M.e.r.-beoordelingsbesluit schelpenwinning Waddenzee, Rijkswaterstaat

KENNISGEVING

De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt als bevoegd gezag, gelet op artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, het volgende bekend.

Op 12 juli 2016 is een aanvraag voor een besluit, op grond van de Ontgrondingenwet, ontvangen van Zand & Schelpenwinning Waddenzee B.V. te Harlingen. De aanvraag betreft het winnen van 66.000 m3 schelpen per jaar in de Waddenzee en de Noordzeekustzone.

Voor dezelfde activiteit zijn tevens op 12 juli 2016 drie andere aanvragen binnengekomen. Het betreft hier aanvragen voor het winnen van 33.000 m3 schelpen per jaar in de Waddenzee en de Noordzeekustzone door Visserijbedrijf De Rousant B.V., Testamare Holding B.V. en Spaansen Groep B.V.

Procedure

Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer en onderdeel D 29.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is de winning van mineralen door afbaggering van de zee-, meer- of rivierbodem dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 50 hectare of meer en plaatsvindt in een gevoelig gebied, m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Besluit

Bij besluit van 5 oktober 2016, nummer RWS-2016/ 41642, heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu geoordeeld dat voor de activiteit, het winnen van schelpen in de Waddenzee en de Noordzeekustzone, geen milieueffectrapport dient te worden opgesteld, aangezien de m.e.r.-beoordelingsnotitie voldoende informatie bevatte om te kunnen beoordelen of er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

Inzage

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit en de m.e.r.-beoordelingsnotitie liggen met ingang van 20 oktober 2016 gedurende zes weken ter inzage bij:

  • Rijkswaterstaat Noord-Nederland;

  • Provincie Noord-Holland;

  • Provinsje Fryslân;

  • gemeente Den Helder;

  • gemeente Hollands Kroon;

  • gemeente Texel;

  • gemeente Harlingen;

  • gemeente Vlieland;

  • gemeente Terschelling;

  • gemeente Schiermonnikoog.

Bezwaarschrift ten aanzien van het m.e.r.-beoordelingsbesluit

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is een voorbereidingsbeslissing in de zin van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen geen zelfstandig bezwaar of beroep mogelijk is tenzij een belang­hebbende door dit besluit rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. In dat geval kan een bezwaarschrift worden ingediend bij de Minister van Infrastructuur en Milieu, afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht.

Naar boven