Besluit beleidsregel naamgeving Biociden en gewasbeschermingsmiddelen (vastgesteld in vergadering van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden C-292 d.d. 24 augustus 2016)

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden besluit,

gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, sub c, en de artikelen 28, 29, 64 en 66 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in samenhang met Verordening (EU) nr. 284/2013; en

gelet op de artikel 22, 69 en 72 van Verordening (EG) nr. 528/2012 in samenhang met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013;

overwegende dat het College binnen de kaders van de wet en op basis van het principe van goed bestuur een zorgvuldig en weloverwogen beleid voert op het gebied van de naamgeving van biociden en gewasbeschermingsmiddelen;

tot herziening van het Besluit beleidsregel naamgeving toegelaten biociden en gewasbeschermingsmiddelen zoals vastgesteld in vergadering van het Ctgb C-231.7;

tot vaststelling van beleid inzake de naamgeving van biociden en gewasbeschermingsmiddelen. Dit beleid zal gelden voor naamgeving van biociden en gewasbeschermingsmiddelen onder Verordening (EG) nr. 1107/2009, Verordening (EG) nr. 528/2012 en de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (oud).

1. Gebruikte afkortingen en termen

College:

het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Verordening (EG) nr. 1107/2009:

Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad.

Verordening (EG) nr. 528/2012:

Verordening (EG) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden.

2. Toepasselijkheid

Dit beleidsregelbesluit is van toepassing op naamgeving c.q. handelsnamen van biociden en gewasbeschermingsmiddelen.

3. Werkwijze voor naamgeving

Het College accepteert geen benaming van biociden of gewasbeschermingsmiddelen die zou kunnen leiden tot verwarring bij de consument omtrent de identiteit, de risico’s of de werking van het middel. Daarbij wordt door het College met name doch niet uitsluitend gelet op het volgende:

  • a) Verwarring moet worden voorkomen door de geschreven handelsnaam. Ook mag er geen verwarring ontstaan wanneer deze handelsnaam wordt uitgesproken.

  • b) Er mag door de handelsnaam geen verwarring ontstaan over de samenstelling van het gewasbeschermingsmiddelen of de biocide.

  • c) De handelsnaam mag niet misleidend zijn met betrekking tot de hazards/risico’s van het gewasbeschermingsmiddelen of de biocide.

  • d) Er mag geen verwarring ontstaat doordat de handelsnaam van het gewasbeschermingsmiddelen of de biocide geen onderscheidend vermogen heeft ten opzichte van de reguliere benaming van één van de (werkzame) stoffen of van een reguliere beschrijving van de werking van het middel. Voorkomen moet worden dat reguliere aanduidingen (incl. cijfers en andere leestekens) gemonopoliseerd kunnen worden door gebruik als handelsnaam.

In geval van twijfel of een handelsnaam aan het geformuleerde beleid voldoet beslist het College over het toestaan van de handelsnaam.

4. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in de Staatscourant.

5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidsregel naamgeving biociden en gewasbeschermingsmiddelen.

Ede, 10 oktober 2016

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, J.F. de Leeuw Voorzitter

TOELICHTING

Onder de Wgb werd de bevoegdheid van het Ctgb met betrekking tot naamgevingsbeleid afgeleid uit de artikelen 29 (gewasbeschermingsmiddelen) en 50 (biociden) waarin stond dat het college bij de toelating onder andere voorschriften geeft omtrent de aanduidingen op de verpakking. De naam van het product werd daarbij gezien als een voorbeeld van zo’n aanduiding.

Met de komst van de gewasbeschermingsverordening (Verordening (EG) nr. 1107/2009) en de biocidenverordening (Verordening (EG) nr. 528/2012) dient deze bevoegdheid van het Ctgb en de rechtsgrond daarvoor opnieuw bekeken te worden.

Naamgeving van gewasbeschermingsmiddelen

In de gewasbeschermingsverordening wordt aangegeven dat door de aanvrager een toelatingsaanvraag of een aanvraag tot wijziging van de toelating voor het betreffende gewasbeschermingsmiddel wordt ingediend. Deze aanvraag gaat onder meer vergezeld van een volledig en beknopt dossier voor elk punt van de vereiste gegevens voor het gewasbeschermingsmiddel.

De gegevensvereisten voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen worden uitgewerkt in Verordening (EU) nr. 284/2013 (data requirements). In deze verordening staat dat de verstrekte informatie moet volstaan om het gewasbeschermingsmiddel nauwkeurig te identificeren, te specificeren en te karakteriseren. Ten aanzien van de handelsnaam, of de voorgestelde handelsnaam, wordt hier opgemerkt dat deze geen aanleiding mag geven tot verwarring met de handelsnaam van een reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddel.

Voorts volgt uit de gewasbeschermingsverordening dat de informatie op het etiket (waaronder dus ook de handelsnaam) niet voor verwarring mag zorgen en dat de verpakking de consument niet mag misleiden. Ook mag reclame voor een gewasbeschermingsmiddel geen informatie in woord of beeld bevatten die misleidend kan zijn met betrekking tot de mogelijke gevaren voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu.

Naamgeving van biociden

In de biocidenverordening wordt aangegeven dat de toelating tevens een samenvatting van de productkenmerken (summary of product characteristics = SPC) van het biocide bevat. Deze SPC bevat onder andere de handelsnaam van het biocide. De handelsnaam is daarom één van die aspecten die bij de toelating worden beoordeeld door het College. Een handelsnaam wordt door de aanvrager aangeleverd. Het College oordeelt vervolgens over de aanvraag en daarbij dus ook over de handelsnaam van het biocide. Bij deze beoordeling van de handelsnaam staat voor het College voorop dat verwarring over of door de handelsnaam wordt voorkomen.

Hiermee wordt aangesloten bij hetgeen staat vermeld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013 betreffende wijzigingen in reeds toegelaten biociden. In deze Uitvoeringsverordening wordt de wijziging van de naam van het biocide genoemd als een administratieve productwijziging waarvoor voorafgaand aan de uitvoering kennisgeving vereist is. De voorwaarde die hierbij gesteld wordt is dat het een wijziging van de naam van het biocide betreft waarbij geen gevaar voor verwarring met de namen van andere biociden bestaat.

Voorts volgt uit de biocidenverordening dat de informatie op het etiket (waaronder dus ook de handelsnaam) niet voor verwarring mag zorgen en niet misleidend mag zijn met betrekking tot de gevaren voor de gezondheid van mens en dier of het milieu, of de doeltreffendheid ervan. In reclame voor een biocide mag niet naar het product worden verwezen op een manier die misleidend is met betrekking tot gevaren van het product voor de gezondheid van mens of dier of het milieu.

Naamgevingsbeleid College

Bij de toelating van zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden staat bescherming van mens, dier en het milieu voorop. In lijn met bovengenoemde bepalingen accepteert het college bij de toelating van een gewasbeschermingsmiddel of biocide dan ook niet een benaming van een bestrijdingsmiddel die zou kunnen leiden tot verwarring bij de consument omtrent de identiteit, de risico’s of de werking van het middel. Het College dient, als bevoegde autoriteit, dit in het oog te houden bij de toelating, maar ook bij een eventuele wijziging van een reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddel of biocide.

Deze verwarring moet niet alleen worden voorkomen bij geschreven handelsnamen, maar ook wanneer deze wordt uitgesproken (bv. slechts één van de handelsnamen Stefans mierenlokdoos, Stephans mierenlokdoos of Stefansmierenlokdoos is toelaatbaar). Verder mag er geen verwarring bestaan over de samenstelling van het gewasbeschermingsmiddelen of de biocide. Tevens mag de handelsnaam niet misleidend zijn met betrekking tot de hazards/risico’s van het gewasbeschermingsmiddel of de biocide (bv. een middel een reinigingsmiddel noemen als het om een bestrijdingsmiddel gaat). En ten slotte moet worden voorkomen dat er verwarring ontstaat doordat de handelsnaam van het gewasbeschermingsmiddel of de biocide geen onderscheidend vermogen heeft ten opzichte van de reguliere benaming van één van de (werkzame) stoffen (bv. Ethanol of Ethanol 70%) of van een reguliere beschrijving van de werking van het middel (bv. Algen- en mosverwijderaar, Air conditioner Treatment). Voorkomen moet immers worden dat reguliere aanduidingen (incl. cijfers en andere leestekens) gemonopoliseerd kunnen worden door gebruik als handelsnaam.

In geval van twijfel of een handelsnaam aan het geformuleerde beleid voldoet beslist het College over het toestaan van de handelsnaam.

Naar boven