Inleiding
Het instellen van een algemene gehandicaptenparkeerplaats op de parkeerplaats bij de Zoutstoep (zuidelijke ingang) betreft een bevoegdheid als genoemd in artikel 18, eerste lid, onder d. van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Gelet op het Mandaatregister Sliedrecht 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders deze bevoegdheid gemandateerd aan de beleidsadviseur Infra en Groen.
Gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994;
Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat de Zoutstoep in beheer is bij de gemeente Sliedrecht en gelegen is binnen de bebouwde kom van de gemeente;
dat er in de directe omgeving, gezien de leeftijdsopbouw, relatief veel personen wonen of op bezoek komen die over een verminderde mobiliteit beschikken en het daarom gewenst is om een vierde algemene gehandicaptenparkeerplaats te realiseren;
dat de parkeerdruk ter plaatse dusdanig hoog is dat (gehandicapte) bewoners en bezoekers de auto niet in de directe omgeving van het appartementengebouw kunnen parkeren;
dat de bewoners eerder dit jaar een handtekeninglijst hebben overlegd waaruit blijkt dat er behoefte en draagvlak is voor een derde algemene gehandicaptenparkeerplaats;
dat na realisatie van derde algemene parkeerplaats er een gehandicapte bewoner bij is gekomen, waardoor het aantal parkeerplaatsen niet toereikend is;
dat een bewoner van de Zoutstoep om deze reden om een individuele parkeerplaats heeft gevraagd en dat zij aan de voorwaarden van een individuele parkeerplaats voldoet;
dat bij een vierde algemene gehandicaptenparkeerplaats de openbare ruimte efficienter benut wordt dan bij een individuele gehandicaptenparkeerplaats;
dat de aanvrager van de indivudele gehandicaptenparkeerplaats geen behoefte heeft aan een "eigen" parkeerplaatsen, indien er een extra algemene gehandicaptenparkeerplaats bijkomt;
dat het college het om deze redenen wenselijk voorkomt een vierde algemene gehandicaptenparkeerplaats te realiseren zo dicht mogelijk bij de uitgang (zuidzijde) van het appartementengebouw;
dat krachtens artikel 15 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 er een verkeersbesluit dient te worden genomen voor de plaatsing van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;
dat met het verkeersbesluit wordt beoogd om:
- de vrijheid van het verkeer te waarborgen.
dat het verkeersbesluit aan de werkgroep verkeer is voorgelegd en dat deze hiermee kan instemmen;
dat het betreffende weggedeelte in beheer en onderhoud is bij de gemeente Sliedrecht en binnen de bebouwde kom van deze gemeente ligt;
dat overleg met de politie als bedoeld in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen heeft plaatsgevonden;
mede gelet op de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 (RVV 1990) en de overige bepalingen van het BABW en de WVW 1994.