Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2016, 39786 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2016, 39786 | Ontheffingen |
Datum: 20 juli 2016
Nummer: ILT-2016/58640
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing ontvangen op 6 juli 2016 van Pathfinder UK, adres: Bergdreef 151, 4822 TR Breda, contactpersoon: de heer L. Degenaar, tel.: +31 6 3614 8816, e-mail: l.degenaar@hotmail.com;
Overwegende dat het doel van de vlucht is het droppen van D-bags door middel van een parachute voor de herdenking van ‘Operatie Market Garden’ te Oosterbeek;
Gelet op de artikelen 10, vierde lid, en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 en paragraaf SERA.3105;
BESLUIT:
Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type C-47 Dakota, met als nationaliteits- en inschrijvingskenmerk N473DC of gelijkwaardige vervangende luchtvaartuigen, in gebruik bij Pathfinder UK, waarmee D-bags worden gedropt door middel van een parachute voor de herdenking van ‘Operatie Market Garden’ te Oosterbeek.
VERWIJDEREN VAN VOORWERPEN OF STOFFEN TIJDENS DE VLUCHT
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt op 18 september 2016 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 10, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 om tijdens VFR-vluchten voorwerpen of stoffen uit het luchtvaartuig te verwijderen. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. Het verwijderen van voorwerpen geschiedt op een locatie in Oosterbeek, geografische positie 51°58'10.00"NB – 5°49'58.00"OL;
b. de vlieghoogte bedraagt tijdens het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht 300 ft boven de grond;
c. het vliegzicht voldoet aan de VFR-minima;
d. op het moment van het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht mag ander luchtverkeer hier geen hinder van ondervinden;
e. tijdens het verwijderen van voorwerpen of stoffen heeft de gezagvoerder voortdurend zicht op de grond;
f. het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht gebeurt dusdanig dat personen daardoor niet worden gehinderd of gevaar lopen en zaken op de grond niet worden beschadigd.
VFR-VLIEGEN BENEDEN DE MINIMUM VFR-VLIEGHOOGTE
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt op 18 september 2016 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, maar niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 90 meter (300 ft) boven de grond, doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1°. overlast voor derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. er niet beneden de minimum VFR-vlieghoogte wordt gevlogen boven vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;
3°. vee niet wordt verstoord;
4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen, etc. worden vermeden;
5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
d. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;
e. de gezagvoerder stelt zich van tevoren ter plaatse op de hoogte van de obstakelsituatie en plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
f. vóór en ná de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig, zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, Afdeling Luchtvaart of de Inspectie Leefomgeving en Transport;
g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de dropping, anders dan benodigd voor het verwijderen van voorwerpen of stoffen;
h. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (tel.: 020 5025693 of fax: 020 5025699 of e-mail: dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:
1°. de naam van de gezagvoerder, de registratie en het model/type luchtvaartuigen;
2°. de route en periode van de voorgenomen vlucht.
j. één uur vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Supervisor van AOCS NM, tel.: 0577 458700; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden.
De aanvrager voert bij de voorbereiding van de vluchten een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast op een zodanige wijze dat de vlucht verantwoord kan worden uitgevoerd.
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerders en de loadmaster bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking is een strafbaar feit.
3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in artikel 2 en 3, kan dat aanleiding zijn deze beschikking in te trekken.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, DE INSPECTEUR ILT/LUCHTVAART, M.A.M. van Velzen Senior Inspecteur
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze vergunning, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze vergunning is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Postbus 16191
2500 BD Den Haag
Is er sprake van onverwijlde spoed? Dan kunt u de rechtbank van uw woonplaats verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen.
Meer informatie over de voorlopige voorziening vindt u op www.rechtspraak.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-39786.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.