Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 9 november 2016, nr. WJZ/16173311, houdende maatregelen tot het afschermen en ophokken van gevogelte in verband met de preventie van hoogpathogene aviaire influenza (Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2016)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PbEU 2006, L 10) en artikel 17, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

commercieel gehouden gevogelte:

gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;

gevogelte:

pluimvee en andere vogels, in gevangenschap gehouden of gefokt;

inrichting:

agrarische of andere inrichting waar commercieel gehouden vogels of andere in gevangenschap levende vogels worden gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen en quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;

Artikel 2 Afscherm- en ophokplicht gevogelte

  • 1. Iedere houder van commercieel gehouden gevogelte brengt ten minste afscheidingen aan tussen het gevogelte en andere in de inrichting aanwezige dieren dan gevogelte.

  • 2. Iedere houder van gevogelte neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het door hem gehouden gevogelte in contact komt met gevogelte van andere houders of met in het wild levende dieren, zoals in het wild levende vogels of hun uitwerpselen.

  • 3. Voor een houder van commercieel gehouden gevogelte, met uitzondering van gevogelte, behorende tot de eendvogels (Anseriformes), fazanten (Phasianidae), en de familie van struisvogels (Struthionidae), van emoes (Dromaiidae), en van nandoes (Rheidae), is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.

  • 4. Voor een houder van niet-commercieel gehouden gevogelte, behorende tot de hoenderachtigen (Galliformes), roofvogels (Accipitriformes/Falconiformes) en duiven (Columbidae), is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een volière of gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Deze regeling wordt bekendgemaakt op www.rijksoverheid.nl, en treedt onmiddellijk na haar bekendmaking op het internet in werking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 9 november 2016

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P van Dam

TOELICHTING

De afgelopen weken hebben meerdere lidstaten melding gedaan van hoogpathogene vogelgriep van het type H5N8 bij wilde watervogels. Zo heeft Hongarije op 27 oktober melding gedaan, Polen op 7 november, Duitsland op 8 november en Oostenrijk op 9 november. Ook is in Hongarije op 3 november een besmetting met H5N8 bij een kalkoenenbedrijf vastgesteld. Vandaag, 9 november 2016, is ook in Nederland H5 vogelgriep vastgesteld is bij wilde watervogels. De deskundigengroep dierziekten bevestigt in de bijeenkomst van 9 november 2016 dat er sprake is van een aanzienlijk hoger risico voor de Nederlandse pluimvee sector voor de insleep van het H5N8 virus. Om insleep op pluimveebedrijven te voorkomen heeft een landelijke ophok- en afschermplicht een toegevoegde waarde omdat pluimveebedrijven met een uitloop een veel groter risico hebben op de insleep van vogelgriep vanuit de wilde watervogelpopulatie. In Nederland zijn veel wilde watervogels en veel pluimveebedrijven. Een landelijke ophok- en afschermplicht draagt daarom substantieel bij aan het verminderen van dit risico.

Uit het oogpunt van preventie van HPAI en het voorkomen van uitbraken in Nederland van deze ziekte wordt met onderhavige regeling een afschermings- en ophokplicht ingesteld. Dit betekent dat bedrijven ervoor dienen te zorgen dat hun gevogelte wordt afgeschermd van op het bedrijf aanwezige zoogdieren. Alle houders van gevogelte moeten ervoor zorgen dat de vogels niet in contact komen met andere (wilde) vogels en hun uitwerpselen. Houders van commercieel gehouden gevogelte doen dit door hun dieren op te hokken in een gebouw. Dit geldt ook voor vrije uitloop en biologische pluimveebedrijven. Dit geldt ook voor hobbymatig gehouden hoenderachtigen, duiven en roofvogels, zij het dat ophokken in een volière voldoende is.

Met deze ophok- en afschermplicht wordt het risico op insleep van HPAI vanuit wilde watervogels verkleind en het risico op verspreiding tussen bedrijven via onder andere wilde vogels geminimaliseerd.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P van Dam

Naar boven