De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op de artikelen 9.3, vijfde lid en zesde lid, en 9.6, zesde lid, van het Besluit
experiment integraal pgb 2016,
Besluit:
Artikel 1
Het experiment heeft ten hoogste 200 deelnemers verspreid over de gemeenten Woerden,
Meppel of Delft.
Artikel 2
Een verzekerde heeft, onverminderd artikel 9.3 van het Besluit experiment integraal
pgb 2016, toegang tot deelname aan het experiment:
-
a. als, in de gemeente Delft, die verzekerde autisme heeft;
-
b. als, in de gemeente Meppel, die verzekerde tot een gezin behoort;
-
c. als de verzekerde bereid is en in staat is mee te werken aan hetgeen noodzakelijk
voor het experiment, het onderzoek ten behoeve van de evaluatie en het opstellen van
het eindrapport, bedoeld in artikel 9.7 van het Besluit experiment integraal pgb 2016.
Artikel 3
-
1. De Sociale verzekeringsbank verricht een betaling uit het integraal budget voor geleverde
en voert het budgetbeheer uit:
-
a. overeenkomstig het ondersteuningsplan van een deelnemer;
-
b. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke
bijdragen op grond van de Zorgverzekeringswet.
-
2. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen op grond van een aanvraag van de
deelnemer of diens vertegenwoordiger.
-
3. De Sociale verzekeringsbank kan een betaling uit het integraal budget geheel of gedeeltelijk
beëindigen, weigeren of opschorten:
-
a. bij het intrekken of herzien van een beslissing als bedoeld in artikel 9.6, tweede
lid, van het Besluit experiment integraal pgb 2016;
-
b. wegens strijd met het recht of het belang van de uitvoerbaarheid van het verrichten
van de betalingen uit het integraal budget door de Sociale verzekeringsbank;
-
c. bij overschrijding van het integraal budget.
-
4. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het integraal budget zonder dat
dit bij beschikking wordt vastgesteld, binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag,
tenzij een aanvraag onjuist of onvolledig is ingediend. Indien een aanvraag niet overeenkomstig
het vierde lid is ingediend, en betalingen niet zijn beëindigd, geweigerd of opgeschort,
nodigt de Sociale verzekeringsbank de cliënt uit tot herstel daarvan. Na herstel van
de aanvraag wordt de betaling binnen dertig dagen verricht. De Sociale verzekeringsbank
weigert de betaling geheel of gedeeltelijk indien de aanvraag niet binnen een door
de Sociale verzekeringbank gestelde termijn is hersteld. Indien de Sociale verzekeringsbank
naar aanleiding van een aanvraag werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b. wordt de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengd met tien
dagen.
-
5. Een deelnemer of zijn vertegenwoordiger kan de Sociale verzekeringsbank verzoeken
om namens hem in aanvulling op het hem bij het ondersteuningsplan toegekende integraal
budget, diensten te betalen als omschreven in het ondersteuningsplan. De Sociale verzekeringsbank
willigt een verzoek als bedoeld in de eerste volzin in voor zover de deelnemer daartoe
voldoende geld bij haar heeft gestort. De Sociale verzekeringsbank stort na de betaling
van de aanvullende diensten de onbestede gelden terug aan degene die hiervoor het
geld heeft gestort.
-
6. De Sociale verzekeringsbank ondersteunt de deelnemer bij zijn werkgeverstaken, waaronder
ten aanzien van arbeidsomstandighedenregelgeving, zaakschade en aansprakelijkheid.
Artikel 4
-
1. De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer uit overeenkomstig een rechtsgeldige
overeenkomst die door een zorgkantoor of een college goedkeuring als bedoeld in de
artikelen 8b, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet, 3.6.4, vierde lid, van het Besluit
langdurige zorg en 2b van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, heeft gekregen dan wel
een rechtsgeldige overeenkomst als bedoeld in het tweede lid. De eerste volzin is
niet van toepassing ten aanzien van overeenkomsten die gesloten worden voor het betrekken
van zorg in de zin van de Zorgverzekeringswet.
