Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2016, 69120Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 december 2016, kenmerk 1046896-158169-Z, houdende nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2016

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 4.3 van het Besluit Wfsv;

Besluit:

Artikel 1

Voor het jaar 2016 is voor de beheerskosten Wet langdurige zorg van de Wlz-uitvoerders en de zorgkantoren, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige ten laste van het Fonds langdurige zorg, bedoeld in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen, € 7,730 miljoen meer beschikbaar dan geregeld in artikel 1 van de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2016.

Artikel 2

Van het in artikel 1 genoemde bedrag is € 7,198 miljoen beschikbaar voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg en € 0,532 miljoen voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken.

Artikel 3

Uit het bedrag, bedoeld in artikel 2, voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4 tweede lid, van de Wet langdurige zorg, wordt aan zorgkantoren incidenteel in totaal maximaal een bedrag van € 1,500 miljoen beschikbaar om zorgkantoren te compenseren in de beheerskostenbudgetten voor extra kosten die gemaakt worden in de zaken tegen frauderende zorgverleners en tegen cliënten die niet te goeder trouw zijn. Het betreft hier zaken die onder de AWBZ zijn ontstaan, maar in 2017 nog tot kosten hebben geleid. Indien niet alle kosten uit het bedrag kunnen worden vergoed, worden de kosten naar evenredigheid van de in aanmerking komende en goedgekeurde kosten per zorgkantoor vergoed.

Artikel 4

Uit het bedrag, bedoeld in artikel 2, voor de overige bij of krachtens de Wet langdurige zorg geregelde taken wordt een bedrag van € 0,850 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor onafhankelijke cliëntondersteuning.

Artikel 5

De Wlz-uitvoerders leggen in het financieel verslag financiële verantwoording af over het jaar 2016. Hierin is opgenomen welk beheerskostenbudget voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg is ontvangen en hoeveel in dat jaar is besteed aan de uitvoering van de Wet langdurige zorg. De verschillen worden in het financieel verslag als overschotten dan wel tekorten opgeteld bij de primo stand wettelijke reserve uitvoering Wlz 2016 en vastgelegd als de ultimo stand wettelijke reserve uitvoering Wlz 2016.

Artikel 6

Deze aanwijzing treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt, indien de dagtekening van de Staatscourant waarin de aanwijzing is geplaatst, is gelegen na 19 december 2016, terug tot en met 19 december 2016.

Artikel 7

Deze aanwijzing wordt aangehaald als: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2016.

Deze aanwijzing zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

TOELICHTING

In de Aanwijzing besteedbare middelen Wlz 2016 is voor het kalenderjaar 2016 een bedrag ad € 148,687 miljoen voor de beheerskosten beschikbaar gesteld. Het beschikbare bedrag voor taken als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz komt uit op € 71,203 miljoen en het beschikbare bedrag voor overige bij of krachtens de Wlz geregelde taken bedraagt € 77,484 miljoen.

Toelichting artikel 1, artikel 2

In artikel 1 van de onderhavige nadere aanwijzing wordt voor de uitvoering van de Wlz het voor de beheerskosten besteedbaar gestelde bedrag met een bedrag ad € 7,730 miljoen vermeerderd. Dit bedrag heeft betrekking op de beheerskosten die de Wlz-uitvoerders en zorgkantoren tezamen maken in het kader van de uitvoering van de Wet langdurige zorg (Wlz). Hieronder volgt een toelichting op dit bedrag.

Artikel 2 geeft aan dat het bedrag voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg met € 7,198 miljoen worden vermeerderd en het bedrag voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken met € 0,532 miljoen worden vermeerderd.

1. Loon- en prijsontwikkeling

De besteedbare middelen worden jaarlijks aangepast op grond van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Voor het jaar 2016 wordt uitgegaan van een loon- en prijsontwikkeling van 1,19%. Het bedrag van de aanpassing op grond van de loon- en prijsontwikkeling bedraagt € 1,728 miljoen (1,19% van € 145,190 miljoen, zijnde de structurele middelen voor 2016). Aangezien voorcalculatorisch € 2,468 miljoen is verstrekt, worden de middelen € 0,740 miljoen neerwaarts bijgesteld. Het gaat om een neerwaartse bijstelling van € 0,341 voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg en een neerwaartse bijstelling van € 0,399 miljoen voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken.

