijk en is sprake van permanent commercieel burgermedegebruik en recreatief medegebruik in de vorm

van motorsportvliegen in clubverband en van vluchten met een algemeen maatschappelijk belang. In 2005 is het Tweede SMT vastgesteld. Daarin zijn de ligging, de belegging en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy herbevestigd. In dit SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

De leden van de ACM mogen gebruikmaken van het militaire luchtvaartterrein De Kooy met inachtneming van de voorwaarden, opgenomen in de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden. De actuele openstellingstijden worden gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands en notices to airmen.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. De luchtvaartuigen van de ACM behoren tot de zogenaamde kleine luchtvaart. In de Luchtvaartwet is vastgelegd dat de geluidsbelasting door startende en landende vliegtuigen van een luchtvaartterrein wordt berekend. De geluidsbelasting door de grote civiele en militaire luchtvaart wordt berekend op jaarbasis en wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De geluidsbelasting wordt berekend volgens een daartoe vastgesteld berekeningsvoorschrift en met inachtneming van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart. Deze systematiek is van toepassing op alle vliegtuigen met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving lichter dan 6.000 kilogram. De beoordeling van de geluidsbelasting in geluidsbelastingseenheden kleine luchtvaart (bkl) geldt op basis van het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart evenwel niet wanneer de bkl-zone geheel binnen een Ke-zone valt. In dat geval is het regime van de Ke-zonering dominant. Met de wijziging van de Luchtvaartwet in 1994 is bovendien bepaald dat vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen met een toegelaten totaalmassa van minder dan 6.000 kilogram, maar meer dan 390 kilogram, voor zover dit hefschroefvliegtuigen betreft dan wel deze luchtvaartuigen gebruikmaken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6.000 kilogram, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6.000 kilogram, moeten worden meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in Ke. De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimte in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat door deze vliegtuigbewegingen buiten de vastgestelde respectievelijk vastgelegde geluidszones wordt getreden.

De limitering van 5000 vliegtuigbewegingen is gebaseerd op de hoeveelheid vliegtuigbewegingen die door de ACM in de afgelopen jaren is uitgevoerd. Met het jaarlijks aantal van 5000 vliegtuigbewegingen wordt de ACM in staat gesteld hetzelfde vliegprogramma uit te voeren als in de afgelopen jaren.

Naar boven