Wijziging instemming gewijzigd winningsplan gaswinning Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen, Ministerie van Economische Zaken

DGETM/EO/16110969

1. Procesverloop

Met het instemmingsbesluit van 21 maart 2013, kenmerk ETM/EM/11181749, (hierna: het instemmingsbesluit) heeft de Minister van Economische Zaken, onder voorschriften en beperkingen, ingestemd met het gewijzigd winningsplan “Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen” van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) van 3 oktober 2011.

In artikel 11 van het instemmingsbesluit is bepaald dat in het winningsplan voor de periode na 1 januari 2016 uitgegaan wordt van een bepaalde gebruiksruimte waarbij rekening is gehouden met een bepaalde verwachtingswaarde voor de zeespiegelstijging. Voor 1 januari 2016 stelt de Minister van Economische Zaken op basis van een evaluatie de veilige gebruiksruimte voor een periode van vijf jaar opnieuw vast, gebruikmakend van de nieuwe verwachtingswaarden voor de zeespiegelstijging. Deze evaluatie en de eventuele bijstelling van de gebruiksruimte zal vervolgens gedurende de gaswinning in een cyclus van vijf jaar worden uitgevoerd. De uitkomsten kunnen leiden tot bijstelling van het winningsplan, aldus artikel 11.

Ingevolge artikel 11 van het instemmingsbesluit is aan TNO Adviesgroep EZ (hierna: TNO) door de Minister van Economische Zaken (hierna: EZ) opdracht gegeven om voor de delfstofwinning onder de Waddenzee te komen tot een geactualiseerd beleidsscenario voor de zeespiegelstijging. Op basis hiervan stelt de Minister van EZ, middels dit besluit tot wijziging van het instemmingsbesluit met het winningsplan “Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen”, de gebruiksruimte vast voor de periode 2016-2021.

2. Juridisch kader

In artikel 36, derde lid, van de Mijnbouwwet is bepaald dat de Minister van EZ, voor zover hier van belang, beperkingen en voorschriften kan wijzigen indien dat gerechtvaardigd wordt door de in het eerste lid van dat artikel genoemde gronden.

Uit artikel 36, eerste lid, volgt dat de Minister van EZ de beperkingen of voorschriften kan wijzigen indien:

  • a. dat in het belang is van het planmatig beheer van voorkomens van delfstoffen;

  • b. in verband met het risico van schade ten gevolge van beweging van de aardbodem, voor zover het winning van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat of onder de territoriale zee vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn, tenzij de Minister van EZ anders heeft bepaald.

Met het oog op het bepaalde in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, is artikel 11 in het instemmingsbesluit opgenomen.

In het kader van dit wijzigingsbesluit zal de Minister van EZ toetsen of met deze wijziging nog steeds wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 36, eerste lid, onderdeel b. Ook mag de wijziging van de instemming met het winningsplan er niet toe leiden dat niet langer wordt voldaan aan de randvoorwaarden opgenomen in het Rijksprojectbesluit “Gaswinning onder de Waddenzee van de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen” (2006) en in de PKB Waddenzee (januari 2007).

Uit artikel 36, derde lid, laatste volzin, gelezen in samenhang met artikel 34, vierde lid, derde volzin, volgt dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is indien het een besluit betreft inzake wijziging van een besluit omtrent instemming met een winningsplan.

3. Overwegingen

3.1 Advies TNO over zeespiegelstijging

Op basis van bovengenoemde opdracht heeft TNO op 27 juni 2016 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 16-10.066) over het beleidsscenario voor de zeespiegelstijging voor delfstofwinning onder de Waddenzee. TNO heeft hierbij onder andere gebruik gemaakt van de door Deltares, KNMI en HKV uitgevoerde studies van januari 2014 en februari 2015 van de zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust, en de door het Expertise Netwerk Waterveiligheid hierop uitgevoerde review van december 2015.

Het door TNO geadviseerde geactualiseerde beleidsscenario voor de zeespiegelstijging van de Waddenzee per 1.1.2016 luidt:

De snelheid van relatieve zeespiegelstijging (Z):

tot 2021:

 

Z(J) = Z(2007) + (J – 2007)*A1

 

met

Z(2007) = 2,181 mm/jaar

 

en

A1 = 0,0.076 mm/(jaar)2

     

m.i.v. 2021

 

Z (J) = Z(2021) + (J – 2021)*A2

 

met

A2 = 0,058 mm/(jaar)2

De waarden voor Z(J) gelden aan het begin van het kalenderjaar J.

De coëfficiënten A1 en A2 representeren acceleratie in de zeespiegelstijging.

 

Het scenario-gedeelte ‘m.i.v. 2021’ wordt tot 1.1.2021 beschouwd als een richtscenario. Per die datum zal op grond van de dan bestaande informatie en inzichten over het gedrag van de zeespiegel het scenario voor (tenminste) de dan komende 5 jaar worden vastgesteld, alsmede een nieuw richtscenario voor de periode daarna, etc.

3.2 Gebruiksruimte

De Minister van EZ stelt hierbij – op basis van het per 1 januari 2016 te hanteren beleidsscenario voor de zeespiegelstijging, zoals uiteengezet in het TNO-advies van 27 juni 2016 (kenmerk: AGE 16-10.066) – de gebruiksruimte vast voor de kombergingsgebieden Pinkegat en Zoutkamperlaag voor de periode van 1 januari 2016 tot 1 januari 2021.

Gelet op het bovenstaande worden de figuren opgenomen in paragraaf 5 van het instemmingsbesluit, waarin voor de kombergingsgebieden Pinkegat (Figuur 1a) en Zoutkamperlaag (Figuur 1b) de gebruiksruimte voor delfstofwinning onder het betreffende gebied wordt getoond, als volgt gewijzigd:

Figuur 1a. Gebruiksruimte voor inpassen delfstofwinning voor kombergingsgebied Pinkegat

Figuur 1a. Gebruiksruimte voor inpassen delfstofwinning voor kombergingsgebied Pinkegat

Figuur 1b. Gebruiksruimte voor inpassen delfstofwinning voor kombergingsgebied Zoutkamperlaag

Figuur 1b. Gebruiksruimte voor inpassen delfstofwinning voor kombergingsgebied Zoutkamperlaag

Gelet op het bovenstaande wordt in dit besluit aan NAM de verplichting opgelegd om binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van dit besluit, in de technische bijlage van het meet- en regelprotocol, de gebruiksruimtefiguur met de verwachte bodemdalingssnelheid door de gaswinning, in overeenstemming te brengen met de waarden uit het instemmingsbesluit en het onderhavige wijzigingsbesluit.

3.3 Evaluatie gebruiksruimte

Vóór 1 januari 2021 zal een volgende evaluatie en vaststelling van de gebruiksruimte (weer voor een periode van vijf jaar) plaatsvinden, gebruikmakend van de dan geldende verwachtingen voor de zeespiegelstijging.

Op dit moment wordt voor het richtscenario voor de gebruiksruimte voor de periode vanaf 1 januari 2021 uitgegaan van het door TNO in haar advies genoemde richtscenario voor de zeespiegelstijging. TNO heeft daarbij aangesloten bij de onzekerheidsbandbreedte van de beide recente KNMI-scenario’s voor de stijging van de zeespiegel. Het tot nu toe gehanteerde richtscenario was gebaseerd op een grotere versnelling voor de zeespiegelstijging dan waar de recente KNMI-scenario’s vanuit gaan. Dit leidt vanaf 2021 tot een minder snelle afname van de gebruiksruimte voor delfstofwinning onder de Waddenzee. Bij de volgende herziening van de gebruiksruimte (vóór 2021) zal, mede op basis van de dan meest recente KNMI-scenario’s, ook het richtscenario opnieuw worden bezien.

Met het oog op het bovenstaande is in dit besluit artikel 11 van het instemmingsbesluit gewijzigd.

3.4 Periode waarvoor de instemming geldt

Op basis van het TNO-advies van 27 juni 2016, acht de Minister van EZ, in combinatie met het “Hand aan de Kraan” principe, de door NAM aangevraagde duur van de gaswinning acceptabel voor de periode waarop het ingediende winningsplan betrekking heeft, te weten tot het jaar 2036 (zoals reeds opgenomen in het instemmingsbesluit), met dien verstande dat vóór 1 januari 2021 een volgende evaluatie en vaststelling van de gebruiksruimte (voor weer een periode van vijf jaar) zal plaatsvinden, waarvan de uitkomst kan leiden tot aanpassing van het instemmingsbesluit.

De in het instemmingsbesluit verleende instemming tot het jaar 2036 blijft ongewijzigd.

4. Conclusie

Het advies van TNO geeft mij aanleiding om het instemmingsbesluit van 21 maart 2013, kenmerk ETM/EM/11181749, met het winningsplan “Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen” van NAM van 3 oktober 2011, te wijzigen. De gebruiksruimte wordt vastgesteld voor de periode 2016-2021.

Gelet op het voorgaande concludeer ik dat met de wijziging van het instemmingsbesluit, gelezen in samenhang met het niet-gewijzigde deel van het instemmingsbesluit, waaronder de toepassing van het “Hand aan de Kraan” principe, nog steeds is geborgd dat er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat de gaswinning onder de Waddenzee van de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen geen schadelijke gevolgen zal hebben voor de natuur- en landschapswaarden van de Waddenzee. Het risico van schade ten gevolge van bodembeweging is hiermee eveneens voldoende beperkt.

Gelet op artikel 36, derde lid, van de Mijnbouwwet;

Besluit:

ARTIKEL I

Het besluit van 21 maart 2013, kenmerk ETM/EM/11181749, tot instemming met het winningsplan “Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen” van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. van 3 oktober 2011 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 11 wordt in de tweede volzin “Vóór 1 januari 2016” vervangen door: Vóór 1 januari 2021.

B

Een nieuw artikel 15 wordt toegevoegd.

Artikel 15

De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. actualiseert binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van dit besluit, in de technische bijlage van het meet- en regelprotocol, de gebruiksruimtefiguur met de verwachte bodemdalingssnelheid door de gaswinning, in overeenstemming met de waarden uit het instemmingsbesluit en het onderhavige wijzigingsbesluit.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt, met toepassing van artikel 20.5, eerste lid, van de Wet milieubeheer, in werking met ingang van de dag na die waarop het is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

ARTIKEL III

Dit besluit wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK te 's-Gravenhage.

Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven