Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 oktober 2016, kenmerk 1029215-153235-WJZ, houdende tijdelijke regels voor een experiment in het kader van een integraal budget op grond van de Wet langdurige zorg (Regeling experiment integraal pgb 2016)

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 9.3, vijfde lid en zesde lid, en 9.6, zesde lid, van het Besluit experiment integraal pgb 2016,

Besluit:

Artikel 1

Het experiment heeft ten hoogste 200 deelnemers verspreid over de gemeenten Woerden, Meppel of Delft.

Artikel 2

Een verzekerde heeft, onverminderd artikel 9.3 van het Besluit experiment integraal pgb 2016, toegang tot deelname aan het experiment:

  • a. als, in de gemeente Delft, die verzekerde autisme heeft;

  • b. als, in de gemeente Meppel, die verzekerde tot een gezin behoort;

  • c. als de verzekerde bereid is en in staat is mee te werken aan hetgeen noodzakelijk voor het experiment, het onderzoek ten behoeve van de evaluatie en het opstellen van het eindrapport, bedoeld in artikel 9.7 van het Besluit experiment integraal pgb 2016.

Artikel 3

  • 1. De Sociale verzekeringsbank verricht een betaling uit het integraal budget voor geleverde en voert het budgetbeheer uit:

    • a. overeenkomstig het ondersteuningsplan van een deelnemer;

    • b. tot afdracht van eventuele loonheffing, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen op grond van de Zorgverzekeringswet.

  • 2. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen op grond van een aanvraag van de deelnemer of diens vertegenwoordiger.

  • 3. De Sociale verzekeringsbank kan een betaling uit het integraal budget geheel of gedeeltelijk beëindigen, weigeren of opschorten:

    • a. bij het intrekken of herzien van een beslissing als bedoeld in artikel 9.6, tweede lid, van het Besluit experiment integraal pgb 2016;

    • b. wegens strijd met het recht of het belang van de uitvoerbaarheid van het verrichten van de betalingen uit het integraal budget door de Sociale verzekeringsbank;

    • c. bij overschrijding van het integraal budget.

  • 4. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het integraal budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij een aanvraag onjuist of onvolledig is ingediend. Indien een aanvraag niet overeenkomstig het vierde lid is ingediend, en betalingen niet zijn beëindigd, geweigerd of opgeschort, nodigt de Sociale verzekeringsbank de cliënt uit tot herstel daarvan. Na herstel van de aanvraag wordt de betaling binnen dertig dagen verricht. De Sociale verzekeringsbank weigert de betaling geheel of gedeeltelijk indien de aanvraag niet binnen een door de Sociale verzekeringbank gestelde termijn is hersteld. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een aanvraag werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. wordt de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengd met tien dagen.

  • 5. Een deelnemer of zijn vertegenwoordiger kan de Sociale verzekeringsbank verzoeken om namens hem in aanvulling op het hem bij het ondersteuningsplan toegekende integraal budget, diensten te betalen als omschreven in het ondersteuningsplan. De Sociale verzekeringsbank willigt een verzoek als bedoeld in de eerste volzin in voor zover de deelnemer daartoe voldoende geld bij haar heeft gestort. De Sociale verzekeringsbank stort na de betaling van de aanvullende diensten de onbestede gelden terug aan degene die hiervoor het geld heeft gestort.

  • 6. De Sociale verzekeringsbank ondersteunt de deelnemer bij zijn werkgeverstaken, waaronder ten aanzien van arbeidsomstandighedenregelgeving, zaakschade en aansprakelijkheid.

Artikel 4

  • 1. De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer uit overeenkomstig een rechtsgeldige overeenkomst die door een zorgkantoor of een college goedkeuring als bedoeld in de artikelen 8b, tweede lid, van de Regeling Jeugdwet, 3.6.4, vierde lid, van het Besluit langdurige zorg en 2b van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, heeft gekregen dan wel een rechtsgeldige overeenkomst als bedoeld in het tweede lid. De eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van overeenkomsten die gesloten worden voor het betrekken van zorg in de zin van de Zorgverzekeringswet.

  • 2. De deelnemer sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere persoon die hij ten laste van zijn integraal budget diensten wenst te laten verlenen, met uitzondering van de persoon waarvan reeds vervoer is betrokken.

  • 3. De overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, behoeft de goedkeuring van het college.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experiment integraal pgb 2016

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2016 en werkt, met uitzondering van artikel 4, tweede en derde lid, terug tot en met 1 februari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

TOELICHTING

Met het onderhavig regeling worden enkel nadere regels gesteld over het experiment integraal budget op grond van artikel 10.1.2 van de Wet langdurige zorg (Wlz). In dit experiment krijgen deelnemers de gelegenheid om verschillende vormen van maatschappelijke ondersteuning, zorg of jeugdhulp via één budget – in plaats van op basis van beschikkingen of aanspraken de domeinen Wlz, Jeugdwet, Wet maatschappelijke organisatie 2015 en Zorgverzekeringswet – in te kopen.

In de regeling zijn met name aanvullende regels gesteld over de toegang en de taak van de Sociale verzekeringsbank (SVB).

Het experiment is geïnitieerd door de deelnemende gemeenten en wordt gefaciliteerd door de regering. De pilot van de gemeenten loopt al sinds 1 februari 2016. Omdat het niet mogelijk is om op grond van artikel 10.1.2 Wlz een grondslag te bieden voor een verordening zijn enkele toegangsvoorwaarden in deze ministeriële regeling opgenomen. In het kader van de toegang is in de regeling een beschrijving van de doelgroep opgenomen waarvoor het experiment binnen een gemeente is bedoeld. Het experiment in Delft beperkt tot verzekerden met autisme en in de gemeente Meppel tot diensten voor gezinnen.

Daarnaast is het van belang dat potentiële deelnemers bereid en in staat moeten zijn om deel te nemen aan het experiment en de onderzoeken in het kader van de evaluatie. Verder is het totaal aantal deelnemers aan het experiment gemaximeerd op 200 om de financiering van het experiment beheersbaar te houden en het draagvlak bij betrokkenen te verzekeren.

Ten slotte wordt geregeld dat de SVB uitsluitend betalingen op grond van het ondersteuningsplan verricht. Hierin staan de geldende aanspraken opgenomen van de deelnemer. Daarbij zijn regels gesteld over het staken van betalingen.

In deze regeling wordt aangesloten bij de uniforme regels die hierover zijn gesteld in de Regeling Jeugdwet, de Regeling langdurige zorg en de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en is geregeld dat het integraal budget niet wordt overschreden.

De regels ten aanzien van het declareren (aanvraag van een betaling) zijn summier om ruimte te bieden om bijvoorbeeld te werken met gecombineerde gezinsdeclaraties en meer gestroomlijnde formulieren om de administratieve lasten te verminderen. Hierover kan de SVB afspraken met betrokken partijen maken. Het is van groot belang voor het voorkomen van misbruik dat de gemeente een helder ondersteuningsplan opstelt met toetsbare voorwaarden.

Het college controleert conform Jeugdwet, Wmo 2015 en Wlz de (zorg)overeenkomsten die de budgethouder met derden afsluit voor het betrekken van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning of Wlz-zorg.

Voor het betrekken van Zvw-zorg sluit de deelnemer wel een zorgovereenkomst, echter de SVB ontvangt deze overeenkomst niet en voert op basis daarvan geen controles uit. De SVB controleert uiteraard wel met betrekking tot de declaraties voordat betalingen uit het budget worden verricht. Met deze werkwijze wordt zo min mogelijk afgeweken van de reguliere werkwijze bij het Zvw-pgb.

Deze regeling treedt in werking op hetzelfde tijdstip als het Besluit experiment integraal pgb 2016 en werkt terug tot aan de start van het experiment. De regeling werpt geen aanvullende beperkingen op ten opzichte van de lopende pilot van de deelnemende gemeenten.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven