Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dienst Justitiële Inrichtingen | Staatscourant 2016, 52248 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dienst Justitiële Inrichtingen | Staatscourant 2016, 52248 | beleidsregel |
Het Tweede Kamerlid Van der Staaij heeft bij de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het parlementaire jaar 2014–2015 op 21 november 2013 de volgende motie ingediend:
‘Overwegende dat trajecten voor begeleiding rond werken en wonen voor ex-gedetineerden noodzakelijk zijn voor een succesvolle re-integratie in de maatschappij en het beperken van recidive;
overwegende dat samenwerking tussen Rijk, gemeenten en maatschappelijke instellingen hierbij van groot belang is voor vrijwillige nazorg die naadloos aansluit op de justitiële titel;
verzoekt de regering structureel 2,5 miljoen euro ter beschikking te stellen voor trajecten voor begeleiding rond wonen en werken voor ex-gedetineerden alsmede voor vrijwillige nazorg in aansluiting op justitiële titel onder de voorwaarde dat aanvragende instellingen of gemeenten zorgen voor cofinanciering van 25% en dit in 2014 te dekken uit artikel 92 (nominaal en onvoorzien en structureel uit de beleidsbudgetten van artikel 34 (sanctietoepassing)1’
Op basis van de motie is een subsidiebeleidskader begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken in 2014, 2015 en 2016 tot stand gebracht. Inmiddels is gebleken dat de aan (uitsluitend) gemeenten ter beschikbaar gestelde gelden een stimulans zijn voor gemeenten om gezamenlijk of met particuliere organisaties projecten op het terrein van wonen en werken voor (ex)gedetineerden te financieren. Besloten is om deze gelden voor dezelfde doeleinden ter beschikking te blijven stellen voor 2017. Daarbij is gekozen om deze gelden door middel van een bijdrageregeling en niet meer via een subsidie te verstrekken. Daartoe dient het onderhavige beleidskader. De subsidietitel (titel 4.2) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is niet van toepassing op onderhavig Beleidskader. Titel 4.4. van de Awb (de titel over bestuursrechtelijke geldschulden) blijft wel relevant voor onderhavige Beleidskader. De bijdragen worden namelijk verstrekt door middel van een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking, waardoor ingevolge artikel 4:85 van de Awb laatstgenoemde titel van toepassing is.
Gelet op het hoge aantal gezamenlijke aanvragen van gemeenten onderling en namens gemeenten voor maatschappelijke instellingen is er voor gekozen om ook in 2017 eenzelfde inhoudelijk opzet te hanteren als in de voorgaande subsidiebeleidskaders.
Voor 2017 worden de bijdragen verdeeld op grond van de uitstroom van gedetineerden in 2015.
Hieronder wordt geschetst welke trajecten voor een bijdrage in aanmerking komen en welke spelregels gelden bij de verstrekking van de bijdragen aan gemeenten. Dit Beleidskader is van toepassing op trajecten voor (ex-)gedetineerden gestart of lopend in 2017. Dus ook trajecten die gefinancierd zijn op grond van subsidiebeleidskader 2016 en die in 2017 doorlopen, kunnen voor een bijdrage op grond van dit Beleidskader in aanmerking komen. In paragraaf 2 wordt aandacht geschonken aan de doelstelling en de uitgangspunten van het Beleidskader. Paragraaf 3 geeft de reikwijdte van het Beleidskader weer aan de hand van de beoordelingscriteria en in paragraaf 4 wordt helderheid geboden over de verdeelsleutel. Paragraaf 5 gaat over de toekenning en paragraaf 6 over de verantwoording.
Een veilige samenleving en het terugdringen van recidive zijn doelstellingen waarop dit kabinet zwaar inzet. Een goede opvang van ex-gedetineerden in de samenleving na de detentie vermindert de kans op recidive. In dit kader zijn wonen en werken van groot belang. Daarom was en is de motie Van der Staaij een stimulans voor het huidige beleid.
Net zoals de in 2014, 2015 en 2016 tot stand gekomen beleidsregelingen is de doelstelling van dit Beleidskader om trajecten op het terrein van wonen en werken voor ex-gedetineerden te stimuleren. Er is voor gekozen de gemeenten zoveel als mogelijk ruimte te bieden om te bepalen welke trajecten op het terrein van wonen en werken zij willen inzetten voor deze doelgroep. Uitgangspunt is immers de gemeentelijke (beleids)autonomie: zij bepalen welke trajecten passen binnen het gemeentelijk nazorgbeleid. De gemeente kan het beste beoordelen welke trajecten noodzakelijk zijn voor ex-gedetineerden die zich vestigen in de desbetreffende gemeente.
Dit Beleidskader sluit aan bij het gemeentelijk beleid op het terrein van nazorg voor ex-gedetineerden en bevordert een integrale aanpak op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie: werk & inkomen, zorg, identiteitsbewijs, schuldhulpverlening en wonen. De motie richt zich op trajecten voor begeleiding van ex-gedetineerden naar wonen en werken. Deze motie wordt zo opgevat dat zij een integrale aanpak op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie stimuleert met als uiteindelijk doel dat een duurzame oplossing voor de ex-gedetineerde wordt bewerkstelligd op het terrein van wonen en werken. Dit betekent dat de trajecten niet uitsluitend betrekking hebben op het terrein van wonen en werken. Het is onder andere mogelijk dat trajecten hun pijlen richten op andere basisvoorwaarden, bijvoorbeeld schuldhulpverlening, of trajecten die het sociale netwerk van de ex-gedetineerde versterken waardoor de kans van de ex-gedetineerde op een duurzame oplossing op het gebied van wonen en werken wordt verhoogd.
Dit Beleidskader neemt tot uitgangspunt dat gemeenten een cruciale rol spelen bij de nazorg voor ex-gedetineerden. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat gemeenten samenwerking zoeken met maatschappelijke organisaties. Gemeenten kunnen een bijdrage aanvragen, ook met het oog op dergelijke samenwerking. Daartoe kunnen gemeenten een aanvraag indienen op grond van onderhavig beleidskader. Dit kan bijvoorbeeld binnen de regio van een Veiligheidshuis en/of met maatschappelijke organisaties. De Veiligheidshuizen waarin de partners in de strafrecht- en zorgketen samenwerken, kunnen op verzoek van de gemeenten een faciliterende rol op zich nemen bij het bieden van nazorg. De gemeente kan dat in haar aanvraag aangeven.
Uitgangspunt is de administratieve lasten bij de verstrekking van de bijdrage zo laag mogelijk te houden. Daarom is een minimaal aan te vragen bijdrage van € 5.000,– opgenomen. Dit leidt ertoe dat gemeenten die onder dit bedrag uitkomen, de samenwerking met andere gemeenten zullen moeten opzoeken om in gezamenlijkheid met één gemeente als penvoerder een bijdrageaanvraag in te dienen.
In deze paragraaf wordt de reikwijdte van het Beleidskader geschetst. Aan de hand van de volgende criteria worden de aanvragen voor de bijdragen beoordeeld en kan de omvang van de bijdrage worden bepaald. Voor iedere gemeente geldt een maximumbedrag dat voor het betreffende jaar aan bijdrage(n) kan worden aangevraagd en verstrekt.
Ex-gedetineerden worden gedefinieerd als legaal in Nederland verblijvende, justitiabelen van wie de detentie of de justitiële titel in 2016 of 2017 is beëindigd en die zich in 2016 of 2017 na detentie vestigen in een Nederlandse gemeente, behorende tot het Europese grondgebied van het Koninkrijk. Voor dit Beleidskader geldt dat uitsluitend een gedetineerde in de zin van de Penitentiaire beginselenwet in aanmerking komt voor een in dit Beleidskader gefinancierd traject.
– Een traject bestaat uit activiteiten gericht op ex-gedetineerden voor begeleiding rond wonen en werken.
– Een ex-gedetineerde kan deelnemen aan verschillende trajecten en een traject kan betrekking hebben op meer dan één ex-gedetineerde.
– Een traject is een onderdeel van een integrale aanpak op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie – werk & inkomen, zorg, identiteitsbewijs, schuldhulpverlening en wonen – teneinde een duurzame oplossing te bewerkstelligen op het gebied van wonen en werken. Daarbij kunnen als onderdeel van het traject ook activiteiten worden aangeboden die het sociale netwerk van de ex-gedetineerde versterken.
– Een traject kan starten tijdens de detentie. Alleen voor de activiteiten die in 2017 plaatsvinden worden bijdragen verstrekt.
– Voor een bijdrage komen alleen trajectgebonden kosten in aanmerking: bijvoorbeeld de kosten voor begeleiding, cursus/scholing/training, re-integratieactiviteiten, sollicitatiebegeleiding voor ex-gedetineerden etc.
– Organisatiekosten – kosten die eventueel worden gemaakt om een traject mogelijk te maken, bijvoorbeeld personele kosten, administratie, overhead – komen niet voor een bijdrage in aanmerking. Wel kan de aanvrager hiervoor de verplichte cofinanciering inzetten. De cofinanciering wordt verderop in dit hoofdstuk toegelicht.
– De volgende kostensoorten komen eveneens niet voor een bijdrage in aanmerking:
– huur (deze uitzondering ziet niet op trajectkosten voor begeleid wonen);
– inkomensgerelateerde uitkeringen ter vervanging of ter verhoging van een Wajong, bijstand, WW, WIA of andere uitkeringen;
– (medische) zorg- en behandelkosten, en
– en kosten voor aanschaf van een identiteitsbewijs.
– De kosten moeten in het kalenderjaar 2017 worden gemaakt.
Om de verantwoording gelijk te laten verlopen aan het kalenderjaar is besloten die kosten voor een bijdrage in aanmerking te laten komen, die in het kalenderjaar daadwerkelijk worden gemaakt.
Ter illustratie: De kosten voor een traject dat in 2016 is gestart en in 2017 doorloopt mogen vanaf 1 januari 2017 met de bijdrage gefinancierd worden, mits de kosten in 2017 zijn gemaakt. De kosten voor trajecten, die in 2016 starten en doorlopen in 2017 vallen tot 31 december 2016 onder de subsidietoekenning 2016, voor zover deze kosten daadwerkelijk in 2016 zijn gemaakt.
– De aanvrager is één gemeente of één gemeente die ook namens andere gemeenten, bijvoorbeeld binnen de regio van een Veiligheidshuis, dan wel ten behoeve van samenwerking met een maatschappelijke instelling, een aanvraag voor een bijdrage indient. Een maatschappelijke instelling kan niet zelf (al dan niet als mede-aanvrager) een aanvraag indienen. Het totale bedrag wordt uitgekeerd aan de aanvragende gemeente die toeziet op een verantwoorde inzet van de totale bijdrage.
– Minimaal 25% van de totale kosten van de trajecten dient door de gemeente dan wel de maatschappelijke organisatie te worden gefinancierd (cofinanciering). Tot deze 25% kunnen bestaande activiteiten worden toegerekend, waaronder zowel organisatiekosten als personele kosten van de aanvrager of de maatschappelijke instellingen. In bijlage 1 is per gemeente het minimum aan cofinanciering weergegeven.
Ter illustratie: indien een gemeente trajecten wil inzetten waarvan de totale kosten € 10.000,– bedragen, dan dient de gemeente minimaal 25% ofwel € 2.500,– te cofinancieren. Voor een bijdrage komt dan maximaal een bedrag van maximaal € 7.500,– in aanmerking, met inachtneming van de verdeelsleutel die onder hoofdstuk 4 nader wordt toegelicht.
– Het totale budget voor te verstrekken bijdragen bedraagt voor 2017 € 2.400.000,–;
– Het maximumbedrag per gemeente wordt bepaald door de verdeelsleutel, die onder hoofdstuk 4 nader wordt toegelicht.
– Het minimum aan te vragen bedrag voor een bijdrage bedraagt € 5.000,–.
– De aanvraag kan toezien op verschillende trajecten gericht op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie.
– De gemeente dient bij de aanvraag aan te geven hoeveel ex-gedetineerden zij beoogt te bereiken.
– Vanaf 1 oktober tot 15 november 2016 kunnen aanvragen worden ingediend bij E.S.F. Bureau Noord. Aanvragen kunnen elektronisch worden ingediend bij E.S.F. Bureau Noord. Het aanvraagformulier is op te vragen via: Projectenbureau.DJI@dji.minjus.nl.
De aanvraag dient voor de sluitingsdatum compleet te zijn aangeleverd onder vermelding van ‘Beleidskader bijdrageregeling begeleiden van (ex)-gedetineerden Wonen en Werken 2017’.
– Een aanvrager kan een aanvraag indienen tot het maximum dat de gemeente(n) toekomt op grond van de onder hoofdstuk 4 gegeven verdeelsleutel.
– Door de Divisiedirecteur Gevangeniswezen/Vreemdelingenbewaring van DJI wordt, namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, een beschikking met daarin de toegekende bijdrage toegezonden.
– Voor dit Beleidskader is het subsidiariteitsbeginsel van toepassing: indien trajecten op andere wijze hetzij uit subsidie, hetzij door middel van een andere bijdrage, hetzij op grond van een uitkering worden gefinancierd of te financieren zijn, komen deze trajecten niet voor een bijdrage op grond van dit Beleidskader in aanmerking.
Per gemeente wordt maximaal het volgende bedrag aan bijdrage toegekend:
|
De uitstroom van het aantal gedetineerden uit detentie in 2015 in een gemeente De totale uitstroom van gedetineerden in 2015 |
X € 2.400.000,– |
In bijlage 1 wordt een overzicht van het maximale bedrag aan bijdrage per gemeente gegeven.2
In de periode van 15 november 2016 tot 1 januari 2017 wordt bekend gemaakt welke aanvragen van welke gemeenten voor een bijdrage in aanmerking komen. Bekendmaking vindt plaats door middel van het toezenden van een beschikking. In het geval dat een incomplete en/of onjuiste aanvraag wordt ontvangen, kan dit leiden tot verzending van de beschikking na 1 januari 2017.
In deze paragraaf wordt verstaan onder aanvrager: de gemeente aan wie de bijdrage is verleend.
Voor een aanvrager die een bijdrage ontvangt tot € 25.000,– wordt de bijdrage bij eenmalige beschikking vastgesteld en zo spoedig mogelijk na 1 januari 2017 uitbetaald.
De aanvrager is verplicht om:
– onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de bijdrage is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de bijdrage verbonden voorschriften zal worden voldaan.
Aan een aanvrager die een bijdrage boven de € 25.000,– ontvangt, wordt een voorschot van 90% van de bijdrage uitbetaald. Uiterlijk 1 juni 2018 wordt de bijdrage definitief vastgesteld. waarna de resterende 10% van de bijdrage wordt uitgekeerd.
– De aanvrager is verplicht om: onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de bijdrage verbonden voorschriften zal worden voldaan; een administratie van aan activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten bij te houden;
– voor 1 april 2018 op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan te tonen dat de activiteiten zijn verricht. In deze verklaring wordt aangegeven:
○ dat de trajecten waarvoor de bijdrage is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting en de geanonimiseerde lijst van de ex- gedetineerde die deelnemen aan de trajecten;
○ dat aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan;
○ wat het totale bedrag van de gerealiseerde kosten is uitgesplitst naar kostensoort;
– mee te werken aan een steekproefsgewijze controle indien daartoe besloten wordt.
Definitieve vaststelling van de bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 juni 2018 op basis van de na afloop van het kalenderjaar afgelegde verantwoording over de uitgevoerde activiteiten. Een eventueel lagere toekenning wordt verrekend met het voorschot, dan wel van de aanvrager teruggevorderd.






Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-52248.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.