Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland

Logo Lelystad

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde,

overwegende dat:

  • -

    ingevolge artikel 14 van de Wet publieke gezondheid de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten van de Veiligheidsregio Flevoland zorgen voor de instelling en instandhouding van een regionale gemeentelijke gezondheidsdienst in die regio;

  • -

    het voor een optimale behartiging van de taken zoals genoemd in de Wet publieke gezondheid noodzakelijk is dat zij samenwerken;

  • -

    zij daartoe een openbaar lichaam instellen met de aanduiding “gemeentelijke gezondheidsdienst”;

  • -

    zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen willen opdragen;

  • -

    zij taken willen overdragen voor een adequate uitvoering van die taken die op grond van de Wet publieke gezondheid binnen een gemeentelijke gezondheidsdienst moeten worden uitgevoerd en daarvoor middelen ter beschikking willen stellen;

  • -

    het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur daarbij het beleid van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland gestalte geven en de uitvoering ervan controleren;

  • -

    de risico's voor de gemeenten door een adequate bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven;

gezien de toestemming van de gemeenteraden van de betreffende gemeenten;

gelet op de Wet publieke gezondheid;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;

BESLUITEN

de gemeenschappelijke regeling “Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland 2008“ te wijzigen door vaststelling van de navolgende integrale tekst,

Gemeenschappelijke regeling G emeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;

    • b.

      Wpg: Wet publieke gezondheid;

    • c.

      dPG: directeur Publieke Gezondheid zoals bedoeld in artikel 14, lid 3 Wet publieke gezondheid;

    • d.

      regeling: Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland;

    • e.

      gemeenten: aan de regeling deelnemende gemeenten, te weten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde;

    • f.

      college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

    • g.

      raad: raad van een deelnemende gemeente;

    • h.

      werkgebied: grondgebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten;

    • i.

      gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Flevoland;

    • j.

      GGD Flevoland: Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland;

    • k.

      geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.

    • l.

      RAV: Regionale Ambulancevoorziening zoals bedoeld in de Tijdelijke wet ambulancezorg.

  • 2.

    Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van “de gemeente”, “de (gemeente) raad”, “het college van burgemeester en wethouders” en “de burgemeester” respectievelijk gelezen: “de GGD Flevoland”, “het algemeen bestuur”, “het dagelijks bestuur” en “de voorzitter”.

Artikel 2 Het openbaar lichaam

Er is een openbaar lichaam, genaamd Gemeentelijke GezondheidsdienstFlevoland, dat is gevestigd te Lelystad en als zodanig optreedt als rechtspersoon.

HOOFDSTUK 2 BELANGEN, DOELSTELLING EN TAKEN

Artikel 3 Algemene doelstelling

De GGD Flevoland is ingesteld met het doel de belangen van de gemeenten betreffende de Publieke Gezondheid -alsmede aanverwante wetgeving en belangen in het verlengde van de publieke gezondheid- in gezamenlijkheid te behartigen.

Artikel 4 Taken

  • 1.

    De colleges dragen aan de GGD Flevoland de uitvoering op van

  • -

    de wettelijk verplichte taken die worden genoemd in de Wet publieke gezondheid en die op grond van die wet binnen een gemeentelijke gezondheidsdienst moeten worden uitgevoerd;

  • -

    de wettelijke taken in het kader van de Wet op de lijkbezorging voor wat betreft lijkschouwingen.

  • 2.

    De in lid 1 genoemde taken van de GGD Flevoland zijn ondergebracht in het basistakenpakket. Het basistakenpakket vormt een verplicht af te nemen pakket voor de gemeenten.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt de inhoud van het basistakenpakket jaarlijks vast bij de vaststelling van de begroting.

  • 4.

    De gemeenten betalen voor het basistakenpakket een inwonersbijdrage zoals beschreven in artikel 23.

  • 5.

    Op verzoek van colleges of derden kan de GGD Flevoland plustaken verrichten.

  • 6.

    De in lid 5 genoemde plustaken zijn andere taken dan taken die zijn opgenomen in het basistakenpakket en worden niet bekostigd uit de inwonersbijdrage.

  • 7.

    Elke gemeente afzonderlijk bepaalt of hij plustaken opdraagt aan de GGD Flevoland.

  • 8.

    De plustaken worden door de GGD Flevoland geaccepteerd na bekrachtiging door het algemeen bestuur. De GGD Flevoland kan voorwaarden verbinden aan de acceptatie van de opdracht.

  • 9.

    De GGD Flevoland voert plustaken uit voor rekening van de gemeente of de derde die opdracht geeft tot uitvoering van de plustaak. Het financiële saldo voor plustaken wordt verrekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 23.

  • 10.

    De GGD Flevoland draagt zorg voor het ambulancevervoer in het werkgebied uitgevoerd door de RAV zoals bedoeld in de Tijdelijke wet ambulancezorg.

  • 11.

    De GGD Flevoland draagt eveneens zorg voor het instellen en in stand houden van de Meldkamer Ambulancezorg ressorterend onder de RAV als onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer.

  • 12.

    Alle taken die de GGD Flevoland uitvoert vallen onder de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur.

HOOFDSTUK 3 DE BESTUURSORGANEN - SAMENSTELLING

Artikel 5 Samenstelling bestuur

  • 1.

    Het bestuur van de GGD Flevoland bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

  • 2.

    Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de GGD Flevoland.

  • 3.

    De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

Artikel 6 Samenstelling, benoeming en ontslag van het algemeen bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit evenveel leden als het aantal gemeenten dat aan de regeling deelneemt. Iedere gemeente wordt door één lid vertegenwoordigd en het college wijst dit lid aan het begin van elke zittingsperiode uit haar midden aan.

  • 2.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop het betreffende lid van de betreffende gemeente aftreedt en diens lidmaatschap van het betreffende college eindigt.

Het (desbetreffende) college voorziet zo spoedig mogelijk in de ontstane vacature.

  • 3.

    Het college meldt elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur aan de voorzitter.

  • 4.

    Het college kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het algemeen bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

Artikel 7 Samenstelling, benoeming en ontslag van het dagelijks bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst bij het begin van elke zittingsperiode van de colleges uit zijn midden de leden aan van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit twee of drie leden, de voorzitter daaronder begrepen.

  • 3.

    Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

  • 4.

    Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.

  • 5.

    Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur of een of meer leden daarvan ontslag verlenen als deze(n) het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit of bezitten, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan overeenkomstig van toepassing.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

Artikel 8 Aanwijzing voorzitter en plaatsvervangend voorzitter

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan.

  • 2.

    De voorzitter vertegenwoordigt de GGD Flevoland in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan de directeur Publieke Gezondheid.

  • 3.

    De voorzitter en de ambtelijk secretaris, zoals genoemd in artikel 15 van deze regeling, ondertekenen de stukken die namens het algemeen bestuur van het openbaar lichaam uitgaan.

HOOFDSTUK 4 DE BESTUURSORGANEN - BEVOEGDHEDEN

Artikel 9 Algemene bevoegdheidstoedeling

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur als dat in voorkomende gevallen noodzakelijk is om slagvaardig op te kunnen treden.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk in mandaat verlenen aan de dPG.

  • 3.

    In de door het dagelijks bestuur vast te stellen organisatieverordening, zoals bedoeld in artikel 17, worden de taken beschreven van de dPG en de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering daarvan.

  • 4.

    Het algemeen bestuur besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

HOOFDSTUK 5 VERANTWOORDING EN INLICHTINGEN

Artikel 10 Verantwoording- en inlichtingenplicht

  • 1.

    Het algemeen bestuur is verplicht de gemeentebesturen desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te verschaffen over al hetgeen deze regeling en de uitvoering daarvan betreft.

  • 2.

    Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig acht.

  • 3.

    Elk lid van het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt de gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd.

  • 4.

    Elk lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde beleid aan de raad van zijn gemeente. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat hem daarom gevraagd is.

  • 5.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven hierover periodiek en tussentijds alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.

HOOFDSTUK 6 DE BESTUURSORGANEN - WERKWIJZE

Artikel 11 Vergaderingen van het algemeen bestuur

  • 1.

    De artikelen 16, 17, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur, voor zover daarvan bij wet niet is afgeweken.

  • 2.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste zesmaal en verder zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig vindt of tenminste twee leden dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen.

  • 3.

    Artikel 19 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing, waarbij de voorzitter de openbare kennisgeving verzorgt.

  • 4.

    Elk lid heeft in de vergaderingen van het algemeen bestuur één stem.

  • 5.

    Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.

  • 6.

    In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde lid geldt voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen, inhoudende:

    • a.

      minimaal drie gemeenten stemmen in met het besluit en

    • b.

      een besluit wordt genomen met meerderheid van stemmen en

    • c.

      voor het nemen van een besluit wordt de volgende stemverdeling toegepast:

Almere: 9 stemmen, Dronten:2 stemmen, Lelystad:5 stemmen, Noordoostpolder:

2 stemmen, Urk:1 stem en Zeewolde:1 stem.

1.Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden en regelt hoe de ambtelijke bijstand wordt verleend aan het bestuur.

Artikel 12 Openbaarheid

  • 1.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer tenminste twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 2.

    In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

    • a.

      het vaststellen of wijzigen van de begroting;

    • b.

      het vaststellen van de jaarrekening.

Artikel 13 De werkwijze van het dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt.

  • 2.

    Artikel 56 van de Gemeentewet is overeenkomstig van toepassing.

  • 3.

    Elk lid heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem.

  • 4.

    De stemming in het dagelijks bestuur geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of één der leden verzoekt om schriftelijke stemming.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden.

Artikel 14 Commissies

Het algemeen bestuur kan commissies van advies en commissies ter behartiging van bepaalde belangen instellen nadat de raden van de gemeenten zijn geïnformeerd en in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. De ambtelijk secretaris, zoals bedoeld in artikel 15 van de regeling, heeft in deze commissies een adviserende stem.

HOOFDSTUK 7 PERSONEEL EN ORGANISATIE

Artikel 15 De directeur Publieke Gezondheid

  • 1.

    De dPG wordt benoemd, geschorst en/of ontslagen door het algemeen bestuur in overeenstemming met het algemeen bestuur van de veiligheidsregio.

  • 2.

    De dPG is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de dienst.

  • 3.

    De dPG is ambtelijk secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 106 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    De ambtelijk secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en heeft daarin een adviserende stem.

  • 5.

    De dPG is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 16 Rechtspositieregeling

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de rechtspositieregeling vast voor het personeel ressorterend onder deze gemeenschappelijk regeling

  • 2.

    Het dagelijks bestuur is bevoegd om ambtenaren te benoemen, te schorsen en/of te ontslaan met uitzondering van de dPG.

Artikel 17 Organisatieverordening

Het dagelijks bestuur stelt een organisatieverordening vast over de inrichting van de ambtelijke organisatie alsmede over de te verlenen bevoegdheden binnen de organisatie.

Artikel 18 Archief

  • 1.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de GGD Flevoland conform de Archiefverordening van de gemeente Lelystad.

  • 2.

    De dPG is belast met het beheer van de archiefbescheiden.

  • 3.

    Bij opheffing van de regeling gaan de archiefbescheiden naar de in de Archiefverordening van de gemeente Lelystad genoemde archiefbewaarplaats.

  • 4.

    De gemeentearchivaris van de gemeente Lelystad oefent de inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in artikel 32, lid 2, van de Archiefwet.

HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 19 Middelenbeheer

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt bij of krachtens een verordening regels vast voor het beheer van de geldmiddelen en de boekhouding.

  • 2.

    Voor de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 Dienstjaar

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 21 De begroting

  • 1.

    Het dagelijks bestuur maakt elk jaar op voorstel van de dPG een ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar en een meerjarenraming, met een toelichting en specificaties conform de daarvoor geldende wettelijk richtlijnen.

  • 2.

    Uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, stuurt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting, de meerjarenraming, een raming van de door elke gemeente verschuldigde inwonersbijdrage alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    De besturen van de gemeenten leggen de ontwerpbegroting voor een ieder ter inzage en stellen deze algemeen verkrijgbaar tegen betaling van de kosten.

  • 4.

    De inwonersbijdragen, bedoeld in lid 2 van dit artikel, voor de activiteiten bedoeld onder artikel 4, lid 4 worden vastgesteld op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het betreffende dienstjaar, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

  • 5.

    De toegestane kosten voor plustaken van de gemeenten en die van derden worden bepaald op grond van de tarieven zoals het algemeen bestuur die heeft vastgesteld in de begroting van het betreffende dienstjaar.

  • 6.

    De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken.

  • 7.

    Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast en stelt het dagelijks bestuur de raden in kennis hoe de zienswijzen zijn verwerkt.

  • 8.

    Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan gedeputeerde staten.

  • 9.

    Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het algemeen bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling over dit gegeven.

  • 10.

    Indien de raden schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren hebben gebracht, sturen zij hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur.

  • 11.

    Als de begroting en de begrotingswijzigingen de goedkeuring behoeven van gedeputeerde staten, moet onder het zevende lid gelezen worden dat de begroting ter goedkeuring aan gedeputeerde staten wordt toegezonden. Artikel 208 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 12.

    Op een wijziging van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging leidt tot een verandering van de inwonersbijdragen voor de taken van artikel 4, lid 4. Andere begrotingswijzigingen kan het algemeen bestuur vaststellen zonder toepassing van de leden 5 en 6.

  • 13.

    De gemeenten zorgen ervoor dat de GGD Flevoland altijd over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen, onder voorwaarde dat het algemeen bestuur tijdig op de hoogte is gesteld van een latent risico in de liquiditeit.

  • 14.

    Als blijkt dat een gemeente weigert de uitgaven als bedoeld in lid 11 op de begroting te zetten, verzoekt het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 22 De jaarrekening

  • 1.

    Het dagelijks bestuur van de GGD Flevoland zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de voorlopige-jaarrekening van het voorgaande boekjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De voorlopige jaarrekening bevat de door elke gemeente werkelijk verschuldigde gemeentelijke inwonersbijdrage voor het basistakenpakket.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en de bestemming van het resultaat vast op of vóór 1 juli en het dagelijks bestuur zendt deze vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden in kennis van de vaststelling van de jaarrekening.

  • 5.

    De vaststelling van de jaarrekening ontlast de leden van het dagelijks bestuur om zich te verantwoorden ten aanzien van het verantwoorde en gevoerde financieel beheer, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

Artikel 23 Bijdragen gemeenten en derden

  • 1.

    De gemeenten betalen een kwart van de in de begroting geraamde inwonersbijdrage voor het basistakenpakket vóór respectievelijk 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober van het dienstjaar, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Bij te late betaling is de wettelijke rente verschuldigd.

  • 2.

    De betalingen voor de plustaken genoemd onder artikel 4 vinden plaats na declaratie of na toekenning van subsidie bestemd voor de desbetreffende plustaak.

  • 3.

    Een saldo dat in de jaarrekening is vastgesteld, wordt verrekend met hiertoe bestaande of te vormen reserves.

  • 4.

    Een nadelig saldo, al dan niet ontstaan door het ontstaan van frictiekosten als gevolg van de beëindiging van een gemeentelijke plustaak, dat niet of niet volledig kan worden verrekend overeenkomstig artikel 23 lid 3, wordt na vaststelling van de jaarrekening afgerekend met de betreffende gemeente(n).

Artikel 24 Reservevorming

Het algemeen bestuur kan reserves en voorzieningen vormen overeenkomstig de door hem vast te stellen Kadernota reserves en risico.

HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING

Artikel 25 Toetreding

  • 1.

    De toetreding van een gemeente behoeft een besluit van het college van die gemeente en de toestemming van de desbetreffende raad. Die toetreding behoeft de toestemming van de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur.

  • 2.

    Aan de toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden. Artikel 9 Wgr is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 28 lid 3 geeft van elk bericht van toetreding kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 26 Uittreding

  • 1.

    Elk college kan, na toestemming van de raad van haar gemeente, bij besluit de deelname aan deze regeling opzeggen met ingang van twee kalenderjaren na het jaar waarin dit besluit is genomen. Het desbetreffende college brengt een dergelijk besluit terstond ter kennis van het dagelijks bestuur en de uittreding behoeft de toestemming van de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de financiële verplichtingen en de overige gevolgen van de uittreding. Artikel 9 Wgr is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Als het algemeen bestuur bij meerderheid van tenminste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen daartoe besluit, kan het een kortere termijn toestaan dan de in lid 1 genoemde termijn.

  • 4.

    Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 28 lid 3 geeft van elk besluit van uittreding kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 27 Wijziging en opheffing

  • 1.

    De colleges gaan deze regeling aan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats bij eensluidende besluiten van de colleges, na toestemming van de desbetreffende raden, van tenminste twee derde van de gemeenten, die samen twee derde van het aantal inwoners van het werkgebied omvatten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van tenminste drie gemeenten.

  • 3.

    Als een voorstel als bedoeld in het vorige lid uitgaat van colleges, dienen zij dit in bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de colleges die hun raad om toestemming vragen.

  • 4.

    Bij opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, gehoord de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten, een procedure vast voor de gevolgen van de opheffing. Deze procedure voorziet in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van de GGD Flevoland te verdelen op een in de procedure nader te bepalen wijze. Artikel 9 van de Wgr is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    De bestuursorganen blijven voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van het vermogen nodig is.

  • 6.

    Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 28 lid 3 geeft van elk besluit van wijziging of opheffing kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.

HOOFDSTUK 10 SLOTBEPALING

Artikel 28

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland” en heeft een toelichting, die daarvan integraal onderdeel uitmaakt.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016.

  • 3.

    Het gemeentebestuur van Lelystad is het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de wet en zendt de regeling aan gedeputeerde staten en maakt deze tijdig in alle gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud hiervan in de Staatscourant. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.

     

Vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.

 

Almere, 5 januari 2016.

de secretaris, de burgemeester,

 

Dronten, 5 april 2016.

de secretaris, de burgemeester,

 

Lelystad, 12 juli 2016.

de secretaris, de burgemeester,

 

Noordoostpolder, 21 maart 2016.

de secretaris, de burgemeester,

 

Urk, 23 februari 2016.

de secretaris, de burgemeester,

 

Zeewolde, 12 januari 2016.

de secretaris, de burgemeester,

 

 

Gemeenschappelijke regeling GGD Flevoland - toelichting

Deze regeling sluit zoveel mogelijk aan bij de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en/of de Gemeentewet. Hieronder volgt, waar nodig, een toelichting op de artikelen. Overal waar 'hij' of 'zijn' staat, zou ook 'zij' of 'haar' kunnen staan.

Overwegingen

De Wet publieke gezondheid (artikel 14) verplicht de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s een regionale gezondheidsdienst in te stellen en in stand te houden voor de uitvoering van taken genoemd in die wet. Om deze verantwoordelijkheid optimaal te behartigen, hebben de Flevolandse gemeenten een gemeenschappelijke regeling ingesteld.

In de overwegingen staan enkele uitgangspunten voor het bestuursmodel dat is vastgelegd in de regeling.

 

Het bestuursmodel van de GGD Flevoland hangt nauw samen met de relatie tussen de gemeenten en de GGD Flevoland en de werkwijze van de GGD Flevoland. Centraal hierin staat dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun gezondheidsbeleid. De functies van de GGD Flevoland - preventie en acute zorg - zijn bij uitstek overheidstaken, uit te voeren door de gemeentelijke gezondheidsdienst.

De gemeente formuleert zijn gezondheidsbeleid en stuurt de GGD Flevoland vanuit dat kader aan. De GGD Flevoland moet dan ook genoeg keuzevrijheid bieden en voldoende flexibel zijn om aan te sluiten op de lokale wensen. Maar hij moet ook bedrijfsmatig optimaal kunnen opereren om daarmee de risico's voor de gemeenten te minimaliseren.

 

De uitgangspunten bij de vormgeving van de bestuurlijke structuur zijn dan ook:

  • -

    gemeenten hebben een regierol. Daarnaast moeten zij de GGD Flevoland zo nodig direct kunnen inzetten.

  • -

    er moet ruimte zijn voor gemeenten om de GGD Flevoland zowel individueel als gezamenlijk aan te sturen;

  • -

    de GGD Flevoland functioneert binnen de (gemeentelijke) kaders als een zelfstandige, professionele organisatie;

  • -

    gemeenten moeten kunnen ingrijpen als de GGD Flevoland de taken niet goed uitvoert.

Van belang is dat de GGD Flevoland een slagvaardige bedrijfsvoering kan voeren, die leidt tot het behalen van de door de gemeenten geformuleerde doelen. Daarbij kunnen de gemeenten inhoudelijke kaders stellen en op afstand toezicht houden op het beheer van de GGD Flevoland.

Het algemeen bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de rekening. Het dagelijks bestuur richt zich vooral op de bedrijfsvoering en uit dien hoofde met het toezicht op de directeur Publieke Gezondheid.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 4 Taken

Artikel 4 van deze regeling beschrijft het takenpakket van de GGD Flevoland in globale termen. Hierdoor houdt het algemeen bestuur zijn expliciete bevoegdheid om zelf de omvang en de inhoud van het takenpakket bij te stellen als hij dat nodig vindt. Het moment daarvoor is de jaarlijkse vaststelling van de begroting. Eveneens worden de GHOR-gerelateerde taken alsmede de Meldkamer Ambulancezorg Flevoland tot de GGD-taken gerekend (zie artikel 4, lid 5).

 

Op basis van de Wet op de lijkbezorging is de functie van Gemeentelijk Lijkschouwer belegd bij de GGD Flevoland en worden Gemeentelijke Lijkschouwers benoemd en ontslagen door de directeur Publieke Gezondheid op basis van mandaat van het dagelijks bestuur.

De Wpg beschrijft de basistaken van de gemeenten. De uitvoering van het basistakenpakket kan per gemeente verschillen: niet alle gemeenten of derden zullen evenveel gebruik maken van dit uniforme aanbod. Soms is dit afhankelijk van incidenten (bijv. een infectieziekte of een crisis op een school), soms van de bevolking (bijvoorbeeld bij gezondheidsverschillen) of van het beroep dat men doet op de GGD Flevoland (bijvoorbeeld specifieke inhoudelijke expertise of de website). En natuurlijk is de klant niet verplicht om gebruik te maken van het GGD Flevoland-aanbod (bijvoorbeeld bij gezondheidsonderzoeken of lespakketten).

 

Het begrip 'plustaak' is bewust niet gedefinieerd. Dit geeft het algemeen bestuur de mogelijkheid om taken uitdrukkelijk als plustaak te accepteren en uit te voeren. Maar het is ook mogelijk om dit begrip een louter financiële betekenis te geven, bijvoorbeeld door als plustaak te benoemen elk product waarvoor betaald wordt buiten de inwonersbijdrage. Gemeenten en derden kunnen er op contract- of subsidiebasis voor kiezen deze taken bij de GGD Flevoland af te nemen.

 

Plustaken in opdracht van één of meer van de aan de regeling deelnemende gemeenten kunnen worden uitgevoerd door of in samenwerking met een deelneming als bedoeld in artikel 9 lid 4. In dat geval is de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur in relatie tot de verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente(n) voor de deelneming overeenkomstig als bij de uitvoering van een plustaak.

 

Artikel 4 lid 8 ziet er op toe dat het algemeen bestuur gepositioneerd is om per plustaak haar verantwoordelijkheid voor de uitvoering te kunnen waarmaken. Het uitvoeren van plustaken strekt ook kwalitatief tot voordeel van de gehele organisatie van de GGD Flevoland.

Artikel 4 lid 9 ziet er op toe dat het risicomanagement van de GGD Flevoland naar behoren kan worden toegepast op de uitvoering van plustaken.

Artikel 4 lid 8 en lid 9 zijn overeenkomstig van toepassing voor de uitvoering van taken in deelnemingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 4.

Hieronder volgen nog enkele relevante bepalingen uit de Wet publieke gezondheid.

Artikel 2 Wpg

1. Het college van burgemeester en wethouders bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke

gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor:

a. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking,

b. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie,

c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen,

d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering,

e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg,

f. het bevorderen van technische hygiënezorg,

g. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen.

(…)

Artikel 5 Wpg

1.Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg.

2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor:

a. het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren,

b. het ramen van de behoeften aan zorg,

c. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS) en het aanbieden van vaccinaties voorkomend uit het Rijksvaccinatieprogramma,

d. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding,

e. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

(…)

Artikel 6 Wpg

1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder in ieder geval behoort:

a. het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied,

b. het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing,

c. bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de artikelen 21, 22, 25 en 26.

(…)

Artikel 9 Algemene bevoegdheidsverdeling

Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de GGD Flevoland. Hij mandateert een deel van zijn bevoegdheden binnen nadere voorwaarden aan de directeur Publieke Gezondheid en houdt daarop toezicht. Accountancy en controlling verzekeren de bestuurlijke positie.

De keuze voor een brede mandatering van de directeur Publieke Gezondheid wordt vooral ingegeven door het feit dat bilaterale afspraken tussen de GGD Flevoland en de gemeenten een belangrijke rol spelen bij de aansturing van de GGD Flevoland. Voor de relatie tussen het dagelijks bestuur en directeur Publieke Gezondheid is er een organisatieverordening.

 

Op de mandaatverlening is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, die onder andere bepaalt dat de gemandateerde bevoegdheid wordt uitgeoefend namens het bestuursorgaan. De verantwoordelijkheid voor het in mandaat genomen besluit blijft dus bij het mandaterende orgaan, waarbij van elk besluit duidelijk moet zijn dat het namens het bestuursorgaan genomen is. De mandaatgever kan instructies geven voor de uitoefening van een verleend mandaat.

Artikel 11 Vergaderingen van het algemeen bestuur

De vergaderfrequentie van het algemeen bestuur volgt de planning- & controlcyclus van de GGD Flevoland. Deze cyclus sluit aan bij de beleidscyclus van de gemeenten. Hierdoor kunnen gemeenten tijdig invloed uitoefenen op het beleid en de financiële kaders van de GGD Flevoland en deze daarna meenemen in hun eigen beleid.

Gebaseerd op het relatieve aandeel van de gemeenten in de regio is in het zesde lid van dit artikel vastgelegd dat bij het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen van toepassing is. Het systeem is concreet uitgewerkt en vastgelegd in dit artikel. Omdat de gemeenschappelijk regeling uitgaat van samenwerking en gelijkwaardigheid is de voorgestelde stemverhouding niet in alle opzichten een rekenkundige afspiegeling van een bepaalde bijdrage, maar weerspiegelt zij het relatieve verschil in aandeel van elke deelnemende gemeente. Als basis voor de berekening van de stemverhouding is de bijdrage gehanteerd die elke gemeente in 2008 besteedde aan de gemeentelijke bijdrage programma gezondheid. Ook thans, anno 2016, is na een zorgvuldige check gebleken dat deze stemverhouding nog altijd als effectief is aan te merken.

Artikel 16 Rechtspositieregeling

Het algemeen- en dagelijks bestuur volgt het VNG-model van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CarUwo) en voor de RAV de CAO Ambulancezorg.

Artikel 19 Middelenbeheer

De artikelen 186 t/m 213 uit de Gemeentewet zijn van toepassing. Van belang zijn met name artikel 186 en de artikelen 212 en 213.

Artikel 186 van de Gemeentewet stelt dat “de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, het jaarverslag en de jaarrekening … voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels.” Voor de GGD betreft dit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Artikel 212 van de Gemeentewet bespreekt de noodzakelijke verordeningen van het Algemeen Bestuur voor met name waardering en afschrijving van activa en voor de financieringsfunctie.

Artikel 213 van de Gemeentewet bespreekt met name de controle op de jaarrekening en de rol van de door het algemeen bestuur benoemde accountant daarbij.

Daarnaast is het “Besluit Begroting en Verantwoording” (BBV) leidend voor wat betreft de verplichte boekhoudkundige vereisten aan de begroting, meerjarenraming en jaarrekening.

Artikel 21 en artikel 22 De begroting en de jaarrekening

De artikelen 186 t/m 213 van de Gemeentewet omvatten meer dan uitsluitend de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding. De procedure bij de totstandkoming van de begroting (inclusief meerjarenraming) en bij de vaststelling van de jaarrekening wijkt op enkele punten af van die van de gemeenten.

 

Aan het opstellen van de begroting van de GGD Flevoland gaat een ontwerpbegroting met toelichting vooraf. Hierin staan de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren en de globale financiële gevolgen. De bijdrage vanuit de gemeenten per inwoner is in beginsel gelijk aan het voorgaand boekjaar, met mutaties voor nieuw beleid en voor indexering van prijzen en lonen. De aanpassing voor prijzen en lonen in de begroting van de GGD Flevoland verloopt conform de gemeente Lelystad, zodanig dat de aanpassing in boekjaar (T) van de GGD Flevoland gelijk is aan de aanpassing in boekjaar (T-1) van gemeente Lelystad. De ontwerpbegroting boekjaar (T+1) bevat een voorlopige opgave van het financiële resultaat over het boekjaar (T-1). Deze opgave van het voorlopige financiële resultaat is zonder controle van de accountant opgesteld.

 

Het algemeen bestuur biedt de ontwerpbegroting in april aan de raden van de gemeenten aan, met het verzoek tot het uitbrengen van zienswijzen. De gemeenten kunnen hierdoor tijdig invloed uitoefenen op de wettelijke verplichte begroting, die het algemeen bestuur op basis van de ontwerpbegroting opstelt en uiterlijk 15 juli heeft vastgesteld.

 

Overigens voert de GGD Flevoland naast basistaken ook plustaken uit, die niet uit de inwonersbijdrage worden bekostigd. Het totaal van alle kosten van de GGD Flevoland wordt in de begroting (en meerjarenraming) gedekt vanuit zowel de inwonersbijdrage als vanuit inkomsten uit subsidies en contractuele afspraken met betrekking tot de plustaken. De begroting (inclusief meerjarenraming) van de GGD Flevoland wordt daarom door het algemeen bestuur vastgesteld inclusief een aannemelijke calculatie van het tarief per plustaak. De vaststelling van de inkomsten uit de plustaken vindt plaats als de bij deze plustaken behorende subsidiebeschikkingen en/of de bij deze plustaken behorende contractuele afspraken zijn bekrachtigd. De geldstromen met betrekking tot de plustaken worden gespecificeerd in de begroting en de jaarrekening.

 

De jaarrekening geeft een beredeneerd financieel verslag over het afgelopen jaar, inclusief accountantsverklaring. In verband met de vereisten van rechtmatigheid betrekt de accountant hierbij ook de financiële mededelingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur in de periodiekebestuursrapportages – in beginsel respectievelijk in het voorjaar en het najaar - van het betreffende boekjaar. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en de bestemming van het financiële resultaat uiterlijk 1 juli vast.

Artikel 23 Bijdragen gemeenten en derden

De bijdragen uit subsidie worden afgerekend overeenkomstig de voorwaarden die bij de toekenning zijn bepaald. Artikel 23 lid 4 ziet er op toe dat financiële risico’s die niet kunnen worden opgevangen binnen de reguliere kaders van het risicomanagement van de GGD Flevoland, worden afgedekt door de gemeente of een derde die opdracht heeft gegeven tot een plustaak. In de door het algemeen bestuur onder artikel 4 lid 8 bepaalde voorwaarden kan worden geregeld dat een voordelig saldo strekt tot vorming of versterking van (bestemmings)reserves als bedoeld in artikel 24. Frictiekosten als gevolg van het beëindigen van een plustaak komen ten laste van de opdrachtgevende gemeente(n).

Naar boven