De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied maakt namens Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Holland bekend dat zij een ontwerpbeschikking ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ter inzage heeft gelegd.
De ontwerpbeschikking betreft het voornemen om de omgevingsvergunning voor de realisatie van 10 windturbines, Windpark Haarlemmermeer-Zuid, te weigeren. De aangevraagde locatie strekt zich uit langs de Rijksweg A4 te Abbenes - parallel aan de 380kV hoogspanningslijn, in het gebied dat begrensd wordt door hoofd infrastructuren als de A4, A44, de HSL en de schiphollijn.
Aanvrager: Stichting Windpark Haarlemmermeer-Zuid
Zaaknummer: 1024245
Provinciale coördinatieregeling van toepassing
Op grond van artikel 9f, eerste, derde en vijfde lid, van de Elektriciteitswet 1998 is de provinciale coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.33 Wro op dit besluit van toepassing. De bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor deze coördinatie ligt bij Gedeputeerde Staten. De coördinatie heeft tot gevolg dat op deze besluiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in artikel 3.31, derde lid, van de Wro van toepassing is.
Inzage
De ontwerpbeschikking en de bijbehorende stukken liggen met ingang van de dag na publicatie gedurende zes weken ter inzage op www.odnzkg.nl onder bekendmakingen en (digitaal) bij:
- provincie Noord-Holland, Houtplein 33 te Haarlem;
- gemeente Haarlemmermeer, Raadhuisplein 1 te Hoofddorp.
Zienswijzen
Binnen de inzagetermijn kan een ieder zienswijzen over de ontwerpbeschikking naar voren brengen via digitale formulieren op de website www.odnzkg.nl. Geef duidelijk aan als u niet wilt dat uw naam en adres bekend gemaakt worden. Een schriftelijke zienswijze stuurt u aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Regiebureau, Postbus 209, 1500 EE Zaandam.
Heeft u een vraag over deze procedure of wilt u mondelinge zienswijzen naar voren brengen dan kunt u gebruik maken van het contactformulier op www.odnzkg.nl. Er wordt dan contact met u opgenomen.
Wij maken u erop attent dat slechts beroep tegen de uiteindelijke beschikking kan worden ingediend als men belanghebbende is bij die beschikking en als een zienswijze naar voren is gebracht over de ontwerpbeschikking, tenzij redelijkerwijs niet kan worden verweten dat geen zienswijze naar voren is gebracht. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er bij de definitieve vaststelling van de beschikking wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van de ontwerpbeschikking. Op de definitieve beschikking is hoofdstuk 1, afdeling 2, van de Crisis- en Herstelwet van toepassing.