Besluit tot het verlengen van de decommissioningsfase tot 1 juli 2017 en het met ingang van 1 juli 2017 laten ingaan van het reeds vergunde wijzigen van de Watervergunning van N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland, Rijkswaterstaat

BEKENDMAKING

Waterwet

De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt, ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht, het volgende bekend.

Op 10 november 2016 is door Rijkswaterstaat Zee en Delta een aanvraag ingevolge de Waterwet ontvangen van N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland te Borssele. De aanvraag heeft betrekking op het verlengen van de decommissioningsfase tot 1 juli 2017 en het met ingang van 1 juli 2017 laten ingaan van het reeds vergunde wijzigen van de Watervergunning ten behoeve van de nieuwe situatie na sluiting van de kolencentrale.

De beoogde verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning reeds zijn toegestaan. Gelet op artikel 6.26, tweede lid, van de Waterwet is de aanvraag voorbereid met toepassing van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Terinzagelegging

De aanvraag, het besluit, alsmede andere van belang zijnde stukken liggen vanaf 8 december 2016 tot en met 18 januari 2017 ter inzage bij Rijkswaterstaat Zee en Delta. Op verzoek kan Rijkswaterstaat u de stukken per e-mail toezenden. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid, op voorafgaande afspraak, de stukken te komen inzien ten kantore van Rijkswaterstaat Zee en Delta, Poelendaelesingel 18 te Middelburg, op werkdagen van 9.00 uur tot 16.00 uur. Voor beide verzoeken kunt u tijdens kantooruren contact opnemen via de telefoon: 088 – 797 46 00.

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen gedurende de termijn van de terinzagelegging een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Infrastructuur en Milieu, p/a de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zee en Delta, ter attentie van de afdeling Werkenpakket, Postbus 556, 3000 AN Rotterdam.

Op grond van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan, indien tegen dit besluit bezwaar wordt aangetekend, gedurende de bezwaartermijn tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Dit verzoek moet worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft of gevestigd is.

Inlichtingen

Belanghebbenden kunnen zich voor het verkrijgen van nadere inlichtingen over de ter inzage gelegde stukken tijdens kantooruren wenden tot het hierboven (bij ‘terinzagelegging’) vermelde telefoonnummer.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze, het hoofd van de afdeling Vergunningverlening, L.R. Minnaar

Naar boven