Winningsvergunning koolwaterstoffen blokdeel F17a-diep, Ministerie van Economische Zaken

DGETM/EO/15166610

Procesverloop:

  • Wintershall Noordzee B.V. (hierna: Wintershall), GDF SUEZ E&P Nederland B.V. (thans ENGIE E&P Nederland B.V., hierna: ENGIE), Rosewood Exploration Ltd. (hierna: Rosewood) en TAQA Offshore B.V. (hierna: Taqa) gezamenlijk zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (hierna: EZ), verleende opsporingsvergunning koolwaterstoffen, van 29 december 2009, met kenmerk: ET/EM/9222156 (Stcrt. 2010, nr. 154) voor een deel van blok F17 (F17a-diep), welk blok is aangeven op de als bijlage 3 van de Mijnbouwregeling gevoegde kaart. De oppervlakte van het blokdeel F17a-diep bedraagt 386,4 km2;

  • Wintershall, ENGIE, Rosewood en Taqa hebben per brief, gedateerd 16 december 2014, ontvangen 22 december 2014, ingevolge artikel 10 Mijnbouwwet (Mbw) een aanvraag ingediend voor een winningsvergunning voor koolwaterstoffen in blokdeel F17a-diep. Gevraagd wordt Wintershall aan te wijzen als uitvoerder in de zin van artikel 22, vijfde lid, Mbw;

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft, op verzoek van de Minister van EZ, op 8 mei 2015 advies uitgebracht (kenmerk: 15064437);

  • TNO adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft, op verzoek van de Minister van EZ, op 11 november 2015 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 15-10.058);

  • EBN B.V. (hierna: EBN) heeft, op verzoek van de Minister van EZ, op 12 november 2015 advies uitgebracht;

  • de Mijnraad is op grond van artikel 105, derde lid, Mbw om advies gevraagd en heeft per brief van 1 februari 2016 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/16004472).

Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 10, 11, eerste tot en met het vierde lid, 13, eerste lid, 15, vierde lid, onder a, 17, 22, 93 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede de artikelen 1.3.6 en 1.3.7 en van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan Wintershall Noordzee B.V., ENGIE E&P Nederland B.V., Rosewood Exploration Ltd. en TAQA Offshore B.V. gezamenlijk wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor een deel van blok F17, welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd, genaamd blokdeel F17a-diep.

Het blokdeel F17a-diep wordt begrensd door de grootcirkels tussen de puntenparen A-B, B-C, C-D, D-E, E-F, F-G, G-H en A-H.

De punten zijn als volgt gedefinieerd:

punt

°

’’ O.L.

º

’’ N.B.

A

4

19

54,976

54

9

57,370

B

4

39

55,007

54

9

57,384

C

4

39

55,027

53

59

57,364

D

4

35

55,020

53

59

57,361

E

4

35

55,017

54

1

27,364

F

4

31

55,011

54

1

27,361

G

4

27

55,008

53

59

57,355

H

4

19

54,996

53

59

57,350

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het ETRS89 systeem.

De vergunning geldt niet voor gesteenten Vroeg-Krijt en Jura.

De oppervlakte van blokdeel F17a bedraagt 386,4 km2.

Artikel 3

Wintershall Noordzee B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, Mijnbouwwet.

Artikel 4

De vergunning geldt vanaf het tijdstip dat zij in werking is getreden tot zeventien jaar na het tijdstip dat zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.H. Brouwer MT-lid directie Energie en Omgeving

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven