Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2016, 59248Overig

Mededeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 oktober 2016, 2016-0000218845, tot bekendmaking van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in 2022

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

overwegende dat in artikel 7a, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet is bepaald dat de verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Algemene Ouderdomswet, en de aanvangsleeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Algemene Ouderdomswet, jaarlijks, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2017 voor het jaar 2022, moet worden vastgesteld;

maakt bekend:

dat de verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Algemene Ouderdomswet, en de aanvangsleeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Algemene Ouderdomswet, voor het jaar 2022 wordt vastgesteld op 3 maanden, en

dat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Algemene Ouderdomswet, en de aanvangsleeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Algemene Ouderdomswet, in 2022 67 jaar en drie maanden, respectievelijk 17 jaar en drie maanden zijn.

Deze bekendmaking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 31 oktober 2016

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma

TOELICHTING

In artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is de AOW-gerechtigde leeftijd tot en met het kalenderjaar 2021 vastgelegd. Voor het kalenderjaar 2021 is de AOW-gerechtigde leeftijd vastgesteld op 67 jaar. Voor de kalenderjaren ná 2021 is de AOW-gerechtigde leeftijd gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. Daartoe is in de AOW een berekeningswijze opgenomen die rekening houdt met een stijging van de levensverwachting.

Op grond van artikel 7a, tweede lid, van de AOW wordt de eventuele verdere verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd jaarlijks berekend, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2017 voor het jaar 2022, volgens de volgende formule:

V = (L – 18,26) – (P – 65)

waarbij:

V staat voor de periode waarmee de AOW-gerechtigde leeftijd respectievelijk aanvangsleeftijd wordt verhoogd, uitgedrukt in perioden van een jaar;

L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar van verhoging;

P staat voor de pensioengerechtigde leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van verhoging.

Indien V negatief is of minder dan 0,25 bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V 0,25 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op drie maanden.

Het CBS heeft de raming van de macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor 2022 bekend gemaakt: 20,63 jaar. Uit toepassing van deze raming in bovenstaande formule vloeit een verdere verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd voor het kalenderjaar 2022 voort van 3 maanden. Daarmee komt de AOW-gerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd voor het kalenderjaar 2022 uit op 67 jaar en 3 maanden, respectievelijk 17 jaar en 3 maanden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma