Gelet op artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet in samenhang met artikel 3:12,
tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Geeft kennis van:
In het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn is door Nederland aangegeven dat er
grenzen zijn aan de milieuresultaten die nog kunnen worden geboekt met het bestaande,
generieke maatregelenpakket. Deze generieke maatregelen doen niet altijd recht aan
specifieke omstandigheden op bedrijfsniveau of aan de zeer diverse regionale omstandigheden
van bodem- en watersystemen en de belasting van milieu vanuit andere bronnen, zoals
rioolwaterzuiveringsinstallaties en industrie. De situatie komt op het punt dat het
onverkort opleggen van generieke maatregelen aan het landbouwbedrijfsleven als geheel
te weinig winst in termen van milieukwaliteit oplevert in verhouding tot de last voor
het bedrijfsleven.
In het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn is een pilot met praktijkbedrijven voorzien
om te verkennen of implementatie van fosfaatevenwichtsbemesting op basis van de Kringloopwijzer
in de praktijk goed te borgen is, zonder extra handhavingslasten voor de overheid.
In de pilot zal ervaring opgedaan worden met borging en handhaving van een dergelijk
bedrijfsspecifiek systeem en zullen de juridische en praktische mogelijkheden voor
een eventuele wettelijke verankering worden verkend. Deze pilot gaat nu het derde
jaar in.
Ten behoeve van de pilot is door LTO, NZO, Nevedi en VLB een platform opgericht dat
deelnemers werft, een (eerstelijns-)beoordeling verricht en de gegevens van deelnemers
beheert en borgt. Deelnemers beschikken over minimaal 3 jaar aan Kringloopwijzer-gegevens.
Op basis daarvan krijgen deze bedrijven een individuele, op de historische fosfaatonttrekking
op hun bedrijf gebaseerde, fosfaatgebruiksnorm toegekend. Daar zijn ontheffingen voor
nodig. Het gaat hier om ontheffingsaanvragen van de fosfaatgebruiksnorm voor de duur
van één jaar voor maximaal 150 bedrijven.
Daarnaast lopen in het kader van de in het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn
benoemde “equivalente maatregelen” twee kleinschalige onderzoekspilots rond bedrijfsspecifieke
stikstofbemesting in de melkveehouderij. Deze pilots vinden plaats binnen het onderzoeksproject
Koeien en Kansen. Er worden aan deze reeds lopende pilots in totaal 3 deelnemers toegevoegd,
bovendien wordt de duur van de pilot met bedrijfsspecifieke bemesting met kunstmeststikstof
verlengd tot en met 31 december 2017.
De Staatssecretaris van Economische Zaken is voornemens de gevraagde ontheffingen
voor de pilot met bedrijfsspecifieke fosfaatbemesting op basis van de KringloopWijzer,
onder voorwaarden, tot en met 31 december 2016 te verlenen aan deelnemende bedrijven.
Daarnaast is de Staatssecretaris voornemens om de gevraagde ontheffingen rond bedrijfsspecifieke
stikstofbemesting in het kader van onderzoeksproject Koeien en Kansen, onder voorwaarden,
te verlenen tot en met 31 december 2017.
Gedurende zes weken na dagtekening van deze Staatscourant kunnen het ontwerp van de
ontheffingen en de daarop betrekking hebbende stukken tijdens kantoortijden worden
ingezien bij de receptie van het Ministerie van Economische Zaken, Bezuidenhoutseweg
73 te Den Haag.
Gedurende dezelfde termijn kan eenieder zijn zienswijze met betrekking tot de ontwerpontheffing
mondeling of schriftelijk kenbaar maken. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht
aan:
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit,
Postbus 20401, 2500 EK Den Haag, onder vermelding van ‘Ontheffingen Meststoffenwet
bedrijfsspecifieke bemesting’.
Voor nadere inlichtingen over de procedure of voor het maken van een afspraak als
u een zienswijze mondeling kenbaar wilt maken, neemt u contact op met het secretariaat
van het Programma mest via telefoonnummer (070) 3798952.