Aanleiding
Op de N510 tussen Alkmaar en Bergen is een groot deel van de weg al ingericht met een doorgetrokken asstreep. De asstreep op het deel van de N510 tussen hectometer 1,2 en 1,7 is momenteel niet doorgetrokken. Voor dit deel geldt nu een inhaalverbod (aangegeven door bord F1) waarbij het inhalen van landbouwvoertuigen is toegestaan (aangegeven door een onderbord (OB101).
Enige tijd geleden is een nieuw kruispunt gerealiseerd op het bovengemelde weggedeelte. Er is een aansluiting gemaakt ten behoeve van het bedrijf Taqa waarbij een rechtsafstrook is gemaakt en middengeleiders zijn aangebracht om het afslaand verkeer in goede banen te leiden. In de aanloop naar deze middengeleiders toe, is de asstreep al doorgetrokken (circa 85 meter) omdat inhalen vlak voor een dergelijke afslag en middengeleiders ongewenst is.
Motivering
De afstand waarover men mocht inhalen was zonder de extra aansluiting al niet groot (circa 500 meter). Met het realiseren van de aansluiting en de daarbij behorende middengeleiders met doorgetrokken asstreep blijft er te weinig afstand over voor motorvoertuigen om nog verantwoord te kunnen inhalen: circa 195 meter aan de noordkant van de afslag en circa 145 meter aan de zuidkant van de afslag.
In overleg met de gemeente Alkmaar en Bergen is besloten om op deze korte afstanden de asstreep door te trekken. Alkmaar zal het bij haar in beheer zijnde weggedeelte eveneens voorzien van een doorgetrokken asstreep.
Voor de duidelijkheid en uniformiteit op de weg kan in dit geval beter één doorgetrokken asstreep worden gerealiseerd. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. Bestuurders mogen deze doorgetrokken asstreep niet overschrijden, wat inhoudt dat inhalen niet is toegestaan. Bord F01 met onderbord OB101is door deze doorgetrokken asstreep niet meer nodig en kan worden verwijderd.
Noodzaak en doelstelling verkeersbesluit
Op grond van artikel 15, lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) moet voor het verwijderen van het bord F01en het daarbij behorende onderbord, en voor het plaatsen van een doorgetrokken streep een verkeersbesluit worden genomen. De doelstelling van dit verkeersbesluit is het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers. Deze belangen zijn genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.
Verplicht overleg
Over een verkeersbesluit moet op grond van artikel 24 van het BABW overleg worden gevoerd met de korpschef van het betrokken politiekorps. De daartoe gemachtigde medewerker verkeersadvisering van politie heeft ingestemd met de maatregelen.
Afweging belangen
De maatregelen zullen het wegbeeld verduidelijken en leiden tot een veiligere verkeersafwikkeling. Dit dient de belangen van de weggebruiker. Gelet hierop verwachten wij niet dat door de maatregelen belangen onevenredig geschaad zullen worden.
Bevoegdheid
Het weggedeelte waar deze maatregel voor wordt getroffen, is in beheer bij de provincie Noord-Holland. Daarom zijn wij (Gedeputeerde Staten van Noord-Holland) op grond van artikel 18, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994 het bevoegde bestuursorgaan om dit verkeersbesluit te nemen.