-
2. De deelnemer sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere persoon die hij ten
laste van zijn integraal budget diensten wenst te laten verlenen, met uitzondering
van de persoon waarvan reeds vervoer is betrokken.
-
3. De overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, behoeft de goedkeuring van het college.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experiment integraal pgb 2016
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2016 en werkt, met uitzondering
van artikel 4, tweede en derde lid, terug tot en met 1 februari 2016.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn
TOELICHTING
Met het onderhavig regeling worden enkel nadere regels gesteld over het experiment
integraal budget op grond van artikel 10.1.2 van de Wet langdurige zorg (Wlz). In
dit experiment krijgen deelnemers de gelegenheid om verschillende vormen van maatschappelijke
ondersteuning, zorg of jeugdhulp via één budget – in plaats van op basis van beschikkingen
of aanspraken de domeinen Wlz, Jeugdwet, Wet maatschappelijke organisatie 2015 en
Zorgverzekeringswet – in te kopen.
In de regeling zijn met name aanvullende regels gesteld over de toegang en de taak
van de Sociale verzekeringsbank (SVB).
Het experiment is geïnitieerd door de deelnemende gemeenten en wordt gefaciliteerd
door de regering. De pilot van de gemeenten loopt al sinds 1 februari 2016. Omdat
het niet mogelijk is om op grond van artikel 10.1.2 Wlz een grondslag te bieden voor
een verordening zijn enkele toegangsvoorwaarden in deze ministeriële regeling opgenomen.
In het kader van de toegang is in de regeling een beschrijving van de doelgroep opgenomen
waarvoor het experiment binnen een gemeente is bedoeld. Het experiment in Delft beperkt
tot verzekerden met autisme en in de gemeente Meppel tot diensten voor gezinnen.
Daarnaast is het van belang dat potentiële deelnemers bereid en in staat moeten zijn
om deel te nemen aan het experiment en de onderzoeken in het kader van de evaluatie.
Verder is het totaal aantal deelnemers aan het experiment gemaximeerd op 200 om de
financiering van het experiment beheersbaar te houden en het draagvlak bij betrokkenen
te verzekeren.
Ten slotte wordt geregeld dat de SVB uitsluitend betalingen op grond van het ondersteuningsplan
verricht. Hierin staan de geldende aanspraken opgenomen van de deelnemer. Daarbij
zijn regels gesteld over het staken van betalingen.
In deze regeling wordt aangesloten bij de uniforme regels die hierover zijn gesteld
in de Regeling Jeugdwet, de Regeling langdurige zorg en de Uitvoeringsregeling Wmo
2015 en is geregeld dat het integraal budget niet wordt overschreden.
De regels ten aanzien van het declareren (aanvraag van een betaling) zijn summier
om ruimte te bieden om bijvoorbeeld te werken met gecombineerde gezinsdeclaraties
en meer gestroomlijnde formulieren om de administratieve lasten te verminderen. Hierover
kan de SVB afspraken met betrokken partijen maken. Het is van groot belang voor het
voorkomen van misbruik dat de gemeente een helder ondersteuningsplan opstelt met toetsbare
voorwaarden.
Het college controleert conform Jeugdwet, Wmo 2015 en Wlz de (zorg)overeenkomsten
die de budgethouder met derden afsluit voor het betrekken van jeugdhulp, maatschappelijke
ondersteuning of Wlz-zorg.
Voor het betrekken van Zvw-zorg sluit de deelnemer wel een zorgovereenkomst, echter
de SVB ontvangt deze overeenkomst niet en voert op basis daarvan geen controles uit.
De SVB controleert uiteraard wel met betrekking tot de declaraties voordat betalingen
uit het budget worden verricht. Met deze werkwijze wordt zo min mogelijk afgeweken
van de reguliere werkwijze bij het Zvw-pgb.
Deze regeling treedt in werking op hetzelfde tijdstip als het Besluit experiment integraal
pgb 2016 en werkt terug tot aan de start van het experiment. De regeling werpt geen
aanvullende beperkingen op ten opzichte van de lopende pilot van de deelnemende gemeenten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn