De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op artikel 3, derde lid, van de Kaderwet EZ-subsidies;
Besluit:
ARTIKEL I
In de tabel van artikel 3 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2016 wordt in
de rij van titel 3.6 ‘03-11-2016’ vervangen door: 15-12-2016.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
's-Gravenhage, 25 oktober 2016
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam
TOELICHTING
1. Doel en achtergrond
Met deze regeling wordt beoogd de openstellingsperiode van de subsidiemodule Afzetbevorderingsprojecten
te verlengen. Met de subsidiemodule Afzetbevorderingsprojecten, die is opgenomen in
titel 3.6 van de Regeling Europese EZ-subsidies, kan steun worden verleend voor afzet-
en verwerkingsactiviteiten die marktdeelnemers verrichten om de waarde van de visserij-
en de aquacultuurproducten te maximaliseren. De basis voor de subsidiëring van afzetbevorderingsprojecten
op grond van deze subsidiemodule is te vinden in artikel 68 van Verordening (EU) nr.
508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees
Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG)
nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad
(PbEU 2014, L 149) (hierna: verordening 508/2014).
De subsidiemodule is opengesteld van 3 oktober tot en met 3 november 2016. Omdat de
verwachting is dat de gebruikers van deze subsidiemodule meer tijd nodig hebben om
hun aanvraag voor te bereiden en in te dienen, wordt de openstellingsperiode verlengd
tot en met 15 december 2016.
2. Staatssteun
De subsidie die op grond van de subsidiemodule Afzetbevorderingsprojecten wordt verleend
is geoorloofde staatssteun. Op grond van artikel 8, tweede lid, van verordening 508/2014
zijn de artikelen 107, 108 en 109 betreffende steunmaatregelen van de staten van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) niet van toepassing
op betalingen die de lidstaten doen op grond van en in overeenstemming met deze verordening
en die binnen de werkingssfeer van artikel 42 VWEU vallen. De steun die op grond van
artikel 68 van verordening 508/2014 gegeven kan worden aan Afzetbevorderingsprojecten
valt binnen deze categorie. De subsidiemodule Afzetbevorderingsprojecten voldoet aan
en reikt niet verder dan wat de bepalingen van verordening 508/2014 mogelijk maken.
De betalingen die op grond van deze subsidiemodule plaatsvinden, dienen ter uitvoering
van verordening 508/2014 en het Operationeel Programma EFMZV dat gebaseerd is op deze
verordening en is goedgekeurd door de Europese Commissie. Bovendien vallen afzetbevorderingsprojecten
binnen het toepassingsgebied en de doelstellingen van verordening (EU) nr. 1380/2013
van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk
visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009
van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004
van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354) (zie de artikelen
1 en 2 van die verordening), wat maakt dat zij binnen de werkingssfeer van artikel
42 VWEU vallen. Dit is door de goedkeuring van het Operationeel Programma EFMZV bevestigd.
De verlenging van de openstellingsperiode brengt hierin geen verandering, omdat de
overige voorwaarden van deze subsidiemodule ongewijzigd blijven.
3. Regeldruk
Het verlengen van de openstellingsperiode van de subsidiemodule Afzetbevorderingsprojecten
leidt niet tot inhoudelijke aanpassingen in de subsidiemodule zelf en derhalve ook
niet tot een toename van de administratieve lasten bij de gebruikers van de regeling.
De omvang van de administratieve lasten blijft € 27.901 en daarmee 1 procent van het
totale subsidiebudget.
4. Vaste verandermomenten
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van de systematiek
van vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van
de eerste dag van elk kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien
worden bekendgemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd omdat de doelgroep
gebaat is bij spoedige inwerkingtreding en omdat de regeling het karakter heeft van
reparatie van een te korte openstellingsperiode.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam