Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat de Rijtuighof een tweerichtingstraat is, gelegen tussen de Overtoom en de Schoolstraat;
dat komend vanuitde Rijtuigenhof het gemotoriseerd verkeeralleen rechtsaf kan slaan. Linksaf is niet mogelijk door de aanwezigheid van een berm tussen rijstrook en bus-/trambaan op de Overtoom, voor fietsers is er een doorsteek;
dat het voor vrachtverkeer echter nietmogelijk is de in de Rijtuighof gelegen bocht te maken;
dat hierdoor het vrachtverkeer, wat toch deze straat is ingereden, achteruit weer terug moet rijden hetgeen verkeersonveilige situaties oplevert en laatst heeft geresulteerd in een aanrijding;
dat hierbij de verkeerssituatie is geanalyseerd en daarbij is geconcludeerd dat de verkeerssituatie kan worden verbeterd en de veiligheid kan worden verhoogd door in het Rijtuighof eenrichtingsverkeer in te stellen en het gesloten te verklaren voor vrachtverkeer;
dat deze oplossing bijdraagt aan de verbetering van de verkeersveiligheid door duidelijkheid te creëren dat het voor vrachtverkeer niet mogelijk is deze straat in te rijden en dat het gemotoriseerde verkeer maar van één zijde kan komen;
dat de verkeersbesluiten dienen te worden aangepast aan deze nieuwe gewenste situatie;
dat het in artikel 24 van het BABW bedoelde overleg met de vertegenwoordiger van de korpschef van de Nationale politie, eenheid Amsterdam heeft plaatsgevonden;
dat de desbetreffende weggedeelten gelegen zijn binnen de grenzen van het Stadsdeel West en niet behoren tot het Hoofdnet Auto en/of het Hoofdnet Rail en het geen grootstedelijk project of een stedelijke taak of stedelijk belang betreft;