TOELICHTING
Algemeen
1. Inleiding
De kleinschaligheid van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba vormt
per definitie een beperking in de bestuurskracht. De geringe bestuurskracht zorgt
voor problemen in de aansturing van de openbare lichamen, bij de dienstverlening aan
de burgers en bij de uitvoering van plannen (zowel die van de openbare lichamen als
van de verschillende ministeries). Daarom is er een impuls nodig om het openbaar bestuur
in het Caribische deel van Nederland te versterken. Met het oog hierop stelt de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks 1,5 miljoen euro beschikbaar
voor de ontwikkeling van het openbaar bestuur in de openbare lichamen. Dit is onder
meer vastgelegd in de Meerjarenprogramma’s CN 2016-2018.
Met een doelstelling van ‘continu ontwikkelen’ wordt gestreefd naar het stap voor
stap beter laten functioneren van de overheden en zo te komen tot een beter en slagvaardiger
openbaar bestuur en een overheid waar de burgers op kunnen vertrouwen. Dit wordt onder
meer gedaan door het initiëren en bevorderen van samenwerking met ambtenaren, bestuurders
en het maatschappelijk middenveld en het faciliteren van eilandelijke initiatieven
ter versterking van het ambtenarenapparaat.
2. Doel van de bijzondere uitkering versterking openbaar bestuur
Overeenkomstig de afspraken tussen de minister en de openbare lichamen is de inzet
van de middelen gericht op:
-
a. het sec versterken van het ambtelijk apparaat van de openbare lichamen, enerzijds
door gericht te ondersteunen bij het invullen van sleutelposities, anderzijds door
het huidige apparaat te professionaliseren door middel van opleidingstrajecten, trainingen,
etc.;
-
b. een tweedaagse opleiding voor gedeputeerden, gezaghebbers, eilandsraadsleden, secretarissen,
griffiers en directeuren, alsmede gerichte keuzemodules om de kennis te verdiepen;
-
c. de inzet van door het ministerie van BZK, directie Koninkrijksrelaties, geworven medewerkers
of Rijkstrainees voor specifieke opgaven in Caribisch Nederland, alsmede het in kaart
brengen van high potentials en het organiseren van netwerkbijeenkomsten om het talent
ook voor de openbare lichamen op de (middel)lange termijn te kunnen behouden;
-
d. de versterking van controlerende instanties (entameren van de samenwerking tussen
diverse hoge colleges van staat en waar nodig versterken van ombudsfunctie);
-
e. verbetering van de transparantie, communicatie en verantwoording, onder meer door
trainingen;
-
f. verbetering van inkoop- en aanbestedingsprocedures verbeteren, onder meer door kennisuitwisseling
(workshops), procesbeschrijving en het opstellen van een aanbestedingswijzer;
-
g. integrale wijkaanpak. In de wijk komen bestuurlijke, economische en sociale problemen
vaak samen. Die problemen hangen samen met het gebrek aan slagkracht bij de openbare
lichamen, de achterstanden in de wijken en de huidige verkokerde benadering. Van belang
is dat de verbeteringen op integrale wijze plaatsvinden, zodat initiatieven elkaar
versterken.
-
h. Corporate governance. Het kabinet heeft aangekondigd voorstellen te zullen doen voor
wijziging van de FinBES ten aanzien van onder meer corporate governance in relatie
tot de privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de openbare lichamen deelnemen. Om
de inhoud en reikwijdte van de wijziging te kunnen bepalen is behoefte aan meer informatie
over de privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de openbare lichamen deelnemen. Daarom
zal een inventariserend onderzoek worden uitgevoerd.
Het grootste deel van het beschikbare geld (in totaal € 1.150.000) wordt in overleg
en onder voorwaarden aan de openbare lichamen in de vorm van eenmalige bijzondere
uitkeringen ter beschikking gesteld; dit is in de onderhavige regeling geregeld. Op
grond van deze regeling kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
bijzondere uitkeringen openbaar bestuur aan de openbare lichamen verstrekken ten behoeve
van het versterken van de bestuurskracht en het verbeteren van de dienstverlening
van het desbetreffende openbare lichaam.
De regeling bevat een uitwerking van de wijze waarop deze bijzondere uitkeringen aan
de openbare lichamen ter beschikking worden gesteld en de wijze waarop de openbare
lichamen verantwoording moet afleggen over de besteding van die middelen. Verlening
en vaststelling van de bijzondere uitkeringen geschiedt zo veel mogelijk overeenkomstig
de systematiek in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor subsidieverstrekking.
De financiële stromen tussen de rijksoverheid en de openbare lichamen vinden plaats
in dollars. De wisselkoersrisico’s komen bij betalingen tussen overheden volgens afspraak
voor rekening van de rijksoverheid. De positieve of negatieve gevolgen van wisselkoersfluctuaties
voor de rijksbegroting zijn beperkt.
3. Consultatie openbare lichamen
De beschikbaarheid van budget voor bijzondere uitkeringen openbaar bestuur is met
de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba besproken. De bestuurscolleges
zijn hiermee akkoord.
Artikelsgewijs
Artikel 2
In artikel 2 is omschreven voor welk type activiteiten een bijzondere uitkering kan
worden verstrekt. Het moet gaan om activiteiten die tot doel hebben het openbaar bestuur
in Caribisch Nederland te verbeteren. Activiteiten kunnen erop gericht zijn de bestuurskracht
van de openbare lichamen te versterken of om de dienstverlening van de openbare lichamen
te verbeteren. In paragraaf 2 van het algemeen deel van deze toelichting is dit verder
toegelicht.
Artikel 3
In artikel 3 is de hoogte van het beschikbare budget geregeld. Mocht het nodig zijn
het beschikbare budget tussentijds te verlagen (hetgeen aan de orde kan zijn wanneer
activiteiten door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden
verricht), dan zal artikel 3 in die zin worden aangepast, dat voor het desbetreffende
jaar een kleiner bedrag beschikbaar is. Bij een dergelijke aanpassing zal, overeenkomstig
artikel 4:27, tweede lid, van de Awb, uitdrukkelijk worden geregeld dat de verlaging
van het beschikbare budget geen gevolgen heeft voor reeds ingediende aanvragen.
In overeenstemming met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb is in artikel 3, tweede
lid, de wijze van verdeling van het budget geregeld. Gekozen is voor een verdeling
op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 4
De bestuurscolleges van de openbare lichamen dienen overeenkomstig artikel 4 van de
regeling aanvragen in om activiteiten in aanmerking te laten komen voor financiële
ondersteuning in de vorm van een bijzondere uitkering. Bij de aanvraag moet een activiteitenplan
worden overgelegd, dat onder meer de gegevens moet bevatten die de minister nodig
heeft om te beoordelen hoeveel kosten met de activiteiten zijn gemoeid. Een aanvraag
moet uiterlijk 31 oktober 2017 zijn ingediend, aangezien er na die tijd onvoldoende
tijd resteert om de aanvraag te beoordelen.
Artikel 5
De aanvragen zullen worden beoordeeld op de vraag of de activiteiten waarvoor een
bijzondere uitkering wordt gevraagd voldoende invulling geven aan de doelen waarvoor
de gelden beschikbaar zijn gesteld.
Overeenkomstig de systematiek in de Awb voor subsidieverstrekking wordt een bijzondere
uitkering in beginsel in eerste instantie verleend en pas later, als de activiteiten
waarvoor de uitkering is verleend zijn uitgevoerd, definitief vastgesteld.
Artikelen 6, 8 en 9, tweede lid
De bestuurscolleges zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de goedgekeurde activiteiten
en voor de besteding van de toegekende middelen. De activiteiten moeten worden uitgevoerd
volgens het ingediende activiteitenplan. Bestuurscolleges rapporteren over de besteding
van de gelden in de reguliere jaarlijkse rapportage in de jaarrekening, bedoeld in
artikel 31, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba (FinBES) en de artikelen 21, derde lid, onderdeel c, en 47, eerste lid, van
het Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES. Hierdoor zijn extra
verantwoordingslasten in verband met de bijzondere uitkeringen beperkt. De jaarrekening
wordt ingevolge artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van de FinBES twee weken na vaststelling
ervan of in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegestuurd. Met behulp
van deze verantwoordingsinformatie kan de definitieve hoogte van de bijzondere uitkering
overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de onderhavige regeling worden vastgesteld.
Door aan te sluiten bij de reguliere verantwoording worden aparte informatie en controlestromen
voorkomen.
Ingevolge artikel 6, derde lid, geldt een meldplicht voor het bestuurscollege. Die
hangt samen met de verantwoordelijkheid van de minister voor het toezicht op de goede
besteding van de verleende voorschotten. Wordt een activiteit niet uitgevoerd volgens
het activiteitenplan, dan kan de minister besluiten om de verdere bevoorschotting
op te schorten. In het uiterste geval biedt artikel 8de mogelijkheid om het besluit
tot verlening van de uitkering te wijzigen of in te trekken. Dat kan betekenen dat
reeds verleende voorschotten op grond van artikel 9, tweede lid, worden teruggevorderd.
Artikel 7
De betaling van de toegekende uitkering vindt plaats in de vorm van voorschotten.
De hoogte van de voorschotten wordt van tevoren vastgelegd in het besluit over de
verlening, maar de minister kan op verzoek van een bestuurscollege het bevoorschottingsregime
aanpassen. Op deze wijze kan, indien nodig, worden ingespeeld op onvoorziene ontwikkelingen
in de uitvoering van bepaalde activiteiten. Verder wordt verwezen naar de toelichting
op artikel 6.
Artikel 9, eerste lid
De definitieve vaststelling van een bijzondere uitkering openbaar bestuur vindt pas
plaats na afloop van de uitvoering van de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt.
Omdat de verantwoording, zoals in de toelichting op artikel 6 al aan de orde kwam,
via de jaarrekening verloopt, vindt de definitieve vaststelling altijd pas plaats
in het jaar volgend op het jaar waarin de bijzondere uitkering volgens de verleningbeschikking
is of uiterlijk had kunnen worden besteed. De vaststelling zal uiterlijk vier maanden
na de indiening van de jaarrekening over het laatste uitvoeringsjaar plaatsvinden.
Artikel 10
Aan de regeling wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 september 2016. De
strekking van de regeling is al langer bekend bij de openbare lichamen en vooruitlopend
op de regeling is reeds een aanvraag voor een bijzondere uitkering bestuurlijke ontwikkeling
ingediend.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk