Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2017

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Gelet op artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 2.10 lid 2 van het Besluit Wfsv;

Besluit:

Artikel 1

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2017 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende algemeen geldende parameters vastgesteld:

Gemiddelde premieplichtig loon

€ 32.200

Grens kleine/middelgrote werkgever

€ 322.000

Grens middelgrote/grote werkgever

€ 3.220.000

Artikel 2

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2017 worden voor de premiecomponent WGA voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld:

Rekenpercentage

0,76%

Gemiddelde percentage

0,74%

Maximumpremie werkgevers

2,96%

Minimumpremie werkgevers

0,18%

Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

0,39%

Correctiefactor werkgeversrisico

1,47

Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever

 

1 jaar bekend

5,00

2 jaar bekend

2,50

3 jaar bekend

1,66

4 jaar bekend

1,25

Sectorale premies

Bijlage

Artikel 3

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas op grond van artikel 38 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2017 worden voor de premiecomponent ZW voor alle takken van bedrijf en beroep de volgende premies en parameters vastgesteld:

Rekenpercentage

0,40%

Gemiddelde percentage

0,35%

Maximumpremie werkgevers

1,40%

Minimumpremie werkgevers

0,08%

Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

0,22%

Correctiefactor werkgeversrisico

1,42

Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever

 

1 jaar bekend

2,00

2 jaar bekend

1,00

3 jaar bekend

1,00

4 jaar bekend

1,00

Sectorale premies

Bijlage

Voor werkgevers in sector 52 ‘Uitzendbedrijven’ geldt een afwijkende maximumpremie van 6,89%.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedifferentieerde premie Whk 2017.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 16 augustus 2016

B.J. Bruins Voorzitter Raad van Bestuur

BIJLAGE SECTORALE PREMIES

Sector

WGA

ZW-flex

1

Agrarisch bedrijf

0,70

0,27

2

Tabakverwerkende industrie

0,60

0,31

3

Bouwbedrijf

1,11

0,34

4

Baggerbedrijf

0,48

0,06

5

Houten emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie

1,35

0,26

6

Timmerindustrie

1,12

0,20

7

Meubel- en orgelbouwindustrie

0,87

0,37

8

Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie

1,14

0,26

9

Grafische industrie

0,74

0,44

10

Metaalindustrie

0,47

0,24

11

Elektrotechnische industrie

0,41

0,37

12

Metaal-en technische bedrijfstakken

0,82

0,33

13

Bakkerijen

1,32

0,40

14

Suikerverwerkende industrie

1,19

0,35

15

Slagersbedrijven

1,47

0,47

16

Slagers overig

0,95

0,53

17

Detailhandel en ambachten

0,87

0,44

18

Reiniging

2,27

0,75

19

Grootwinkelbedrijf

0,86

0,33

20

Havenbedrijven

0,66

0,73

21

Havenclassificeerders

0,72

0,91

22

Binnenscheepvaart

0,55

0,40

23

Visserij

0,59

0,21

24

Koopvaardij

0,46

0,44

25

Vervoer KLM

1,64

0,47

26

Vervoer NS

0,85

0,47

27

Vervoer posterijen

0,37

0,37

28

Taxivervoer

1,78

1,51

29

Openbaar Vervoer

0,45

0,62

30

Besloten busvervoer

1,25

0,59

31

Overig personenvervoer te land en in de lucht

0,40

0,53

32

Overig goederenvervoer te land en in de lucht

0,89

0,39

33

Horeca algemeen

0,73

0,55

34

Horeca catering

0,93

0,73

35

Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen

0,72

0,34

38

Banken

0,31

0,12

39

Verzekeringswezen

0,50

0,10

40

Uitgeverij

0,82

0,23

41

Groothandel I

0,57

0,21

42

Groothandel II

0,66

0,29

43

Zakelijke Dienstverlening I

0,49

0,14

44

Zakelijke Dienstverlening II

0,37

0,26

45

Zakelijke Dienstverlening III

0,56

0,49

46

Zuivelindustrie

0,68

0,41

47

Textielindustrie

0,54

0,08

48

Steen-, cement-, glas- en keramische industrie

1,46

0,38

49

Chemische industrie

0,77

0,17

50

Voedingsindustrie

0,66

0,30

51

Algemene industrie

0,64

0,32

52

Uitzendbedrijven

1,14

3,94

53

Bewakingsondernemingen

1,02

0,84

54

Culturele instellingen

0,58

0,29

55

Overige takken van bedrijf en beroep

1,10

0,41

56

Schildersbedrijf

2,04

0,56

57

Stukadoorsbedrijf

3,05

0,71

58

Dakdekkersbedrijf

2,17

0,45

59

Mortelbedrijf

1,54

0,15

60

Steenhouwersbedrijf

2,25

0,36

61

Overheid, onderwijs en wetenschappen

0,88

0,09

62

Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht

0,64

0,03

63

Overheid, defensie

0,00

0,01

64

Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen

0,80

0,06

65

Overheid, openbare nutsbedrijven

0,37

0,08

66

Overheid, overige instellingen

0,92

0,23

67

Werk en (re)Integratie

3,33

1,13

68

Railbouw

1,01

0,06

69

Telecommunicatie

0,53

0,26

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van artikel 38, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ten behoeve van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) voor alle takken van bedrijf en beroep een gelijk rekenpercentage en gemiddeld percentage vast. De gedifferentieerde premie Whk is opgebouwd uit twee premiecomponenten: WGA voor alle dienstbetrekkingen (WGA) en ZW voor flexibele dienstbetrekkingen (ZW). Ten behoeve van deze twee premiecomponenten wordt voor elk premiecomponent afzonderlijk een rekenpercentage en een gemiddeld percentage vastgesteld.

In het Besluit Wfsv zijn regels gesteld over de wijze waarop de rekenpercentages en de gemiddelde percentages worden vastgesteld. Tevens zijn daarin regels gesteld over de wijze waarop de opslagen of kortingen worden berekend en regels over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en die ten minste in rekening moeten worden gebracht.

Op grond van het Besluit Wfsv stelt UWV een aantal parameters vast die dienen als basis voor de vaststelling van de individuele premie WGA en de individuele premie ZW. De parameters gelden voor de premie verschuldigd over het premieplichtige loon in het jaar 2017.

Voor de premiedifferentiatie WGA zijn er twee belangrijke wijzigingen per 1 januari 2017. Ten eerste treedt de laatste wijziging voortvloeiende uit de wet BeZaVa (Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters) in werking. Deze wijziging betreft het samenvoegen van de WGA-verzekeringen voor werknemers met vaste en flexibele dienstbetrekkingen. Als gevolg hiervan betalen publiek verzekerde werkgevers vanaf 2017 slechts één gedifferentieerde WGA-premie in plaats van twee.

Ten tweede betalen grote en middelgrote werkgevers, die het eigenrisicodragerschap beëindigen of beëindigd hebben na 1 juli 2015, vanaf 2017 in de eerste jaren gemiddeld een hogere individuele WGA-premie dan werkgevers die dit op of voor 1 juli 2015 gedaan hebben. Dit vloeit voort uit de Wet verbetering hybride markt WGA. De berekeningswijze van de sectorale premies WGA is ongewijzigd.

Gemiddelde premieplichtige loon

Het gemiddelde premieplichtige loon dient als basis voor het onderscheid tussen kleine, middelgrote en grote werkgevers. Kleine werkgever is de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar (2015) dat aan het premiejaar (2017) vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon (€ 322.000); middelgrote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 10 maal en gelijk is aan of minder bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon (€ 3.220.000); grote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon.

Gemiddelde percentage

Het gemiddelde percentage is het percentage bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel b, van de Wfsv. Het gemiddelde percentage wordt voor elk van de twee premiecomponenten vastgesteld volgens artikel 2.8 van het Besluit Wfsv. Het gemiddelde percentage wordt berekend door het totaalbedrag van de in 2017 verwachte lasten voor elk onderdeel verminderd met de verwachte niet-premiebaten van de Werkhervattingskas, te vermenigvuldigen met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het totaalbedrag van het in het premiejaar verwachte premieplichtige loon en te betalen uitkeringen.

Rekenpercentage

Het rekenpercentage is het percentage bedoeld in artikel 38, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv. Het rekenpercentage wordt voor elk van de twee premiecomponenten vastgesteld volgens artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit Wfsv. Het rekenpercentage is afgeleid van het gemiddeld percentage. Daarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van de maximumpremie op de premieopbrengst en de verplichting om een voldoende reserve voor de Werkhervattingskas te vormen en in stand te houden.

Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

De gemiddelde werkgeversrisicopercentages zijn de percentages bedoeld in artikel 2.11, derde lid en artikel 2.13, derde lid, van het besluit Wfsv. Deze percentages worden berekend door per premiecomponent de uitkeringslasten 2015, bedoeld in artikel 117b Wfsv te delen door het premieplichtige loon in 2015 en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100.

De uitkeringslasten 2015 betreffen voor de WGA voor vaste dienstbetrekkingen de lasten van uitkeringen ingegaan vanaf 1 januari 2007, voor de WGA voor flexibele dienstbetrekkingen en ZW de lasten van uitkeringen ingegaan vanaf 1 januari 2012.

Correctiefactor werkgeversrisico

Voor elke van de twee premiecomponenten wordt de spreiding van de individuele werkgeversrisicopercentages in lijn gebracht met het gemiddelde percentage door de afwijkingen van dit werkgeversrisicopercentage ten opzichte van het gemiddelde werkgeversrisicopercentage te vermenigvuldigen met een correctiefactor.

De correctiefactoren zijn in artikel 2.11, zevende lid, en artikel 2.13, vijfde lid, van het Besluit Wfsv per premiecomponent gedefinieerd als een breuk met als teller het rekenpercentage verminderd met een kwart van het gemiddelde percentage en als noemer het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. De correctiefactor is voor de WGA en ZW gemaximeerd op de waarde 2. Deze maximering heeft in het premiejaar 2017 geen effect op de correctiefactoren.

Correctiefactor ontbrekende jaren

Voor werkgevers die niet gedurende de gehele periode, die bepalend is voor het individuele en het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (berekeningstijdvak), werkgever zijn geweest, is in artikel 2.16 van het Besluit Wfsv een correctie voorgeschreven op het individueel werkgeversrisicopercentage. De correctie doet zich voor indien de werkgever is gestart vóór 2015, maar niet gedurende de gehele periode van 2011 tot en met 2015 werkgever is geweest, of de werkgever heeft binnen de periode van 2011 tot en met 2015 een periode waarin hij geen werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest.

In deze situaties kan een individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald over een onvolledige periode. Voor ieder ontbrekend jaar wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van 2011 tot en met 2015 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal beschikbare jaren.

Maximumpremie

Artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat voor elke van de twee gedifferentieerde premiecomponenten voor grote werkgevers geldt dat deze ten hoogste vier maal het gemiddelde percentage bedraagt. Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage. Voor elke premiecomponent wordt een maximumpremie vastgesteld.

Voor werkgevers werkzaam in de sector Uitzendbedrijven (sector 52) geldt voor de gedifferentieerde premie ZW een afwijkend maximum van 1,75 maal de voor die sector geldende sectorale premie ZW.

Minimumpremie

Artikel 2.6, zesde lid, van het Besluit Wfsv bepaalt dat voor elk van de twee gedifferentieerde premiecomponenten voor grote werkgevers geldt dat deze ten minste een kwart van het gemiddelde percentage bedraagt. Het minimum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage. Voor elke premiecomponent wordt een minimumpremie vastgesteld.

Sectorale premies

De sectoraal bepaalde premies zijn de premies bepaald in artikel 2.10 van het Besluit Wfsv. Per premiecomponent wordt er per sector een premie berekend door de verwachte lasten in de sector in het premiejaar (2017) minus de niet-premiebaten te delen door de verwachte premieplichtige loonsom van de werkgevers in de sector in dat jaar.

Inwerkingtreding

Het onderhavige besluit treedt in werking op 1 januari 2017.

B.J. Bruins Voorzitter Raad van Bestuur

Naar boven