Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2016, 55117Interne regelingen

Regeling van de minister van Financien van 12 oktober 2016 met kenmerk 2016-97076, houdende vaststelling van nadere regels omtrent financiële belangen en effecten (Insiderregeling Financien 2017)

De Minister van Financien,

Gelet op artikel 61a, vijfde lid en artikel 50, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

BESLUIT:

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de secretaris-generaal:

de secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;

b. compliance-officer:

een van de compliance-officers van het ministerie van Financiën;

c. insider:

de als zodanig op grond van deze regeling of door een compliance-officer aangewezen ambtenaar die werkzaamheden verricht waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is.

Insider zijn in ieder geval:

  • de secretaris-generaal;

  • de directeuren-generaal en de thesaurier-generaal van het ministerie van Financiën en hun plaatsvervangers;

  • de Agent;

  • de directeuren van de directie Financiële Markten, de directie Financieringen en de directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen van het ministerie van Financiën;

  • de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst;

  • de compliance-officer(s).

d. effect:

een financieel instrument in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

e. effectentransactie:

het anders dan in de uitoefening van de functie of positie bij het ministerie van Financiën (doen) verrichten of bewerkstelligen van enige handeling, middellijk of onmiddellijk voor eigen rekening of mede voor eigen rekening of ten behoeve van een derde, tot vervreemding, verkrijging of bezwaring van een effect;

f. koersgevoelige informatie:

voorwetenschap in de zin van artikel 5:53, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;

g. financieel belang:

vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond, financiële deelnemingen in ondernemingen en dergelijke. Negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn, afhankelijk van de aard van de functie of het ambt;

h. restricted list:

een lijst van effecten waarin de insider op wie de lijst van toepassing is, geen bezit mag hebben en geen transacties mag verrichten; of bij wisselende (deel)werkpakketten of een tijdelijke behandeling van een fonds, een lijst met effecten waarin de insider op wie de lijst van toepassing is, wel bezit mag hebben, maar geen effectentransacties mag verrichten.

i. gelieerde derden:
  • de echtgenoot of partner van de insider;

  • andere personen die een gemeenschappelijke huishouding met de insider voeren;

  • lasthebbers en vermogensbeheerders, niet zijnde vrije-hand-beheerders, voor zover handelend ten behoeve van de insider;

  • rechtspersonen en beleggingsclubs waarin de insider belangen heeft of zeggenschap heeft ten aanzien van concrete belggingsbeslissingen.

j. vrije-handbeheerovereenkomst:

een schriftelijke overeenkomst met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder waarbij de beslissingsbevoegdheid over afzonderlijke effectentransacties is overgedragen aan die vermogensbeheerder.

k. schriftelijk:

iedere op schrift dan wel door middel van een ander, al dan niet elektronisch, communicatiemiddel overgebracht document mits de identiteit van de afzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.

HOOFDSTUK 2 ALGEMEEN

Artikel 2.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaren van het ministerie van Financiën inclusief de Belastingdienst.

Artikel 2.2 Compliance-officer

  • 1. Er zijn bij het ministerie van Financiën inclusief de Belastingdienst een of meer compliance-officers.

  • 2. Een compliance-officer wordt aangewezen door de secretaris-generaal.

  • 3. De aanwijzing als compliance-officer geldt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Heraanwijzing is mogelijk voor nog eenmaal een periode van vijf jaar.

  • 4. Een compliance-officer legt jaarlijks en op verzoek van de secretaris-generaal verantwoording aan hem af over de uitvoering en toepassing van deze regeling.

  • 5. Indien de compliance-officer dit nodig acht, kan hij de secretaris-generaal tussentijds informeren over de uitvoering en toepassing van deze regeling.

  • 6. Een compliance-officer wordt ondersteund door een secretariaat.

Artikel 2.3 Compliance-officer als insider

In de situatie waar het de compliance-officer als insider betreft, heeft de secretaris-generaal de taken en bevoegdheden van de compliance-officer en heeft de compliance-officer de rechten en verplichtingen van een insider, zoals vastgelegd in deze regeling.

Artikel 2.4 Wet bescherming persoonsgegevens

De compliance-officer houdt zich bij de uitoefening van zijn taak aan het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2.5 Niet-naleving verplichtingen

  • 1. Indien een insider naar het oordeel van de compliance-officer kennelijk niet bereid is aan de verplichtingen genoemd in deze regeling te voldoen, sommeert de compliance-officer de insider schriftelijk om voor een in de sommatie genoemde datum alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

  • 2. Indien de insider niet voor de in lid 1 genoemde datum aan zijn verplichtingen voldoet, zal de compliance-officer naar bevind van zaken handelen.

  • 3. De compliance-officer kan de betrokken directeur of de betrokken directeur-generaal dan wel de secretaris-generaal informeren over het feit dat een insider zijn verplichtigen op grond van deze regeling niet nakomt.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in de vorige leden kan de compliance-officer, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is, de secretaris-generaal onmiddellijk informeren indien een insider deze regeling niet naleeft.

  • 5. De secretaris-generaal kan de insider – al dan niet na een nader onderzoek – disciplinair straffen in geval van niet-naleving van de verplichtingen, genoemd in deze regeling.

  • 6. Als disciplinaire straffen kunnen worden opgelegd de straffen genoemd in hoofdstuk VIII van het Algemeen rijksambtenarenreglement.

HOOFDSTUK 3 VOORWAARDEN MINISTERIE VAN FINANCIËN BEHALVE DE BELASTINGDIENST

Artikel 3.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaren van het ministerie van Financiën met uitzondering van de ambtenaren van de Belastingdienst.

Artikel 3.2 Taak compliance-officer

De compliance-officer is belast met de uitvoering van de regeling en met de actieve controle en het toezicht op de naleving van de regeling.

Artikel 3.3 Insiders

  • 1. De compliance-officer wijst ambtenaren als insider aan. Behoudens in geval van (plaatsvervangend) directeuren die op voordracht van hun directeur-generaal of de secretaris-generaal worden aangewezen, geschiedt de aanwijzing op voordracht van de directeur van de ambtenaar.

  • 2. Ambtenaren kunnen bij de compliance-officer een schriftelijk verzoek indienen om te worden aangewezen als insider.

  • 3. De in de vorige leden bedoelde aanwijzing wordt schriftelijk aan de desbetreffende ambtenaar bekendgemaakt.

  • 4. De aanwijzing van een ambtenaar als insider wordt door de compliance-officer, na goedkeuring door de betrokken directeur indien het medewerkers betreft en na goedkeuring van de directeur-generaal dan wel secretaris-generaal indien het (plaatsvervangend) directeuren betreft, ingetrokken als de ambtenaar niet meer voldoet aan de in artikel 1, onder c, van deze regeling genoemde criteria.

  • 5. Insiders kunnen bij de compliance-officer een schriftelijk verzoek indienen om hun aanwijzing als insider te laten intrekken conform het bepaalde in het vierde lid.

  • 6. De in het vierde lid bedoelde intrekking wordt door de compliance-officer schriftelijk aan de desbetreffende ambtenaar bekendgemaakt.

Artikel 3.4 Melding financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties. verstrekken nadere informatie of bescheiden en bewaartermijnen

  • 1. De insider meldt zijn financiële belangen, alsmede het bezit van effecten en effectentransacties die de belangen van de dienst kunnen raken voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, schriftelijk aan de compliance-officer en maakt daarbij gebruik van de verklaringen genoemd in artikel 3.5.

  • 2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 61a, derde lid ARAR, verstrekt de insider aan de compliance-officer op diens verzoek en op een door hem aangegeven wijze, nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen, het bezit van effecten en de effectentransacties.

  • 3. De schriftelijke documenten die de compliance-officer op grond van deze regeling van een insider ontvangt, bewaart hij maximaal vijf jaar als een insider in dienst blijft bij het Rijk. De schriftelijke documenten van een insider die uit dienst treedt bij het Rijk, zullen een jaar na uitdiensttreding worden vernietigd.

Artikel 3.5 Verklaringen

  • 1. De compliance-officer zendt aan de insider ter gelegenheid van diens aanwijzing en daarna elke vijf jaar de op hem van toepassing zijnde Startverklaring Insiderregeling Financiën 2017.

  • 2. De compliance-officer zendt elk kalenderjaar aan de insider, die heeft aangegeven effecten dan wel financiële belangen te bezitten, de op hem van toepassing zijnde Jaarlijkse verklaring Insiderregeling Financiën 2017.

  • 3. Indien zich tijdens het kalenderjaar wijzigingen voordoen met betrekking tot zijn financiële belangen, het effectenbezit of effectentransacties als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, meldt elke insider dit onverwijld schriftelijk aan de compliance-officer met behulp van de op hem van toepassing zijnde Tussentijdse verklaring Insiderregeling Financiën 2017.

  • 4. De insider zendt de verklaring, bedoeld in het eerste en tweede lid binnen drie weken na ontvangst ervan ingevuld en ondertekend aan de compliance-officer terug.

Artikel 3.6 Verbod financiële belangen, handel en bezit effecten

  • 1. Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voorzover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

  • 2. De compliance-officer plaatst op voordracht van de betrokken directeuren dan wel directeuren-generaal of de secretaris-generaal effecten ten aanzien waarvan binnen het ministerie van Financiën koersgevoelige informatie aanwezig is, op een of meer restricted lists. De compliance-officer maakt de restricted list en de wijzigingen daarin schriftelijk aan de desbetreffende insider(s) bekend.

  • 3. De insider heeft in elk geval geen bezit van effecten of verricht geen effectentransacties met effecten die op de voor hem geldende restricted list staan. Bij wisselende (deel)werkpakketten of een tijdelijke behandeling van een fonds, mag een insider wel effecten, die op de voor hem geldende restricted list staan, bezitten, maar hiermee geen effectentransacties verrichten.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan een insider die effecten, die op zijn restricted list staan, erft dan wel bezit bij indiensttreding bij het ministerie van Financiën of bij aanvaarding van een andere functie binnen het ministerie van Financiën, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.9, de compliance-officer verzoeken om een individueel maatwerkbesluit te nemen met betrekking tot die effecten. Met genoemde effecten mogen tot het moment dat het besluit is genomen geen effectentransacties worden verricht.

Artikel 3.7 Koersgevoelige informatie en gebruik zakelijke contacten

  • 1. Onverminderd het wettelijk verbod op gebruik van voorwetenschap, gaat de insider zorgvuldig om met koersgevoelige informatie.

  • 2. Naast de wettelijke plicht tot geheimhouding die op de insider rust, bevordert de insider dat met hem gelieerde derden geen effectentransacties verrichten die, indien hij deze zelf zou verrichten, strijdig zouden zijn met deze regeling.

  • 3. Indien een insider tijdens zijn werkzaamheden in aanraking komt met koersgevoelige informatie over een nog niet op de restricted list staand effect, dient dit effect terstond aan de compliance-officer te worden gemeld.

  • 4. Voorts stelt de insider de compliance-officer terstond in kennis van het feit dat informatie over een effect, dat op zijn restricted list staat, naar zijn oordeel niet langer als koersgevoelige informatie kan worden aangemerkt.

  • 5. Indien een leidinggevende de meldingen, bedoeld in het derde of vierde lid, namens de onder hem ressorterende insiders doet, zijn die insiders vrijgesteld van bedoelde meldingsplichten.

  • 6. De insider maakt voor zijn privé-effectentransacties die niet in strijd zijn met deze regeling, geen gebruik van medewerkers van (financiële) organisaties waarmee hij voor het ministerie van Financiën zakelijke contacten onderhoudt.

Artikel 3.8 Uitzonderingen

  • 1. Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, is niet van toepassing indien en zolang de insider een vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder, en tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider die op de restricted list staan;

    • b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;

    • c. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheerovereenkomst is gesloten;

    • d. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;

    • e. de compliance-officer heeft de insider schriftelijk laten weten dat de vrije-handbeheerovereenkomst voldoet aan de voorwaarden van dit artikel.

  • 2. De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. Indien wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, geldt het verbod op het bezit van effecten en het verrichten van effectentransacties met effecten die op een restricted list staan onverkort.

  • 3. De insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld schriftelijk aan de compliance-officer. Vanaf het moment van beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst of wijziging van de overeenkomst, waardoor deze niet meer voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, geldt de in het eerste lid bedoelde uitzondering niet meer.

  • 4. De insider die een vrije-handbeheerovereenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten, stuurt tezamen met de verklaringen als bedoeld in artikel 3.5 een kopie van de actuele vrije-handbeheerovereenkomst naar de compliance-officer.

  • 5. Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, geldt niet ten aanzien van het bezit van of effectentransacties in rechten van deelneming in een open-end beleggingsinstelling, mits de insider geen invloed heeft op het beleggingsbeleid van de desbetreffende beleggingsinstelling, en geldt ook niet voor afgeleide effecten op niet door de insider te beïnvloeden indexfondsen.

  • 6. Voor de in het vijfde lid genoemde rechten van deelneming en afgeleide effecten geldt de in artikel 3.4, eerste lid, genoemde meldingsplicht niet.

Artikel 3.9 Individuele maatwerkbesluiten en generieke uitvoeringsregels

  • 1. De compliance-officer kan, voor zover dit naar zijn oordeel relevant is in relatie tot de functieuitoefening van de insider, alsmede op verzoek van de insider, schriftelijke individuele maatwerkbesluiten nemen over de voorwaarden waaronder financiële belangen, het bezit van effecten en effectentransacties zijn toegestaan, zodanig dat achteraf kan worden vastgesteld dat de desbetreffende insider overeenkomstig het bepaalde in het maatwerkbesluit heeft gehandeld. Van dit maatwerkbesluit ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 2. De insider is verplicht het in het eerste lid bedoelde maatwerkbesluit dat op hem van toepassing is, na te leven.

  • 3. De compliance-officer kan binnen de grenzen van deze regeling generieke uitvoeringsregels stellen voor alle insiders van een organisatieonderdeel. Deze worden aan alle insiders van het desbetreffende organisatieonderdeel bekend gemaakt.

Artikel 3.10 Inwinnen van advies

  • 1. Indien een insider twijfelt omtrent de uitleg of toepassing van deze regeling wint hij advies in bij de compliance-officer.

  • 2. De compliance-officer is bevoegd een voor de insider en het ministerie van Financiën bindende uitspraak te doen omtrent de toepassing van deze regeling.

Artikel 3.11 Registratie en rapportage

  • 1. De compliance-officer houdt een register bij waarin zijn opgenomen:

    • de beschikkingen houdende de aanwijzing als insider en de intrekking daarvan;

    • de vastgestelde restricted lists;

    • de Startverklaringen Insiderregeling Financiën 2017;

    • de Jaarlijkse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017;

    • de Tussentijdse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017;

    • de registratienummers van vrije-handbeheerovereenkomsten;

    • de informatie verkregen op grond van artikel 3.4, tweede lid, zij het dat van bankrekeningnummers, effectenrekeningnummers en kapitaalverzekeringspolisnummers slechts de laatste drie cijfers worden geregistreerd;

    • de individuele maatwerkbesluiten en de correspondentie daarover;

    • gegevens op verzoek van de insider; en

    • eventuele onderzoeksgegevens.

  • 2. De compliance-officer brengt jaarlijks verslag uit aan de secretaris-generaal waarin ten minste wordt gerapporteerd over:

    • a. het aantal insiders;

    • b. het aantal ontvangen Startverklaringen Insiderregeling Financiën 2017, Jaarlijkse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017 en Tussentijdse verklaringen Insiderregeling Financiën 2017 en eventuele bijzonderheden hieromtrent;

    • c. het aantal schriftelijk vastgelegde individuele maatwerkbesluiten met insiders en eventuele bijzonderheden hieromtrent;

    • d. eventueel gerezen problemen en geconstateerde overtredingen;

    • e. de effecten die op restricted lists zijn geplaatst;

    • f. eventuele knelpunten in de regeling en voorstellen om de regeling aan te passen en

    • g. het aantal uitgevoerde onderzoeken op basis van het ambtenarenrecht wegens schending van het bepaalde in deze regeling en de resultaten van die onderzoeken.

  • 3. De compliance-officer verstrekt een geanonimiseerde kopie van het jaarlijkse verslag aan de departementale ondernemingsraad.

HOOFDSTUK 4 VOORWAARDEN VOOR DE BELASTINGDIENST

Artikel 4.1

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de ambtenaren van de Belastingdienst.

Artikel 4.2 Compliance-officer

De compliance-officer is, samen met de directeuren, belast met de uitvoering van de Insiderregeling Belastingdienst en het actieve toezicht op de naleving van de hoofdstukken 1, 2 en 4 van deze regeling.

Artikel 4.3 Aanwijzing als insider

  • 1. De aanwijzing als insider gebeurt, op voordracht van de betrokken directeur, door de compliance-officer. De aanwijzing wordt schriftelijk met een motivering aan de desbetreffende ambtenaar bekendgemaakt.

  • 2. De aanwijzing van een ambtenaar als insider wordt door de compliance-officer ingetrokken als de ambtenaar niet meer aan de criteria van de insiderdefinitie voldoet. Deze intrekking wordt schriftelijk meegedeeld aan de desbetreffende ambtenaar.

Artikel 4.4 Verklaringen

  • 1. De compliance-officer stuurt de insider bij zijn aanwijzing als insider een Algemene verklaring Insiderregeling toe waarmee de desbetreffende medewerker verklaart zich te houden aan de regeling. De insider stuurt de verklaring binnen drie weken na ontvangst ervan ingevuld en ondertekend aan de compliance-officer terug.

  • 2. Een medewerker die als insider is aangewezen maar geen effecten bezit of financiële belangen heeft die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, kan volstaan met een eenmalige schriftelijke verklaring dat hij geen effecten of financiële belangen heeft en dat pas wanneer hij die wel heeft, hij dat meldt aan de compliance-officer.

  • 3. Indien een insider kennelijk niet bereid is de gevraagde verklaring te ondertekenen en te retourneren maakt de compliance-officer daarvan melding aan de betrokken directeur van de insider of de directeur-generaal Belastingdienst.

Artikel 4.5 Melding financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties

  • 1. Onverminderd het wettelijk verbod op handel met voorwetenschap, gaat de insider zorgvuldig om met koersgevoelige informatie.

  • 2. Naast de wettelijke plicht tot geheimhouding die op de insider rust, bevordert de insider dat met hem gelieerde derden geen effectentransacties verrichten die, indien hij deze zelf zou verrichten, strijdig zouden zijn met de bepalingen van deze regeling.

  • 3. Een insider die uit hoofde van zijn functie of positie bij de Belastingdienst de beschikking krijgt over informatie waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze koersgevoelig is, meldt dit, in het geval dat de desbetreffende effecten, waar de koersgevoelige informatie op ziet, niet op zijn restricted list staan, dan wel wanneer voor de medewerker geen restricted list is vastgesteld, terstond aan de compliance-officer. Ook stelt hij de compliance-officer in kennis van het moment dat deze koersgevoelige informatie naar zijn oordeel niet langer als koersgevoelig kan worden aangemerkt. Het bepaalde in dit onderdeel is niet van toepassing op de in artikel 4.4, tweede lid, genoemde insiders (die een verklaring hebben afgelegd geen effecten te bezitten).

  • 4. De insider meldt financiële belangen en het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst kunnen raken, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling schriftelijk aan de compliance-officer.

  • 5. De insider verstrekt aan de compliance-officer, op diens verzoek, nadere informatie en bescheiden met betrekking tot deze melding.

Artikel 4.6 Restricted list

  • 1. Aan het bezit van of aan het verrichten van transacties in bepaalde effecten kan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden zijn. De compliance-officer plaatst, na afstemming met de betrokken directeur, dergelijke effecten en/of effecten ten aanzien waarvan binnen de Belastingdienst koersgevoelige informatie aanwezig is op één of meer restricted lists. De compliance-officer maakt de restricted list en de wijzigingen daarin aan de desbetreffende insiders schriftelijk kenbaar.

  • 2. De restricted list is een persoonsgebonden lijst. De insider bezit geen effecten (tenzij die zijn ondergebracht in een vrije-handbeheerovereenkomst) en/of verricht geen transacties in de effecten die op de voor hem geldende restricted list staan.

Artikel 4.7 Verbod

  • 1. De directeuren van de Belastingdienst zijn verantwoordelijk voor het handhaven van de verbodsbepalingen van artikel 61a, vierde lid, van het ARAR. Voor de afbouw van het effectenbezit worden maatwerkafspraken gemaakt door de compliance-officer. Van de schriftelijke vastleging van deze afspraken ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 2. Insiders die deel uitmaken van een team waarin een vast werkpakket van beursgenoteerde ondernemingen worden behandeld, krijgen een restrictie opgelegd met betrekking tot de desbetreffende beursgenoteerde ondernemingen.

    De (algemeen)directeur en de (plv)directeur(en), verantwoordelijk voor primaire processen binnen een dienstonderdeel, worden aangewezen als insider met een restrictie voor alle beursgenoteerde ondernemingen die in hun dienstonderdeel worden behandeld.

    Afhankelijk van de onderling gekozen werkwijze kan het nodig zijn dat alle (plaatsvervangend) directeuren worden aangewezen als insider voor alle beursgenoteerde ondernemingen die binnen hun dienstonderdeel ressorteren.

    In overleg met het management van de kantoren worden bepaalde medewerkers, die op landelijk of kantoorniveau belast zijn met de coördinatie van een middel of proces, aangewezen als insider met een restrictie voor alle beursgenoteerde ondernemingen op hun kantoor.

    De voorzitters van de kennisgroepen CTC, CGVP en ZGO en de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst worden aangewezen als insider met een restrictie voor alle beursgenoteerde ondernemingen.

  • 3. Medewerkers die in wisselende (deel-)werkpakketten werken, of die tijdelijk een fonds krijgen toegewezen ter behandeling, of leden van bepaalde rechtstoepassings- kennisgroepen of kennisgroepen voor uitvoeringscoördinatie, worden als insider aangewezen, maar zonder restricted list. In het geval een insider te maken krijgt met de klantbehandeling van een beursgenoteerde onderneming waarin hij zelf aandelen heeft, meldt de insider het bezit van deze aandelen bij de compliance-officer. Vervolgens krijgt hij een transactieverbod (bevriezing van het desbetreffende aandelenpakket) opgelegd voor de duur van de periode die nodig is voor de in dit lid bedoelde klantbehandeling, alsmede voor de periode dat er nog sprake is van aanwezigheid van koersgevoelige informatie, of totdat de koersgevoelige informatie van de desbetreffende onderneming publiek is geworden.

Artikel 4.8 Vrije-handbeheerovereenkomst

  • 1. Het bepaalde in artikel 4.6 en artikel 4.7 met betrekking tot effectenbezit, financiële belangen of effectentransacties is niet van toepassing indien en zolang de insider een vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder. Daarbij moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

    • a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider;

    • b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;

    • c. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;

    • d. de insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld aan de compliance-officer;

    • e. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheersovereenkomst is afgesloten;

    • f in de vrije-handbeheerovereenkomst is bepaald dat de vermogensbeheerder op schriftelijk verzoek van de compliance-officer aan deze een overzicht zal verstrekken van de (mutaties in de) effectenportefeuille en gegevens zal verstrekken betreffende de effectentransacties die op grond van de beheerovereenkomst zijn verricht.

  • 2. De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel onvoldoende de scheiding tussen voorkennis en handelingsbevoegdheid waarborgt. Indien de wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, gelden de artikelen 4.6 en 4.7 onverkort.

Artikel 4.9 Maatwerk en individuele afspraken

  • 1. De compliance-officer kan in afwijking van het bepaalde in de artikelen 4.6 en 4.7, voor zover dit naar zijn oordeel relevant is in relatie tot de functie-uitoefening van de insider, alsmede op verzoek van de insider, schriftelijk individuele afspraken maken met de insider over de voorwaarden waaronder effectentransacties en effectenbezit, financiële belangen zijn toegestaan, zodanig dat achteraf kan worden vastgesteld of de desbetreffende insider overeenkomstig deze afspraken heeft gehandeld. Van de schriftelijke vastlegging van deze afspraken ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 2. De compliance-officer is verantwoordelijk voor maatwerkafspraken omtrent het afbouwen van effectenbezit. Van de schriftelijke vastlegging van deze afspraken ontvangt de betrokken insider een kopie.

  • 3. De compliance-officer kan binnen de grenzen van de regeling generieke uitvoeringsregels stellen voor alle insiders van een dienstonderdeel. Deze worden aan alle insiders van het desbetreffende dienstonderdeel bekend gemaakt.

Artikel 4.10 Uitleg van de regeling

Indien een insider twijfelt omtrent de uitleg of toepassing van deze regeling wint hij het advies in van de compliance-officer. De compliance-officer is bevoegd een voor de insider en de Belastingdienst bindende uitspraak te doen omtrent de toepassing van deze regeling.

Artikel 4.11 Registratie en rapportage

  • 1. De compliance-officer registreert het volgende:

    • de beschikkingen houdende de aanwijzing als insider en de intrekking daarvan,

    • de vaststelling van de restricted lists,

    • de maatwerkafspraken tussen de compliance-officer en een insider over de afbouw van effectenbezit,

    • de verklaringen van insiders,

    • kopieën van de vrije-handbeheerovereenkomsten,

    • de correspondentie en de met insiders gemaakte schriftelijke afspraken en eventuele gegevens omtrent onderzoeken die hebben plaatsgevonden.

  • 2. De compliance-officer brengt jaarlijks verslag uit aan de secretaris-generaal en de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst waarin ten minste wordt gerapporteerd over:

    • a. het aantal insiders;

    • b. het aantal ontvangen verklaringen op basis van de Insiderregeling Financiën 2017;

    • c. het aantal schriftelijk vastgelegde individuele afspraken met insiders en eventuele bijzonderheden hieromtrent;

    • d. het aantal en de aard van de meldingen;

    • e. eventueel gerezen problemen en geconstateerde overtredingen;

    • f. het aantal uitgevoerde onderzoeken op basis van het ambtenarenrecht wegens schending van het bepaalde in deze regeling en de resultaten van deze onderzoeken;

    • g. de effecten die op restricted lists zijn geplaatst;

    • h. eventuele knelpunten in de regeling inclusief voorstellen om de regeling aan te passen.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1

  • 1. Na de inwerkingtreding van deze regeling berust de reeds bestaande aanwijzing van de compliance-officers op artikel 2.2 van deze regeling en de reeds bestaande aanwijzing van insiders op de artikelen 3.3 en 4.3 van deze regeling.

  • 2. Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de reeds bestaande restricted lists op de artikelen 3.6 en 4.6 van deze regeling, de door insiders al ingediende verklaringen op de artikelen 3.5, 4.4 en 4.5 en de met de compliance-officers al gemaakte individuele afspraken op de artikelen 3.9 en 4.9 van deze regeling

Artikel 5.2

De Insiderregeling Financiën 2006, de daarop gebaseerde Complianceregeling Agentschap 2009 en de Insiderregeling Belastingdienst worden ingetrokken.

Artikel 5.3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 5.4

Deze regeling wordt aangehaald als: Insiderregeling Financien 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

TOELICHTING

Algemeen

Artikel 61a Algemeen rijksambtenarenreglement

Deze regeling strekt tot het vaststellen van nadere regels ter uitvoering van artikel 61a van het Algemeen rijksambtenarenreglement (ARAR).

In dit artikel is bepaald dat de minister ambtenaren aanwijst die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie is verbonden. De aangewezen ambtenaar, ook wel insider genoemd, meldt financiële belangen, alsmede het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, aan een daartoe aangewezen functionaris.

Op grond van artikel 61a ARAR geldt dus voor de aangewezen ambtenaar een geclausuleerde meldingsplicht. De clausulering is gelegen in de eis dat een en ander de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling kan raken.

De belangen van de dienst, in dit geval het ministerie van Financiën, zijn gelegen in de risico’s voor de integriteit van het ministerie en haar medewerkers. Die risico’s betreffen bij financiële belangen de mogelijke verstrengeling van de belangen van enerzijds de medewerkers en anderzijds het ministerie van Financiën. Bij effectenbezit en het verrichten van transacties met effecten betreffen de risico’s mogelijk oneigenlijk gebruik door medewerkers van koersgevoelige informatie die bij het ministerie beschikbaar is.

Indien daarvoor aanleiding bestaat op grond van een melding van een insider of na die melding gebleken feiten of omstandigheden dient de aangewezen ambtenaar nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen of het bezit van of de transacties met effecten te verstrekken aan de compliance-officer.

Doel van de geclausuleerde meldingsplicht en de plicht om desgevraagd nadere informatie en bescheiden te verstrekken is het bereiken van transparantie zodat de risico’s en belangen kunnen worden ingeschat en gereguleerd.

Van de meldingen wordt een registratie gevoerd.

In artikel 61 a ARAR is tevens bepaald dat het de ambtenaar verboden is om financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

Keuze voor één insiderregeling

Binnen het ministerie van Financiën zijn de voorschriften van artikel 61 a ARAR destijds uitgewerkt in verschillende regelingen. Deze regelingen zijn met de onderhavige Insiderregeling Financiën 2017 samengevoegd in één document. Daarbij heeft, voor zover nodig, een actualisatie van de artikelen plaatsgevonden. Zo zijn verwijzingen naar de gedeeltelijk ingetrokken Wet toezicht effectenverkeer 1995 vervangen door verwijzingen naar de Wet op het financieel toezicht. De insiderregeling van de Belastingdienst en de daarbij horende toelichting zijn, voorzover nog relevant, integraal overgenomen in de hoofdstukken 1, 2 en 4 van de Insiderregeling Financiën 2017. De hoofdstukken 1, 2 en 3 zijn van toepassing op alle andere ambtenaren van het ministerie van Financiën.

De Insiderregeling Financiën 2017
a. Meldingsplicht

Op basis van deze regeling worden binnen het ministerie van Financiën zogenaamde compliance-officers aangewezen als de functionarissen waarbij de insider financiële belangen alsmede het bezit van en transacties met effecten kan melden.

Het begrip financieel belang wordt omschreven in de memorie van toelichting van de Ambtenarenwet (TK 2000–2001, 27 602, nr. 3). In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat vooraf niet eenduidig kan worden aangegeven welke financiële belangen wel en welke niet toelaatbaar zijn in relatie tot de te vervullen functie. Of een bepaald financieel belang daadwerkelijk risico’s met zich meebrengt, is afhankelijk van het type organisatie waar men werkzaam is, het concrete financiële belang en de concrete inhoud van de taak van de ambtenaar. Daarnaast wordt aangeven dat het begrip financieel belang zeer divers is. Het kan gaan om het bezit van effecten, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond, alsook om financiële deelnemingen in ondernemingen. Zelfs negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn.

Het begrip effecten is gedefinieerd als financieel instrument zoals omschreven in de Wet op het financieel toezicht. Hieronder vallen o.a. verhandelbare aandelen of obligaties, opties, swaps en derivatencontracten.

Zoals aangegeven bij de beschrijving van artikel 61 a ARAR, hoeft de insider alleen financiële belangen, het bezit van effecten of effectentransacties te melden die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken.

Ten behoeve van die melding zijn speciale formulieren (verklaringen) ontwikkeld, die kunnen worden ingeleverd bij de compliance-officer.

b. Taken compliance-officer

Een compliance-officer vervult dus een rol bij de meldingsplicht van de insiders. Hij heeft nog meer taken.

Zo wijst hij, in samenspraak met het verantwoordelijke management, ambtenaren van het ministerie van Financiën als insider aan.

Ook het opstellen van een restricted list behoort tot zijn taak. Een restricted list is, kort gezegd, een lijst van effecten waarvan de insider op wie de lijst van toepassing is geen bezit mag hebben en waarmee hij geen transacties mag verrichten. Bij het opstellen van een restricted list wordt het verantwoordelijke management eveneens betrokken.

Het is mogelijk dat een insider met de compliance-officer schriftelijke individuele afspraken maakt over de voorwaarden waaronder het hebben van financiële belangen, effectenbezit of het verrichten van effectentransacties wel zijn toegestaan.

De compliance-officer draagt tevens zorg voor een registratie van gegevens die bij de uitvoering van deze regeling worden verkregen en brengt verslag uit over zijn werkzaamheden aan de secretaris-generaal, zowel regulier (jaarlijks) als op verzoek en bij incidenten.

Hij is ook het aanspreekpunt voor medewerkers die vragen hebben over de regeling en verzorgt de communicatie over de regeling, zowel op individueel niveau als Financiënbreed. Bij de uitvoering van zijn taak neemt de compliance-officer het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens uiteraard in acht.

Indien de compliance-officer echter op strafbare feiten stuit, is hij op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering gehouden aangifte te doen.

Bewaar en beroep

Bij het nemen van besluiten op basis van deze regeling zullen de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht worden genomen.

Zo kan tegen beslissingen bezwaar en beroep worden ingesteld op basis van genoemde wet. Indien een besluit wordt genomen, zal daarbij worden aangegeven bij wie een medewerker bezwaar of beroep kan aantekenen. Overigens schorst het bezwaar of beroep niet het besluit waartegen het is gericht, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald (zie artikel 6:16 Algemene wet bestuursrecht).

Bezwaar en beroep zou bijvoorbeeld ingesteld kunnen worden tegen besluiten die het volgende betreffen:

  • aanwijzing als insider of de intrekking daarvan (art. 3.3 en art. 4.3);

  • opleggen van een bezitsverbod en transactieverbod;

  • aanwijzing om een vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen (artikel 3.8, tweede lid);

  • doen van een bindende uitspraak n.a.v. een adviesvraag (artikel 3.10 en 4.10, tweede lid).

Overige verplichtingen

Naast de verplichtingen op basis van deze regeling, dient een ambtenaar zich ervan bewust te zijn dat in dit kader ook het ambtsgeheim (artikel 272 Wetboek van Strafrecht), de bepalingen in de Wet op het financieel toezicht (hoofdstuk 5.4, Regels ter voorkoming van marktmisbruik en voor het optreden op markten in financiële instrumenten) en artikel 50 ARAR (de verplichting voor elke ambtenaar om zich als goed ambtenaar te gedragen) relevant zijn.

Zo dient een ambtenaar geen effectentransacties te verrichten indien daardoor redelijkerwijs de schijn kan worden gewekt dat hij daarbij beschikte of kon beschikken over koersgevoelige informatie.

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 1

Artikel 1

Dit artikel bevat de definities van een aantal termen en begrippen die in de regeling worden gebruikt.

Zij spreken voor zich. Over een aantal kan het volgende worden opgemerkt.

Sub c

Om praktische redenen wordt in de regeling een aantal functionarissen als insider aangewezen, zoals bijvoorbeeld de secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de Agent van het ministerie van Financiën. Van hen is op voorhand duidelijk dat zij aan de insidercriteria voldoen. Andere ambtenaren zullen door de compliance-officer worden aangewezen als insider als zij aan de insidercriteria voldoen.

Sub d

Onder effect wordt verstaan een financieel instrument in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Een financieel instrument is o.a.:

  • a. effect. Hieronder wordt verstaan een verhandelbaar aandeel of een ander daarmee gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs of recht, niet zijnde een appartementsrecht, een verhandelbare obligatie of een ander verhandelbaar schuldinstrument of elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs waarmee een eerder genoemd effect door uitoefening van de daaraan verbonden rechten of door conversie kan worden verworven of dat in geld wordt afgewikkeld;

  • b. geldmarktinstrument;

  • c. recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, niet zijnde een effect;

  • d. optie, future, swap, rentetermijncontract of ander derivatencontract dat betrekking heeft op effecten, valuta, rentevoeten of rendementen, of andere afgeleide instrumenten, indexen of maatstaven en dat kan worden afgewikkeld door middel van materiële aflevering of in contanten;

  • e. optie, future, swap, rentetermijncontract of ander derivatencontract dat betrekking heeft op grondstoffen en in contanten moet of mag worden afgewikkeld naar keuze van een van de partijen, tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft;

  • f. optie, future, swap of ander derivatencontract dat betrekking heeft op grondstoffen, alleen kan worden afgewikkeld door middel van materiële levering en wordt verhandeld op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;

  • g. andere optie, future, swap of termijncontract dan bedoeld onder f of ander derivatencontract dat betrekking heeft op grondstoffen, kan worden afgewikkeld door middel van materiële levering en niet voor commerciële doeleinden bestemd is, en dat de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten heeft;

  • h. afgeleid instrument voor de overdracht van kredietrisico;

  • i. financieel contract ter verrekening van verschillen;

  • j. optie, future, swap, termijncontract of ander derivatencontract met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven, emissierechten, inflatiepercentages of andere officiële economische statistieken, en dat contant moet, of, op verzoek van één der partijen, kan worden afgewikkeld, anderszins dan op grond van een verzuim of een ander ontbindend element of ander derivatencontract met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, indices of maatregelen dan hiervoor vermeld en dat de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten bezit.

Sub f

Onder koersgevoelige informatie wordt verstaan voorwetenschap in de zin van artikel 5:53, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

Voorwetenschap wordt in dit artikel omschreven als:

  • a. bekendheid met informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een uitgevende instelling als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, van artikel 5:53 van de Wet op het financieel toezicht, waarop de financiële instrumenten betrekking hebben of omtrent de handel in deze financiële instrumenten, welke informatie niet openbaar is gemaakt en waarvan openbaarmaking significante invloed zou kunnen hebben op de koers van de financiële instrumenten of op de koers van daarvan afgeleide financiële instrumenten. Voorzover het grondstoffenderivaten betreft wordt in hoofdstuk 5.4 van de Wet op het financieel toezicht en de daarop berustende bepalingen, in afwijking van de vorige volzin, onder voorwetenschap verstaan: bekendheid met niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een of meer grondstoffenderivaten, van welke informatie beleggers in die grondstoffenderivaten bekendmaking mogen verwachten op grond van marktpraktijken die gebruikelijk zijn op de gereglementeerde markt of de multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht waarop die grondstoffenderivaten worden verhandeld.

Sub g

Onder de definitie van financieel belang valt ook een spaartegoed voorzover dit niet door een garantie (bijvoorbeeld het depositogarantiestelsel) wordt gedekt.

Beleggingshypotheken zullen in de meeste gevallen geen vraagpunten opleveren m.b.t. een mogelijke schijn van belangenverstrengeling. Dit kan anders zijn als er door de insider (deels) invloed uitgeoefend kan worden op de beleggingsstrategie. Ook m.b.t. hypotheken wordt dan van de insider verwacht dat er niet wordt belegd in effecten die op de voor de medewerker relevante restricted list staan. Soms kan qua beleggen slechts worden gekozen uit zogenaamde “mandjes” waarvan de samenstelling niet mede bepaald kan worden door de insider. Hier is geen bezwaar tegen.

Sub i

Een partner is in dit verband iemand waarmee je een relatie hebt maar waarmee je niet bent getrouwd. Denk daarbij aan een geregistreerde partner, een niet-geregistreerde partner of een partner waarmee de insider, al dan niet een samenlevingscontract heeft. Het gaat hier bovendien om een samenwonende partner.

Van een gemeenschappelijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins (huisvestingscriterium en verzorgingscriterium).

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Net als onder de vorige Insiderregelingen van Financiën kunnen er bij het ministerie van Financien een of meerdere compliance-officers worden aangewezen door de secretaris-generaal. Bij de aanwijzing van een compliance-officer kan worden aangegeven voor welk onderdeel van het ministerie (bijvoorbeeld voor het kerndepartement of de Belastingdienst) de compliance-officer werkzaamheden zal verrichten

In aanvulling op het vierde lid van dit artikel, waarin is bepaald dat de secretaris-generaal jaarlijks of op zijn verzoek over de uitvoering en toepassing van deze regeling door de compliance-officer zal worden geïnformeerd, kan, op grond van het bepaalde in het vijfde lid, de compliance-officer ook zelf het initiatief nemen om in voorkomende gevallen de secretaris-generaal te informeren. Immers grove overtredingen van de regeling vereisen een onmiddellijke aanpak en kunnen bovendien een politiek risico in zich dragen.

Artikel 2.3

De compliance-officer is zelf ook een insider. De controle op een compliance-officer als insider wordt uitgeoefend door de secretaris-generaal.

Artikel 2.4

Van de meldingen door insiders dient, op grond van artikel 61a, tweede lid, ARAR een registratie te worden gevoerd. Deze registratie wordt beheerd door de compliance-officer(s). De gegevens worden op behoorlijke en zorgvuldige wijze verwerkt en beheerd als voorgeschreven in de Wet bescherming persoonsgegevens. Genoemde wet schrijft o.a. voor dat de compliance-officer slechts gegevens opvraagt en bewaart die, gelet op het doel van deze regeling, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn. Om op dit punt alert te blijven, houdt de compliance-officer bij welke soorten persoonsgevens hij verwerkt in de registratie. Dit overzicht wordt aan de departementale ondernemingsraad verstrekt bij inwerkingtreding van deze regeling. Elke wijzing daarvan zal aan de departementale ondernemingsraad worden gemeld en toegelicht.

Op grond van artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens zullen ter beveiliging van fysieke documenten en van digitale gegevens passende technische en organisatorische maatregelen worden genomen.

Artikel 2.5

Dit artikel beschrijft hoe binnen het ministerie van Financiën wordt gehandeld indien een insider de verplichtingen op grond van deze regeling niet nakomt.

In eerste instantie zal de compliance-officer de insider wijzen op zijn verplichtingen en om nakoming verzoeken. Als de compliance-officer concludeert dat de insider kennelijk niet aan zijn verplichtingen voldoet, volgt een schriftelijke sommatie. In deze aanmaning noemt de compliance-officer een datum waarvoor de insider uiterlijk alsnog aan zijn verplichtingen moet voldoen (lid 1).

Indien de insider niet voor genoemde datum alsnog aan zijn verplichtingen op grond van deze regeling heeft voldaan, kan de compliance-officer naar bevind van zaken handelen (lid 2). In de meeste gevallen zal een stevig gesprek met de betrokken insider of een tweede sommatie voldoen. De compliance-officer heeft echter altijd de mogelijkheid om de directeur van de insider dan wel de betrokken directeur-generaal of de secretaris-generaal te informeren over de ontstane situatie (lid 3). Met name in geval van ernstige overtredingen zal van deze mogelijkheid gebruik gemaakt worden.

Er kunnen zich gevallen voordoen waarbij het van belang is dat de secretaris-generaal onmiddellijk op de hoogte wordt gesteld van het feit dat de regeling niet wordt nageleefd. Denk hierbij aan ernstige overtredingen van de regeling met een hoog afbreukrisico voor het ministerie, bijvoorbeeld indien hoge functionarissen dan wel hoge bedragen in het geding zijn. Daarom is in lid 4 van dit artikel aan de compliance-officer het recht toegekend om zich in voorkomende gevallen direct tot de secretaris-generaal te wenden.

In geval van niet-naleving van deze regeling kan de secretaris-generaal de betrokken insider disciplinair straffen op basis van het ambtenarenrecht. Indien nodig kan hij eerst een nader onderzoek (laten) instellen. Als disciplinaire straffen kunnen worden opgelegd:

  • a. schriftelijke berisping;

  • b. buitengewone dienst op andere dagen dan zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste 6 uren met een maximum van 3 uren per dag;

  • c. vermindering van het recht op jaarlijkse vakantie met ten hoogste 1/3 van het aantal uren, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat;

  • d. geldboete van ten hoogste € 22;

  • e. gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand;

  • f. vaststelling van het salaris op een bedrag in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal dat maximaal twee jaarlijkse periodieke salarisverhogingen minder bedraagt dan ingevolge de op hem van toepassing zijnde bezoldigingsregeling behoort te gelden, of indien voor het door de ambtenaar beklede ambt geen salarisschaal geldt, vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en ander voor de tijd van niet langer dan twee jaren;

  • g. het niet toekennen van periodieke salarisverhogingen gedurende ten hoogste vier jaren;

  • h. uitsluiting voor de tijd van ten hoogste vier jaren van indeling in een salarisschaal waarvoor een hoger maximumsalaris geldt, indien zodanige indeling anders volgens de daarvoor geldende regeling zou hebben plaatsgevonden;

  • i. indeling in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt dan dat verbonden aan de salarisschaal welke ingevolge de van toepassing zijnde bezoldigingsregeling behoort te gelden, een en ander al dan niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;

  • j. verplaatsing, al dan niet met verlening van een tegemoetkoming in mogelijke verplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag, dat in geval van verplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend krachtens het verplaatsingskostenbesluit 1989;

  • k. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging;

  • l. ontslag.

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Een medewerker wordt insider door aanwijzing als zodanig op grond van deze regeling (artikel 1, sub c), of door aanwijzing door de compliance-officer (art. 3.3 lid 1). De aanwijzing door de compliance-officer geschiedt, als het medewerkers betreft, op voordracht van de betrokken directeur. Directeuren hebben namelijk zicht op het werkpakket en de werkomgeving hun medewerkers. Zij kunnen dus goed beoordelen of een medewerker aan de insidercriteria voldoet.

De aanwijzing van directeuren als insider geschiedt op voordracht van de directeuren-generaal dan wel de secretaris-generaal.

De compliance-officer kan uiteraard op eigen initiatief (plaatsvervangend) directeuren als insider aanwijzen. Het betreft dan (plaatsvervangend) directeuren die geen insider zijn geworden op grond van artikel 1, sub c.

Het aanwijzingsbesluit dient, overeenkomstig het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, gemotiveerd te zijn.

Een ambtenaar kan overigens ook zelf het initiatief nemen om zich te laten aanwijzen als insider. Hij kan daartoe bij de compliance-officer een gemotiveerd schriftelijk verzoek indienen als hij bijvoorbeeld andere werkzaamheden gaat verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie is verbonden.

De compliance-officer toetst vervolgens of aan de insidercriteria is voldaan.

Als een ambtenaar niet meer aan de insidercriteria voldoet, zal de aanwijzing als insider worden ingetrokken door de compliance-officer. Een intrekking kan overigens ook plaatsvinden op basis van een gemotiveerd verzoek van een insider zelf. Als sprake is van de intrekking van de aanwijzing, zal, als het medewerkers betreft, de directeur van de insider goedkeuring moeten geven aan de intrekking. Als het directeuren betreft zal de betrokken directeur-generaal dan wel de secretaris-generaal goedkeuring verlenen.

Ook het intrekkingsbesluit moet een gemotiveerd besluit zijn.

Artikel 3.4

In lid 1 van dit artikel is de meldingsplicht van de insider opgenomen. De meldingsplicht betreft in de eerste plaats financiële belangen en in de tweede plaats het bezit van en transacties met effecten. Het betreft overigens een geclausuleerde meldingsplicht. De clausulering is gelegen in de eis dat een en ander de belangen van de dienst voorzover deze in verband staan met de functievervulling kan raken. Bezien moet dus worden of bedoeld privébezit van een insider, gelet op de functie van de insider, de belangen van de dienst kan raken. De belangen van de dienst zijn met name gelegen in de risico’s voor de integriteit van Financiën en de Financiënmedewerkers

Op grond van het tweede lid is de ambtenaar verplicht nadere informatie of bescheiden aan de compliance-officer te verstrekken indien daarvoor naar het oordeel van de compliance-officer aanleiding bestaat op grond van de melding of na de melding gebleken feiten of omstandigheden.

Artikel 3.5

Ten behoeve van de meldingsplicht zijn standaardverklaringen ontwikkeld. Zo is er een zogenaamde Startverklaring waarmee een ambtenaar, die voor het eerst wordt aangewezen als insider, financiële belangen en effectenbezit kan melden. Zoals in artikel 3.4, eerste lid, is bepaald betreft de melding effectenbezit en financiële belangen die de belangen van de dienst voorzover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken. Omdat op grond van artikel 3.4, derde lid, een bewaartermijn geldt van vijf jaar, dient een insider na vijf jaar wederom een Startverklaring in te vullen en in te leveren bij de compliance-officer.

Alle insiders die hebben aangegeven dergelijke effecten te bezitten dan wel dergelijke financiële belangen te hebben, ontvangen vervolgens elk jaar een Jaarlijkse verklaring. Om de administratieve lasten te beperken is op verzoek van de Departementale ondernemingsraad het invullen van een Jaarlijkse verklaring niet meer verplicht voor insiders die hebben gemeld dat ze geen financiële belangen of effecten hebben die de belangen van de dienst voorzover deze in verband staan met hun functievervulling kunnen raken. Zodra er echter iets wijzigt in hun situatie, bijvoorbeeld omdat ze effecten hebben gekocht of geërfd, die de belangen van de dienst voorzover deze in verband staan met hun functievervulling kunnen raken, dienen ze dit onverwijld aan de compliance-officer te melden. Deze meldingsplicht geldt ook voor insiders die wel al hebben gemeld dergelijke financiële belangen of effecten te hebben, zodra er in hun effectenportefeuille dan wel met betekking tot hun financiële belangen iets wijzigt lopende het kalenderjaar.

De compliance-officer zal de insider die een wijziging meldt een Tussentijdse verklaring verstrekken. Door het onverwijld invullen en inleveren van deze verklaring kan de insider aan zijn meldingsplicht voldoen.

De Startverklaring en de Jaarlijkse verklaring dienen binnen drie weken na ontvangst ingevuld en ondertekend aan de compliance-officer te worden geretourneerd.

Artikel 3.6

In het eerste lid van dit artikel is het verbod van artikel 61a, vierde lid, ARAR een op een overgenomen.

De compliance-officer kan effecten ten aanzien waarvan binnen het ministerie van Financiën koersgevoelige informatie aanwezig is op een zogenaamde restricted list plaatsten (lid 2). Om die restricted list goed te kunnen maken, is de kennis van directeuren, directeuren-generaal dan wel de secretaris-generaal onontbeerlijk. De restricted list, die per organisatieonderdeel en zelfs per medewerker kan verschillen, wordt aan iedere insider schriftelijk bekend gemaakt.

Artikel 3.6, derde lid, verbiedt insiders om in elk geval effecten die op hun restricted list staan te vervreemden, verkrijgen, bezwaren of bezitten. De restricted list is altijd persoonsgebonden, ook als er voor groepen insiders gelijkluidende lijsten zijn vastgesteld.

Het verbod van het derde lid kan vervelende gevolgen hebben voor ambtenaren die restricted list-effecten erven of door indiensttreding bij Financiën of aanvaarding van een andere functie binnen Financiën genoemde effecten opeens in bezit krijgen of hebben. In principe zou de ambtenaar die effecten op stel en sprong moeten verkopen met alle gevolgen van dien (bijvoorbeeld verkoop met verlies). Daarom is het in het vierde lid mogelijk gemaakt om over dergelijke effecten een maatwerkbesluit te laten nemen door de compliance-officer. Dit besluit kan bijvoorbeeld inhouden dat ten behoeve van die effecten een vrije-handbeheerovereenkomst zal worden gesloten door de insider. Ook kan een bevriezing van het bezit (standstill) of een effectenafbouwbesluit worden genomen. De compliance-officer neemt de zorgvuldigheid in acht bij het nemen van een maatwerkbesluit. Het toetscriterium van het ARAR, dat in het eerste lid van dit artikel is overgenomen ‘de goede vervulling van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst moet in redelijkheid zijn verzekerd’, is leidend bij het nemen van dergelijke besluiten door de compliance-officer.

Zijn er meerdere opties om de belangen van Financiën adequaat te beschermen, dan zal de compliance-officer bij de keuze van een oplossing de mogelijk negatieve financiële gevolgen voor een insider meewegen bij het tot stand komen van een besluit.

Een insider kan overigens bezwaar en beroep aantekenen tegen het maatwerkbesluit van de compliance-officer.

Totdat het maatwerkbesluit door de compliance-officer is genomen, geldt dat de insider die effecten niet mag vervreemden of bezwaren.

Zie hierover ook artikel 3.9.

Artikel 3.7

De zorgplicht neergelegd in het eerste lid ziet op onbedoelde overtredingen van de geheimhoudingsverplichting van artikel 125a, derde lid, Ambtenarenwet en het bepaalde in de Wet op het financieel toezicht. Het voorschrift om zorgvuldig om te gaan met koersgevoelige informatie geldt zowel in de privé-sfeer als binnen de functievervulling op het ministerie; een insider dient ook bij contacten met collega’s steeds de afweging ‘need to know’ versus ‘nice to know’ te maken.

Het tweede lid bevat een inspanningsverplichting ten aanzien van zogenoemde gelieerde derden. Als gelieerde derden transacties verrichten die de insider zelf niet mag verrichten, kan dat negatieve gevolgen hebben voor een insider. Vragen als ‘heeft de insider zich wel aan zijn ambtsgeheim gehouden? “of” heeft hij zijn partner getipt?’ liggen dan immers voor de hand.

Om de compliance-officer in staat te stellen de restricted list up-to-date te houden, is in het derde en vierde lid van dit artikel een meldingsplicht opgenomen voor insiders. Een insider die tijdens zijn werkzaamheden in aanraking komt met koersgevoelige informatie over een effect dat nog niet op zijn restricted list staat, is verplicht dit effect onmiddellijk te melden bij de compliance-officer. De compliance-officer beoordeelt vervolgens of die restricted list moet worden aangevuld met het gemelde effect.

Indien informatie over een restricted list-effect niet langer als koersgevoelig kan worden aangemerkt volgens een insider, dient de compliance-officer hiervan eveneens op de hoogte te worden gesteld. Indien de compliance-officer tot dezelfde conclusie komt, haalt hij het desbetreffende effect van die restricted list af.

Om de administratieve lasten voor zowel de insiders als de compliance-officer te beperken, kan een leidinggevende namens de onder hem ressorterende insiders de meldingen bedoeld in artikel 3.7, derde en vierde lid, voor zijn rekening nemen (vijfde lid).

Bij integer handelen hoort ook dat insiders voor zijn privé-effectentransacties geen gebruikt maakt van medewerkers van (financiële) organisaties waarmee hij voor het ministerie van Financiën zakelijk contacten onderhoudt (zesde lid).

Artikel 3.8

Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties geldt niet in geval de insider een schriftelijke vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten die voldoet aan een aantal in dit artikel neergelegde voorwaarden. De voorwaarden moeten voorkomen, dat de insider zelf invloed heeft op individuele transacties en moeten controle door de compliance-officer mogelijk maken. Beëindiging van een vrije-handbeheerovereenkomst leidt ertoe dat de in het eerste lid van dit artikel genoemde uitzondering niet meer geldt.

Aangezien een insider geen invloed heeft op de samenstelling en de transacties van een open end-beleggingsinstelling en indexfondsen als genoemd in het vijfde lid van dit artikel, geldt ook in die twee gevallen het verbod op het bezit van effecten of effectentransacties niet.

In het zesde lid is voor alle duidelijkheid bepaald dat de meldingsplicht van artikel 3.4 niet geldt voor rechten van deelneming in een open-end beleggingsinstelling, waarbij de insider geen invloed heeft op het beleggingsbeleid van de desbetreffende beleggingsinstelling en ook niet voor afgeleide effecten op niet door de insider te beïnvloeden indexfondsen.

Artikel 3.9

Zowel de insider als de compliance-officer kan het initiatief nemen tot het (laten) nemen van een individueel maatwerkbesluit over de voorwaarden waaronder effectenbezit of effectentransacties zijn toegestaan. Dit maatwerkbesluit kan bijvoorbeeld inhouden, dat de insider geen effectentransacties verricht zonder voorafgaande instemming van de compliance-officer. Ook kan een stand still periode worden overeengekomen. Zoals in de toelichting bij artikel 3.6 al is opgemerkt, zal de complinace-officer, indien er meerdere opties zijn om de belangen van Financiën adequaat te beschermen, bij het nemen van een maatwerkbesluit de mogelijk negatieve financiële gevolgen voor een insider meewegen. Een insider kan bezwaar en beroep aantekenen tegen een maatwerkbesluit.

Van belang is dat er voor gezorgd wordt dat het besluit achteraf controleerbaar is.

Niet naleving van het besluit kan leiden tot het opleggen van een disciplinaire straf (artikel 3.9, tweede lid jo. artikel 2.5, vijfde lid).

Dit artikel biedt in het derde lid een kapstok om generieke uitvoeringsregels te stellen voor alle insiders van een organisatieonderdeel van het ministerie van Financiën indien dit binnen het desbetreffende onderdeel noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 3.10

De compliance-officer is voldoende geëquipeerd is om vragen over de uitleg of toepassing van de regeling te beantwoorden. De insider wordt dan ook in dit artikel de verplichting opgelegd om bij twijfel diens advies in te winnen.

Het advies van de compliance-officer is bindend voor zowel de insider als het ministerie. Indien de insider het niet eens is met het advies staat de weg van bezwaar en beroep open.

Artikel 3.11

Zoals het ARAR voorschrijft, houdt de compliance-officer een register bij waarin de gegevens worden opgenomen die bij de uitvoering van de Insiderregeling Financiën 2017 worden verkregen. In dit register worden o.a. opgenomen de meldingsverklaringen van de insiders, individuele maatwerkbesluiten en gegevens die uit een eventueel door de secretaris-generaal op basis van het algemene ambtenarenrecht ingesteld onderzoek wegens schending van de insiderregeling zijn verkregen. Indien een insider zelf graag informatie wil laten opnemen in de registratie dan kan dat. Denk hierbij aan documenten waaruit blijkt dat een insider zich aan deze regeling houdt en waarvan de insider het van belang vindt dat de compliance-officer deze registreert.

Het tweede lid schrijft voor dat de compliance-officer elk jaar verslag uitbrengt aan de secretaris-generaal.

De compliance-officer verstrekt een geanonimiseerde kopie van het jaarlijkse verslag aan de departementale ondernemingsraad (derde lid).

Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Een medewerker wordt pas insider door de aanwijzing als zodanig. De mogelijkheid van het beschikken over koersgevoelige informatie alleen is niet voldoende. Om in staat te zijn tot aanwijzing over te gaan, dient de compliance-officer op de hoogte te worden gesteld van het feit dat een medewerker over koersgevoelige informatie beschikt dan wel kan beschikken. Hier ligt een taak en verantwoordelijkheid voor zowel het bevoegd gezag van de dienstonderdelen als de medewerker zelf om de compliance-officer te informeren. Op basis van dergelijke informatie kan de compliance-officer de medewerker bij beschikking als insider aanwijzen. De compliance-officer zal over de te volgen procedures zo nodig afspraken maken met de desbetreffende leidinggevenden.

Medewerkers die niet zijn aangewezen als insider kunnen wel (denken) in aanraking (te) komen met koersgevoelige informatie via bijvoorbeeld technisch overleg over de klantbehandeling bij een beursgenoteerde onderneming, waar dan ook in het land. De regeling voorziet niet in een meldplicht voor deze medewerkers, dat ze over koersgevoelige informatie beschikken. Maar uiteraard ligt hier wel een professionele verantwoordelijkheid bij medewerkers. Zij kunnen (bij twijfel) te allen tijde contact opnemen met hun leidinggevende of de compliance-officer. Uiteraard staat het medewerkers natuurlijk nooit vrij – aangewezen of niet – om transacties op basis van koersgevoelige informatie te doen.

Artikel 4.4

Bij zijn aanwijzing wordt aan de insider gevraagd om de Algemene verklaring Insiderregeling af te leggen. Daarin verklaart de insider dat hij op de hoogte is van de inhoud van deze regeling en dat hij zich aan de bepalingen van deze regeling zal houden. Lid 2 is vooral bedoeld om de insiders te ontlasten, die helemaal geen effecten bezitten en/of financiële belangen hebben die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de eigen functievervulling kunnen raken.

Zij kunnen volstaan – voor zover hun omstandigheden niet wijzigen – met het invullen van de algemene verklaring en de éénmalige schriftelijke verklaring. Mochten zij in het kader van hun functievervulling dan koersgevoelige informatie tot hun beschikking krijgen, dan behoeven zij dit niet te melden.

Lid 3 legt de compliance-officer de plicht op om de betrokken leidinggevende op de hoogte te stellen van het feit dat een insider kennelijk niet bereid is om een gevraagde verklaring af te leggen. De bedoeling is, dat het bevoegd gezag vervolgens beoordeelt of de insider belast kan blijven met de behandeling van dossiers waarin koersgevoelige informatie kan voorkomen.

Artikel 4.5

Voor financiële belangen, effectenbezit en effectentransacties die de belangen van de dienst kunnen raken, voor zover deze in verband staan met de functievervulling van de betrokken insider, geldt een actieve meldingsplicht.

De verplichtingen opgelegd in dit onderdeel zijn gebaseerd op artikel 61a, eerste en derde lid, ARAR, dat op zijn beurt gebaseerd is op artikel 125quinquies, eerste lid onderdeel e, Ambtenarenwet.

Met betrekking tot deze meldplicht zal de insider in eerste instantie zelf moeten beoordelen of financiële belangen, effectenbezit en transacties met effecten de belangen van de dienst kunnen raken. Als dat naar zijn oordeel het geval is, zal hij daarvan aan de compliance-officer opgave moeten doen. Dat neemt de bevoegdheid van het bevoegde gezag niet weg om aan ambtenaren wier mogelijke bezit van en transacties met effecten of andere financiële belangen, de belangen van de dienst kunnen raken uit te nodigen opgave te doen.

Qua systematiek wijkt dit niet af van de verplichting die in artikel 61 ARAR is neergelegd met betrekking tot de melding van nevenwerkzaamheden. Enig verschil is het feit, dat de meldingsplicht neergelegd in deze regeling pas geldt nadat de medewerker als insider is aangewezen.

Bezit van en handel in aandelen in beleggingsfondsen behoeft in beginsel niet te worden gemeld. In dit soort fondsen zijn eigendom en beheer zodanig gescheiden en is de samenstelling van het fonds zodanig dat van (schijn van) belangenverstrengeling door bezit of transacties niet kan worden gesproken. De situatie lijkt op die van een vrije-handbeheerovereenkomst. De meldingsplicht komt alleen in beeld in die uitzonderingsgevallen dat een behandelaar toch over koersgevoelige informatie beschikt.

Voor de behandelaar van een specifiek beleggingsfonds geldt dat hij geen effecten bezit in het beleggingsfonds dat hij behandelt.

Ter vermijding van mogelijke misverstanden dient de melding aan de compliance-officer schriftelijk te gebeuren. Overigens is de melding vormvrij; er wordt geen formulier voorgeschreven.

Het is denkbaar dat de melding of nadien gebleken feiten en omstandigheden vragen oproepen die slechts beantwoord kunnen worden door het ontvangen van nadere informatie of bescheiden. Dat kan onder meer betreffen informatie van de bank of van de effectenbemiddelaar van de betrokken ambtenaar. Aanleiding kan onder omstandigheden gevonden worden in afwijkingen van wat de compliance-officer al aan informatie tot zijn beschikking heeft.

Het is van belang om te constateren, dat de informatie en de bescheiden die de compliance-officer op grond van dit onderdeel ontvangt afkomstig zijn uit de privésfeer van de betrokken medewerker en derhalve vertrouwelijk dienen te worden behandeld.

Er bestaan dus in beginsel twee gescheiden informatiestromen. De ene stroom betreft de informatie over koersgevoelige informatie en de betrokken insiders; die informatie mag binnen de dienst – indien nodig – met anderen gedeeld worden. De andere stroom betreft de privé-informatie die de insider krachtens de regeling aan de compliance-officer moet melden. Die informatie mag de compliance-officer in beginsel alleen gebruiken om de dienst in staat te stellen om het risico van belangenverstrengeling of misbruik van voorwetenschap in relatie tot de functie van de medewerker te verkleinen.

De compliance-officer houdt zich daarbij aan de bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Artikel 4.6

Dit artikel bevat de bevoegdheid van de compliance-officer, na afstemming met de desbetreffende leidinggevende, om insiders te verbieden bepaalde door hem aangewezen fondsen te bezitten. De restricted list is altijd persoonsgebonden, ook als er voor groepen insiders gelijkluidende lijsten zijn vastgesteld.

Vaststelling van een restricted list voor een ambtenaar geschiedt door middel van een beschikking; de vaststelling is immers gericht op rechtsgevolg. De insider heeft dan ook de mogelijkheid van bezwaar en beroep.

Artikel 4.7

In dit artikel is de verantwoordelijkheid voor het handhaven van het bezitsverbod van artikel 61a, vierde lid, van het ARAR, neergelegd bij het bevoegd gezag van de dienstonderdelen. Zij kunnen met de betrokken insiders afspraken maken over het afbouwen van financiële belangen en effectenbezit. De gemaakte afspraken moeten worden gemeld aan de compliance-officer.

Het bezitsverbod geldt voor insiders met vaste werkpakketten. Voor hen geldt een verbod voor het bezitten van effecten in de beursgenoteerde ondernemingen die zij behandelen. Daarnaast wordt in dit onderdeel een aantal specifieke functionarissen aangewezen voor wie eveneens een bezitsverbod geldt.

Op de kantoren van de Belastingdienst is het werk met betrekking tot beursgenoteerde fondsen op veel verschillende manieren georganiseerd. Sommige kantoren werken bijvoorbeeld met units, die niet nader zijn opgedeeld. Andere kantoren werken weer units, waarbij het werk voor een bepaald aantal beursgenoteerde fondsen is toebedeeld aan meerdere clusters of behandelteams binnen die unit. De compliance-officer zal in overleg met het bevoegd gezag bepalen welke medewerkers tot een bepaald behandelteam behoren en dientengevolge een restrictie opgelegd moeten krijgen voor de behandelde fondsen.

Insiders met tijdelijke werkpakketten en leden van landelijk opererende kennisgroepen krijgen geen restrictie opgelegd (krijgen geen restricted list) tenzij zij tijdelijk op koersgevoelige informatie stuiten of een specifiek beursgenoteerde onderneming ter behandeling voorgelegd krijgen. Vanaf dat moment krijgen zij een transactieverbod opgelegd in de vorm van een restricted list voor die beursgenoteerde ondernemingen die het betreft (bevriezing van het desbetreffende aandelenpakket). Dat verbod geldt voor de duur van de periode die nodig is voor de in dit lid bedoelde klantbehandeling alsmede voor de periode dat er nog sprake is van aanwezigheid van koersgevoelige informatie of totdat de koersgevoelige informatie van de desbetreffende onderneming al eerder publiek is geworden.

Artikel 4.8

Het verbod om te handelen geldt niet ingeval de insider een schriftelijke vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten die voldoet aan een aantal in dit artikel neergelegde voorwaarden. De voorwaarden moeten voorkomen, dat de insider zelf invloed heeft op individuele transacties en moeten controle door de compliance-officer mogelijk maken.

Artikel 4.9

Zowel de insider als de compliance-officer kan het initiatief nemen tot het maken van schriftelijk vast te leggen afspraken over de voorwaarden waaronder effectenbezit, effectentransacties en financiële belangen zijn toegestaan.

Als voorbeeld kan hierbij gedacht worden aan het maken van maatwerkafspraken ten aanzien van het effectenbezit van de partner, waarbij dat effectenbezit voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst van die partner, waarbij bijvoorbeeld optierechten of bonusaandelen zijn toegekend in aandelen die op de restricted list van de insider staan.

Dit artikel biedt in lid 3 ook een kapstok om generieke uitvoeringsregels te stellen voor alle insiders van een dienstonderdeel indien dit binnen het desbetreffende onderdeel noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 4.10

Het ligt voor de hand er van uit te gaan, dat de compliance-officer voldoende geëquipeerd is om vragen over de uitleg of toepassing van de regeling te beantwoorden. De insider wordt dan ook in dit artikel de verplichting opgelegd om bij twijfel diens advies in te winnen.

Het advies van de compliance-officer is bindend voor zowel de insider als de Belastingdienst. Indien de insider het niet eens is met het advies staat de weg van bezwaar en beroep open.

Artikel 4.11

Gelet op het bepaalde in artikel 61a, tweede lid, ARAR houdt de compliance-officer een register bij waarin de gegevens worden opgenomen die bij de uitvoering van deze regeling worden verkregen. De persoonlijke levenssfeer van de insiders wordt niet onnodig aangetast. De registratie zal voldoen aan de eisen die de Wet Bescherming Persoonsgegevens stelt (zie artikel 2.4)

Lid 2 van artikel 4.11 bepaalt dat de compliance-officer elk jaar verslag uitbrengt aan de secretaris-generaal en aan de leden van de Raad van Bestuur van de Belastingdienst. Indien mogelijk worden in dit verslag geen tot personen herleidbare gegevens opgenomen.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem