Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 13 oktober 2016, nr. IENM/BSK-2016/193476, tot wijziging van de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 in verband met het aanpassen van de energievermenigvuldigingsfactor van enkele grondstoffen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 3.6, eerste lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de alfabetische volgorde van de in de eerste kolom genoemde materialen worden in tabel 1 van bijlage 2 de volgende rijen ingevoegd:

Biogene component van oude autobanden (‘end-of-life tyres’)

Het biogene (hernieuwbare) deel van oude autobanden. Het gaat hierbij om niet-herbruikbare autobanden, die op grond van lokale wet- en regelgeving zijn aangemerkt als afval. Alleen het biogene deel komt in aanmerking voor dubbeltelling.

Hemicellulose uit brown liquor

Brown liquor ontstaat bij de productie van cellulose in de sulfietpulpindustrie. Het bevat lignine en hemicellulose. De hemicellulose (suiker) wordt als restproduct verwijderd door fermentatie tot (bio)ethanol.

Tallolie, onbewerkt

Tallolie (‘tall oil’ of ‘crude tall oil’: CTO) ontstaat uit black liquor dat vrijkomt bij papierproductie uit hout.

B

In de alfabetische volgorde van de in de eerste kolom genoemde materialen wordt in tabel 2 van bijlage 2 de volgende rij ingevoegd:

Top en blad van suikerriet

Top en blad van suikerriet dat bij het kappen van het riet wordt verwijderd.

C

In tabel 4 van bijlage 2 vervalt de volgende rij:

Tallolie, onbewerkt

Tallolie (‘tall oil’ of ‘crude tall oil’: CTO) ontstaat als bijproduct uit black liquor dat vrijkomt bij papierproductie uit hout. De onbewerkte (ook wel ‘ruwe’) tallolie kan via raffinage worden gescheiden in een aantal andere producten.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

Met deze regeling is de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 (hierna: RHEV 2015) gewijzigd. Hieronder wordt aangegeven wat deze wijzigingen behelzen.

Op grond van artikel 21, tweede lid, van Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140) (hierna: Richtlijn hernieuwbare energie) is de bijdrage van biobrandstoffen op basis van afval, residuen, non-food cellulosemateriaal en lignocellulosisch materiaal aan de nationale verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen dubbel zo groot is als die van andere biobrandstoffen. Op grond van artikel 9.7.4.8 van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 3.6, eerste lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015 (hierna BHEV 2015) is in de RHEV 2015 in de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage 2, opgenomen dat de energie-inhoud van biobrandstof die is geproduceerd uit afval, residuen, non-food cellulosemateriaal of lignocellulosisch materiaal wordt vermenigvuldigd met twee. Tevens zijn in de RHEV 2015 in de tabellen 4 en 5 van bijlage 2 duidelijkheidshalve materialen aangewezen die niet worden vermenigvuldigd met twee.

Op verzoek van het bedrijfsleven is door de Nederlandse emissieautoriteit (hierna: de NEa) onderzoek gedaan naar ‘biogene component van oude autobanden (‘end-of-life tyres’)’, ‘hemicellulose uit brown liquor’, ‘top en blad suikerriet’ en ‘tallolie, onbewerkt’. Gebleken is dat de biogene component van oude autobanden (‘end-of-life tyres’) en hemicellulose uit brown liquor procesafval of procesresidu betreffen. De top en het blad van suikerriet dat bij de kap van het suikerriet wordt verwijderd betreft een non-food celluloseresidu van een voedselgewas. Dientengevolge zijn deze materialen opgenomen in tabel 1 dan wel tabel 2 van bijlage 2 bij de RHEV 2015 en kan de biobrandstof op basis van deze materialen ten behoeve van de bijdrage aan de nationale verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen worden vermenigvuldigd met twee.

Voor oude autobanden gaat het om banden die volgens de geldende regelgeving geen afvalstatus hebben. In het geval de banden worden geëxporteerd is de regelgeving in het betreffende land doorslaggevend.

Uit het onderzoek van de NEa is gebleken dat onbewerkte tallolie wel als grondstof voor andere toepassingen gebruikt kan worden. Op basis van de huidige Nederlandse regelgeving komt onbewerkte tallolie niet in aanmerking voor dubbeltelling. Echter onbewerkte tallolie is in Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (hierna: ILUC-richtlijn) opgenomen in lijst A van bijlage IX. Dit betreft grondstoffen waarvan de bijdrage tot het behalen van de 10% hernieuwbare energiedoelstelling wordt geacht tweemaal hun energie-inhoud te zijn. Vooruitlopend op de implementatie van deze Richtlijn (EU) 2015/1513 is besloten deze grondstof op te nemen in tabel 1 van bijlage 2 bij de RHEV 2015 en te verwijderen uit tabel 4 van bijlage 2 bij de RHEV 2015 en kan de biobrandstof op basis van dit materiaal ten behoeve van de bijdrage aan de nationale verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen worden vermenigvuldigd met twee.

Uitvoering en handhaving

In het geval van biobrandstof waarvan de energie-inhoud dubbel telt moet een dubbeltellingverklaring aanwezig zijn op het moment van inboeken (artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de Wet milieubeheer). Een dubbeltellingverklaring kan alleen worden verleend door een verificateur en wordt enkel verleend indien aan de in het BHEV 2015 en in de RHEV 2015 opgenomen voorwaarden is voldaan.

Gevolgen

  • a. Financiële gevolgen voor de rijksoverheid en bedrijven

    Biobrandstof waarvan de energie-inhoud dubbel telt brengt kosten met zich, omdat artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de Wet milieubeheer bepaalt dat de inboeker van die biobrandstof moet beschikken over een verklaring van een verificateur, waaruit blijkt dat de biobrandstof aan de in het BHEV 2015 en in de RHEV 2015 opgenomen voorwaarden voldoet. De kosten voor een dergelijke dubbeltellingverklaring zijn afhankelijk van de verificatie-instelling.

    Biobrandstof waarvan de energie-inhoud dubbel telt levert echter ook economisch voordeel op, aangezien ze per energie-eenheid twee keer zoveel verhandelbare hernieuwbare brandstofeenheden (hierna: HBE’s) opleveren als enkeltellende biobrandstoffen. Deze HBE’s kunnen ingezet worden om aan de jaarverplichting hernieuwbare energie te voldoen. Hierdoor worden de biobrandstoffen meer waard.

    Uit onderzoek van de NEa is gebleken dat er geen commerciële alternatieve toepassing voor de biogene component van oude autobanden, hemicellulose uit brown liquor, top en blad van suikerriet bestaat. Opname in de dubbeltellingslijst schaadt derhalve niet de belangen van andere bedrijven.

    Uit onderzoek van de NEa is gebleken dat er wel commerciële alternatieve toepassingen zijn voor onbewerkte tallolie. Opname in de dubbeltellingslijst zou de belangen van andere bedrijven kunnen schaden, omdat de productie van biobrandstoffen van onbewerkte tallolie gestimuleerd wordt en hierdoor een krapte op de markt kan ontstaan. Er is echter geen consensus tussen de verschillende belanghebbende partijen over de beschikbaarheid van de onbewerkte tallolie.

    Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor burgers en rijksoverheid.

  • b. Gevolgen voor het milieu

    Met de opname van de biogene component van oude autobanden, hemicellulose uit brown liquor en onbewerkte tallolie in tabel 1 en top en blad van suikerriet in tabel 2, als materiaal dat ten behoeve van de bijdrage aan de nationale verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen wordt vermenigvuldigd met twee, wordt het gemakkelijker om aan de nationale verplichting te voldoen. De milieu-eis, zijnde de nationale verplichting wijzigt echter niet. Deze wijziging heeft dan ook geen gevolgen voor het milieu.

Advisering en consultatie

De NEa heeft bijgedragen aan het opstellen van de wijzigingsregeling.

Het bedrijfsleven is de mogelijkheid gegeven om te reageren op de voorgenomen opname van onbewerkte tallolie in de dubbeltellingslijst van de RHEV 2015. Door een deel van het bedrijfsleven is hiertegen bezwaar gemaakt omdat tot nu toe onbewerkte tallolie niet voor dubbeltelling in aanmerking kwam, omdat onbewerkte tallolie andere alternatieve commerciële toepassingen kent. Door de dubbeltelling wordt de productie van biobrandstoffen van onbewerkte tallolie gestimuleerd. Dit zou volgens een deel van het bedrijfsleven krapte op de onbewerkte talloliemarkt veroorzaken en zou ten kostte gaan van de alternatieve toepassingen waarvoor dit deel van het bedrijsleven onbewerkte tallolie gebruikt. Er is echter geen consensus tussen de verschillende belanghebbende partijen (biobrandstofproducent en producent alternatieve toepassingen) over de beschikbaarheid van de onbewerkte tallolie. Bovendien is onbewerkte tallolie in lijst A van bijlage IX van de ILUC-richtlijn opgenomen. Dat betekent dat de energie-inhoud van onbewerkte tallolie tweemaal meetelt voor het behalen van de 10% hernieuwbare energiedoelstelling.

De ontwerpregeling is niet aan de WTO gemeld in het kader van de notificatieverplichting op grond van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen ‘Agreement on Technical Barriers to Trade’1, omdat er geen sprake is van een significante handelsbelemmering.

Inwerkingtreding

Overeenkomstig het stelsel van vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309), treedt deze wijzigingsregeling met ingang van 1 januari 2017 in werking en wordt deze twee maanden van tevoren gepubliceerd.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

Naar boven