2. Aanpassingen in verband met volume-ontwikkelingen op het terrein van de taken als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz

2.1 Uitvoeringskosten persoonsgebonden budget (PGB)

In de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2016 is uitgegaan van 32.700 PGB-ers (geraamde stand 1 juli 2016). Inmiddels staat vast dat de stand 1 juli 2016 uitkomt op 35.432. Deze bijstelling betekent dat voor de uitvoering van de PGB een opwaartse correctie op de besteedbare middelen plaatsvindt. Deze opwaartse correctie is € 0,545 miljoen en is gelijk aan het te laag geraamde aantal PGB-ers op 1 juli 2016 (2.732) vermenigvuldigd met € 199,54. Dit is het bedrag aan beheerskosten dat in 2016 per PGB-budgethouder beschikbaar wordt gesteld.

2.2 Bewuste-keuze gesprekken nieuwe PGB-ers

Zorgkantoren zijn nieuwe PGB-budgethouders persoonlijker gaan benaderen onder andere door het voeren van bewuste-keuze gesprekken. Bij de beschikbaarstelling van het budget 2016 is uitgegaan van 4.500 personen en een bedrag van € 264,46 per persoon waarmee een of meerdere gesprekken gevoerd gaan worden.

Inmiddels wordt verwacht dat het aantal gesprekken voor 2016 zal uitkomen op 11.000. Een opwaartse bijstelling van 6.500. Deze bijstelling betekent een opwaartse correctie op de besteedbare middelen.

Deze opwaartse correctie bedraagt € 1,719 miljoen en zit incidenteel verwerkt in het in artikel 1 genoemde bedrag. De bijstelling is gelijk aan het te laag geraamde aantal gesprekken 6.500 vermenigvuldigd met € 264,46. Dit is het bedrag dat in 2016 per gesprek beschikbaar wordt gesteld.

Bij de definitieve vaststelling door Zorginstituut Nederland zal worden uitgegaan van het werkelijk aantal gesprekken. Mocht het werkelijk aantal gesprekken zodanig afwijken dat het totaal aan besteedbaar gestelde middelen te laag is dan zal het bedrag via een nadere aanwijzing worden bijgesteld.

2.3 Huisbezoeken PGB-ers

Vanaf 2015 ontvangen zorgkantoren via het beheerskostenbudget een vergoeding voor huisbezoeken PGB-ers. Bij de beschikbaarstelling van het budget 2016 is uitgegaan van 10.000 en een bedrag van € 508,50 per huisbezoek.

Inmiddels wordt verwacht dat het aantal huisbezoeken voor 2015 zal uitkomen op 12.000. Een opwaartse bijstelling van 2.000. Deze bijstelling betekent een incidentele opwaartse correctie op de besteedbare middelen. Deze opwaartse correctie bedraagt € 1,017 miljoen en zit incidenteel verwerkt in het in artikel 1 genoemde bedrag. De bijstelling is gelijk aan het te laag geraamde aantal gesprekken 2.000 vermenigvuldigd met € 508,50. Dit is het bedrag dat in 2016 per bezoek beschikbaar wordt gesteld.

Bij de definitieve vaststelling door Zorginstituut Nederland zal worden uitgegaan van het werkelijk aantal huisbezoeken. Mocht het werkelijk aantal huisbezoeken zodanig afwijken dat het totaal aan besteedbaar gestelde middelen te laag is dan zal het bedrag via een nadere aanwijzing worden bijgesteld.

Naast bijstellingen in verband met loon- en prijsontwikkeling en volume-ontwikkelingen zijn er ook bijstellingen met een specifieke achtergrond. Deze worden onderstaand toegelicht. Daarbij wordt in de eerste plaats ingegaan op taken als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz en vervolgens op de overige bij of krachtens de Wlz wet geregelde taken.

3. Aanpassingen in verband met specifieke ontwikkelingen op het terrein van de taken als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz

3.1 Extra inspanningen trekkingsrechten PGB

Het invoeren van het systeem van trekkingsrechten voor PGB-houders heeft ook in 2016 nog geleid tot extra inspanningen en hieraan gekoppelde meerkosten bij zorgkantoren. De kosten zijn ten opzichte van 2015 wel gedaald van € 5,850 miljoen naar € 1,500 miljoen. Om deze extra kosten te dekken wordt dit bedrag voor 2016 incidenteel aan de besteedbare middelen toegevoegd.

3.2 Meerzorg

Met ingang van 1 januari 2016 is de meerzorgregeling in de gehandicaptenzorg uitgebreid naar de sector verpleging en verzorging en geestelijke gezondheidszorg. De meerzorgregeling voorziet erin dat cliënten die aantoonbaar meer zorg behoeven dan hun zorgprofiel, meerzorg kunnen ontvangen op basis van de Wet langdurige zorg.

Deze uitbreiding heeft tot gevolg dat meer mensen een beroep op deze regeling doen. De praktijk leert dat kosten van de uitvoering voor iemand met een PGB gemiddeld uitkomen op € 592 en voor iemand met Zorg in Natura (ZIN) of een Modulair Pakket Thuis (MPT) op € 355.

De inschatting is dat uitbreiding geleid heeft tot een uitbreiding van tweederde van het aantal mensen dat voorafgaande aan de uitbreng een beopep op meerzorgregeling deed.

Alleen wat de uitbreiding wordt het budget verhoogd. Het gaat daarbij om 500 personen met een PGB en 1.300 personen met ZIN of een MPT. Uitgaande van deze aantallen en de hiervoor aangegeven uitvoeringskosten per persoon komen de extra kosten voor 2017 uit op € 0,758 miljoen. Om deze extra kosten te dekken wordt dit bedrag voor 2016 incidenteel aan de besteedbare middelen toegevoegd en zal aan de zorgkantoren worden gevraagd in de financiële verantwoording een opgave te doen van het aantal extra uitgevoerde aanvragen meerzorg uitgesplitst naar PGB en ZIN/MPT.

3.3 Ondersteuning Wlz-indiceerbaren

Van zorgkantoren worden ten aanzien van de ondersteuning van Wlz-indiceerbaren dit jaar en de eerste helft van volgend jaar extra inspanningen gevraagd. Om aan de hieruit voortvloeiende kosten tegemoet te komen wordt incidenteel € 0,500 miljoen aan de besteedbare middelen toegevoegd.

4. Aanpassingen in verband met specifieke ontwikkelingen op het terrein van de voor de overige bij of krachtens de Wlz wet geregelde taken

4.1 Project ‘Leven zoals je wilt’

In het project ‘Leven zoals je wilt’ gaat het om een experiment om de inkoop van zorg optimaal te laten aansluiten bij de gewenste invulling van de individuele klant. Het project loopt van mei 2016 tot en met eind 2018. Om de kosten 2016 van dit project te dekken wordt incidenteel € 0,081 miljoen aan de besteedbare middelen toegevoegd.

Toelichting artikel 3 Te goeder trouw en terugvorderen

Uit het bedrag, bedoeld in artikel 2, voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4 tweede lid, van de Wet langdurige zorg, wordt aan zorgkantoren incidenteel in totaal maximaal een bedrag van € 1,500 miljoen beschikbaar gesteld voor de kosten van onderzoek bij cliënten die betrokken zijn bij fraude/oneigenlijk gebruik PGB. Het betreft hier zaken die onder de AWBZ zijn ontstaan, maar in 2016 tot kosten hebben geleid.

Dit bedrag wordt aan de middelen toegevoegd. Voor deze middelen geldt dat ze niet voor andere doelen mogen worden aangewend. Om dit te bewerkstelligen worden deze middelen niet aan de budgetten van de zorgkantoren toegevoegd, maar kunnen zij de betreffende kosten bij het Zorginstituut indienen en zullen deze kosten vervolgens door het Zorginstituut worden vergoed. Daartoe doen de zorgkantoren in de loop van 2017 een opgave van de kosten aan het Zorginstituut. Deze opgaven zullen vervolgens door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) worden gecontroleerd. Indien de door de zorgkantoren ingediende kosten onder het beschikbaar gestelde bedrag blijven, vloeien de overblijvende middelen terug in het Fonds langdurige zorg. In geval dat het ingediende bedrag boven het beschikbaar gestelde bedrag uitkomt, zullen de kosten naar rato worden vergoed.

Het gaat om zowel de kosten in 2016 van het bij cliënten vaststellen of er wel/niet sprake is van ‘te goeder trouw’ als de in 2016 opgetreden vervolgkosten. Bij de vervolgkosten kan het gaan om de kosten van het verhalen van de vordering bij klanten die niet te goeder trouw zijn als de kosten van het verhalen van vordering bij zorgaanbieders namens cliënten die wel te goeder trouw zijn.

Bij het opstellen van de Nadere Aanwijzing 2017 zal worden bezien in hoeverre ook in 2017 er nog vervolgkosten optreden en aanvullende dekking hiervoor op zijn plaats is.

Toelichting artikel 4 onafhankelijke cliëntondersteuning

In het kader van onafhankelijke cliëntondersteuning zijn door Wlz-uitvoerders, zorgkantoren contracten afgesloten met MEE NL en Zorgbelang. Daartoe is in de Aanwijzing 2016 € 7,500 miljoen aan de besteedbare middelen beschikbaar gesteld en door het Zorginstituut over Wlz-uitvoerders verdeeld. Er is geconstateerd dat het beschikbaar gestelde bedrag niet voldoende is en wordt aanvullend € 0,850 miljoen structureel beschikbaar gesteld. Omdat de verdeling van de gelden over Wlz-uitvoerders niet volledig aansluit bij de afgesloten contracten wordt toegestaan dat Wlz-uitvoerders onderling de budgetten herverdelen. Om te zorgen dat de niet-bestede gelden in het Fonds langdurige zorg worden teruggestort zal de Wlz-uitvoerders worden gevraagd om in de financiële verantwoording een opgave te doen van de afgesloten contracten. Indien daaruit blijkt dat een deel van de beschikbaar gestelde middelen niet is besteed dan zal het Zorginstituut een korting op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten toepassen.

Totaal

In totaal gaat het om een stijging van € 7,730 miljoen. Bestaande uit een structurele stijging van € 0,655 miljoen en een incidentele toevoeging van € 7,075. Opgeteld bij het bedrag dat in de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2016 al voor het kalenderjaar 2016 beschikbaar is gesteld, komen de besteedbare middelen 2016 voor de beheerskosten Wlz in totaal uit op € 156,417 miljoen. Het structurele deel bedraagt € 146,502 miljoen. Daarvan is € 68,967 miljoen beschikbaar voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg en € 77,535 miljoen voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken.Het incidentele deel bedraagt € 9,915 miljoen. Daarvan is € 9,434 miljoen beschikbaar voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg en € 0,481 miljoen voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken.

Toelichting artikel 5

In artikel 5 staat dat Wlz-uitvoerders in het financieel verslag financiële verantwoording afleggen over het jaar 2016. Hierin wordt aangegeven welk beheerskostenbudget voor de uitvoering van de Wlz is ontvangen en hoeveel in dat jaar is besteed voor de uitvoering van de Wlz. De verschillen worden als overschotten dan wel tekorten opgeteld bij de primo stand wettelijke reserve uitvoering Wlz 2016 en in het financieel verslag vastgelegd als de ultimo stand wettelijke reserve uitvoering Wlz 2016. De Wlz-uitvoerder die als zorgkantoor is aangewezen verantwoordt zich zowel over de beheerskostenbudgetten die hij in zijn hoedanigheid van zorgkantoor rechtstreeks van het Zorginstituut ontvangt als over de beheerskostenbudgetten voor de uitvoering van de overige taken die hij van ZN ontvangt. Een Wlz-uitvoerder die geen zorgkantoor is, verantwoordt zich alleen over de middelen die hij als Wlz-uitvoerder van het Zorginstituut toegekend krijgt.

Toelichting artikel 6

In artikel 5 staat dat de aanwijzing in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 19 december 2016. Deze data zijn zodanig gekozen dat het Zorginstituut zijn op deze aanwijzing gebaseerde beleidsregels in december 2016 kan vaststellen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn